Elohim Bijbel

Hebreeën 10

12345678910111213

Eén offer voor altijd, de weg door de voorhang, de waarschuwing en de oproep tot volharding

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De wet is een schaduw

1Want de wet heeft slechts een schaduw van de goede dingen die komen, niet het beeld zelf van de dingen. Met dezelfde offers die zij jaar na jaar aanbieden, kan zij nooit degenen die naderen voor altijd volmaken.
Σκιὰν
(Skian)
schaduw
γὰρ
(gar)
want
ἔχων
(echon)
heeft
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
τῶν
(ton)
van de
μελλόντων
(mellonton)
komende
ἀγαθῶν
(agathon)
goede dingen
οὐκ
(ouk)
niet
αὐτὴν
(auten)
zelf
τὴν
(ten)
het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
τῶν
(ton)
van de
πραγμάτων
(pragmaton)
dingen
κατ’
(kat’)
per
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
jaar
ταῖς
(tais)
met de
αὐταῖς
(autais)
dezelfde
θυσίαις
(thysiais)
offers
ἃς
(has)
die
προσφέρουσιν
(prospherousin)
zij aanbieden
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
διηνεκὲς
(dienekes)
voortdurend
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
δύναται
(dynatai)
kan zij
τοὺς
(tous)
degenen
προσερχομένους
(proserchomenous)
die naderen
τελειῶσαι
(teleiosai)
volmaken
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκιά (skia), ‘schaduw’: zoals in 8:5. εἰκών (eikon), ‘beeld’: het eigenlijke beeld, de afdruk die de zaak zelf laat zien; de wet heeft alleen de schaduw. πράγματα (pragmata), ‘dingen, zaken’: de zaken zelf. εἰς τὸ διηνεκές (eis to dienekes), ‘voor altijd, onafgebroken’: de woorden kunnen bij ‘aanbieden’ of bij ‘volmaken’ horen; wij zetten ze bij ‘volmaken’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: het doel bereiken, zoals in 7:19 en 9:9.

Zie ook Hebr. 7:19; Hebr. 8:5; Hebr. 9:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δύναται (dynatai), ‘kan zij’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2Zouden zij anders niet opgehouden zijn aangeboden te worden, omdat wie dienen, eenmaal gereinigd, geen geweten van zonden meer zouden hebben?
ἐπεὶ
(epei)
anders
οὐκ
(ouk)
niet
ἂν
(an)
zouden
ἐπαύσαντο
(epausanto)
zijn opgehouden
προσφερόμεναι
(prospheromenai)
aangeboden te worden
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
μηδεμίαν
(medemian)
geen
ἔχειν
(echein)
hebben
ἔτι
(eti)
nog
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
τοὺς
(tous)
degenen
λατρεύοντας
(latreuontas)
die dienen
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
κεκαθαρισμένους
(kekatharismenous)
gereinigd zijnd
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks stelt een vraag: ‘Zouden zij anders niet opgehouden zijn …?’

Wij houden de vraagvorm. συνείδησις ἁμαρτιῶν (syneidesis hamartion), ‘geweten van zonden’: het bewustzijn dat de zonden nog niet weggenomen zijn. κεκαθαρισμένους (kekatharismenous), ‘gereinigd’: voltooide vorm, een reiniging die blijft gelden; zie 9:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij κεκαθαρισμένους (kekatharismenous), ‘gereinigd’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

3Maar in die offers is er jaar na jaar een herinnering aan zonden.
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
αὐταῖς
(autais)
deze
ἀνάμνησις
(anamnesis)
herinnering
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
κατ’
(kat’)
per
ἐνιαυτόν
(eniauton)
jaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάμνησις (anamnesis), ‘herinnering’: elk jaar op de verzoendag worden de zonden weer in herinnering gebracht, zie Lev. 16:21, 34.

Zie ook Lev. 16:21; Lev. 16:34; Hebr. 9:7.

4Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.
ἀδύνατον
(adynaton)
onmogelijk
γὰρ
(gar)
want
αἷμα
(haima)
bloed
ταύρων
(tauron)
van stieren
καὶ
(kai)
en
τράγων
(tragon)
van bokken
ἀφαιρεῖν
(aphairein)
weg te nemen
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφαιρέω (afaireo), ‘wegnemen’: in vers 11 staat het sterkere περιαιρέω (periaireo), ‘volledig wegnemen, rondom wegdoen’.

Het bloed van stieren en bokken is dat van de verzoendag (Lev. 16:14–15).

Zie ook Lev. 16:14–15; Hebr. 9:13.

Het lichaam dat voor Hem bereid is

5Daarom zegt Hij, als Hij in de wereld komt: „Offer en offergave hebt U niet gewild, maar een lichaam hebt U voor Mij bereid.
διὸ
(dio)
daarom
εἰσερχόμενος
(eiserchomenos)
binnenkomend
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
λέγει
(legei)
zegt Hij
Θυσίαν
(Thysian)
offer
καὶ
(kai)
en
προσφορὰν
(prosphoran)
offergave
οὐκ
(ouk)
niet
ἠθέλησας
(ethelesas)
hebt U gewild
σῶμα
(soma)
lichaam
δὲ
(de)
maar
κατηρτίσω
(katertiso)
hebt U bereid
μοι
(moi)
voor Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf hier tot en met vers 7 een aanhaling van Ps. 40:7–9 (Hebreeuwse telling; NL 40:6–8).

Het is een toespraak van de Zoon, bij Zijn komst in de wereld: wij maken ze rood, met deze Uitleg.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Slachtoffer en graanoffer wilde U niet.

Oren hebt U voor mij gegraven.’

De Griekse tekst heeft: ‘Offer en offergave hebt U niet gewild, maar een lichaam hebt U voor Mij bereid’: dus θυσία en προσφορά (thysia, prosfora) voor ‘slachtoffer en graanoffer’, en σῶμα (soma), ‘lichaam’, voor ‘oren’. κατηρτίσω (kateartiso), ‘U hebt bereid’: ook ‘U hebt toegerust, klaargemaakt’.

Zie ook Ps. 40:7–9; Hebr. 2:12–13; Hebr. 10:10.

6In brandoffers en zondeoffers hebt U geen behagen gehad.
ὁλοκαυτώματα
(holokautomata)
brandoffers
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
εὐδόκησας
(eudokesas)
hebt U behagen gehad
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vervolg van Ps. 40:7.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Brandoffer en zondeoffer hebt U niet gevraagd’.

De Griekse tekst heeft εὐδόκησας (eudokesas), ‘U hebt behagen gehad’; het Hebreeuwse ‘gevraagd’ wordt hier ‘behagen gehad’. ὁλοκαύτωμα (holokautoma), ‘brandoffer’; περὶ ἁμαρτίας (peri hamartias), ‘voor zonde’, ‘zondeoffer’, zoals in Rom. 8:3.

Zie ook Ps. 40:7; Rom. 8:3.

7Toen zei Ik: ‘Zie, Ik ben gekomen. In de boekrol is over Mij geschreven. Ik kom om Uw wil te doen, Elohim.’”
τότε
(tote)
toen
εἶπον
(eipon)
zei Ik
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἥκω
(heko)
ben Ik gekomen
ἐν
(en)
in
κεφαλίδι
(kephalidi)
boekrol
βιβλίου
(bibliou)
van het boek
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
τοῦ
(tou)
om
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
τὸ
(to)
de
θέλημά
(thelema)
wil
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vervolg van Ps. 40:8–9.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Toen zei ik: Zie, ik ben gekomen.

In de boekrol staat over mij geschreven.

Om Uw wil te doen, mijn Elohim, heb ik lust.

Uw wet is diep in mijn binnenste.’

De Griekse tekst heeft hier ‘om te doen, Elohim, Uw wil’ en laat ‘heb ik lust’ en ‘Uw wet is diep in mijn binnenste’ weg; ‘mijn Elohim’ is ‘Elohim’. κεφαλίς (kefalis), ‘boekrol’: letterlijk ‘rolletje, roltop’. ἥκω (heko), ‘ik ben gekomen’.

De Zoon spreekt tot de Vader: ‘U’ en ‘Uw’, met hoofdletters.

Zie ook Ps. 40:8–9.

8Eerst zegt Hij: „Offers en offergaven en brandoffers en zondeoffers hebt U niet gewild, en U hebt er geen behagen in gehad.” Dat zijn offers die volgens de wet worden aangeboden.
ἀνώτερον
(anoteron)
eerder
λέγων
(legon)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Θυσίας
(Thysias)
offers
καὶ
(kai)
en
προσφορὰς
(prosphoras)
offergaven
καὶ
(kai)
en
ὁλοκαυτώματα
(holokautomata)
brandoffers
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
ἠθέλησας
(ethelesas)
hebt U gewild
οὐδὲ
(oude)
ook niet
εὐδόκησας
(eudokesas)
hebt U behagen gehad
αἵτινες
(haitines)
die
κατὰ
(kata)
volgens
νόμον
(nomon)
wet
προσφέρονται
(prospherontai)
worden aangeboden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνώτερον (anoteron), ‘eerder, hierboven’: de schrijver neemt de woorden van vers 5–6 nog eens op.

Hij zet de vier soorten offers naast elkaar.

Wij maken ook deze herhaling rood, omdat het de aangehaalde woorden van de Zoon zijn; de woorden ‘Dat zijn offers die volgens de wet worden aangeboden’ zijn van de schrijver (zwart).

Zie ook Ps. 40:7; Hebr. 10:5–6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij Θυσίας … προσφορὰς (Thysias … prosforas), ‘offers … offergaven’, en bij νόμον (nomon), ‘wet’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

9Daarna heeft Hij gezegd: „Zie, Ik ben gekomen om Uw wil te doen.” Hij neemt het eerste weg om het tweede te vestigen.
τότε
(tote)
toen
εἴρηκεν
(eireken)
heeft Hij gezegd
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἥκω
(heko)
ben Ik gekomen
τοῦ
(tou)
om
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
τὸ
(to)
de
θέλημά
(thelema)
wil
σου
(sou)
Uw
ἀναιρεῖ
(anairei)
neemt Hij weg
τὸ
(to)
het
πρῶτον
(proton)
eerste
ἵνα
(hina)
opdat
τὸ
(to)
het
δεύτερον
(deuteron)
tweede
στήσῃ
(stese)
Hij vestigt
Bron: SBLGNT
Uitleg

τότε εἴρηκεν (tote eireken), ‘toen heeft Hij gezegd’: de verleden tijd staat in de voltooide vorm. ἀναιρέω (anaireo), ‘wegnemen, afschaffen’.

‘Het eerste’ is het offeren van vers 8, ‘het tweede’ de wil van Elohim doen. ἵστημι (histemi), ‘vestigen, doen standhouden’.

De woorden ‘Hij neemt het eerste weg …’ zijn van de schrijver (zwart).

Zie ook Ps. 40:8–9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ποιῆσαι (poiesai), ‘te doen’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10In die wil zijn wij geheiligd door het aanbieden van het lichaam van Yeshua de Messias, eens voor altijd.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
die
θελήματι
(thelemati)
wil
ἡγιασμένοι
(hegiasmenoi)
geheiligd
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
προσφορᾶς
(prosphoras)
aanbieding
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ἐφάπαξ
(ephapax)
eens voor altijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: toewijden aan Elohim, afzonderen. ἡγιασμένοι ἐσμέν (hegiasmenoi esmen), ‘wij zijn geheiligd’: een toestand die blijft. προσφορά (prosfora), ‘aanbieding, offergave’: hier het aanbieden van het lichaam van de Messias. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: zoals in 7:27 en 9:12.

Zie ook Hebr. 7:27; Hebr. 9:12; Hebr. 10:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐσμέν (esmen), ‘wij zijn’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Eén offer voor altijd

11En elke priester staat wel dag na dag dienst te doen en dezelfde offers vaak aan te bieden. Die kunnen nooit zonden volledig wegnemen.
Καὶ
(Kai)
en
πᾶς
(pas)
elke
μὲν
(men)
wel
ἱερεὺς
(hiereus)
priester
ἕστηκεν
(hesteken)
staat
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
λειτουργῶν
(leitourgon)
dienst doend
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
αὐτὰς
(autas)
dezelfde
πολλάκις
(pollakis)
vaak
προσφέρων
(prospheron)
aanbiedend
θυσίας
(thysias)
offers
αἵτινες
(haitines)
die
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
δύνανται
(dynantai)
kunnen
περιελεῖν
(perielein)
volledig wegnemen
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἕστηκεν (hesteken), ‘staat’: de priester staat dienst te doen, tegenover de gezeten Zoon in vers 12. λειτουργέω (leitourgeo), ‘dienst doen’. καθ’ ἡμέραν (kath’ hemeran), ‘dag na dag’: dagelijks; de wet kent daarnaast het jaarlijkse offer van vers 3. περιαιρέω (periaireo), ‘volledig wegnemen’: zie bij vers 4.

Zie ook Hebr. 7:27; Exod. 29:38–42.

12Maar Deze heeft één offer voor zonden aangeboden en is voor altijd gaan zitten aan de rechterhand van Elohim,
οὗτος
(houtos)
Deze
δὲ
(de)
maar
μίαν
(mian)
één
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
προσενέγκας
(prosenenkas)
aangeboden hebbend
θυσίαν
(thysian)
offer
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
διηνεκὲς
(dienekes)
voortdurend
ἐκάθισεν
(ekathisen)
is gaan zitten
ἐν
(en)
aan
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen komma tussen ‘aangeboden’ en ‘voor altijd’: εἰς τὸ διηνεκές (eis to dienekes), ‘voor altijd’, kan bij ‘offer’ horen (een offer dat voor altijd geldt) of bij ‘gaan zitten’ (Hij zit voor altijd).

Wij zetten het bij ‘gaan zitten’; beide lezingen zijn mogelijk en passen bij vers 14. οὗτος (houtos), ‘Deze’: de Messias.

‘Aan de rechterhand van Elohim’: zie Ps. 110:1.

Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:3; Hebr. 8:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὗτος (houtos), ‘Deze’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13en wacht nu verder tot Zijn vijanden gelegd worden als voetbank voor Zijn voeten.
τὸ
(to)
het
λοιπὸν
(loipon)
overige
ἐκδεχόμενος
(ekdechomenos)
wachtend
ἕως
(heos)
totdat
τεθῶσιν
(tethosin)
worden gelegd
οἱ
(hoi)
de
ἐχθροὶ
(echthroi)
vijanden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὑποπόδιον
(hypopodion)
voetbank
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten, verwachten’. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’.

Toespeling op Ps. 110:1: ons OT-bestand heeft ‘totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten’.

Vergelijk Hebr. 1:13.

Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:13.

14Want met één offergave heeft Hij voor altijd hen volmaakt die geheiligd worden.
μιᾷ
(mia)
met één
γὰρ
(gar)
want
προσφορᾷ
(prosphora)
offergave
τετελείωκεν
(teteleioken)
heeft volmaakt
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
διηνεκὲς
(dienekes)
voortdurend
τοὺς
(tous)
degenen
ἁγιαζομένους
(hagiazomenous)
die geheiligd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

τετελείωκεν (teteleioken), ‘heeft volmaakt’: voltooide vorm, een volmaaktheid die blijft; ἁγιαζομένους (hagiazomenous), ‘die geheiligd worden’: een tegenwoordige tijd, het gaat om een voortgaande handeling.

Het Grieks laat open of dit ‘volmaken’ al volledig is of nog voortgaat; wij vertalen letterlijk.

Zie ook Hebr. 10:10.

Zie ookHeb 10:10
15Ook de Heilige Geest getuigt ons. Want nadat Hij gezegd heeft:
μαρτυρεῖ
(martyrei)
getuigt
δὲ
(de)
en
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
μετὰ
(meta)
na
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
εἰρηκέναι
(eirekenai)
gezegd hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘Want nadat Hij gezegd heeft’ (μετὰ γὰρ τὸ εἰρηκέναι, meta gar to eirekenai) en maakt de zin niet af: de hoofdzin (‘dan zegt Hij …’) ontbreekt, of de zin loopt door in vers 17.

Wij laten dat zo staan.

De Geest getuigt in de woorden van het Schriftcitaat dat volgt; zie vers 16.

Zie ook Hebr. 3:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij εἰρηκέναι (eirekenai), ‘gezegd hebben’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16„Dit is het verbond dat Ik na die dagen met hen zal sluiten, zegt Yahweh. Ik leg Mijn wetten op hun harten, en op hun gedachten zal Ik ze schrijven,
Αὕτη
(Haute)
dit
ἡ
(he)
het
διαθήκη
(diatheke)
verbond
ἣν
(hen)
dat
διαθήσομαι
(diathesomai)
Ik zal sluiten
πρὸς
(pros)
met
αὐτοὺς
(autous)
hen
μετὰ
(meta)
na
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἐκείνας
(ekeinas)
die
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
διδοὺς
(didous)
gevend
νόμους
(nomous)
wetten
μου
(mou)
Mijn
ἐπὶ
(epi)
op
καρδίας
(kardias)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
διάνοιαν
(dianoian)
gedachten
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπιγράψω
(epigrapso)
zal Ik schrijven
αὐτούς
(autous)
ze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Jer. 31:33–34 (zelfde telling in de app).

Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon: rood, met ‘zegt Yahweh’ zwart. κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft.

Zie ook 8:10–12.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik leg Mijn wet in hun binnenste, en op hun hart schrijf Ik haar’.

De Griekse tekst heeft hier ‘Mijn wetten op hun harten, en op hun gedachten zal Ik ze schrijven’; in 8:10 staat dezelfde aanhaling met ‘in hun gedachten’ en ‘op hun harten’.

Hier is het ‘verbond met hen’ (πρὸς αὐτούς, pros autous), in 8:10 ‘met het huis van Israël’.

Zie ook Jer. 31:33; Hebr. 8:10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τὴν διάνοιαν (ten dianoian), ‘de gedachten’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

17en aan hun zonden en hun wetteloosheden zal Ik beslist niet meer denken.”
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
ἀνομιῶν
(anomion)
wetteloosheden
αὐτῶν
(auton)
hun
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
μνησθήσομαι
(mnesthesomai)
zal Ik denken
ἔτι
(eti)
meer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Slot van de aanhaling uit Jer. 31:34.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal hun schuld vergeven, en aan hun zonde zal Ik niet meer denken’.

De Griekse tekst heeft ‘aan hun zonden en hun wetteloosheden zal Ik beslist niet meer denken’. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zoals Rom. 4:7 (Ps. 32:1).

Zie ook Jer. 31:34; Rom. 4:7; Hebr. 8:12.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, en bij μνησθήσομαι (mnesthesomai), ‘zal Ik denken’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

18Waar vergeving van deze dingen is, is er geen offergave voor zonde meer.
ὅπου
(hopou)
waar
δὲ
(de)
maar
ἄφεσις
(aphesis)
vergeving
τούτων
(touton)
van deze
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
προσφορὰ
(prosphora)
offergave
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’; οὐκέτι (ouketi), ‘niet meer’.

‘Van deze’ (τούτων, touton) zijn de zonden en wetteloosheden van vers 17.

Daarmee eindigt het betoog over het offer: waar vergeving is, is er geen offergave voor zonde meer nodig.

Zie ook Hebr. 8:12.

Laten wij naderen

19Daar wij dus, broers, vrijmoedigheid hebben voor de toegang tot het heiligdom door het bloed van Yeshua,
Ἔχοντες
(Echontes)
hebbend
οὖν
(oun)
dus
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
εἴσοδον
(eisodon)
toegang
τῶν
(ton)
van het
ἁγίων
(hagion)
heiligdom
ἐν
(en)
door
τῷ
(to)
het
αἵματι
(haimati)
bloed
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Met vers 19 begint het praktische deel. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente; zo ook in 13:22. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk spreken, vrije toegang. εἴσοδος (eisodos), ‘toegang’. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’, zoals in 8:2 en 9:24.

‘Door het bloed van Yeshua’ is het middel van de toegang.

De verzen 19–22 vormen één Griekse zin: ‘Daar wij … hebben … laten wij naderen.’

Zie ook Hebr. 4:16; Hebr. 9:12; Hebr. 9:24.

20een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons ingewijd heeft door de voorhang, dat wil zeggen Zijn vlees,
ἣν
(hen)
die
ἐνεκαίνισεν
(enekainisen)
heeft ingewijd
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
ὁδὸν
(hodon)
weg
πρόσφατον
(prosphaton)
nieuwe
καὶ
(kai)
en
ζῶσαν
(zosan)
levende
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
καταπετάσματος
(katapetasmatos)
voorhang
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft: ‘een nieuwe en levende weg die Hij voor ons ingewijd heeft door de voorhang, dat wil zeggen Zijn vlees’. πρόσφατος (prosfatos), ‘nieuw, vers’. ἐγκαινίζω (enkainizo), ‘inwijden’, zoals in 9:18. διὰ τοῦ καταπετάσματος (dia tou katapetasmatos), ‘door de voorhang’: het Grieks laat open of ‘Zijn vlees’ de voorhang is (die geopend wordt) of het middel waardoor de weg gaat.

De voorhang van het heiligdom: zie 6:19 en 9:3.

Zie ook Hebr. 6:19; Hebr. 9:3; Hebr. 9:8.

21en een grote priester over het huis van Elohim,
καὶ
(kai)
en
ἱερέα
(hierea)
priester
μέγαν
(megan)
grote
ἐπὶ
(epi)
over
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱερεὺς μέγας (hiereus megas), ‘grote priester’: dezelfde persoon als de ἀρχιερεύς, ‘hogepriester’ (4:14).

‘Het huis van Elohim’: zie 3:6.

Zie ook Hebr. 3:6; Hebr. 4:14.

22laten wij naderen met een waar hart, in volle zekerheid van geloof. Onze harten zijn besprenkeld en vrij van een boos geweten, en ons lichaam is gewassen met rein water.
προσερχώμεθα
(proserchometha)
laten wij naderen
μετὰ
(meta)
met
ἀληθινῆς
(alethines)
waar
καρδίας
(kardias)
hart
ἐν
(en)
in
πληροφορίᾳ
(plerophoria)
volle zekerheid
πίστεως
(pisteos)
van geloof
ῥεραντισμένοι
(rherantismenoi)
besprenkeld
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ἀπὸ
(apo)
van
συνειδήσεως
(syneideseos)
geweten
πονηρᾶς
(poneras)
boos
καὶ
(kai)
en
λελουσμένοι
(lelousmenoi)
gewassen
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ὕδατι
(hydati)
met water
καθαρῷ
(katharo)
rein
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσέρχομαι (proserchomai), ‘naderen’: het werkwoord van 4:16. πληροφορία (plerofhoria), ‘volle zekerheid’. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’: zie 9:13, 19, 21.

‘Rein water’ (ὕδωρ καθαρόν, hydor katharon) herinnert aan Ezech. 36:25 (‘Ik zal rein water over jullie sprenkelen’) en aan het wassen van de priesters in Lev. 8:6.

Het Grieks heeft de deelwoorden ‘besprenkeld’ en ‘gewassen’ bij het onderwerp ‘wij’; wij maken er twee korte zinnen van zonder iets toe te voegen.

Zie ook Ezech. 36:25; Lev. 8:6; Hebr. 4:16; Hebr. 9:13; Tit. 3:5.

23Laten wij de belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden, want Hij die beloofd heeft, is trouw.
κατέχωμεν
(katechomen)
laten wij vasthouden
τὴν
(ten)
de
ὁμολογίαν
(homologian)
belijdenis
τῆς
(tes)
van de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
ἀκλινῆ
(akline)
onwankelbaar
πιστὸς
(pistos)
trouw
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
Hij
ἐπαγγειλάμενος
(epangeilamenos)
die beloofd heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: zoals in 3:1 en 4:14. ἀκλινής (aklines), ‘onwankelbaar’: niet buigend, niet overhellend. ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’: ‘Hij die beloofd heeft’ is Elohim, zoals in 6:13–18.

Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 4:14; Hebr. 6:13–18.

24Laten wij op elkaar letten om elkaar aan te sporen tot liefde en goede werken,
καὶ
(kai)
en
κατανοῶμεν
(katanoomen)
laten wij letten op
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
εἰς
(eis)
tot
παροξυσμὸν
(paroxysmon)
aansporing
ἀγάπης
(agapes)
van liefde
καὶ
(kai)
en
καλῶν
(kalon)
goede
ἔργων
(ergon)
werken
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατανοέω (katanoeo), ‘letten op, aandachtig bekijken’. παροξυσμός (paroxysmos), ‘aansporing’: het Griekse woord wijst op een prikkel; hier ten goede, naar liefde en goede werken.

25en onze eigen samenkomst niet verlaten, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar bemoedigen. Doe dat des te meer, naarmate jullie de dag zien naderen.
μὴ
(me)
niet
ἐγκαταλείποντες
(enkataleipontes)
verlatend
τὴν
(ten)
de
ἐπισυναγωγὴν
(episynagogen)
samenkomst
ἑαυτῶν
(heauton)
onze eigen
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔθος
(ethos)
gewoonte
τισίν
(tisin)
bij sommigen
ἀλλὰ
(alla)
maar
παρακαλοῦντες
(parakalountes)
bemoedigend
καὶ
(kai)
en
τοσούτῳ
(tosouto)
zoveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ὅσῳ
(hoso)
naarmate
βλέπετε
(blepete)
jullie zien
ἐγγίζουσαν
(engizousan)
naderend
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπισυναγωγή (episynagoge), ‘samenkomst’: letterlijk ‘bijeenkomen’; zoals 2 Tess. 2:1 het ‘bijeenkomen bij Hem’ noemt.

‘Onze eigen samenkomst’: de samenkomst van de gelovigen onder elkaar.

‘De dag’ (ἡ ἡμέρα, he hemera) is de dag van de komst van de Heer, de ‘dag van de Heer’ uit de profeten; het Grieks zegt niet meer.

Het Grieks gaat hier van ‘wij’ over op ‘jullie’ (βλέπετε, blepete).

Zie ook 2 Tess. 2:1; 1 Kor. 3:13; 1 Tess. 5:4.

Opzettelijk zondigen

26Want als wij opzettelijk zondigen nadat wij de volle kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er voor zonden geen offer meer over,
Ἑκουσίως
(Hekousios)
opzettelijk
γὰρ
(gar)
want
ἁμαρτανόντων
(hamartanonton)
zondigend
ἡμῶν
(hemon)
wij
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
λαβεῖν
(labein)
ontvangen
τὴν
(ten)
de
ἐπίγνωσιν
(epignosin)
volle kennis
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ἀπολείπεται
(apoleipetai)
blijft over
θυσία
(thysia)
offer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑκουσίως (hekousios), ‘opzettelijk, vrijwillig’. ἁμαρτανόντων (hamartanonton), ‘zondigend’: een tegenwoordig deelwoord; het kan gaan om voortdurend, gewoontegetrouw zondigen. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’.

Het vers stelt opzettelijk zondigen tegenover zonden per vergissing (Lev. 4:2; zie ook 9:7); Num. 15:27–31 maakt hetzelfde onderscheid.

Zie ook 6:4–8.

Zie ook Hebr. 6:4–8; Num. 15:27–31; Lev. 4:2.

27maar wel een vreeswekkende verwachting van oordeel en een ijver van vuur, die de tegenstanders zal verteren.
φοβερὰ
(phobera)
vreeswekkende
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
enige
ἐκδοχὴ
(ekdoche)
verwachting
κρίσεως
(kriseos)
van oordeel
καὶ
(kai)
en
πυρὸς
(pyros)
van vuur
ζῆλος
(zelos)
ijver
ἐσθίειν
(esthiein)
te verteren
μέλλοντος
(mellontos)
die staat
τοὺς
(tous)
de
ὑπεναντίους
(hypenantious)
tegenstanders
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκδοχή (ekdoche), ‘verwachting, het uitzien’. φοβερός (foberos), ‘vreeswekkend’. ζῆλος πυρός (zelos pyros), ‘ijver van vuur’: de heilige ijver van Elohim, die als vuur is.

Het beeld herinnert aan Jes. 26:11 (‘het vuur voor Uw vijanden zal hen verteren’). ὑπεναντίος (hypenantios), ‘tegenstander’.

Zie ook Jes. 26:11; Hebr. 12:29.

28Wie de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, sterft zonder ontferming op het woord van twee of drie getuigen.
ἀθετήσας
(athetesas)
terzijde gesteld hebbend
τις
(tis)
iemand
νόμον
(nomon)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
χωρὶς
(choris)
zonder
οἰκτιρμῶν
(oiktirmon)
ontferming
ἐπὶ
(epi)
op
δυσὶν
(dysin)
twee
ἢ
(e)
of
τρισὶν
(trisin)
drie
μάρτυσιν
(martysin)
getuigen
ἀποθνῄσκει
(apothneskei)
sterft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀθετέω (atheteo), ‘terzijde stellen, verwerpen’: iets ongeldig verklaren. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘ontferming’.

De regel van de twee of drie getuigen staat in Deut. 17:6 (waar het om afgoderij gaat, Deut. 17:2–5) en Deut. 19:15.

Zie ook Deut. 17:2–7; Deut. 19:15.

29Hoeveel zwaardere straf, denken jullie, zal hij waard geacht worden? Hij heeft de Zoon van Elohim met voeten getreden. Hij heeft het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd is, als gewoon beschouwd. En hij heeft de Geest van de genade beledigd.
πόσῳ
(poso)
hoeveel
δοκεῖτε
(dokeite)
denken jullie
χείρονος
(cheironos)
zwaardere
ἀξιωθήσεται
(axiothesetai)
zal waard geacht worden
τιμωρίας
(timorias)
straf
ὁ
(ho)
hij die
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καταπατήσας
(katapatesas)
met voeten heeft getreden
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
κοινὸν
(koinon)
gewoon
ἡγησάμενος
(hegesamenos)
heeft geacht
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waardoor
ἡγιάσθη
(hegiasthe)
hij werd geheiligd
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
ἐνυβρίσας
(enybrisas)
heeft beledigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταπατέω (katapateo), ‘met voeten treden’. κοινός (koinos), ‘gewoon, onrein’: iets wat niet heilig is; zoals Rom. 14:14. ἡγιάσθη (hegiasthe), ‘hij werd geheiligd’: het Grieks laat open wie geheiligd is (de afvallige, zoals wij vertalen, of de Zoon); wij volgen de eerste lezing. ἐνυβρίζω (enybrizo), ‘beledigen, smaden’.

‘De Geest van de genade’ herinnert aan Zach. 12:10 (‘een geest van genade en smeking’). τιμωρία (timoria), ‘straf’.

Zie ook Zach. 12:10; Hebr. 6:6; Hebr. 9:13–14.

30Want wij kennen Hem die gezegd heeft: „Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden.” En opnieuw: „Yahweh zal Zijn volk oordelen.”
οἴδαμεν
(oidamen)
wij kennen
γὰρ
(gar)
want
τὸν
(ton)
Hem
εἰπόντα
(eiponta)
die gezegd heeft
Ἐμοὶ
(Emoi)
aan Mij
ἐκδίκησις
(ekdikesis)
wraak
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἀνταποδώσω
(antapodoso)
zal vergelden
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
opnieuw
Κρινεῖ
(Krinei)
zal oordelen
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Twee aanhalingen van Deut. 32:35–36 (Hebreeuwse telling; zelfde in NL).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Mij komen wraak en vergelding toe’.

De Griekse tekst heeft ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden’, zoals ook Rom. 12:19.

Het is een toespraak van Elohim in de eerste persoon: rood.

Het tweede citaat, ‘Yahweh zal Zijn volk oordelen’, is de aanhaling van Deut. 32:36 (ons Hebreeuws: ‘Yahweh zal recht doen aan Zijn volk’); hier spreekt de schrijver over Yahweh, dus zwart. κύριος is hier Yahweh. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘wraak’: ook ‘recht doen’, ‘vergelding’.

Zie ook Deut. 32:35–36; Rom. 12:19.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀνταποδώσω (antapodoso), ‘Ik zal vergelden’, een variant, en bij Κρινεῖ κύριος (Krinei kyrios), ‘Yahweh zal oordelen’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

31Het is vreselijk te vallen in de handen van de levende Elohim.
φοβερὸν
(phoberon)
vreselijk
τὸ
(to)
het
ἐμπεσεῖν
(empesein)
vallen
εἰς
(eis)
in
χεῖρας
(cheiras)
handen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ζῶντος
(zontos)
levende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμπίπτω (empipto), ‘vallen in’.

‘De handen van de levende Elohim’ herinnert aan 2 Sam. 24:14 (‘laat ons toch in de hand van Yahweh vallen’).

‘De levende Elohim’ staat ook in 3:12, 9:14 en 12:22.

Zie ook 2 Sam. 24:14; Hebr. 3:12.

Houd vol in het geloof

32Denk terug aan de vroegere dagen, waarin jullie, toen jullie verlicht waren, een zware strijd van lijden hebben doorstaan,
Ἀναμιμνῄσκεσθε
(Anamimneskesthe)
denk terug
δὲ
(de)
maar
τὰς
(tas)
de
πρότερον
(proteron)
vroegere
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἐν
(en)
in
αἷς
(hais)
welke
φωτισθέντες
(photisthentes)
verlicht geworden
πολλὴν
(pollen)
grote
ἄθλησιν
(athlesin)
strijd
ὑπεμείνατε
(hypemeinate)
hebben doorstaan
παθημάτων
(pathematon)
van lijden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναμιμνῄσκομαι (anamimnesko), ‘terugdenken aan, zich herinneren’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: zoals in 6:4. ἄθλησις (athlesis), ‘strijd’: het woord komt uit de wedstrijden; hier een strijd van lijden. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’, ‘doorstaan’.

Zie ook Hebr. 6:4.

Zie ookHeb 6:4
33enerzijds doordat jullie door smaad en verdrukkingen tot schouwspel gemaakt werden, anderzijds doordat jullie deelgenoten werden van hen die zo leefden.
τοῦτο
(touto)
dit
μὲν
(men)
enerzijds
ὀνειδισμοῖς
(oneidismois)
door smaad
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
θλίψεσιν
(thlipsesin)
verdrukkingen
θεατριζόμενοι
(theatrizomenoi)
tot schouwspel gemaakt
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
anderzijds
κοινωνοὶ
(koinonoi)
deelgenoten
τῶν
(ton)
van degenen
οὕτως
(houtos)
zo
ἀναστρεφομένων
(anastrephomenon)
die leefden
γενηθέντες
(genethentes)
geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεατρίζω (theatrizo), ‘tot schouwspel maken’: openlijk blootstellen, als in een theater (θέατρον). ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’; θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. κοινωνοί (koinonoi), ‘deelgenoten’.

Het Grieks heeft τοῦτο μέν … τοῦτο δέ (touto men … touto de), ‘dit enerzijds … dat anderzijds’.

34Want jullie hebben meegeleden met de gevangenen. De roof van jullie bezittingen hebben jullie met vreugde aanvaard, want jullie wisten dat jullie zelf een betere en blijvende bezitting hebben.
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
τοῖς
(tois)
met de
δεσμίοις
(desmiois)
gevangenen
συνεπαθήσατε
(synepathesate)
hebben meegeleden
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἁρπαγὴν
(harpagen)
roof
τῶν
(ton)
van de
ὑπαρχόντων
(hyparchonton)
bezittingen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μετὰ
(meta)
met
χαρᾶς
(charas)
vreugde
προσεδέξασθε
(prosedexasthe)
hebben aanvaard
γινώσκοντες
(ginoskontes)
wetend
ἔχειν
(echein)
te hebben
ἑαυτοὺς
(heautous)
zelf
κρείττονα
(kreittona)
betere
ὕπαρξιν
(hyparxin)
bezitting
καὶ
(kai)
en
μένουσαν
(menousan)
blijvende
Bron: SBLGNT
Uitleg

δέσμιος (desmios), ‘gevangene’; ἁρπαγή (harpage), ‘roof’; ὕπαρξις (hyparxis), ‘bezit’.

De brief zegt niet wie de gevangenen waren of wie de bezittingen roofde.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δεσμίοις (desmiois), ‘gevangenen’, ἑαυτούς (heautous), ‘zelf’, en ὕπαρξιν (hyparxin), ‘bezitting’, varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

35Werp dus jullie vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning heeft.
μὴ
(me)
niet
ἀποβάλητε
(apobalete)
werp weg
οὖν
(oun)
dus
τὴν
(ten)
de
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἥτις
(hetis)
die
ἔχει
(echei)
heeft
μεγάλην
(megalen)
grote
μισθαποδοσίαν
(misthapodosian)
beloning
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’, zoals in vers 19 en in 3:6. μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘beloning’: het uitbetaalde loon.

Zie ook Hebr. 3:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij μεγάλην μισθαποδοσίαν (megalen misthapodosian), ‘grote beloning’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

36Want jullie hebben volharding nodig, opdat jullie, wanneer jullie de wil van Elohim gedaan hebben, de belofte ontvangen.
ὑπομονῆς
(hypomones)
volharding
γὰρ
(gar)
want
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
χρείαν
(chreian)
nodig
ἵνα
(hina)
opdat
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ποιήσαντες
(poiesantes)
gedaan hebbend
κομίσησθε
(komisesthe)
jullie ontvangt
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; κομίζομαι (komizomai), ‘ontvangen, verkrijgen’.

‘De belofte’ is de belofte van Elohim, zoals in 6:12–15 en 11:39.

Zie ook Hebr. 6:12; Hebr. 11:39.

37Want „nog een zeer korte tijd, en Hij die komt, zal komen en niet talmen.
ἔτι
(eti)
nog
γὰρ
(gar)
want
μικρὸν
(mikron)
zeer korte tijd
ὅσον
(hoson)
zo
ὅσον
(hoson)
zo
ὁ
(ho)
Hij
ἐρχόμενος
(erchomenos)
die komt
ἥξει
(hexei)
zal komen
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
χρονίσει
(chronisei)
zal talmen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf hier tot en met vers 38 een aanhaling uit Hab. 2:3–4 (Hebreeuwse telling; zelfde in NL), met bijvoeging van ‘nog een zeer korte tijd’ (ὅσον ὅσον, hoson hoson), een uitdrukking als in Jes. 26:20 (‘voor heel even’).

Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon (Hab. 2:2: ‘Yahweh antwoordde mij’): wij maken ze rood.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Als het draalt, wacht erop, want het komt zeker, het komt niet te laat’ (het visioen).

De Griekse tekst heeft: ‘Hij die komt, zal komen en niet talmen’: een persoon, ὁ ἐρχόμενος (ho erchomenos), ‘Hij die komt’. χρονίζω (chronizo), ‘talmen, uitblijven’.

Zie ook Hab. 2:3; Jes. 26:20; Matt. 11:3.

38Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven. En als hij terugdeinst, heeft Mijn ziel geen behagen in hem.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
δίκαιός
(dikaios)
rechtvaardige
μου
(mou)
Mijn
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ζήσεται
(zesetai)
zal leven
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
ὑποστείληται
(hyposteiletai)
hij terugdeinst
οὐκ
(ouk)
niet
εὐδοκεῖ
(eudokei)
behagen heeft
ἡ
(he)
de
ψυχή
(psyche)
ziel
μου
(mou)
Mijn
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vervolg van Hab. 2:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Zie, opgeblazen, niet recht is zijn ziel in hem.

Maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.’

De Griekse tekst zet de zinsdelen in een andere volgorde: ‘Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven, en als hij terugdeinst, heeft Mijn ziel geen behagen in hem’.

Hij voegt ‘Mijn’ toe bij ‘rechtvaardige’, heeft ‘geloof’ (πίστις, pistis) waar ons Hebreeuws ‘trouw’ (אֱמוּנָה, emunah) heeft en ‘Mijn ziel’ waar het Hebreeuws ‘zijn ziel’ heeft. ὑποστέλλω (hypostello), ‘terugdeinzen, zich terugtrekken’.

Zie ook Rom. 1:17 en Gal. 3:11, waar dezelfde woorden zonder ‘Mijn’ staan.

Zie ook Hab. 2:4; Rom. 1:17; Gal. 3:11.

Lezing

De SBLGNT markeert bij μου (mou), ‘Mijn’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

39Wij echter horen niet bij het terugdeinzen dat tot verderf leidt, maar bij het geloof dat de ziel behoudt.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσμὲν
(esmen)
zijn
ὑποστολῆς
(hypostoles)
van het terugdeinzen
εἰς
(eis)
tot
ἀπώλειαν
(apoleian)
verderf
ἀλλὰ
(alla)
maar
πίστεως
(pisteos)
van geloof
εἰς
(eis)
tot
περιποίησιν
(peripoiesin)
behoud
ψυχῆς
(psyches)
van de ziel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποστολή (hypostole), ‘het terugdeinzen’; ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’; περιποίησις (peripoiesis), ‘behoud, verwerving’; ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’, het hele mensenleven.

Het Grieks heeft ‘wij zijn niet van het terugdeinzen tot verderf, maar van het geloof tot behoud van de ziel’; wij vertalen ‘horen niet bij … maar bij …’.

Zie ook Hebr. 10:38.

Zie ookHeb 10:38