Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Job spreekt Eloah rechtstreeks aan
1„Ik heb genoeg van mijn leven. Ik laat mijn klacht de vrije loop, ik spreek in de bitterheid van mijn ziel.
נָֽקְטָ֥ה
(naqeta)
heeft genoeg
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
בְּחַ֫יָּ֥י
(bechayay)
van mijn leven
אֶֽעֶזְבָ֣ה
(eezva)
ik laat los
עָלַ֣י
(alay)
over mij
שִׂיחִ֑י
(sichi)
mijn klacht
אֲ֝דַבְּרָה֗
(adabera)
ik spreek
בְּמַ֣ר
(bemar)
in bitterheid van
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf hier richt Job zich niet meer tot zijn vrienden, maar tot Eloah.
Het is een klaagpsalm in de vorm van een rechtszaak: ‘laat mij weten waarom U met mij twist’ (vers 2).
3Is het goed voor U om te onderdrukken, om het werk van Uw handen te verachten, terwijl U schijnt over de plannen van de goddelozen?
הֲט֤וֹב
(hatov)
is het goed
לְךָ֨
(lekha)
voor U
כִּֽי
(ki)
dat
תַעֲשֹׁ֗ק
(taashoq)
U onderdrukt
כִּֽי
(ki)
dat
תִ֭מְאַס
(timas)
U verwerpt
יְגִ֣יעַ
(yegia)
arbeid van
כַּפֶּ֑יךָ
(kapeikha)
Uw handen
וְעַל
(veal)
en over
עֲצַ֖ת
(atsat)
raad van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
הוֹפָֽעְתָּ
(hofata)
U laat schijnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תִּמְאַס (tim’as), ‘U verwerpt’: Job heeft het gevoel dat Eloah het werk van Zijn eigen handen veracht, terwijl Hij tegelijk over de plannen van de goddelozen Zijn licht laat schijnen.
15Als ik schuldig ben, wee mij! Maar ben ik rechtvaardig, dan durf ik mijn hoofd niet op te heffen, verzadigd van schande en kijkend naar mijn ellende.
אִם
(im)
indien
רָשַׁ֡עְתִּי
(rashati)
ik schuldig ben
אַלְלַ֬י
(allay)
wee
לִ֗י
(li)
mij
וְ֭צָדַקְתִּי
(vetsadaqti)
en ben ik rechtvaardig
לֹא
(lo)
niet
אֶשָּׂ֣א
(esa)
durf ik opheffen
רֹאשִׁ֑י
(roshi)
mijn hoofd
שְׂבַ֥ע
(seva)
verzadigd van
קָ֝ל֗וֹן
(qalon)
schande
וּרְאֵ֥ה
(uree)
en kijkend naar
עָנְיִֽי
(aneyi)
mijn ellende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job zegt: ben ik schuldig, dan is het mijn eigen ongeluk; ben ik rechtvaardig, dan helpt me dat niet, want Elohim blijft mij vervolgen.
Hij durft zijn hoofd niet op te heffen, uit schaamte en ellende.
20Mijn dagen zijn weinig. Houd op, laat mij met rust, zodat ik een beetje kan opvrolijken
הֲלֹא
(halo)
niet?
מְעַ֣ט
(meat)
weinig
יָמַ֣י
(yamay)
mijn dagen
וַחֲדָ֑ל
(vachadal)
houd op
וְשִׁ֥ית
(veshit)
en laat af
מִ֝מֶּ֗נִּי
(mimeni)
van mij
וְאַבְלִ֥יגָה
(veavliga)
dat ik opvrolijk
מְּעָֽט
(meat)
een beetje
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft יחדל (yechdal), ‘laat Hij ophouden’, en ישית (yashit), ‘laat Hij leggen’; de lezing in de marge (qere) heeft וחדל (vachadal), ‘houd op’, en ושית (veshit), ‘en leg’.
Zo wordt de zin een rechtstreekse aanspraak op Eloah.
Wij volgen de qere, die ook in de grondtekst staat.