De loten voor Simeon, Zebulon, Issachar, Aser, Naftali en Dan, en het erfdeel van Jozua
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het lot van Simeon
1Het tweede lot kwam uit voor Simeon, voor de stam van de zonen van Simeon, per familie. Hun erfdeel lag midden in het erfdeel van de zonen van Juda.
וַיֵּצֵ֞א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֤ל
(hagoral)
het lot
הַשֵּׁנִי֙
(hasheni)
het tweede
לְשִׁמְע֔וֹן
(leshimon)
voor Simeon
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֖וֹן
(shimon)
Simeon
לְמִשְׁפְּחוֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het was
נַֽחֲלָתָ֔ם
(nachalatam)
hun erfdeel
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
נַחֲלַ֥ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Het gebied van Simeon ligt in het zuiden, in de Negev rond Beër-Sjeba, midden in het erfdeel van Juda (Israël).
Uitleg
Dit is het tweede lot.
Het eerste lot was voor Benjamin (Joz. 18:11).
Simeon krijgt dus zijn erfdeel binnen Juda, zoals vers 9 uitlegt.
9Het erfdeel van de zonen van Simeon lag in de kavel van de zonen van Juda. Want het deel van de zonen van Juda was te groot voor hen. Zo kregen de zonen van Simeon een erfdeel midden in hun erfdeel.
מֵחֶ֨בֶל֙
(mechevel)
van de kavel van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
נַחֲלַ֖ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֑וֹן
(shimon)
Simeon
כִּֽי
(ki)
want
הָיָ֞ה
(haya)
was
חֵ֤לֶק
(cheleq)
het deel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
רַ֣ב
(rav)
te groot
מֵהֶ֔ם
(mehem)
voor hen
וַיִּנְחֲל֥וּ
(vayinchalu)
en erfden
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֖וֹן
(shimon)
Simeon
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
te midden van
נַחֲלָתָֽם
(nachalatam)
hun erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶבֶל (chevel), ‘kavel’: het stuk land dat met een meetsnoer voor Juda was afgemeten (Joz. 15).
Dit was te groot, en daarom kreeg Simeon daarin een deel.
27Daarna keerde hij om, naar het oosten, waar de zon opkomt, naar Bet-Dagon. Hij raakte Zebulon en het dal van Jifta-El. Naar het noorden liep hij naar Bet-Haëmek en Nejiël. Hij liep uit naar Kabul, aan de linkerkant,
וְשָׁ֨ב
(veshav)
en keerde terug
מִזְרַ֣ח
(mizrach)
het oosten
הַשֶּׁמֶשׁ֮
(hashemesh)
van de zon
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
דָּגֹן֒
(dagon)
Dagon
וּפָגַ֣ע
(ufaga)
en raakte
בִּ֠זְבֻלוּן
(bizvulun)
Zebulon
וּבְגֵ֨י
(uvegei)
en het dal van
יִפְתַּח
(yiftach)
Jifta
אֵ֥ל
(el)
El
צָפ֛וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
הָעֵ֖מֶק
(haemeq)
Haëmek
וּנְעִיאֵ֑ל
(uneiel)
en Nejiël
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
אֶל
(el)
naar
כָּב֖וּל
(kavul)
Kabul
מִשְּׂמֹֽאל
(misemol)
links
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Bet-Dagon is onzeker.
Het dal van Jifta-El: zie vers 14.
Bet-Haëmek is waarschijnlijk Tel Mimla (Israël).
Nejiël is waarschijnlijk Khirbet Ya’nin (Israël).
Kabul is Kabul, in Galilea (Israël).
Zie Dal van Jifta-El: Het dal van Jifta-El lag bij Jotapata, in Galilea.
Uitleg
שְׂמֹאל (semol), ‘links’: wie naar het oosten kijkt, heeft het noorden links.
29Toen keerde de grens terug naar Rama en liep tot de versterkte stad Tyrus. Daarna keerde de grens terug naar Chosa. Zijn einde lag bij de zee, vanaf het kustgebied naar Achzib.
וְשָׁ֤ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
הָֽרָמָ֔ה
(harama)
naar Rama
וְעַד
(vead)
en tot
עִ֖יר
(ir)
de stad van
מִבְצַר
(mivtsar)
de vesting
צֹ֑ר
(tsor)
Tyrus
וְשָׁ֤ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
חֹסָ֔ה
(chosa)
naar Chosa
וְהָי֧וּ
(vehayu)
en waren
תֹצְאֹתָ֛יו
(totseotav)
zijn einden
הַיָּ֖מָּה
(hayama)
naar de zee
מֵחֶ֥בֶל
(mechevel)
vanaf het kustgebied
אַכְזִֽיבָה
(akhziva)
naar Achzib
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Rama is waarschijnlijk Rameh (Libanon of Israël).
Tyrus is het huidige Sur (Libanon); dat is zeker.
Chosa is onzeker.
Achzib is Tel Akhziv, aan de kust van Israël; dat is zeker.
Lezing
Het Hebreeuws zegt ‘vanaf de kavel (chevel) naar Achzib’.
Wij nemen aan dat chevel hier het kustgebied bedoelt.
34De grens keerde in het westen terug naar Aznot-Tabor. Vandaar liep hij uit naar Chukkok. In het zuiden raakte hij Zebulon en in het westen Aser. En bij de Jordaan raakte hij Juda, in het oosten, waar de zon opkomt.
וְשָׁ֨ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּב֥וּל
(hagevul)
de grens
יָ֨מָּה֙
(yama)
westwaarts
אַזְנ֣וֹת
(aznot)
naar Aznot
תָּב֔וֹר
(tavor)
Tabor
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
מִשָּׁ֖ם
(misham)
vandaar
חוּקֹ֑קָה
(chuqoqa)
naar Chukkok
וּפָגַ֨ע
(ufaga)
en raakte
בִּזְבֻל֜וּן
(bizvulun)
Zebulon
מִנֶּ֗גֶב
(minegev)
in het zuiden
וּבְאָשֵׁר֙
(uveasher)
en Aser
פָּגַ֣ע
(paga)
raakte hij
מִיָּ֔ם
(miyam)
in het westen
וּבִ֣יהוּדָ֔ה
(uvihuda)
en Juda
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרַ֥ח
(mizrach)
oostwaarts
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
van de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Aznot-Tabor is onzeker.
Chukkok is waarschijnlijk Yaquq, in Galilea (Israël).
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Lezing
Dat de grens van Naftali ‘Juda bij de Jordaan’ raakt, is moeilijk te begrijpen.
De stam Juda ligt hier ver vandaan.
Het kan gaan om een plaats met een naam als Juda, of om een dorp van Jaïr (Num. 32:41), maar zeker is dat niet.
47Maar het gebied van de zonen van Dan ging hun uit handen. De zonen van Dan trokken op en streden tegen Lesem. Zij namen het in en sloegen het met de scherpte van het zwaard. Zij namen het in bezit en gingen er wonen. Zij noemden Lesem Dan, naar de naam van Dan, hun vader.
וַיֵּצֵ֥א
(vayetse)
en ging uit
גְבוּל
(gevul)
het gebied van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
מֵהֶ֑ם
(mehem)
van hen
וַיַּעֲל֣וּ
(vayaalu)
en trokken op
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
דָ֠ן
(dan)
Dan
וַיִּלָּחֲמ֨וּ
(vayilachamu)
en streden
עִם
(im)
met
לֶ֜שֶׁם
(leshem)
Lesem
וַיִּלְכְּד֥וּ
(vayilkedu)
en namen in
אוֹתָ֣הּ
(otah)
het
וַיַּכּ֧וּ
(vayaku)
en sloegen
אוֹתָ֣הּ
(otah)
het
לְפִי
(lefi)
met de scherpte van
חֶ֗רֶב
(cherev)
het zwaard
וַיִּֽרְשׁ֤וּ
(vayirshu)
en namen in bezit
אוֹתָהּ֙
(otah)
het
וַיֵּ֣שְׁבוּ
(vayeshevu)
en woonden
בָ֔הּ
(bah)
daarin
וַיִּקְרְא֤וּ
(vayiqreu)
en noemden
לְלֶ֨שֶׁם֙
(leleshem)
Lesem
דָּ֔ן
(dan)
Dan
כְּשֵׁ֖ם
(keshem)
naar de naam van
דָּ֥ן
(dan)
Dan
אֲבִיהֶֽם
(avihem)
hun vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Lesem is dezelfde plaats als Lais in Richt. 18:7, 27–29, het latere Dan.
Dat is Tel Dan, in het noorden van Israël; dat is zeker.
Lezing
Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘het gebied van de zonen van Dan ging van hen uit’.
Wij verstaan: het ging hun uit handen, omdat de Amorieten hen terugdrongen (Richt. 1:34).
Daarom zochten zij een ander erfdeel (Richt. 18:1).
48Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Dan, per familie: deze steden met hun dorpen.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶֽעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Het erfdeel van Jozua
49Zij voltooiden het verdelen van het land volgens zijn grenzen als erfdeel. Daarna gaven de zonen van Israël aan Jozua, de zoon van Nun, een erfdeel in hun midden.
וַיְכַלּ֥וּ
(vaykhalu)
en zij voltooiden
לִנְחֹל
(linchol)
met erven
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
לִגְבֽוּלֹתֶ֑יהָ
(ligvuloteiha)
volgens haar grenzen
וַיִּתְּנ֨וּ
(vayitenu)
en gaven
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֧ל
(yisrael)
Israël
נַחֲלָ֛ה
(nachala)
een erfdeel
לִיהוֹשֻׁ֥עַ
(lihoshua)
aan Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נ֖וּן
(nun)
Nun
בְּתוֹכָֽם
(betokham)
in hun midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נָחַל (nachal), ‘erven’: in deze werkwoordsvorm betekent het ‘als erfdeel verdelen’ (ook in vers 51).
51Dit zijn de erfdelen die Eleazar, de priester, Jozua, de zoon van Nun, en de familiehoofden van de stammen van de zonen van Israël door het lot verdeelden. Dat was in Silo, voor het aangezicht van Yahweh, bij de ingang van de tent van samenkomst. Zo voltooiden zij het verdelen van het land.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
הַנְּחָלֹ֡ת
(hanechalot)
de erfdelen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
נִחֲל֣וּ
(nichalu)
verdeelden als erfdeel
אֶלְעָזָ֣ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֣ן
(hakohen)
de priester
וִיהוֹשֻׁ֪עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נ֟וּן
(nun)
Nun
וְרָאשֵׁ֣י
(verashei)
en de hoofden van
הָֽאָב֣וֹת
(haavot)
de vaders
לְמַטּוֹת֩
(lematot)
van de stammen van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֨ל
(yisrael)
Israël
בְּגוֹרָ֤ל
(begoral)
door het lot
בְּשִׁלֹה֙
(beshilo)
in Silo
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
פֶּ֖תַח
(petach)
bij de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וַיְכַלּ֕וּ
(vaykhalu)
en zij voltooiden
מֵֽחַלֵּ֖ק
(mechaleq)
het verdelen van
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Silo: Silo lag in het bergland van Efraïm, ongeveer 30 km ten noorden van Jeruzalem.
Uitleg
Het verdelen van het land begon in Silo (Joz. 18:10) en eindigt hier weer in Silo, voor het aangezicht van Yahweh.