Elohim Bijbel

Psalmen 140

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Bevrijd mij van de man van geweld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

Bevrijd mij van de man van geweld

2Bevrijd mij, Yahweh, van de kwade mens. Behoed mij voor de man van geweld.
חַלְּצֵ֣נִי
(chaletseni)
bevrijd mij
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מֵאָדָ֣ם
(meadam)
van mensen
רָ֑ע
(ra)
kwade
מֵאִ֖ישׁ
(meish)
van de man van
חֲמָסִ֣ים
(chamasim)
gewelddaden
תִּנְצְרֵֽנִי
(tintsereni)
behoed mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָמָס (chamas), ‘geweld’: onrecht met kracht, vaak tegen zwakken.

‘Man van geweld’ is een man die het geweld tot zijn manier van leven heeft gemaakt.

3Zij bedenken in hun hart kwaad. Elke dag roepen zij oorlogen op.
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
חָשְׁב֣וּ
(chashevu)
zij bedenken
רָע֣וֹת
(raot)
kwaad
בְּלֵ֑ב
(belev)
in het hart
כָּל
(kal)
elke
י֝֗וֹם
(yom)
dag
יָג֥וּרוּ
(yaguru)
zij roepen op
מִלְחָמֽוֹת
(milchamot)
oorlogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Zij scherpen hun tong als een slang. Het gif van de adder is onder hun lippen. Sela.
שָֽׁנֲנ֣וּ
(shananu)
zij scherpen
לְשׁוֹנָם֮
(leshonam)
hun tong
כְּֽמוֹ
(kemo)
als
נָ֫חָ֥שׁ
(nachash)
een slang
חֲמַ֥ת
(chamat)
gif van
עַכְשׁ֑וּב
(akhshuv)
een adder
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
שְׂפָתֵ֣ימוֹ
(sefateimo)
hun lippen
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker; het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

עַכְשׁוּב (akshuv), ‘adder’: een giftige slang. Het woord komt alleen hier voor.

5Behoed mij, Yahweh, voor de handen van de goddeloze. Bescherm mij tegen de man van geweld; zij zijn van plan mijn voeten omver te stoten.
שָׁמְרֵ֤נִי
(shamereni)
behoed mij
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
מִ֘ידֵ֤י
(midei)
van de handen van
רָשָׁ֗ע
(rasha)
de goddeloze
מֵאִ֣ישׁ
(meish)
van de man van
חֲמָסִ֣ים
(chamasim)
gewelddaden
תִּנְצְרֵ֑נִי
(tintsereni)
bescherm mij
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
חָ֝שְׁב֗וּ
(chashevu)
zij hebben besloten
לִדְח֥וֹת
(lidchot)
om omver te stoten
פְּעָמָֽי
(peamay)
mijn voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6De trotsen hebben een valstrik voor mij verborgen, en touwen. Zij hebben een net uitgespreid langs het pad. Strikken hebben zij voor mij gezet. Sela.
טָֽמְנֽוּ
(tamenu)
zij hebben verborgen
גֵאִ֨ים
(geim)
trotsen
פַּ֡ח
(pach)
een valstrik
לִ֗י
(li)
voor mij
וַחֲבָלִ֗ים
(vachavalim)
en touwen
פָּ֣רְשׂוּ
(paresu)
zij hebben uitgespreid
רֶ֭שֶׁת
(reshet)
een net
לְיַד
(leyad)
langs
מַעְגָּ֑ל
(magal)
het pad
מֹקְשִׁ֖ים
(moqeshim)
strikken
שָֽׁתוּ
(shatu)
zij hebben gezet
לִ֣י
(li)
voor mij
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּאִים (ge’im), ‘de trotsen’: mensen die hoog van zichzelf denken.

מַעְגָּל (ma’gal), ‘pad’: een spoor of karrenspoor.

Een valstrik, touwen, een net en strikken: vier beelden van een jager.

Ik zei tegen Yahweh: U bent mijn El

7Ik zei tegen Yahweh: „U bent mijn El.” Luister, Yahweh, naar de stem van mijn smeking.
אָמַ֣רְתִּי
(amarti)
ik zei
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
tegen Yahweh
אֵ֣לִי
(eli)
mijn El
אָ֑תָּה
(ata)
U
הַאֲזִ֥ינָה
(haazina)
luister
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
ק֣וֹל
(qol)
naar de stem van
תַּחֲנוּנָֽי
(tachanunay)
mijn smeking
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Yahweh, mijn Heer, kracht van mijn redding, U hebt mijn hoofd bedekt op de dag van de strijd.
יְהֹוִ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
עֹ֣ז
(oz)
kracht van
יְשׁוּעָתִ֑י
(yeshuati)
mijn redding
סַכֹּ֥תָה
(sakota)
U hebt bedekt
לְ֝רֹאשִׁ֗י
(leroshi)
mijn hoofd
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
נָֽשֶׁק
(nasheq)
de strijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: aanspreking van Yahweh.

Hier staat het naast Yahweh.

נֶשֶׁק (nesheq), ‘strijd’: letterlijk ‘wapens’; de dag waarop de wapens spreken.

9Geef, Yahweh, de verlangens van de goddeloze niet toe. Laat zijn plan niet slagen, anders verheffen zij zich. Sela.
אַל
(al)
niet
תִּתֵּ֣ן
(titen)
geef
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מַאֲוַיֵּ֣י
(maavayei)
de verlangens van
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
זְמָמ֥וֹ
(zemamo)
zijn plan
אַל
(al)
niet
תָּ֝פֵ֗ק
(tafeq)
laat slagen
יָר֥וּמוּ
(yarumu)
zij verheffen zich
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het laatste woord (yarumu) sluit aan op ‘laat zijn plan niet slagen’.

Het kan ook luiden: ‘laat hen zich niet verheffen’.

De zin is moeilijk; wij volgen de woordvolgorde.

Moge het kwaad hen treffen

10Wat het hoofd betreft van hen die mij omringen: moge het onheil van hun eigen lippen hen bedekken.
רֹ֥אשׁ
(rosh)
hoofd van
מְסִבָּ֑י
(mesibay)
die mij omringen
עֲמַ֖ל
(amal)
onheil van
שְׂפָתֵ֣ימוֹ
(sefateimo)
hun lippen
יְכַסֵּֽמוֹ
(yekhasemo)
moge hen bedekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יכסומו (yechasumo), ‘zij bedekken hen’ (meervoud); de te lezen vorm (qere) is יְכַסֵּמוֹ (yekassemo), ‘het bedekke hen’ (enkelvoud, met ‘onheil’ als onderwerp).

Wij volgen de qere.

11Mogen kolen op hen neerstorten. Moge Hij hen in het vuur laten vallen, in diepe kuilen, zodat zij niet meer opstaan.
יִמּ֥וֹטוּ
(yimotu)
mogen neerstorten
עֲלֵיהֶ֗ם
(aleihem)
op hen
גֶּֽחָ֫לִ֥ים
(gechalim)
kolen
בָּאֵ֥שׁ
(baesh)
in het vuur
יַפִּלֵ֑ם
(yapilem)
moge Hij hen laten vallen
בְּ֝מַהֲמֹר֗וֹת
(bemahamorot)
in diepe kuilen
בַּֽל
(bal)
niet
יָקֽוּמוּ
(yaqumu)
zij staan op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַהֲמֹרוֹת (mahamorot), ‘diepe kuilen’: een woord dat alleen hier voorkomt; de betekenis is onzeker.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יָמִיטוּ (yamitu), ‘zij laten neervallen’; de te lezen vorm (qere) is יִמּוֹטוּ (yimmotu), ‘mogen zij wankelen, neerstorten’.

Wij volgen de qere.

12Een man van de tong zal niet standhouden in het land. De man van geweld: het kwaad jaagt op hem tot hij wordt neergestoten.
אִ֥ישׁ
(ish)
man van
לָשׁוֹן֮
(lashon)
tong
בַּל
(bal)
niet
יִכּ֪וֹן
(yikon)
zal standhouden
בָּ֫אָ֥רֶץ
(baarets)
in het land
אִישׁ
(ish)
man van
חָמָ֥ס
(chamas)
geweld
רָ֑ע
(ra)
kwaad
יְ֝צוּדֶ֗נּוּ
(yetsudenu)
zal hem jagen
לְמַדְחֵפֹֽת
(lemadchefot)
tot hij wordt neergestoten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִישׁ לָשׁוֹן (ish lashon), ‘man van de tong’: iemand die met zijn tong kwaad doet, een lasteraar of grootspreker.

לְמַדְחֵפֹת (lemadchefot), ‘tot hij wordt neergestoten’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker.

Het kan ook ‘met stoten’ betekenen.

Yahweh voert het pleit van de ellendige

13Ik weet dat Yahweh de zaak van de ellendige voert en het recht van de armen.
יָדַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּֽי
(ki)
dat
יַעֲשֶׂ֣ה
(yaase)
zal voeren
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
דִּ֣ין
(din)
zaak van
עָנִ֑י
(ani)
de ellendige
מִ֝שְׁפַּ֗ט
(mishpat)
recht van
אֶבְיֹנִֽים
(evyonim)
de armen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: het recht dat armen toekomt.

דִּין (din), ‘zaak’: de rechtszaak.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יָדַעְתָּ (yada’ta), ‘U weet’; de te lezen vorm (qere) is יָדַעְתִּי (yada’ti), ‘ik weet’.

Wij volgen de qere.

14Ja, de rechtvaardigen zullen Uw naam danken. De oprechten zullen wonen voor Uw aangezicht.
אַ֣ךְ
(akh)
ja
צַ֭דִּיקִים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יוֹד֣וּ
(yodu)
zullen danken
לִשְׁמֶ֑ךָ
(lishmekha)
Uw naam
יֵשְׁב֥וּ
(yeshevu)
zullen wonen
יְ֝שָׁרִ֗ים
(yesharim)
oprechten
אֶת
(et)
(obj.)
פָּנֶֽיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)