Elohim Bijbel

Jozua 19

123456789101112131415161718192021222324

De loten voor Simeon, Zebulon, Issachar, Aser, Naftali en Dan, en het erfdeel van Jozua

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het lot van Simeon

1Het tweede lot kwam uit voor Simeon, voor de stam van de zonen van Simeon, per familie. Hun erfdeel lag midden in het erfdeel van de zonen van Juda.
וַיֵּצֵ֞א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֤ל
(hagoral)
het lot
הַשֵּׁנִי֙
(hasheni)
het tweede
לְשִׁמְע֔וֹן
(leshimon)
voor Simeon
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֖וֹן
(shimon)
Simeon
לְמִשְׁפְּחוֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het was
נַֽחֲלָתָ֔ם
(nachalatam)
hun erfdeel
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
נַחֲלַ֥ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het gebied van Simeon ligt in het zuiden, in de Negev rond Beër-Sjeba, midden in het erfdeel van Juda (Israël).

Uitleg

Dit is het tweede lot.

Het eerste lot was voor Benjamin (Joz. 18:11).

Simeon krijgt dus zijn erfdeel binnen Juda, zoals vers 9 uitlegt.

2In hun erfdeel kregen zij: Beër-Sjeba, Sjeba, Molada,
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en het was
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
בְּנַֽחֲלָתָ֑ם
(benachalatam)
in hun erfdeel
בְּאֵֽר
(beer)
Beër
שֶׁ֥בַע
(sheva)
Sjeba
וְשֶׁ֖בַע
(vesheva)
en Sjeba
וּמוֹלָדָֽה
(umolada)
en Molada
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beër-Sjeba is Tel Beer Sheva, bij het huidige Beër-Sjeva (Israël); dat is zeker.

Molada is waarschijnlijk Tel Malhata, in de Negev (Israël).

Sjeba is onzeker.

Lezing

Het Hebreeuws heeft hier zowel ‘Beër-Sjeba’ als ‘Sjeba’.

Dan telt de lijst in vers 2–6 veertien steden, maar vers 6 zegt 13.

In de parallelle lijst in 1 Kron. 4:28 staat Sjeba niet.

Wij laten beide namen staan zoals in de grondtekst.

3Chasar-Sual, Bala, Esem,
וַחֲצַ֥ר
(vachatsar)
en Chasar
שׁוּעָ֛ל
(shual)
Sual
וּבָלָ֖ה
(uvala)
en Bala
וָעָֽצֶם
(vaatsem)
en Esem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chasar-Sual, Bala en Esem liggen in de Negev.

De precieze plaatsen zijn onzeker.

4Eltolad, Betul, Chorma,
וְאֶלְתּוֹלַ֥ד
(veeltolad)
en Eltolad
וּבְת֖וּל
(uvetul)
en Betul
וְחָרְמָֽה
(vecharema)
en Chorma
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Eltolad en Betul liggen in de Negev; de plaatsen zijn onzeker.

Chorma ligt in het zuiden van Kanaän; de plek is onzeker.

Zie Num. 14:45 en 21:3.

5Siklag, Bet-Hammarkabot, Chasar-Susa,
וְצִֽקְלַ֥ג
(vetsiqlag)
en Siklag
וּבֵית
(uveit)
en Bet
הַמַּרְכָּב֖וֹת
(hamarkavot)
Hammarkabot
וַחֲצַ֥ר
(vachatsar)
en Chasar
סוּסָֽה
(susa)
Susa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Siklag ligt waarschijnlijk bij Tel Sera of Tel Halif, in de Negev (Israël).

Dat is onzeker.

Bet-Hammarkabot (‘huis van de wagens’) en Chasar-Susa (‘dorp van de paarden’) zijn niet te vinden.

6Bet-Lebaot en Sjaruchen. Dat zijn 13 steden met hun dorpen.
וּבֵ֥ית
(uveit)
en Bet
לְבָא֖וֹת
(levaot)
Lebaot
וְשָֽׁרוּחֶ֑ן
(vesharuchen)
en Sjaruchen
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Lebaot (‘huis van de leeuwinnen’) en Sjaruchen liggen in het zuiden van Juda.

Sjaruchen is waarschijnlijk Tell el-Ajjul, bij Gaza; dat is onzeker.

Zie ookJoz 15:32
7En, Rimmon, Eter en Asan. Dat zijn 4 steden met hun dorpen.
עַ֥יִן
(ayin)
En
רִמּ֖וֹן
(rimon)
Rimmon
וָעֶ֣תֶר
(vaeter)
en Eter
וְעָשָׁ֑ן
(veashan)
en Asan
עָרִ֥ים
(arim)
steden
אַרְבַּ֖ע
(arba)
vier
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De vier steden liggen in het zuiden van Juda.

De plaatsen zijn niet vast te stellen.

Uitleg

Het getal 4 klopt als En en Rimmon twee aparte steden zijn, zoals in Joz. 15:32.

In Neh. 11:29 staat ‘En-Rimmon’ als één naam.

8Ook kregen zij alle dorpen rondom deze steden, tot aan Baälat-Beër, Ramat-Negev. Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Simeon, per familie.
וְכָל
(vekhal)
en alle
הַֽחֲצֵרִ֗ים
(hachatserim)
de dorpen
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
סְבִיבוֹת֙
(sevivot)
rondom
הֶֽעָרִ֣ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
עַד
(ad)
tot
בַּֽעֲלַ֥ת
(baalat)
Baälat
בְּאֵ֖ר
(beer)
Beër
רָ֣אמַת
(ramat)
Ramat
נֶ֑גֶב
(negev)
Negev
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֖וֹן
(shimon)
Simeon
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Baälat-Beër is dezelfde plaats als Ramat-Negev (‘hoogte in de Negev’).

Zie ook 1 Sam. 30:27.

De ligging is onzeker.

9Het erfdeel van de zonen van Simeon lag in de kavel van de zonen van Juda. Want het deel van de zonen van Juda was te groot voor hen. Zo kregen de zonen van Simeon een erfdeel midden in hun erfdeel.
מֵחֶ֨בֶל֙
(mechevel)
van de kavel van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
נַחֲלַ֖ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֑וֹן
(shimon)
Simeon
כִּֽי
(ki)
want
הָיָ֞ה
(haya)
was
חֵ֤לֶק
(cheleq)
het deel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
רַ֣ב
(rav)
te groot
מֵהֶ֔ם
(mehem)
voor hen
וַיִּנְחֲל֥וּ
(vayinchalu)
en erfden
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֖וֹן
(shimon)
Simeon
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
te midden van
נַחֲלָתָֽם
(nachalatam)
hun erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶבֶל (chevel), ‘kavel’: het stuk land dat met een meetsnoer voor Juda was afgemeten (Joz. 15).

Dit was te groot, en daarom kreeg Simeon daarin een deel.

Het lot van Zebulon

10Het derde lot kwam op voor de zonen van Zebulon, per familie. De grens van hun erfdeel liep tot Sarid.
וַיַּ֨עַל֙
(vayaal)
en kwam op
הַגּוֹרָ֣ל
(hagoral)
het lot
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
het derde
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
זְבוּלֻ֖ן
(zevulun)
Zebulon
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וַיְהִ֛י
(vayhi)
en het was
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
נַחֲלָתָ֖ם
(nachalatam)
hun erfdeel
עַד
(ad)
tot
שָׂרִֽיד
(sarid)
Sarid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sarid: Sarid wordt gezocht bij Tel Shadud, in de vallei van Jizreël.

11Hun grens klom naar het westen, naar Marala, en raakte Dabbeset. Hij raakte de beek tegenover Jokneam.
וְעָלָ֨ה
(veala)
en klom
גְבוּלָ֧ם
(gevulam)
hun grens
לַיָּ֛מָּה
(layama)
westwaarts
וּמַרְעֲלָ֖ה
(umarala)
en naar Marala
וּפָגַ֣ע
(ufaga)
en raakte
בְּדַבָּ֑שֶׁת
(bedabashet)
Dabbeset
וּפָגַע֙
(ufaga)
en raakte
אֶל
(el)
de
הַנַּ֔חַל
(hanachal)
beek
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
tegenover
פְּנֵ֥י
(penei)
het aangezicht van
יָקְנְעָֽם
(yaqeneam)
Jokneam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jokneam is Tel Qamun, aan de voet van de Karmel (Israël); dat is waarschijnlijk.

Marala en Dabbeset zijn onzeker.

Sarid is waarschijnlijk Tel Shadud, in de vallei van Jizreël (Israël).

12Van Sarid keerde hij om, naar het oosten, waar de zon opkomt, naar het gebied van Kislot-Tabor. Hij liep uit naar Daberat en klom naar Jafia.
וְשָׁ֣ב
(veshav)
en keerde terug
מִשָּׂרִ֗יד
(misarid)
vanaf Sarid
קֵ֚דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִזְרַ֣ח
(mizrach)
het oosten
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
van de zon
עַל
(al)
naar
גְּב֥וּל
(gevul)
het gebied van
כִּסְלֹ֖ת
(kislot)
Kislot
תָּבֹ֑ר
(tavor)
Tabor
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
אֶל
(el)
naar
הַדָּֽבְרַ֖ת
(hadaverat)
Daberat
וְעָלָ֥ה
(veala)
en klom
יָפִֽיעַ
(yafia)
Jafia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kislot-Tabor is waarschijnlijk Iksal, ten zuiden van Nazaret (Israël).

Daberat is waarschijnlijk Daburiyya, aan de voet van de Tabor.

Jafia is waarschijnlijk Yafa, bij Nazaret.

Alle drie zijn waarschijnlijk.

Zie Sarid: Sarid wordt gezocht bij Tel Shadud, in de vallei van Jizreël.

Uitleg

מִזְרַח הַשָּׁמֶשׁ (mizrach hashemesh), ‘oosten van de zon’: de kant waar de zon opkomt.

Wij schrijven ‘het oosten, waar de zon opkomt’.

13Vandaar liep hij verder naar het oosten, naar Gat-Chefer en naar Itta-Kasin. Hij liep uit naar Rimmon, dat doorloopt naar Nea.
וּמִשָּׁ֤ם
(umisham)
en vandaar
עָבַר֙
(avar)
liep door
קֵ֣דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
naar het oosten
גִּתָּ֥ה
(gita)
naar Gat
חֵ֖פֶר
(chefer)
Chefer
עִתָּ֣ה
(ita)
Itta
קָצִ֑ין
(qatsin)
Kasin
וְיָצָ֛א
(veyatsa)
en liep uit
רִמּ֥וֹן
(rimon)
Rimmon
הַמְּתֹאָ֖ר
(hametoar)
dat doorloopt
הַנֵּעָֽה
(hanea)
naar Nea
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gat-Chefer is waarschijnlijk Tel Gat-Hefer (Khirbet ez-Zurra), ten noorden van Nazaret (Israël).

De profeet Jona kwam hier vandaan (2 Kon. 14:25).

Itta-Kasin is onzeker.

Rimmon is waarschijnlijk Rummaneh (Israël).

Nea is onzeker.

Lezing

Het Hebreeuws heeft hamit’ar (‘dat doorloopt’) bij Rimmon.

Ook mogelijk is dat het een deel van de naam is: ‘Rimmon-Metoar’.

Wij vertalen het als een beschrijving.

14Daar boog de grens aan de noordkant om naar Channaton. Zijn einde lag bij het dal van Jifta-El.
וְנָסַ֤ב
(venasav)
en boog om
אֹתוֹ֙
(oto)
het
הַגְּב֔וּל
(hagevul)
de grens
מִצְּפ֖וֹן
(mitsefon)
aan de noordkant
חַנָּתֹ֑ן
(chanaton)
Channaton
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en waren
תֹּֽצְאֹתָ֔יו
(totseotav)
zijn einden
גֵּ֖י
(gei)
het dal van
יִפְתַּח
(yiftach)
Jifta
אֵֽל
(el)
El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Channaton is waarschijnlijk Tel Hannathon (Tell Bedeiwiyeh), in Galilea (Israël).

Het dal van Jifta-El is waarschijnlijk bij Tel Jotapata (Yodefat), in Galilea.

Beide zijn waarschijnlijk.

Zie Dal van Jifta-El: Het dal van Jifta-El lag bij Jotapata, in Galilea.

15Ook hoorden erbij: Katat, Nahalal, Simron, Jidala en Betlehem. Dat zijn 12 steden met hun dorpen.
וְקַטָּ֤ת
(veqatat)
en Katat
וְנַֽהֲלָל֙
(venahalal)
en Nahalal
וְשִׁמְר֔וֹן
(veshimron)
en Simron
וְיִדְאֲלָ֖ה
(veyidala)
en Jidala
וּבֵ֣ית
(uveit)
en Bet
לָ֑חֶם
(lachem)
Lechem
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שְׁתֵּים
(sheteim)
twee
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Nahalal is waarschijnlijk Tel Nahalal, in de vallei van Jizreël.

Simron is waarschijnlijk Tel Shimron (Israël).

Betlehem is het Betlehem in Galilea, ten noordwesten van Nazaret; het is niet het Betlehem bij Jeruzalem.

Katat en Jidala zijn onzeker.

Uitleg

Het getal 12 is niet vast te stellen uit de namen in vers 10–15.

Wij laten het zoals het in de grondtekst staat.

16Dit is het erfdeel van de zonen van Zebulon, per familie: deze steden met hun dorpen.
זֹ֛את
(zot)
dit
נַחֲלַ֥ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
זְבוּלֻ֖ן
(zevulun)
Zebulon
לְמִשְׁפְּחוֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶֽעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het lot van Issachar

17Het vierde lot kwam uit voor Issachar, voor de zonen van Issachar, per familie.
לְיִ֨שָּׂשכָ֔ר
(leyisashkhar)
voor Issachar
יָצָ֖א
(yatsa)
kwam uit
הַגּוֹרָ֣ל
(hagoral)
het lot
הָֽרְבִיעִ֑י
(harevii)
het vierde
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
יִשָּׂשכָ֖ר
(yisashkhar)
Issachar
לְמִשְׁפְּחוֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Hun gebied omvatte: Jizreël, Kesulot, Sunem,
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en het was
גְּבוּלָ֑ם
(gevulam)
hun gebied
יִזְרְעֶ֥אלָה
(yizreela)
naar Jizreël
וְהַכְּסוּלֹ֖ת
(vehakesulot)
en Kesulot
וְשׁוּנֵֽם
(veshunem)
en Sunem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jizreël is waarschijnlijk Zer’in, in de vallei van Jizreël (Israël).

Kesulot is waarschijnlijk dezelfde plaats als Kislot-Tabor (vers 12), nu Iksal.

Sunem is Solem (Sulam), in de vallei van Jizreël (Israël).

Lezing

Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘hun grens was naar Jizreël …’.

Wij vertalen ‘hun gebied omvatte’, want de namen die volgen zijn steden in hun erfdeel.

19Chafaraïm, Sion, Anacharat,
וַחֲפָרַ֥יִם
(vachafarayim)
en Chafaraïm
וְשִׁיאֹ֖ן
(veshion)
en Sion
וַאֲנָחֲרַֽת
(vaanacharat)
en Anacharat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chafaraïm, Sion en Anacharat liggen in het gebied van Issachar.

De plaatsen zijn onzeker.

20Rabbit, Kisjon, Evets,
וְהָֽרַבִּ֥ית
(veharabit)
en Rabbit
וְקִשְׁי֖וֹן
(veqishyon)
en Kisjon
וָאָֽבֶץ
(vaavets)
en Evets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Rabbit, Kisjon en Evets liggen in het gebied van Issachar.

De plaatsen zijn onzeker.

21Remet, En-Gannim, En-Chadda en Bet-Passets.
וְרֶ֧מֶת
(veremet)
en Remet
וְעֵין
(veein)
en En
גַּנִּ֛ים
(ganim)
Gannim
וְעֵ֥ין
(veein)
en En
חַדָּ֖ה
(chada)
Chadda
וּבֵ֥ית
(uveit)
en Bet
פַּצֵּֽץ
(patsets)
Passets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

En-Gannim (‘bron van de tuinen’) is waarschijnlijk Jenin (Westelijke Jordaanoever).

En-Chadda is waarschijnlijk Kefar Adan.

Remet en Bet-Passets zijn onzeker.

Zie ookJoz 21:29
22De grens raakte de Tabor, Sachatsima en Bet-Semes. Zijn einden lagen bij de Jordaan. Dat zijn 16 steden met hun dorpen.
וּפָגַע֩
(ufaga)
en raakte
הַגְּב֨וּל
(hagevul)
de grens
בְּתָב֤וֹר
(betavor)
de Tabor
וְשַׁחֲצִ֨ימָה֙
(veshachatsima)
en Sachatsima
וּבֵ֣ית
(uveit)
en Bet
שֶׁ֔מֶשׁ
(shemesh)
Semes
וְהָי֛וּ
(vehayu)
en waren
תֹּצְא֥וֹת
(totseot)
de einden van
גְּבוּלָ֖ם
(gevulam)
hun grens
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Tabor is de berg Tabor in Galilea (Israël); dat is zeker.

Sachatsima en Bet-Semes in Issachar zijn onzeker.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

Wij kunnen de 16 steden niet precies tellen uit de namen in vers 18–22.

Wij laten het getal staan.

23Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Issachar, per familie: de steden met hun dorpen.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשָּׂשכָ֖ר
(yisashkhar)
Issachar
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het lot van Aser

24Het vijfde lot kwam uit voor de stam van de zonen van Aser, per familie.
וַיֵּצֵא֙
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֣ל
(hagoral)
het lot
הַֽחֲמִישִׁ֔י
(hachamishi)
het vijfde
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָשֵׁ֖ר
(asher)
Aser
לְמִשְׁפְּחוֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Hun gebied omvatte: Chelkat, Chali, Beten, Achsaf,
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en het was
גְּבוּלָ֑ם
(gevulam)
hun gebied
חֶלְקַ֥ת
(chelqat)
Chelkat
וַחֲלִ֖י
(vachali)
en Chali
וָבֶ֥טֶן
(vaveten)
en Beten
וְאַכְשָֽׁף
(veakhshaf)
en Achsaf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beten is waarschijnlijk Ibtin (Israël).

Achsaf ligt waarschijnlijk bij Tel Keisan (Israël).

Chelkat, Chali, Alammelek, Amad en Misjal zijn onzeker.

26Alammelek, Amad en Misjal. In het westen raakte hun grens de Karmel en Sichor-Libnat.
וְאַֽלַמֶּ֥לֶךְ
(vealamelekh)
en Alammelek
וְעַמְעָ֖ד
(veamad)
en Amad
וּמִשְׁאָ֑ל
(umishal)
en Misjal
וּפָגַ֤ע
(ufaga)
en raakte
בְּכַרְמֶל֙
(bekharmel)
de Karmel
הַיָּ֔מָּה
(hayama)
westwaarts
וּבְשִׁיח֖וֹר
(uveshichor)
en Sichor
לִבְנָֽת
(livnat)
Libnat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Karmel is het Karmelgebergte bij Haifa (Israël); dat is zeker.

Sichor-Libnat is onzeker; misschien is het een beek bij de kust.

27Daarna keerde hij om, naar het oosten, waar de zon opkomt, naar Bet-Dagon. Hij raakte Zebulon en het dal van Jifta-El. Naar het noorden liep hij naar Bet-Haëmek en Nejiël. Hij liep uit naar Kabul, aan de linkerkant,
וְשָׁ֨ב
(veshav)
en keerde terug
מִזְרַ֣ח
(mizrach)
het oosten
הַשֶּׁמֶשׁ֮
(hashemesh)
van de zon
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
דָּגֹן֒
(dagon)
Dagon
וּפָגַ֣ע
(ufaga)
en raakte
בִּ֠זְבֻלוּן
(bizvulun)
Zebulon
וּבְגֵ֨י
(uvegei)
en het dal van
יִפְתַּח
(yiftach)
Jifta
אֵ֥ל
(el)
El
צָפ֛וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
הָעֵ֖מֶק
(haemeq)
Haëmek
וּנְעִיאֵ֑ל
(uneiel)
en Nejiël
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
אֶל
(el)
naar
כָּב֖וּל
(kavul)
Kabul
מִשְּׂמֹֽאל
(misemol)
links
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Dagon is onzeker.

Het dal van Jifta-El: zie vers 14.

Bet-Haëmek is waarschijnlijk Tel Mimla (Israël).

Nejiël is waarschijnlijk Khirbet Ya’nin (Israël).

Kabul is Kabul, in Galilea (Israël).

Zie Dal van Jifta-El: Het dal van Jifta-El lag bij Jotapata, in Galilea.

Uitleg

שְׂמֹאל (semol), ‘links’: wie naar het oosten kijkt, heeft het noorden links.

28en naar Evron, Rechov, Chammon en Kana, tot aan Groot-Sidon.
וְעֶבְרֹ֥ן
(veevron)
en Evron
וּרְחֹ֖ב
(urechov)
en Rechov
וְחַמּ֣וֹן
(vechamon)
en Chammon
וְקָנָ֑ה
(veqana)
en Kana
עַ֖ד
(ad)
tot
צִיד֥וֹן
(tsidon)
Sidon
רַבָּֽה
(raba)
groot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Rechov, Chammon en Kana liggen in het noorden, bij de kust.

Kana is waarschijnlijk Qana, in het zuiden van Libanon.

Chammon is waarschijnlijk Umm el-Awamid (Libanon).

Sidon is het huidige Saida (Libanon); dat is zeker.

Lezing

Een aantal handschriften heeft Abdon (zoals in Joz. 21:30) in plaats van Evron.

Wij volgen de Masoretische tekst.

29Toen keerde de grens terug naar Rama en liep tot de versterkte stad Tyrus. Daarna keerde de grens terug naar Chosa. Zijn einde lag bij de zee, vanaf het kustgebied naar Achzib.
וְשָׁ֤ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
הָֽרָמָ֔ה
(harama)
naar Rama
וְעַד
(vead)
en tot
עִ֖יר
(ir)
de stad van
מִבְצַר
(mivtsar)
de vesting
צֹ֑ר
(tsor)
Tyrus
וְשָׁ֤ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
חֹסָ֔ה
(chosa)
naar Chosa
וְהָי֧וּ
(vehayu)
en waren
תֹצְאֹתָ֛יו
(totseotav)
zijn einden
הַיָּ֖מָּה
(hayama)
naar de zee
מֵחֶ֥בֶל
(mechevel)
vanaf het kustgebied
אַכְזִֽיבָה
(akhziva)
naar Achzib
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Rama is waarschijnlijk Rameh (Libanon of Israël).

Tyrus is het huidige Sur (Libanon); dat is zeker.

Chosa is onzeker.

Achzib is Tel Akhziv, aan de kust van Israël; dat is zeker.

Lezing

Het Hebreeuws zegt ‘vanaf de kavel (chevel) naar Achzib’.

Wij nemen aan dat chevel hier het kustgebied bedoelt.

30Ook hoorden erbij: Uma, Afek en Rechov. Dat zijn 22 steden met hun dorpen.
וְעֻמָ֥ה
(veuma)
en Uma
וַאֲפֵ֖ק
(vaafeq)
en Afek
וּרְחֹ֑ב
(urechov)
en Rechov
עָרִ֛ים
(arim)
steden
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁתַּ֖יִם
(ushtayim)
en twee
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Uma is onzeker.

Afek is waarschijnlijk Tel Kurdana, bij Akko (Israël).

Dit Rechov is niet hetzelfde als het Rechov van vers 28; de ligging is onzeker.

Uitleg

De steden van Aser zijn niet precies te tellen.

Wij laten het getal 22 staan zoals in de grondtekst.

31Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Aser, per familie: deze steden met hun dorpen.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָשֵׁ֖ר
(asher)
Aser
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het lot van Naftali

32Het zesde lot kwam uit voor de zonen van Naftali, voor de zonen van Naftali, per familie.
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
נַפְתָּלִ֔י
(naftali)
Naftali
יָצָ֖א
(yatsa)
kwam uit
הַגּוֹרָ֣ל
(hagoral)
het lot
הַשִּׁשִּׁ֑י
(hashishi)
het zesde
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Hun grens liep vanaf Chelef, vanaf de eik bij Saänannim, langs Adami-Hanekev en Jabneël, tot Lakkum. Zijn einde lag bij de Jordaan.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
גְבוּלָ֗ם
(gevulam)
hun grens
מֵחֵ֨לֶף
(mechelef)
vanaf Chelef
מֵֽאֵל֜וֹן
(meelon)
vanaf de eik
בְּצַעֲנַנִּ֗ים
(betsaananim)
bij Saänannim
וַאֲדָמִ֥י
(vaadami)
en Adami
הַנֶּ֛קֶב
(haneqev)
Hanekev
וְיַבְנְאֵ֖ל
(veyavneel)
en Jabneël
עַד
(ad)
tot
לַקּ֑וּם
(laqum)
Lakkum
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en het was
תֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn einde
הַיַּרְדֵּֽן
(hayarden)
de Jordaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Adami-Hanekev is waarschijnlijk Khirbet Damiyeh, bij de Zee van Kinneret (Israël).

Jabneël is Yavne’el, ten zuidwesten van de Zee van Kinneret (Israël).

Chelef, de eik bij Saänannim en Lakkum zijn onzeker.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

אַלּוֹן (allon), ‘eik’: een grote boom, die als herkenningspunt voor de grens diende.

Zie ookRe 4:11
34De grens keerde in het westen terug naar Aznot-Tabor. Vandaar liep hij uit naar Chukkok. In het zuiden raakte hij Zebulon en in het westen Aser. En bij de Jordaan raakte hij Juda, in het oosten, waar de zon opkomt.
וְשָׁ֨ב
(veshav)
en keerde terug
הַגְּב֥וּל
(hagevul)
de grens
יָ֨מָּה֙
(yama)
westwaarts
אַזְנ֣וֹת
(aznot)
naar Aznot
תָּב֔וֹר
(tavor)
Tabor
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
מִשָּׁ֖ם
(misham)
vandaar
חוּקֹ֑קָה
(chuqoqa)
naar Chukkok
וּפָגַ֨ע
(ufaga)
en raakte
בִּזְבֻל֜וּן
(bizvulun)
Zebulon
מִנֶּ֗גֶב
(minegev)
in het zuiden
וּבְאָשֵׁר֙
(uveasher)
en Aser
פָּגַ֣ע
(paga)
raakte hij
מִיָּ֔ם
(miyam)
in het westen
וּבִ֣יהוּדָ֔ה
(uvihuda)
en Juda
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרַ֥ח
(mizrach)
oostwaarts
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
van de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Aznot-Tabor is onzeker.

Chukkok is waarschijnlijk Yaquq, in Galilea (Israël).

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Lezing

Dat de grens van Naftali ‘Juda bij de Jordaan’ raakt, is moeilijk te begrijpen.

De stam Juda ligt hier ver vandaan.

Het kan gaan om een plaats met een naam als Juda, of om een dorp van Jaïr (Num. 32:41), maar zeker is dat niet.

Wij vertalen de tekst letterlijk.

35De versterkte steden waren: Hassiddim, Ser, Chammat, Rakkat, Kinneret,
וְעָרֵ֖י
(vearei)
en de steden van
מִבְצָ֑ר
(mivtsar)
de vesting
הַצִּדִּ֣ים
(hatsidim)
Hassiddim
צֵ֔ר
(tser)
Ser
וְחַמַּ֖ת
(vechamat)
en Chammat
רַקַּ֥ת
(raqat)
Rakkat
וְכִנָּֽרֶת
(vekhinaret)
en Kinneret
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chammat is waarschijnlijk Hammat Tiberias (Israël).

Kinneret ligt aan de westelijke oever van de Zee van Kinneret (Israël).

Hassiddim, Ser en Rakkat zijn onzeker.

36Adama, Rama, Chasor,
וַאֲדָמָ֥ה
(vaadama)
en Adama
וְהָרָמָ֖ה
(veharama)
en Rama
וְחָצֽוֹר
(vechatsor)
en Chasor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chasor is Tel Hazor, in het noorden van Israël; dat is zeker.

Adama en Rama zijn onzeker; Rama is misschien er-Rama in Galilea.

37Kedes, Edrei, En-Chasor,
וְקֶ֥דֶשׁ
(veqedesh)
en Kedes
וְאֶדְרֶ֖עִי
(veedrei)
en Edrei
וְעֵ֥ין
(veein)
en En
חָצֽוֹר
(chatsor)
Chasor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kedes is waarschijnlijk Tel Qedesh, in Galilea (Israël).

Het is niet dezelfde plaats als Kades-Barnea.

Het wordt een vrijstad (Joz. 20:7).

Edrei en En-Chasor zijn onzeker.

Dit Edrei is niet het Edrei in Basan (Deut. 1:4).

38Jiron, Migdal-El, Chorem, Bet-Anat en Bet-Semes. Dat zijn 19 steden met hun dorpen.
וְיִרְאוֹן֙
(veyiron)
en Jiron
וּמִגְדַּל
(umigdal)
en Migdal
אֵ֔ל
(el)
El
חֳרֵ֥ם
(chorem)
Chorem
וּבֵית
(uveit)
en Bet
עֲנָ֖ת
(anat)
Anat
וּבֵ֣ית
(uveit)
en Bet
שָׁ֑מֶשׁ
(shamesh)
Semes
עָרִ֥ים
(arim)
steden
תְּשַֽׁע
(tesha)
negen
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jiron is waarschijnlijk Yarun, bij de grens met Libanon.

Chorem is waarschijnlijk Horvat Horem (Israël).

Bet-Anat is onzeker; misschien in het zuiden van Libanon.

Migdal-El en Bet-Semes in Naftali zijn onzeker.

39Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Naftali, per familie: de steden met hun dorpen.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het lot van Dan

40Het zevende lot kwam uit voor de stam van de zonen van Dan, per familie.
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
יָצָ֖א
(yatsa)
kwam uit
הַגּוֹרָ֥ל
(hagoral)
het lot
הַשְּׁבִיעִֽי
(hashevii)
het zevende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
41Het gebied van hun erfdeel omvatte: Tsora, Estaol, Ir-Semes,
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en het was
גְּב֣וּל
(gevul)
het gebied van
נַחֲלָתָ֑ם
(nachalatam)
hun erfdeel
צָרְעָ֥ה
(tsarea)
Tsora
וְאֶשְׁתָּא֖וֹל
(veeshtaol)
en Estaol
וְעִ֥יר
(veir)
en Ir
שָֽׁמֶשׁ
(shamesh)
Semes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het erfdeel van Dan ligt in het westen, tussen Juda en de kust (Israël).

Tsora is Sar’a (Israël); dat is zeker.

Estaol is waarschijnlijk Eshwa’.

Ir-Semes (‘stad van de zon’) is Bet-Semes, Tel Beth Shemesh (Israël).

Zie Zora (Tsora): Zora (Tsora) lag in de Sefela, ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Bet Semes.

42Saälabbin, Ajjalon, Jitla,
וְשַֽׁעֲלַבִּ֥ין
(veshaalabin)
en Saälabbin
וְאַיָּל֖וֹן
(veayalon)
en Ajjalon
וְיִתְלָֽה
(veyitla)
en Jitla
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Saälabbin is waarschijnlijk Selbit.

Ajjalon is waarschijnlijk Yalo, bij Latrun (Westelijke Jordaanoever).

Jitla is onzeker.

Zie Ajalon: Ajalon (Yalo) lag in het dal van Ajalon, ten westen van Gibeon, aan de rand van de Sefela.

43Elon, Timna, Ekron,
וְאֵיל֥וֹן
(veeilon)
en Elon
וְתִמְנָ֖תָה
(vetimnata)
en Timna
וְעֶקְרֽוֹן
(veeqron)
en Ekron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Timna is waarschijnlijk Tel Batash (Israël).

Ekron is Tel Miqne (Israël).

Elon is onzeker.

Uitleg

Elon is een andere naam dan Ajjalon in vers 42.

44Elteke, Gibbeton, Baälat,
וְאֶלְתְּקֵ֥ה
(veelteqe)
en Elteke
וְגִבְּת֖וֹן
(vegibeton)
en Gibbeton
וּבַעֲלָֽת
(uvaalat)
en Baälat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Elteke, Gibbeton en Baälat zijn onzeker; ze liggen in het gebied van Dan.

45Jehud, Bene-Berak, Gat-Rimmon,
וִיהֻ֥ד
(vihud)
en Jehud
וּבְנֵֽי
(uvenei)
en Bene
בְרַ֖ק
(beraq)
Berak
וְגַת
(vegat)
en Gat
רִמּֽוֹן
(rimon)
Rimmon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jehud is waarschijnlijk el-Yehudiyeh.

Bene-Berak is het huidige Bnei Brak, bij Tel Aviv (Israël).

Gat-Rimmon is onzeker.

Zie ookJoz 21:24
46Me-Jarkon en Rakkon, met het gebied tegenover Jafo.
וּמֵ֥י
(umei)
en Me
הַיַּרְק֖וֹן
(hayarqon)
Jarkon
וְהָֽרַקּ֑וֹן
(veharaqon)
en Rakkon
עִֽם
(im)
met
הַגְּב֖וּל
(hagevul)
het gebied
מ֥וּל
(mul)
tegenover
יָפֽוֹ
(yafo)
Jafo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Me-Jarkon (‘water van de Jarkon’) ligt bij de rivier de Yarkon, bij Tel Aviv (Israël).

Jafo is het huidige Jaffa, bij Tel Aviv (Israël); dat is zeker.

Rakkon is onzeker.

47Maar het gebied van de zonen van Dan ging hun uit handen. De zonen van Dan trokken op en streden tegen Lesem. Zij namen het in en sloegen het met de scherpte van het zwaard. Zij namen het in bezit en gingen er wonen. Zij noemden Lesem Dan, naar de naam van Dan, hun vader.
וַיֵּצֵ֥א
(vayetse)
en ging uit
גְבוּל
(gevul)
het gebied van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
מֵהֶ֑ם
(mehem)
van hen
וַיַּעֲל֣וּ
(vayaalu)
en trokken op
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
דָ֠ן
(dan)
Dan
וַיִּלָּחֲמ֨וּ
(vayilachamu)
en streden
עִם
(im)
met
לֶ֜שֶׁם
(leshem)
Lesem
וַיִּלְכְּד֥וּ
(vayilkedu)
en namen in
אוֹתָ֣הּ
(otah)
het
וַיַּכּ֧וּ
(vayaku)
en sloegen
אוֹתָ֣הּ
(otah)
het
לְפִי
(lefi)
met de scherpte van
חֶ֗רֶב
(cherev)
het zwaard
וַיִּֽרְשׁ֤וּ
(vayirshu)
en namen in bezit
אוֹתָהּ֙
(otah)
het
וַיֵּ֣שְׁבוּ
(vayeshevu)
en woonden
בָ֔הּ
(bah)
daarin
וַיִּקְרְא֤וּ
(vayiqreu)
en noemden
לְלֶ֨שֶׁם֙
(leleshem)
Lesem
דָּ֔ן
(dan)
Dan
כְּשֵׁ֖ם
(keshem)
naar de naam van
דָּ֥ן
(dan)
Dan
אֲבִיהֶֽם
(avihem)
hun vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Lesem is dezelfde plaats als Lais in Richt. 18:7, 27–29, het latere Dan.

Dat is Tel Dan, in het noorden van Israël; dat is zeker.

Lezing

Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘het gebied van de zonen van Dan ging van hen uit’.

Wij verstaan: het ging hun uit handen, omdat de Amorieten hen terugdrongen (Richt. 1:34).

Daarom zochten zij een ander erfdeel (Richt. 18:1).

48Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Dan, per familie: deze steden met hun dorpen.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
het erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶֽעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het erfdeel van Jozua

49Zij voltooiden het verdelen van het land volgens zijn grenzen als erfdeel. Daarna gaven de zonen van Israël aan Jozua, de zoon van Nun, een erfdeel in hun midden.
וַיְכַלּ֥וּ
(vaykhalu)
en zij voltooiden
לִנְחֹל
(linchol)
met erven
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
לִגְבֽוּלֹתֶ֑יהָ
(ligvuloteiha)
volgens haar grenzen
וַיִּתְּנ֨וּ
(vayitenu)
en gaven
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֧ל
(yisrael)
Israël
נַחֲלָ֛ה
(nachala)
een erfdeel
לִיהוֹשֻׁ֥עַ
(lihoshua)
aan Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נ֖וּן
(nun)
Nun
בְּתוֹכָֽם
(betokham)
in hun midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָחַל (nachal), ‘erven’: in deze werkwoordsvorm betekent het ‘als erfdeel verdelen’ (ook in vers 51).

Wij schrijven ‘verdeeld’.

50Volgens het woord van Yahweh gaven zij hem de stad die hij vroeg: Timnat-Serach, in het bergland van Efraïm. Hij bouwde de stad op en woonde erin.
עַל
(al)
volgens
פִּ֨י
(pi)
de mond van
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
נָ֣תְנוּ
(natenu)
gaven zij
ל֗וֹ
(lo)
aan hem
אֶת
(et)
(obj.)
הָעִיר֙
(hair)
de stad
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
שָׁאָ֔ל
(shaal)
hij vroeg
אֶת
(et)
(obj.)
תִּמְנַת
(timnat)
Timnat
סֶ֖רַח
(serach)
Serach
בְּהַ֣ר
(behar)
in het bergland van
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
וַיִּבְנֶ֥ה
(vayivne)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הָעִ֖יר
(hair)
de stad
וַיֵּ֥שֶׁב
(vayeshev)
en woonde
בָּֽהּ
(bah)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Timnat-Serach is waarschijnlijk Khirbet Tibnah, in het bergland van Efraïm (Westelijke Jordaanoever).

In Richt. 2:9 heet het Timnat-Cheres.

Jozua wordt hier begraven (Joz. 24:30).

De ligging is waarschijnlijk.

Zie Bergland van Efraïm: Het bergland van Efraïm is het centrale bergland, tussen Betel en Sichem.

Uitleg

Jozua krijgt zijn erfdeel als laatste, nadat de stammen hun deel hebben.

Hij vraagt zelf om deze stad, en de stammen geven haar hem volgens het woord van Yahweh.

Kaleb kreeg zijn deel eerder (Joz. 14:13–14).

De verdeling van het land is voltooid

51Dit zijn de erfdelen die Eleazar, de priester, Jozua, de zoon van Nun, en de familiehoofden van de stammen van de zonen van Israël door het lot verdeelden. Dat was in Silo, voor het aangezicht van Yahweh, bij de ingang van de tent van samenkomst. Zo voltooiden zij het verdelen van het land.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
הַנְּחָלֹ֡ת
(hanechalot)
de erfdelen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
נִחֲל֣וּ
(nichalu)
verdeelden als erfdeel
אֶלְעָזָ֣ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֣ן
(hakohen)
de priester
וִיהוֹשֻׁ֪עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נ֟וּן
(nun)
Nun
וְרָאשֵׁ֣י
(verashei)
en de hoofden van
הָֽאָב֣וֹת
(haavot)
de vaders
לְמַטּוֹת֩
(lematot)
van de stammen van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֨ל
(yisrael)
Israël
בְּגוֹרָ֤ל
(begoral)
door het lot
בְּשִׁלֹה֙
(beshilo)
in Silo
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
פֶּ֖תַח
(petach)
bij de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וַיְכַלּ֕וּ
(vaykhalu)
en zij voltooiden
מֵֽחַלֵּ֖ק
(mechaleq)
het verdelen van
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Silo: Silo lag in het bergland van Efraïm, ongeveer 30 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Het verdelen van het land begon in Silo (Joz. 18:10) en eindigt hier weer in Silo, voor het aangezicht van Yahweh.

Daar stond de tent van samenkomst (Joz. 18:1).