Elohim Bijbel

Psalmen 114

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Toen Israël uit Egypte trok

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Toen Israël uit Egypte trok

1Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jakob uit een volk met een vreemde taal,
בְּצֵ֣את
(betset)
bij het uittrekken van
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
מִמִּצְרָ֑יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יַ֝עֲקֹ֗ב
(yaaqov)
Jakob
מֵעַ֥ם
(meam)
uit een volk
לֹעֵֽז
(loez)
met vreemde taal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

לֹעֵז (lo’ez), ‘met een vreemde taal’: een volk waarvan Israël de taal niet verstaat.

Het woord komt alleen hier voor.

De uittocht uit Egypte: zie Exod. 12:37–42 en Exod. 14.

2werd Juda Zijn heiligdom, Israël Zijn rijk.
הָיְתָ֣ה
(hayeta)
werd
יְהוּדָ֣ה
(yehuda)
Juda
לְקָדְשׁ֑וֹ
(leqadesho)
tot Zijn heiligdom
יִ֝שְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
מַמְשְׁלוֹתָֽיו
(mamshelotav)
Zijn rijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָדְשׁוֹ (qodsho), ‘Zijn heiligdom’, letterlijk ‘Zijn heiligheid’ of ‘Zijn heilige plaats’.

מַמְשְׁלוֹתָיו (mamshelotav), ‘Zijn rijk’, letterlijk ‘Zijn heerschappijen’ (meervoud).

Juda en Israël zijn hier het volk en het land waarin Elohim woont en regeert.

De zee vluchtte, de Jordaan keerde terug

3De zee zag het en vluchtte; de Jordaan wendde zich terug.
הַיָּ֣ם
(hayam)
de zee
רָ֭אָה
(raa)
zag het
וַיָּנֹ֑ס
(vayanos)
en vluchtte
הַ֝יַּרְדֵּ֗ן
(hayarden)
de Jordaan
יִסֹּ֥ב
(yisov)
wendde zich
לְאָחֽוֹר
(leachor)
terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

De zee is hier de Rietzee (Exod. 14:21–22); de Jordaan is de rivier bij de intocht in het land (Joz. 3:14–17).

De psalm zet beide gebeurtenissen naast elkaar.

4De bergen sprongen als rammen, de heuvels als lammeren.
הֶֽ֭הָרִים
(heharim)
de bergen
רָקְד֣וּ
(raqedu)
sprongen
כְאֵילִ֑ים
(keeilim)
als rammen
גְּ֝בָע֗וֹת
(gevaot)
heuvels
כִּבְנֵי
(kivnei)
als jongen van
צֹֽאן
(tson)
kleinvee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het beven en springen van de bergen doet denken aan de Sinaï: zie Exod. 19:18 en Richt. 5:4–5.

5Wat is er met je, zee, dat je vlucht? Jordaan, dat je je terugwendt?
מַה
(ma)
wat
לְּךָ֣
(lekha)
is met je
הַ֭יָּם
(hayam)
zee
כִּ֣י
(ki)
dat
תָנ֑וּס
(tanus)
je vlucht
הַ֝יַּרְדֵּ֗ן
(hayarden)
Jordaan
תִּסֹּ֥ב
(tisov)
je wendt je
לְאָחֽוֹר
(leachor)
terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

6Bergen, dat jullie springen als rammen? Heuvels, als lammeren?
הֶֽ֭הָרִים
(heharim)
bergen
תִּרְקְד֣וּ
(tirqedu)
dat jullie springen
כְאֵילִ֑ים
(keeilim)
als rammen
גְּ֝בָע֗וֹת
(gevaot)
heuvels
כִּבְנֵי
(kivnei)
als jongen van
צֹֽאן
(tson)
kleinvee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Beef, aarde, voor de Heer

7Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heer, voor het aangezicht van Eloah van Jakob,
מִלִּפְנֵ֣י
(milifnei)
voor het aangezicht van
אָ֭דוֹן
(adon)
de Heer
ח֣וּלִי
(chuli)
beef
אָ֑רֶץ
(arets)
aarde
מִ֝לִּפְנֵ֗י
(milifnei)
voor het aangezicht van
אֱל֣וֹהַּ
(eloha)
Eloah van
יַעֲקֹֽב
(yaaqov)
Jakob
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָדוֹן (adon), ‘Heer’: de naam Yahweh staat in deze hele psalm niet.

De ‘Heer’ is hier Yahweh, ‘Eloah van Jakob’.

אֱלוֹהַּ (Eloah): wij laten ‘Eloah’ staan, zoals in Job.

חוּלִי (chuli), ‘beef’: ook ‘kronkel je’, zoals bij barensweeën. De aarde krijgt een bevel.

8die de rots verandert in een poel vol water, de keisteen in een waterbron.
הַהֹפְכִ֣י
(hahofekhi)
die verandert
הַצּ֣וּר
(hatsur)
de rots
אֲגַם
(agam)
in poel van
מָ֑יִם
(mayim)
water
חַ֝לָּמִ֗ישׁ
(chalamish)
keisteen
לְמַעְיְנוֹ
(lemayeno)
in bron van
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Exod. 17:6 en Num. 20:11, waar water uit de rots komt.

חַלָּמִישׁ (challamish), ‘keisteen’: zeer harde steen.