Elohim Bijbel

Amos 3

123456789

Gekend door Yahweh, daarom gestraft

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Alleen jullie heb Ik gekend

1Luister naar dit woord dat Yahweh over jullie gesproken heeft, zonen van Israël, over heel de familie die Ik uit het land Egypte heb laten optrekken, met de woorden:
שִׁמְע֞וּ
(shimu)
luister
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
דִּבֶּ֧ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵיכֶ֖ם
(aleikhem)
over jullie
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עַ֚ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
הַמִּשְׁפָּחָ֔ה
(hamishpacha)
de familie
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
הֶעֱלֵ֛יתִי
(heeleiti)
Ik liet optrekken
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Het woord dat Yahweh spreekt, gaat over ‘heel de familie’ die Hij uit Egypte liet optrekken.

Dat is het hele volk, dus ook Juda.

Het Hebreeuws laat hier Yahweh zelf aan het woord komen (‘die Ik heb laten optrekken’); daarom staan die woorden rood.

מִשְׁפָּחָה (mishpachah), ‘familie’: een groep verwanten, hier het hele volk.

עֲלֵיכֶם (aleikhem), ‘over jullie’: het kan ook ‘tegen jullie’ betekenen.

2„Alleen jullie heb Ik gekend van alle families van de grond. Daarom zal Ik al jullie ongerechtigheden bij jullie bezoeken.”
רַ֚ק
(raq)
alleen
אֶתְכֶ֣ם
(etkhem)
jullie
יָדַ֔עְתִּי
(yadati)
heb Ik gekend
מִכֹּ֖ל
(mikol)
van alle
מִשְׁפְּח֣וֹת
(mishpechot)
families van
הָאֲדָמָ֑ה
(haadama)
de grond
עַל
(al)
daarom
כֵּן֙
(ken)
zo
אֶפְקֹ֣ד
(efqod)
zal Ik bezoeken
עֲלֵיכֶ֔ם
(aleikhem)
bij jullie
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עֲוֺנֹֽתֵיכֶֽם
(avonoteikhem)
jullie ongerechtigheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָדַעְתִּי (yadati), ‘heb Ik gekend’: ‘kennen’ is hier uitkiezen en trouw zijn aan.

Juist daarom vraagt Yahweh rekenschap.

פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: komen kijken en ter verantwoording roepen, dus straffen. Zo ook in Exod. 20:5 en verderop in dit hoofdstuk (3:14).

Oorzaak en gevolg

3Gaan twee mensen samen, tenzij zij het hebben afgesproken?
הֲיֵלְכ֥וּ
(hayelekhu)
gaan
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
יַחְדָּ֑ו
(yachdav)
samen
בִּלְתִּ֖י
(bilti)
tenzij
אִם
(im)
als
נוֹעָֽדוּ
(noadu)
zij hebben afgesproken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 3–6 zijn vragen waarop het antwoord ‘nee’ is.

Elk gevolg heeft een oorzaak.

In vers 6 is Yahweh de oorzaak van het onheil; vers 7–8 zeggen waarom de profeet spreekt.

4Brult een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft? Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken, tenzij hij iets gevangen heeft?
הֲיִשְׁאַ֤ג
(hayishag)
brult het
אַרְיֵה֙
(arye)
een leeuw
בַּיַּ֔עַר
(bayaar)
in het woud
וְטֶ֖רֶף
(veteref)
en prooi
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
הֲיִתֵּ֨ן
(hayiten)
laat klinken het
כְּפִ֤יר
(kefir)
jonge leeuw
קוֹלוֹ֙
(qolo)
zijn stem
מִמְּעֹ֣נָת֔וֹ
(mimeonato)
uit zijn hol
בִּלְתִּ֖י
(bilti)
tenzij
אִם
(im)
als
לָכָֽד
(lakhad)
hij heeft gevangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Valt een vogel in een strik op de grond als er geen valstrik voor haar is? Springt een strik op van de grond als hij niets vangt?
הֲתִפֹּ֤ל
(hatipol)
valt het
צִפּוֹר֙
(tsipor)
een vogel
עַל
(al)
op
פַּ֣ח
(pach)
strik van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
וּמוֹקֵ֖שׁ
(umoqesh)
en valstrik
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
לָ֑הּ
(lah)
voor haar
הֲיַֽעֲלֶה
(hayaale)
springt op het
פַּח֙
(pach)
strik
מִן
(min)
van
הָ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de grond
וְלָכ֖וֹד
(velakhod)
en vangen
לֹ֥א
(lo)
niet
יִלְכּֽוֹד
(yilkod)
hij vangt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּח (pach), ‘strik’ en מוֹקֵשׁ (moqesh), ‘valstrik’: werktuigen van een vogelvanger.

6Als in een stad de ramshoorn wordt geblazen, beeft het volk dan niet? Als er onheil komt in een stad, heeft Yahweh dat dan niet gedaan?
אִם
(im)
als
יִתָּקַ֤ע
(yitaqa)
wordt geblazen
שׁוֹפָר֙
(shofar)
ramshoorn
בְּעִ֔יר
(beir)
in een stad
וְעָ֖ם
(veam)
en volk
לֹ֣א
(lo)
niet
יֶחֱרָ֑דוּ
(yecheradu)
zullen beven
אִם
(im)
als
תִּהְיֶ֤ה
(tihye)
zal zijn
רָעָה֙
(raa)
onheil
בְּעִ֔יר
(beir)
in een stad
וַיהוָ֖ה
(vaYahweh)
en Yahweh
לֹ֥א
(lo)
niet
עָשָֽׂה
(asa)
heeft gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָעָה (ra’ah), ‘onheil’: ramp of nood, ook ‘kwaad’.

Hier gaat het om rampen als straf, niet om zonde van Yahweh.

7Want Heer Yahweh doet niets, tenzij Hij Zijn geheim bekend heeft gemaakt aan Zijn dienaren, de profeten.
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֧א
(lo)
niet
יַעֲשֶׂ֛ה
(yaase)
doet
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
דָּבָ֑ר
(davar)
iets
כִּ֚י
(ki)
want
אִם
(im)
tenzij
גָּלָ֣ה
(gala)
Hij heeft onthuld
סוֹד֔וֹ
(sodo)
Zijn geheim
אֶל
(el)
aan
עֲבָדָ֖יו
(avadav)
Zijn dienaren
הַנְּבִיאִֽים
(haneviim)
de profeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Amos 1:8.

סוֹד (sod), ‘geheim’: vertrouwelijk overleg of plan. Yahweh deelt dat met wie Hem vrezen (Ps. 25:14) en met Zijn dienaren de profeten.

8Een leeuw heeft gebruld: wie vreest niet? Heer Yahweh heeft gesproken: wie profeteert niet?
אַרְיֵ֥ה
(arye)
een leeuw
שָׁאָ֖ג
(shaag)
heeft gebruld
מִ֣י
(mi)
wie
לֹ֣א
(lo)
niet
יִירָ֑א
(yira)
vreest
אֲדֹנָ֤י
(adonay)
Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֶּ֔ר
(diber)
heeft gesproken
מִ֖י
(mi)
wie
לֹ֥א
(lo)
niet
יִנָּבֵֽא
(yinave)
zal profeteren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Samaria wordt aangeklaagd

9Laat het horen over de paleizen in Asdod en over de paleizen in het land Egypte. Zeg: „Verzamel jullie op de bergen van Samaria. Zie de grote onrust in haar midden en de onderdrukten in haar binnenste.”
הַשְׁמִ֨יעוּ֙
(hashmiu)
laat horen
עַל
(al)
over
אַרְמְנ֣וֹת
(armenot)
paleizen
בְּאַשְׁדּ֔וֹד
(beashdod)
in Asdod
וְעַֽל
(veal)
en over
אַרְמְנ֖וֹת
(armenot)
paleizen
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְאִמְר֗וּ
(veimru)
en zeg
הֵאָֽסְפוּ֙
(heasefu)
verzamel jullie
עַל
(al)
op
הָרֵ֣י
(harei)
bergen van
שֹׁמְר֔וֹן
(shomeron)
Samaria
וּרְא֞וּ
(ureu)
en zie
מְהוּמֹ֤ת
(mehumot)
onrust
רַבּוֹת֙
(rabot)
grote
בְּתוֹכָ֔הּ
(betokhah)
in haar midden
וַעֲשׁוּקִ֖ים
(vaashuqim)
en onderdrukten
בְּקִרְבָּֽהּ
(beqirbah)
in haar binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

Asdod (in Filistea) en Egypte worden uitgenodigd om naar Samaria te kijken.

Zelfs zij kunnen zien dat daar onrecht heerst.

מְהוּמֹת (mehumot), ‘onrust’: verwarring en geweld.

10Zij weten niet wat recht is te doen, godsspraak van Yahweh, zij die geweld en verwoesting opstapelen in hun paleizen.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יָדְע֥וּ
(yadeu)
zij weten
עֲשׂוֹת
(asot)
te doen
נְכֹחָ֖ה
(nekhocha)
wat recht is
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
הָאֽוֹצְרִ֛ים
(haotserim)
zij die opstapelen
חָמָ֥ס
(chamas)
geweld
וָשֹׁ֖ד
(vashod)
en verwoesting
בְּאַרְמְנֽוֹתֵיהֶֽם
(bearmenoteihem)
in hun paleizen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְכֹחָה (nekhochah), ‘wat recht is’: wat eerlijk en rechtdoor is.

חָמָס (chamas), ‘geweld’, en שֹׁד (shod), ‘verwoesting’: onrecht tegenover anderen.

Lezing

Wie in vers 9 spreekt, staat er niet.

Wij lezen vers 9 als een opdracht van de profeet en vers 10 als woorden van Yahweh, omdat de godsspraakformule erin staat.

Dat is onzeker.

De vijand komt

11Daarom, zo zegt Heer Yahweh: „Een vijand, rondom het land! Hij zal je kracht van je afnemen, en je paleizen zullen geplunderd worden.”
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
כֹּ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
צַ֖ר
(tsar)
een vijand
וּסְבִ֣יב
(useviv)
en rondom
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
וְהוֹרִ֤ד
(vehorid)
en hij zal afnemen
מִמֵּךְ֙
(mimekh)
van jou
עֻזֵּ֔ךְ
(uzekh)
je kracht
וְנָבֹ֖זּוּ
(venavozu)
en zullen geplunderd worden
אַרְמְנוֹתָֽיִךְ
(armenotayikh)
je paleizen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צַר (tsar), ‘vijand’: het woord kan ook ‘nood’ betekenen.

Er staat in het Hebreeuws geen werkwoord; de zin is een uitroep.

Sommige oude vertalingen lezen deze zin anders.

12Zo zegt Yahweh: „Zoals de herder uit de muil van de leeuw twee onderbenen redt, of een stukje van een oor, zo zullen de zonen van Israël gered worden. Zij wonen in Samaria, op de hoek van een bed en op het damast van een rustbank.
כֹּה֮
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָה֒
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁר֩
(kaasher)
zoals
יַצִּ֨יל
(yatsil)
redt
הָרֹעֶ֜ה
(haroe)
de herder
מִפִּ֧י
(mipi)
uit de muil van
הָאֲרִ֛י
(haari)
de leeuw
שְׁתֵּ֥י
(shetei)
twee
כְרָעַ֖יִם
(keraayim)
onderbenen
א֣וֹ
(o)
of
בְדַל
(bedal)
een stukje van
אֹ֑זֶן
(ozen)
oor
כֵּ֣ן
(ken)
zo
יִנָּצְל֞וּ
(yinatselu)
zullen gered worden
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
הַיֹּֽשְׁבִים֙
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן
(beshomeron)
in Samaria
בִּפְאַ֥ת
(bifat)
in de hoek van
מִטָּ֖ה
(mita)
bed
וּבִדְמֶ֥שֶׁק
(uvidmesheq)
en op het damast van
עָֽרֶשׂ
(ares)
rustbank
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

Een herder die een schaap aan een leeuw verloor, moest bewijs brengen (Exod. 22:12).

Hier blijft er van Israël net zoveel over als een stukje van het schaap.

וּבִדְמֶשֶׁק עָרֶשׂ (uvidmeshek eres): de woorden kunnen ‘en in Damascus op een rustbank’ betekenen, maar lijken ook op ‘damast’, een kostbare stof. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘op het damast van een rustbank’. Zij zitten dus in weelde, op de rand van hun bed.

Het oordeel over Betel en de huizen

13Luister en getuig tegen het huis van Jakob, godsspraak van Heer Yahweh, Elohim van de legermachten.
שִׁמְע֥וּ
(shimu)
luister
וְהָעִ֖ידוּ
(vehaidu)
en getuig
בְּבֵ֣ית
(beveit)
tegen het huis van
יַֽעֲקֹ֑ב
(yaaqov)
Jakob
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim
הַצְּבָאֽוֹת
(hatsevaot)
van de legermachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלֹהֵי הַצְּבָאוֹת (Elohe hatsevaot), letterlijk ‘Elohim van de Tsevaot’: wij schrijven overal Elohim van de legermachten (zie ook 4:13; 5:14–16, 27).

צְבָאוֹת betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’.

Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’, zoals Yahweh van de legermachten (1 Sam. 1:3).

14Want op de dag dat Ik de overtredingen van Israël aan hem bezoek, zal Ik ook de altaren van Betel bezoeken. De hoorns van het altaar zullen worden afgehouwen en op de grond vallen.
כִּ֗י
(ki)
want
בְּי֛וֹם
(beyom)
op de dag
פָּקְדִ֥י
(paqedi)
Mijn bezoeken
פִשְׁעֵֽי
(pishei)
overtredingen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
עָלָ֑יו
(alav)
over hem
וּפָֽקַדְתִּי֙
(ufaqadti)
en Ik zal bezoeken
עַל
(al)
over
מִזְבְּח֣וֹת
(mizbechot)
altaren van
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֔ל
(el)
El
וְנִגְדְּעוּ֙
(venigdeu)
en zullen worden afgehouwen
קַרְנ֣וֹת
(qarnot)
hoorns van
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
וְנָפְל֖וּ
(venafelu)
en zullen vallen
לָאָֽרֶץ
(laarets)
op de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Betel (Hebreeuws Bet-El) was een heiligdom van het noordelijke rijk (1 Kon. 12:28–33).

De hoorns van het altaar waren de plaats waar iemand om bescherming kon vragen (1 Kon. 1:50).

Als de hoorns afgehouwen worden, is er geen toevlucht meer.

15Ik zal het winterhuis slaan, samen met het zomerhuis. De huizen van ivoor zullen verloren gaan, en vele huizen zullen verdwijnen, godsspraak van Yahweh.”
וְהִכֵּיתִ֥י
(vehikeiti)
en Ik zal slaan
בֵית
(beit)
het huis van
הַחֹ֖רֶף
(hachoref)
de winter
עַל
(al)
samen met
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַקָּ֑יִץ
(haqayits)
de zomer
וְאָבְד֞וּ
(veavedu)
en zullen verloren gaan
בָּתֵּ֣י
(batei)
huizen van
הַשֵּׁ֗ן
(hashen)
het ivoor
וְסָפ֛וּ
(vesafu)
en zullen verdwijnen
בָּתִּ֥ים
(batim)
huizen
רַבִּ֖ים
(rabim)
vele
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׁן (shen), ‘ivoor’: letterlijk ‘tand’.

Huizen met ivoor versierd; zie ook 1 Kon. 22:39.

Het winterhuis en het zomerhuis zijn de twee verblijven van de rijken.