Elohim Bijbel

Psalmen 96

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Zing een nieuw lied: Yahweh komt om recht te spreken

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Zing een nieuw lied

1Zing voor Yahweh een nieuw lied. Zing voor Yahweh, heel de aarde.
שִׁ֣ירוּ
(shiru)
zingt
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁ֣יר
(shir)
lied
חָדָ֑שׁ
(chadash)
nieuw
שִׁ֥ירוּ
(shiru)
zingt
לַ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁיר חָדָשׁ (shir chadash), ‘een nieuw lied’: een lied bij een nieuwe daad van Yahweh.

Zie ook Ps. 33:3 en 98:1.

Dit lied staat, met kleine verschillen, ook in 1 Kron. 16:23–33. Daar is het deel van het lied bij het binnenbrengen van de ark.

2Zing voor Yahweh, zegen Zijn naam. Verkondig van dag tot dag Zijn redding.
שִׁ֣ירוּ
(shiru)
zingt
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
voor Yahweh
בָּרֲכ֣וּ
(barakhu)
zegent
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
Zijn naam
בַּשְּׂר֥וּ
(baseru)
verkondigt
מִיּֽוֹם
(miyom)
van dag
לְ֝י֗וֹם
(leyom)
tot dag
יְשׁוּעָתֽוֹ
(yeshuato)
Zijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Vertel onder de volken van Zijn heerlijkheid, onder alle volken van Zijn wonderen.
סַפְּר֣וּ
(saperu)
vertelt
בַגּוֹיִ֣ם
(bagoyim)
onder de volken
כְּבוֹד֑וֹ
(kevodo)
Zijn heerlijkheid
בְּכָל
(bekhal)
onder alle
הָֽ֝עַמִּ֗ים
(haamim)
de volken
נִפְלְאוֹתָֽיו
(nifleotav)
Zijn wonderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: letterlijk ‘gewicht’, de zichtbare grootheid van Yahweh.

Wij vertalen overal met ‘heerlijkheid’.

Yahweh boven alle goden

4Want groot is Yahweh en zeer lofwaardig. Ontzagwekkend is Hij, boven alle goden.
כִּ֥י
(ki)
want
גָ֘ד֤וֹל
(gadol)
groot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמְהֻלָּ֣ל
(umehulal)
en lofwaardig
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
נוֹרָ֥א
(nora)
ontzagwekkend
ה֝֗וּא
(hu)
Hij
עַל
(al)
boven
כָּל
(kal)
alle
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
goden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Want alle goden van de volken zijn nietige goden. Maar Yahweh heeft de hemel gemaakt.
כִּ֤י
(ki)
want
כָּל
(kal)
alle
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
goden van
הָעַמִּ֣ים
(haamim)
de volken
אֱלִילִ֑ים
(elilim)
nietige goden
וַֽ֝יהוָ֗ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
שָׁמַ֥יִם
(shamayim)
de hemel
עָשָֽׂה
(asa)
heeft gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלִילִים (elilim), ‘nietige goden’: letterlijk ‘nietigheden’ (zoals Lev. 19:4).

6Majesteit en luister zijn voor Zijn aangezicht. Kracht en schoonheid zijn in Zijn heiligdom.
הוֹד
(hod)
majesteit
וְהָדָ֥ר
(vehadar)
en luister
לְפָנָ֑יו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
עֹ֥ז
(oz)
kracht
וְ֝תִפְאֶ֗רֶת
(vetiferet)
en schoonheid
בְּמִקְדָּשֽׁוֹ
(bemiqdasho)
in Zijn heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִקְדָּשׁ (miqdash), ‘heiligdom’: de plaats waar Yahweh heilig is en aanwezig is.

Geef aan Yahweh

7Geef aan Yahweh, families van de volken, geef aan Yahweh heerlijkheid en kracht.
הָב֣וּ
(havu)
geeft
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
aan Yahweh
מִשְׁפְּח֣וֹת
(mishpechot)
families van
עַמִּ֑ים
(amim)
volken
הָב֥וּ
(havu)
geeft
לַ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
aan Yahweh
כָּב֥וֹד
(kavod)
heerlijkheid
וָעֹֽז
(vaoz)
en kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹז (oz), ‘kracht’.

Dit lied wijkt hier af van 1 Kron. 16:28–29: daar staat ‘eer’ waar wij ‘heerlijkheid’ lezen en ‘kom voor Zijn aangezicht’ waar hier ‘kom in Zijn voorhoven’ staat.

8Geef aan Yahweh de heerlijkheid van Zijn naam. Draag een offergave en kom in Zijn voorhoven.
הָב֣וּ
(havu)
geeft
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
aan Yahweh
כְּב֣וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
Zijn naam
שְׂאֽוּ
(seu)
draagt
מִ֝נְחָ֗ה
(mincha)
een offergave
וּבֹ֥אוּ
(uvou)
en komt
לְחַצְרוֹתָֽיו
(lechatsrotav)
in Zijn voorhoven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Werp je neer voor Yahweh in heilige pracht. Beef voor Zijn aangezicht, heel de aarde.
הִשְׁתַּחֲו֣וּ
(hishtachavu)
werpt je neer
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
voor Yahweh
בְּהַדְרַת
(behadrat)
in pracht van
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
חִ֥ילוּ
(chilu)
beeft
מִ֝פָּנָ֗יו
(mipanav)
voor Zijn aangezicht
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh is koning

10Zeg onder de volken: „Yahweh is koning! Ook de wereld staat vast; zij wankelt niet. Hij zal de volken richten met rechtschapenheid.”
אִמְר֤וּ
(imru)
zegt
בַגּוֹיִ֨ם
(bagoyim)
onder de volken
יְה֘וָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
מָלָ֗ךְ
(malakh)
is koning
אַף
(af)
ook
תִּכּ֣וֹן
(tikon)
staat vast
תֵּ֭בֵל
(tevel)
wereld
בַּל
(bal)
niet
תִּמּ֑וֹט
(timot)
wankelt
יָדִ֥ין
(yadin)
Hij zal richten
עַ֝מִּ֗ים
(amim)
volken
בְּמֵישָׁרִֽים
(bemeisharim)
met rechtschapenheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De roep ‘Yahweh is koning’ staat ook in 93:1, 97:1 en 99:1.

De woorden ‘de wereld staat vast, zij wankelt niet’ staan ook in 93:1.

מֵישָׁרִים (mesharim), ‘rechtschapenheid’: rechtheid, eerlijkheid.

Hemel en aarde juichen

11Laat de hemel zich verheugen en de aarde juichen. Laat de zee bruisen met alles wat haar vult.
יִשְׂמְח֣וּ
(yismechu)
laten zich verheugen
הַ֭שָּׁמַיִם
(hashamayim)
de hemel
וְתָגֵ֣ל
(vetagel)
en laat juichen
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
יִֽרְעַ֥ם
(yiram)
laat bruisen
הַ֝יָּ֗ם
(hayam)
de zee
וּמְלֹאֽוֹ
(umeloo)
en wat haar vult
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Laat het veld jubelen met alles wat erin is. Dan zullen alle bomen van het bos juichen
יַעֲלֹ֣ז
(yaaloz)
laat jubelen
שָׂ֭דַי
(saday)
het veld
וְכָל
(vekhal)
en alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
בּ֑וֹ
(bo)
erin is
אָ֥ז
(az)
dan
יְ֝רַנְּנ֗וּ
(yeranenu)
zullen jubelen
כָּל
(kal)
alle
עֲצֵי
(atsei)
bomen van
יָֽעַר
(yaar)
het bos
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13voor het aangezicht van Yahweh, want Hij komt. Ja, Hij komt om recht te spreken over de aarde. Hij zal recht spreken over de wereld in gerechtigheid, en over de volken in Zijn betrouwbaarheid.
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֬י
(ki)
want
בָ֗א
(ba)
Hij komt
כִּ֥י
(ki)
ja
בָא֮
(ba)
Hij komt
לִשְׁפֹּ֪ט
(lishpot)
om recht te spreken
הָ֫אָ֥רֶץ
(haarets)
de aarde
יִשְׁפֹּֽט
(yishpot)
Hij zal recht spreken
תֵּבֵ֥ל
(tevel)
wereld
בְּצֶ֑דֶק
(betsedeq)
in gerechtigheid
וְ֝עַמִּ֗ים
(veamim)
en volken
בֶּאֱמוּנָתֽוֹ
(beemunato)
in Zijn betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: wat vast en te vertrouwen is.

Zie ook 98:3 en 100:5.

Het vers loopt door uit vers 12 en herhaalt ‘Hij komt’ (in het Hebreeuws tweemaal ‘want Hij komt’). Dat komt ook in het Hebreeuws voor.