Elohim Bijbel

Psalmen 86

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

U bent goed en vergevensgezind

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een gebed van David

1Een gebed van David. Neig Uw oor, Yahweh, en antwoord mij, want ik ben ellendig en arm.
תְּפִלָּ֗ה
(tefila)
gebed
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
הַטֵּֽה
(hate)
neig
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אָזְנְךָ֣
(azenekha)
Uw oor
עֲנֵ֑נִי
(aneni)
antwoord mij
כִּֽי
(ki)
want
עָנִ֖י
(ani)
ellendig
וְאֶבְי֣וֹן
(veevyon)
en arm
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’: als opschrift zegt het hoe de psalm bedoeld is.

Wat het als soort psalm betekent, is onzeker.

עָנִי וְאֶבְיוֹן (ani veevyon), ‘ellendig en arm’: zie ook Ps. 40:18; 109:22.

2Bewaar mijn ziel, want ik ben getrouw. Red Uw dienaar, U, mijn Elohim, die op U vertrouwt.
שָֽׁמְרָ֣ה
(shamera)
bewaar
נַפְשִׁי֮
(nafshi)
mijn ziel
כִּֽי
(ki)
want
חָסִ֪יד
(chasid)
getrouwe
אָ֥נִי
(ani)
ik
הוֹשַׁ֣ע
(hosha)
red
עַ֭בְדְּךָ
(avdekha)
Uw dienaar
אַתָּ֣ה
(ata)
U
אֱלֹהַ֑י
(elohay)
mijn Elohim
הַבּוֹטֵ֥חַ
(haboteach)
die vertrouwt
אֵלֶֽיךָ
(eleikha)
op U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon.

חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: wie in verbondstrouw (chesed) leeft.

3Wees mij genadig, mijn Heer, want tot U roep ik de hele dag.
חָנֵּ֥נִי
(chaneni)
wees genadig voor mij
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
כִּ֥י
(ki)
want
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
tot U
אֶ֝קְרָ֗א
(eqra)
ik roep
כָּל
(kal)
heel
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: zo spreekt de dichter Yahweh aan.

Het woord komt in deze psalm zeven keer voor (verzen 3, 4, 5, 8, 9, 12 en 15).

חָנַן (chanan), ‘genadig zijn’.

4Verblijd de ziel van Uw dienaar, want tot U, mijn Heer, hef ik mijn ziel op.
שַׂ֭מֵּחַ
(sameach)
verblijd
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
de ziel van
עַבְדֶּ֑ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
כִּ֥י
(ki)
want
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
tot U
אֲ֝דֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
נַפְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
אֶשָּֽׂא
(esa)
ik hef op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

U bent goed en vergevensgezind

5Want U, mijn Heer, bent goed en vergevensgezind, rijk aan trouw voor allen die U aanroepen.
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֣ה
(ata)
U
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
ט֣וֹב
(tov)
goed
וְסַלָּ֑ח
(vesalach)
en vergevend
וְרַב
(verav)
en rijk aan
חֶ֝֗סֶד
(chesed)
trouw
לְכָל
(lekhal)
voor allen
קֹרְאֶֽיךָ
(qoreeikha)
die U aanroepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

סַלָּח (sallach), ‘vergevensgezind’: iemand die graag vergeeft.

6Luister, Yahweh, naar mijn gebed. Let op de stem van mijn smeekbeden.
הַאֲזִ֣ינָה
(haazina)
luister
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
תְּפִלָּתִ֑י
(tefilati)
naar mijn gebed
וְ֝הַקְשִׁ֗יבָה
(vehaqshiva)
en let op
בְּק֣וֹל
(beqol)
de stem van
תַּחֲנוּנוֹתָֽי
(tachanunotay)
mijn smeekbeden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Op de dag van mijn nood roep ik U aan, want U antwoordt mij.
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
צָ֭רָתִ֥י
(tsarati)
mijn nood
אֶקְרָאֶ֗ךָּ
(eqraeka)
ik roep U aan
כִּ֣י
(ki)
want
תַעֲנֵֽנִי
(taaneni)
U antwoordt mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Er is niemand als U

8Er is niemand als U onder de goden, mijn Heer, en niets is als Uw werken.
אֵין
(ein)
er is niet
כָּמ֖וֹךָ
(kamokha)
zoals U
בָאֱלֹהִ֥ים
(baelohim)
onder de goden
אֲדֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
כְּֽמַעֲשֶֽׂיךָ
(kemaaseikha)
zoals Uw werken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָאֱלֹהִים (ba-Elohim), ‘onder de goden’: de goden van de volken.

Vergelijk Exod. 15:11 en Ps. 82:1.

9Alle volken die U gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U neerbuigen, mijn Heer. Zij zullen Uw naam eren.
כָּל
(kal)
alle
גּוֹיִ֤ם
(goyim)
volken
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
עָשִׂ֗יתָ
(asita)
U gemaakt hebt
יָב֤וֹאוּ
(yavou)
zullen komen
וְיִשְׁתַּחֲו֣וּ
(veyishtachavu)
en zich neerbuigen
לְפָנֶ֣יךָ
(lefaneikha)
voor U
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
וִֽיכַבְּד֣וּ
(vikhabedu)
en zullen eren
לִשְׁמֶֽךָ
(lishmekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Want U bent groot en doet wonderen. U alleen bent Elohim.
כִּֽי
(ki)
want
גָד֣וֹל
(gadol)
groot
אַ֭תָּה
(ata)
U
וְעֹשֵׂ֣ה
(veose)
en doend
נִפְלָא֑וֹת
(niflaot)
wonderen
אַתָּ֖ה
(ata)
U
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
לְבַדֶּֽךָ
(levadekha)
U alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Leer mij Uw weg

11Leer mij Uw weg, Yahweh; ik zal wandelen in Uw waarheid. Verenig mijn hart, om Uw naam te vrezen.
ה֘וֹרֵ֤נִי
(horeni)
leer mij
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
דַּרְכֶּ֗ךָ
(darkekha)
Uw weg
אֲהַלֵּ֥ךְ
(ahalekh)
ik zal wandelen
בַּאֲמִתֶּ֑ךָ
(baamitekha)
in Uw waarheid
יַחֵ֥ד
(yached)
verenig
לְ֝בָבִ֗י
(levavi)
mijn hart
לְיִרְאָ֥ה
(leyira)
om te vrezen
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַחֵד לְבָבִי (yached levavi), ‘verenig mijn hart’: een ongedeeld hart.

Zie ook Jer. 32:39.

12Ik wil U danken, mijn Heer, mijn Elohim, met heel mijn hart, en Uw naam eren voor eeuwig.
אוֹדְךָ֤
(odekha)
ik wil danken
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
mijn Heer
אֱ֭לֹהַי
(elohay)
mijn Elohim
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבִ֑י
(levavi)
mijn hart
וַאֲכַבְּדָ֖ה
(vaakhabeda)
en ik zal eren
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Want Uw trouw is groot over mij. U hebt mijn ziel bevrijd uit de laagste Sjeol.
כִּֽי
(ki)
want
חַ֭סְדְּךָ
(chasdekha)
Uw trouw
גָּד֣וֹל
(gadol)
groot
עָלָ֑י
(alay)
over mij
וְהִצַּ֥לְתָּ
(vehitsalta)
en U hebt bevrijd
נַ֝פְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
מִשְּׁא֥וֹל
(misheol)
uit Sjeol
תַּחְתִּיָּֽה
(tachtiya)
de laagste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל תַּחְתִּיָּה (she’ol tachtiyyah), ‘de laagste Sjeol’: Sjeol is de plaats van de doden.

Zie ook Deut. 32:22.

Overmoedigen staan tegen mij op

14Elohim, overmoedigen zijn tegen mij opgestaan, en een bende van geweldenaars zoekt mijn ziel. Zij hebben U niet voor ogen.
אֱלֹהִ֤ים
(Elohim)
Elohim
זֵ֘דִ֤ים
(zedim)
overmoedigen
קָֽמוּ
(qamu)
zijn opgestaan
עָלַ֗י
(alay)
tegen mij
וַעֲדַ֣ת
(vaadat)
en bende van
עָ֭רִיצִים
(aritsim)
geweldenaars
בִּקְשׁ֣וּ
(biqshu)
zoeken
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
וְלֹ֖א
(velo)
en niet
שָׂמ֣וּךָ
(samukha)
zij hebben U gesteld
לְנֶגְדָּֽם
(lenegdam)
voor zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲדַת עָרִיצִים (adat aritsim), ‘een bende van geweldenaars’: עֵדָה (edah) is elders ‘gemeenschap’, in Ps. 82:1 ‘raad’; hier gaat het om een rovershoop.

15Maar U, mijn Heer, bent een El, barmhartig en genadig, langzaam tot toorn, rijk aan trouw en waarheid.
וְאַתָּ֣ה
(veata)
maar U
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
אֵל
(el)
El
רַח֣וּם
(rachum)
barmhartig
וְחַנּ֑וּן
(vechanun)
en genadig
אֶ֥רֶךְ
(erekh)
langzaam van
אַ֝פַּ֗יִם
(apayim)
toorn
וְרַב
(verav)
en rijk aan
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw
וֶאֱמֶֽת
(veemet)
en waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers herhaalt de woorden van Yahweh over Zichzelf in Exod. 34:6.

Zie ook Num. 14:18; Ps. 103:8; Joël 2:13.

16Wend U tot mij en wees mij genadig. Geef Uw sterkte aan Uw dienaar en red de zoon van Uw dienares.
פְּנֵ֥ה
(pene)
wend U
אֵלַ֗י
(elay)
tot mij
וְחָ֫נֵּ֥נִי
(vechaneni)
en wees genadig voor mij
תְּנָֽה
(tena)
geef
עֻזְּךָ֥
(uzekha)
Uw sterkte
לְעַבְדֶּ֑ךָ
(leavdekha)
aan Uw dienaar
וְ֝הוֹשִׁ֗יעָה
(vehoshia)
en red
לְבֶן
(leven)
de zoon van
אֲמָתֶֽךָ
(amatekha)
Uw dienares
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּן־אֲמָתֶךָ (ben amatecha), ‘zoon van Uw dienares’: iemand die in het huis geboren is.

Zie ook Ps. 116:16.

17Doe een teken ten goede voor mij. Dan zien wie mij haten het en worden zij beschaamd, omdat U, Yahweh, mij geholpen en getroost hebt.
עֲשֵֽׂה
(ase)
doe
עִמִּ֥י
(imi)
met mij
א֗וֹת
(ot)
teken
לְט֫וֹבָ֥ה
(letova)
ten goede
וְיִרְא֣וּ
(veyiru)
en zullen zien
שֹׂנְאַ֣י
(soneay)
wie mij haten
וְיֵבֹ֑שׁוּ
(veyevoshu)
en zullen beschaamd worden
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֥ה
(ata)
U
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
עֲזַרְתַּ֥נִי
(azartani)
hebt geholpen mij
וְנִחַמְתָּֽנִי
(venichamtani)
en getroost mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוֹת לְטוֹבָה (ot letovah), ‘een teken ten goede’: een zichtbaar bewijs van Yahweh’s hulp.