Elohim Bijbel

Jakobus 1

12345

Beproevingen, wijsheid en volharding; horen en doen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Jakobus, knecht van Elohim en van de Heer Yeshua de Messias, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: vreugde!
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καὶ
(kai)
en
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
δοῦλος
(doulos)
knecht
ταῖς
(tais)
aan de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
φυλαῖς
(phylais)
stammen
ταῖς
(tais)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
διασπορᾷ
(diaspora)
verstrooiing
χαίρειν
(chairein)
vreugde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰάκωβος (Iakobos), ‘Jakobus’: de Griekse vorm van Jakob.

In het Nieuwe Testament dragen meer mannen deze naam (Matt. 10:2–3; Hand. 12:2; 15:13).

De brief zegt niet welke Jakobus de schrijver is; hij noemt zich alleen ‘knecht’ (δοῦλος, doulos).

χαίρειν (chairein), ‘vreugde’ of ‘wees gegroet’: de gewone groet aan het begin van een Griekse brief. Het woord hoort bij χαρά (chara), ‘vreugde’, in vers 2. Vergelijk de groet in Hand. 15:23.

διασπορά (diaspora), ‘verstrooiing’: het wonen verspreid buiten het eigen land; vergelijk Joh. 7:35. De twaalf stammen zijn de twaalf stammen van Israël.

Zie ook Hand. 15:23; Joh. 7:35.

Beproevingen brengen volharding

2Beschouw het als volkomen vreugde, mijn broers, wanneer jullie in allerlei beproevingen terechtkomen.
Πᾶσαν
(Pasan)
alle
χαρὰν
(charan)
vreugde
ἡγήσασθε
(hegesasthe)
beschouw het als
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ὅταν
(hotan)
wanneer
πειρασμοῖς
(peirasmois)
in beproevingen
περιπέσητε
(peripesete)
jullie terechtkomen
ποικίλοις
(poikilois)
allerlei
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters.

Wij houden ‘broers’, zoals in Handelingen; ἀδελφοί μου is ‘mijn broers’.

Waar het Grieks een broer of zuster als familie bedoelt, blijft het ‘broer’ of ‘zuster’ (zie 2:15).

πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’. Wij vertalen het zelfstandig naamwoord met ‘beproeving’ en het werkwoord πειράζω (peirazo) met ‘op de proef stellen’ (1:13–14). ποικίλος (poikilos), ‘allerlei’: veelkleurig, van velerlei soort. πᾶσαν χαράν (pasan charan), letterlijk ‘alle vreugde’: volkomen vreugde.

3Jullie weten dat de toetsing van jullie geloof volharding voortbrengt.
γινώσκοντες
(ginoskontes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
de
δοκίμιον
(dokimion)
toetsing
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
κατεργάζεται
(katergazetai)
brengt voort
ὑπομονήν
(hypomonen)
volharding
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκίμιον (dokimion), ‘toetsing’: het toetsen of iets echt is, en wat daaruit blijkt. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: standvastig blijven onder druk; zie Luc. 8:15.

Zie ook Luc. 8:15.

Zie ookLuc 8:15
4Maar laat de volharding een volmaakt werk hebben, zodat jullie volmaakt en volledig zijn en in niets tekortschieten.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ὑπομονὴ
(hypomone)
volharding
ἔργον
(ergon)
werk
τέλειον
(teleion)
volmaakt
ἐχέτω
(echeto)
laat hebben
ἵνα
(hina)
opdat
ἦτε
(ete)
jullie zijn
τέλειοι
(teleioi)
volmaakt
καὶ
(kai)
en
ὁλόκληροι
(holokleroi)
volledig
ἐν
(en)
in
μηδενὶ
(medeni)
niets
λειπόμενοι
(leipomenoi)
tekortschietend
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: volledig, tot het doel gekomen. ὁλόκληρος (holokleros), ‘volledig’: geheel, zonder gebrek.

Wijsheid vragen zonder te twijfelen

5Als iemand van jullie wijsheid tekortkomt, laat hij die vragen aan Elohim, die aan allen ruimhartig geeft en niet verwijt. En het zal hem gegeven worden.
Εἰ
(Ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
λείπεται
(leipetai)
tekortkomt
σοφίας
(sophias)
aan wijsheid
αἰτείτω
(aiteito)
laat hij vragen
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
διδόντος
(didontos)
gevende
θεοῦ
(theou)
Elohim
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
ἁπλῶς
(haplos)
ruimhartig
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὀνειδίζοντος
(oneidizontos)
verwijtend
καὶ
(kai)
en
δοθήσεται
(dothesetai)
zal gegeven worden
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁπλῶς (haplos), ‘ruimhartig’: letterlijk ‘eenvoudig’, dus zonder bijbedoeling of voorbehoud.

Het staat tegenover de man met een verdeeld hart in vers 8. ὀνειδίζω (oneidizo), ‘verwijten’: iemand voor een gift vernederen.

Zie ook Spr. 2:6.

6Maar laat hij vragen in geloof, zonder enige twijfel. Want wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt voortgedreven en heen en weer geslingerd.
αἰτείτω
(aiteito)
laat hij vragen
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
μηδὲν
(meden)
niets
διακρινόμενος
(diakrinomenos)
twijfelend
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
διακρινόμενος
(diakrinomenos)
twijfelende
ἔοικεν
(eoiken)
lijkt op
κλύδωνι
(klydoni)
een golf
θαλάσσης
(thalasses)
van de zee
ἀνεμιζομένῳ
(anemizomeno)
door de wind gedreven
καὶ
(kai)
en
ῥιπιζομένῳ
(rhipizomeno)
heen en weer geslingerd
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: letterlijk ‘een onderscheid maken in zichzelf’.

Hetzelfde werkwoord staat in 2:4 (‘onderscheid maken’).

7Want die mens moet niet denken dat hij iets van Yahweh zal ontvangen.
μὴ
(me)
niet
γὰρ
(gar)
want
οἰέσθω
(oiestho)
laat denken
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
ὅτι
(hoti)
dat
λήμψεταί
(lempsetai)
hij zal ontvangen
τι
(ti)
iets
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios): hier is de gever van de wijsheid bedoeld, dus Elohim (vers 5).

Wij schrijven daarom ‘Yahweh’.

Het Grieks kan ook de Heer Yeshua bedoelen.

Zie ookJak 1:5
8Een man met een verdeeld hart is onstandvastig in al zijn wegen.
ἀνὴρ
(aner)
man
δίψυχος
(dipsychos)
met verdeeld hart
ἀκατάστατος
(akatastatos)
onstandvastig
ἐν
(en)
in
πάσαις
(pasais)
alle
ταῖς
(tais)
de
ὁδοῖς
(hodois)
wegen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

δίψυχος (dipsychos), ‘met een verdeeld hart’: letterlijk ‘met twee zielen’; zie ook 4:8. ἀκατάστατος (akatastatos), ‘onstandvastig’: zonder vaste koers; zie 3:8.

Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; wij voegen ‘is’ toe.

De nederige en de rijke

9De broer die nederig is, moet roemen in zijn verhoging.
Καυχάσθω
(Kauchastho)
laat roemen
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ὁ
(ho)
de
ταπεινὸς
(tapeinos)
nederige
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὕψει
(hypsei)
verhoging
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινός (tapeinos), ‘nederig’: laag, ook in rang of bezit. ὕψος (hypsos), ‘verhoging’: hoogte, verheven plaats; het werkwoord ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’, staat in 4:10. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’: zich beroemen op iets; hier in goede zin.

10De rijke moet roemen in zijn vernedering, want hij zal voorbijgaan als de bloem van het gras.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
πλούσιος
(plousios)
rijke
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ταπεινώσει
(tapeinosei)
vernedering
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὅτι
(hoti)
want
ὡς
(hos)
als
ἄνθος
(anthos)
bloem
χόρτου
(chortou)
van gras
παρελεύσεται
(pareleusetai)
zal voorbijgaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord; ‘moet roemen’ nemen wij uit vers 9. ταπείνωσις (tapeinosis), ‘vernedering’: het laag gemaakt worden.

De beelden van gras en bloem komen uit Jes. 40:6–8; vergelijk Ps. 103:15–16. In ons Hebreeuws staat in Jes. 40:6 ‘al zijn trouw is als de bloem van het veld’.

Zie ook Jes. 40:6–8; Ps. 103:15–16.

11Want de zon kwam op met de hitte en liet het gras verdorren. De bloem ervan viel af en de schoonheid van zijn uiterlijk ging verloren. Zo zal ook de rijke in zijn tochten verwelken.
ἀνέτειλεν
(aneteilen)
ging op
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
καύσωνι
(kausoni)
hitte
καὶ
(kai)
en
ἐξήρανεν
(exeranen)
liet verdorren
τὸν
(ton)
het
χόρτον
(chorton)
gras
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ἄνθος
(anthos)
bloem
αὐτοῦ
(autou)
ervan
ἐξέπεσεν
(exepesen)
viel af
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
εὐπρέπεια
(euprepeia)
schoonheid
τοῦ
(tou)
van het
προσώπου
(prosopou)
gezicht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπώλετο
(apoleto)
ging verloren
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
πλούσιος
(plousios)
rijke
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
πορείαις
(poreiais)
tochten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μαρανθήσεται
(maranthesetai)
zal verwelken
Bron: SBLGNT
Uitleg

καύσων (kauson), ‘hitte’: een brandende hitte of hete wind. πορεία (poreia), ‘tocht’: de weg die iemand aflegt; hier ook zijn zaken en bezigheden. μαραίνω (maraino), ‘verwelken’: langzaam uitdoven, zoals een bloem.

Gelukkig wie volhardt

12Gelukkig de man die volhardt in de beproeving. Want als hij beproefd is, zal hij de krans van het leven ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Μακάριος
(Makarios)
gelukkig
ἀνὴρ
(aner)
man
ὃς
(hos)
die
ὑπομένει
(hypomenei)
volhardt
πειρασμόν
(peirasmon)
beproeving
ὅτι
(hoti)
want
δόκιμος
(dokimos)
beproefd
γενόμενος
(genomenos)
geworden
λήμψεται
(lempsetai)
zal ontvangen
τὸν
(ton)
de
στέφανον
(stephanon)
krans
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
ὃν
(hon)
die
ἐπηγγείλατο
(epengeilato)
Hij beloofde
τοῖς
(tois)
aan wie
ἀγαπῶσιν
(agaposin)
liefhebben
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zie Matt. 5:3. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’: hoort bij ὑπομονή in vers 3. δόκιμος (dokimos), ‘beproefd’: getoetst en echt gebleken. στέφανος (stephanos), ‘krans’: de krans van de overwinnaar.

Het Grieks noemt niet wie het beloofd heeft; vergelijk 2:5, waar dat Elohim is.

Zie ook Matt. 5:3.

Elohim stelt niemand met het kwade op de proef

13Niemand die op de proef gesteld wordt, moet zeggen: „Ik word door Elohim op de proef gesteld.” Want Elohim kan door het kwade niet op de proef gesteld worden, en Hijzelf stelt niemand op de proef.
μηδεὶς
(medeis)
niemand
πειραζόμενος
(peirazomenos)
op de proef gesteld wordend
λεγέτω
(legeto)
laat zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀπὸ
(Apo)
door
θεοῦ
(theou)
Elohim
πειράζομαι
(peirazomai)
ik word op de proef gesteld
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀπείραστός
(apeirastos)
niet op de proef te stellen
ἐστιν
(estin)
is
κακῶν
(kakon)
door het kwade
πειράζει
(peirazei)
Hij stelt op de proef
δὲ
(de)
maar
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
οὐδένα
(oudena)
niemand
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: hier in de zin van ‘tot het kwade verleiden’.

In vers 2 zijn het de beproevingen die het geloof toetsen; hier gaat het om de verzoeking tot kwaad.

Elohim doet dat niet.

ἀπείραστος (apeirastos), ‘niet op de proef te stellen’: een zeldzaam woord. Het kan ook ‘onervaren in het kwade’ betekenen; in beide gevallen heeft het kwade geen vat op Elohim.

Zie ookJak 1:2
14Maar ieder wordt op de proef gesteld door zijn eigen begeerte, terwijl hij door haar wordt meegesleept en gelokt.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
δὲ
(de)
maar
πειράζεται
(peirazetai)
wordt op de proef gesteld
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
de
ἰδίας
(idias)
eigen
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerte
ἐξελκόμενος
(exelkomenos)
meegesleept
καὶ
(kai)
en
δελεαζόμενος
(deleazomenos)
gelokt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’: sterk verlangen, hier naar wat niet mag. ἐξέλκω (exelko), ‘meesleuren’, en δελεάζω (deleazo), ‘lokken’: beelden van jacht en visvangst, waarin het dier met aas wordt gelokt.

15Dan wordt de begeerte zwanger en baart zonde. En als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood ter wereld.
εἶτα
(eita)
daarna
ἡ
(he)
de
ἐπιθυμία
(epithymia)
begeerte
συλλαβοῦσα
(syllabousa)
zwanger geworden
τίκτει
(tiktei)
baart
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἀποτελεσθεῖσα
(apotelestheisa)
volgroeid
ἀποκύει
(apokyei)
brengt ter wereld
θάνατον
(thanaton)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het beeld is dat van zwangerschap en geboorte: συλλαμβάνω (syllambano), ‘zwanger worden’, τίκτω (tikto), ‘baren’, en ἀποκυέω (apokyeo), ‘ter wereld brengen’.

Hetzelfde werkwoord staat in vers 18: de begeerte brengt de dood ter wereld, Elohim brengt ons ter wereld door het woord.

Zie ookJak 1:18

Elke goede gave komt van boven

16Dwaal niet, mijn geliefde broers.
μὴ
(me)
niet
πλανᾶσθε
(planasthe)
dwaal
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefde
Bron: SBLGNT
17Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven. Het daalt neer van de Vader van de lichten, bij wie geen verandering is of schaduw van wending.
Πᾶσα
(Pasa)
elke
δόσις
(dosis)
gave
ἀγαθὴ
(agathe)
goede
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
elk
δώρημα
(dorema)
geschenk
τέλειον
(teleion)
volmaakt
ἄνωθέν
(anothen)
van boven
ἐστιν
(estin)
is
καταβαῖνον
(katabainon)
neerdalend
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
τῶν
(ton)
van de
φώτων
(photon)
lichten
παρ’
(par’)
bij
ᾧ
(ho)
wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is
παραλλαγὴ
(parallage)
verandering
ἢ
(e)
of
τροπῆς
(tropes)
van wending
ἀποσκίασμα
(aposkiasma)
schaduw
Bron: SBLGNT
Uitleg

πατὴρ τῶν φώτων (pater ton foton), ‘Vader van de lichten’: de lichten aan de hemel, zoals in Gen. 1:14–16.

Elohim verandert niet, anders dan zon, maan en sterren.

παραλλαγὴ ἢ τροπῆς ἀποσκίασμα (parallage e tropes aposkiasma): ‘verandering’ en ‘schaduw van wending’, een beeld uit de sterrenhemel.

Zie ook Gen. 1:14–16.

18Hij wilde het en bracht ons ter wereld door het woord van de waarheid, zodat wij een soort eersteling zijn van Zijn schepselen.
βουληθεὶς
(bouletheis)
Hij wilde
ἀπεκύησεν
(apekyesen)
bracht ter wereld
ἡμᾶς
(hemas)
ons
λόγῳ
(logo)
door woord
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
ἡμᾶς
(hemas)
wij
ἀπαρχήν
(aparchen)
eersteling
τινα
(tina)
een soort
τῶν
(ton)
van de
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
κτισμάτων
(ktismaton)
schepselen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπεκύησεν (apekyesen), ‘bracht ter wereld’: zie vers 15. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de opbrengst, dat aan Elohim wordt gegeven; vergelijk Lev. 23:10, ‘het eerste van jullie oogst’. τινα (tina), ‘een soort’: de eersteling is een voorbeeld van wat nog volgt.

Zie ook Lev. 23:10.

Snel om te horen, langzaam om te spreken

19Weet het, mijn geliefde broers. Ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn.
Ἴστε
(Iste)
weet het
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefde
ἔστω
(esto)
laat zijn
δὲ
(de)
maar
πᾶς
(pas)
ieder
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ταχὺς
(tachys)
snel
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἀκοῦσαι
(akousai)
horen
βραδὺς
(bradys)
langzaam
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
βραδὺς
(bradys)
langzaam
εἰς
(eis)
tot
ὀργήν
(orgen)
toorn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἴστε (iste) kan zowel ‘jullie weten’ als ‘weet’ zijn.

Wij kiezen de gebiedende wijs: ‘Weet het’.

20Want de toorn van een man brengt de gerechtigheid van Elohim niet tot stand.
ὀργὴ
(orge)
toorn
γὰρ
(gar)
want
ἀνδρὸς
(andros)
van een man
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ἐργάζεται
(ergazetai)
brengt tot stand
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: het Griekse woord is rechterlijk; het hoort bij δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’ in 2:21, 2:24 en 2:25. ἐργάζομαι (ergazomai), ‘tot stand brengen’: letterlijk ‘werken’.

21Leg daarom alle vuilheid af en alle overmaat aan boosheid. Ontvang in zachtmoedigheid het ingeplante woord, dat jullie zielen kan redden.
διὸ
(dio)
daarom
ἀποθέμενοι
(apothemenoi)
afgelegd hebbend
πᾶσαν
(pasan)
alle
ῥυπαρίαν
(rhyparian)
vuilheid
καὶ
(kai)
en
περισσείαν
(perisseian)
overmaat
κακίας
(kakias)
van boosheid
ἐν
(en)
in
πραΰτητι
(prauteti)
zachtmoedigheid
δέξασθε
(dexasthe)
ontvang
τὸν
(ton)
het
ἔμφυτον
(emphyton)
ingeplante
λόγον
(logon)
woord
τὸν
(ton)
dat
δυνάμενον
(dynamenon)
kunnende
σῶσαι
(sosai)
redden
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥυπαρία (ryparia), ‘vuilheid’, en περισσεία (perisseia), ‘overmaat’. ἔμφυτος (emfytos), ‘ingeplant’: als een zaad in iemand gezet. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’: zie Matt. 5:5. ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’ of ‘het hele wezen’.

Zie ook Matt. 5:5.

Zie ookMat 5:5

Daders van het woord

22Word daders van het woord en niet alleen hoorders. Anders misleiden jullie jezelf.
Γίνεσθε
(Ginesthe)
word
δὲ
(de)
maar
ποιηταὶ
(poietai)
daders
λόγου
(logou)
van het woord
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἀκροαταὶ
(akroatai)
hoorders
μόνον
(monon)
alleen
παραλογιζόμενοι
(paralogizomenoi)
misleidend
ἑαυτούς
(heautous)
jezelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποιητής (poietes), ‘dader’, en ἀκροατής (akroates), ‘hoorder’.

Het Grieks heeft hier een deelwoord: ‘terwijl zij zichzelf misleiden’.

Wij maken er een aparte zin van met ‘Anders’.

23Want als iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan lijkt hij op een man. Die bekijkt het gezicht van zijn geboorte in een spiegel.
ὅτι
(hoti)
want
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἀκροατὴς
(akroates)
hoorder
λόγου
(logou)
van het woord
ἐστὶν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
ποιητής
(poietes)
dader
οὗτος
(houtos)
deze
ἔοικεν
(eoiken)
lijkt op
ἀνδρὶ
(andri)
een man
κατανοοῦντι
(katanoounti)
bekijkend
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
τῆς
(tes)
van de
γενέσεως
(geneseos)
geboorte
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
ἐσόπτρῳ
(esoptro)
een spiegel
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ πρόσωπον τῆς γενέσεως (to prosopon tes geneseos), letterlijk ‘het gezicht van zijn geboorte’: het gezicht waarmee hij geboren is, zijn eigen natuurlijke gezicht. ἔσοπτρον (esoptron), ‘spiegel’: een gepolijste metalen plaat.

24Want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag.
κατενόησεν
(katenoesen)
heeft bekeken
γὰρ
(gar)
want
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
καὶ
(kai)
en
ἀπελήλυθεν
(apelelythen)
is weggegaan
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐπελάθετο
(epelatheto)
is vergeten
ὁποῖος
(hopoios)
hoe
ἦν
(en)
hij was
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁποῖος ἦν (hopoios en), letterlijk ‘wat voor iemand hij was’.

Wij vertalen ‘hoe hij eruitzag’, omdat het beeld van de spiegel dat vraagt.

25Maar wie zich buigt over de volmaakte wet van de vrijheid en daarbij blijft, is geen vergeetachtige hoorder geworden maar een dader van het werk. Hij zal gelukkig zijn in wat hij doet.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
παρακύψας
(parakypsas)
die zich buigt
εἰς
(eis)
over
νόμον
(nomon)
wet
τέλειον
(teleion)
volmaakt
τὸν
(ton)
de
τῆς
(tes)
van de
ἐλευθερίας
(eleutherias)
vrijheid
καὶ
(kai)
en
παραμείνας
(parameinas)
blijvend
οὐκ
(ouk)
niet
ἀκροατὴς
(akroates)
hoorder
ἐπιλησμονῆς
(epilesmones)
van vergeetachtigheid
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ἀλλὰ
(alla)
maar
ποιητὴς
(poietes)
dader
ἔργου
(ergou)
van werk
οὗτος
(houtos)
deze
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ποιήσει
(poiesei)
doen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse woord tora (תּוֹרָה) betekent ‘onderwijs, instructie’.

Wij houden consequent ‘de wet’.

‘De wet van de vrijheid’ staat ook in 2:12; de ‘volmaakte wet’ is de wet die tot vrijheid leidt.

παρακύπτω (parakypto), ‘zich buigen om goed te kijken’: hetzelfde werkwoord staat in Joh. 20:5, waar iemand zich bukt om in het graf te kijken. ποίησις (poiesis), ‘doen’.

Zie ook Joh. 20:5.

Zie ookJoh 20:5

Zuivere godsdienst

26Als iemand denkt godsdienstig te zijn, maar zijn tong niet beteugelt en zijn hart bedriegt, dan is zijn godsdienst nutteloos.
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
denkt
θρησκὸς
(threskos)
godsdienstig
εἶναι
(einai)
te zijn
μὴ
(me)
niet
χαλιναγωγῶν
(chalinagogon)
beteugelend
γλῶσσαν
(glossan)
tong
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀπατῶν
(apaton)
bedriegend
καρδίαν
(kardian)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τούτου
(toutou)
van deze
μάταιος
(mataios)
nutteloos
ἡ
(he)
de
θρησκεία
(threskeia)
godsdienst
Bron: SBLGNT
Uitleg

θρησκεία (threskeia), ‘godsdienst’: de uiterlijke uitoefening van vroomheid, zoals de eredienst; het woord staat ook in Hand. 26:5. χαλιναγωγέω (chalinagogeo), ‘beteugelen’: met een bit in bedwang houden; zie 3:2–3.

Zie ook Hand. 26:5.

Zie ookHand 26:5
27Zuivere en onbezoedelde godsdienst bij Elohim, de Vader, is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbevlekt houden van de wereld.
θρησκεία
(threskeia)
godsdienst
καθαρὰ
(kathara)
zuiver
καὶ
(kai)
en
ἀμίαντος
(amiantos)
onbezoedeld
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατρὶ
(patri)
Vader
αὕτη
(haute)
deze
ἐστίν
(estin)
is
ἐπισκέπτεσθαι
(episkeptesthai)
bezoeken
ὀρφανοὺς
(orphanous)
wezen
καὶ
(kai)
en
χήρας
(cheras)
weduwen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
αὐτῶν
(auton)
hun
ἄσπιλον
(aspilon)
onbevlekt
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
τηρεῖν
(terein)
houden
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘bij de Elohim en Vader’ met één lidwoord; wij vertalen ‘bij Elohim, de Vader’. ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘bezoeken’: met zorg bezoeken, zich om iemand bekommeren; vergelijk Hand. 15:36. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’.

Wezen en weduwen staan in de wet onder Elohims bescherming.

Zie ook Exod. 22:21; Deut. 10:18; Ps. 68:6.