Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Alleen jullie heb Ik gekend
1Luister naar dit woord dat Yahweh over jullie gesproken heeft, zonen van Israël, over heel de familie die Ik uit het land Egypte heb laten optrekken, met de woorden:
שִׁמְע֞וּ
(shimu)
luister
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
דִּבֶּ֧ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵיכֶ֖ם
(aleikhem)
over jullie
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עַ֚ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
הַמִּשְׁפָּחָ֔ה
(hamishpacha)
de familie
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
הֶעֱלֵ֛יתִי
(heeleiti)
Ik liet optrekken
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Het woord dat Yahweh spreekt, gaat over ‘heel de familie’ die Hij uit Egypte liet optrekken.
Dat is het hele volk, dus ook Juda.
Het Hebreeuws laat hier Yahweh zelf aan het woord komen (‘die Ik heb laten optrekken’); daarom staan die woorden rood.
מִשְׁפָּחָה (mishpachah), ‘familie’: een groep verwanten, hier het hele volk.
עֲלֵיכֶם (aleikhem), ‘over jullie’: het kan ook ‘tegen jullie’ betekenen.
9Laat het horen over de paleizen in Asdod en over de paleizen in het land Egypte. Zeg: „Verzamel jullie op de bergen van Samaria. Zie de grote onrust in haar midden en de onderdrukten in haar binnenste.”
הַשְׁמִ֨יעוּ֙
(hashmiu)
laat horen
עַל
(al)
over
אַרְמְנ֣וֹת
(armenot)
paleizen
בְּאַשְׁדּ֔וֹד
(beashdod)
in Asdod
וְעַֽל
(veal)
en over
אַרְמְנ֖וֹת
(armenot)
paleizen
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְאִמְר֗וּ
(veimru)
en zeg
הֵאָֽסְפוּ֙
(heasefu)
verzamel jullie
עַל
(al)
op
הָרֵ֣י
(harei)
bergen van
שֹׁמְר֔וֹן
(shomeron)
Samaria
וּרְא֞וּ
(ureu)
en zie
מְהוּמֹ֤ת
(mehumot)
onrust
רַבּוֹת֙
(rabot)
grote
בְּתוֹכָ֔הּ
(betokhah)
in haar midden
וַעֲשׁוּקִ֖ים
(vaashuqim)
en onderdrukten
בְּקִרְבָּֽהּ
(beqirbah)
in haar binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.
Uitleg
Asdod (in Filistea) en Egypte worden uitgenodigd om naar Samaria te kijken.
Zelfs zij kunnen zien dat daar onrecht heerst.
מְהוּמֹת (mehumot), ‘onrust’: verwarring en geweld.
12Zo zegt Yahweh: „Zoals de herder uit de muil van de leeuw twee onderbenen redt, of een stukje van een oor, zo zullen de zonen van Israël gered worden. Zij wonen in Samaria, op de hoek van een bed en op het damast van een rustbank.
כֹּה֮
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָה֒
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁר֩
(kaasher)
zoals
יַצִּ֨יל
(yatsil)
redt
הָרֹעֶ֜ה
(haroe)
de herder
מִפִּ֧י
(mipi)
uit de muil van
הָאֲרִ֛י
(haari)
de leeuw
שְׁתֵּ֥י
(shetei)
twee
כְרָעַ֖יִם
(keraayim)
onderbenen
א֣וֹ
(o)
of
בְדַל
(bedal)
een stukje van
אֹ֑זֶן
(ozen)
oor
כֵּ֣ן
(ken)
zo
יִנָּצְל֞וּ
(yinatselu)
zullen gered worden
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
הַיֹּֽשְׁבִים֙
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן
(beshomeron)
in Samaria
בִּפְאַ֥ת
(bifat)
in de hoek van
מִטָּ֖ה
(mita)
bed
וּבִדְמֶ֥שֶׁק
(uvidmesheq)
en op het damast van
עָֽרֶשׂ
(ares)
rustbank
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.
Uitleg
Een herder die een schaap aan een leeuw verloor, moest bewijs brengen (Exod. 22:12).
Hier blijft er van Israël net zoveel over als een stukje van het schaap.
וּבִדְמֶשֶׁק עָרֶשׂ (uvidmeshek eres): de woorden kunnen ‘en in Damascus op een rustbank’ betekenen, maar lijken ook op ‘damast’, een kostbare stof. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘op het damast van een rustbank’. Zij zitten dus in weelde, op de rand van hun bed.
13Luister en getuig tegen het huis van Jakob, godsspraak van Heer Yahweh, Elohim van de legermachten.
שִׁמְע֥וּ
(shimu)
luister
וְהָעִ֖ידוּ
(vehaidu)
en getuig
בְּבֵ֣ית
(beveit)
tegen het huis van
יַֽעֲקֹ֑ב
(yaaqov)
Jakob
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim
הַצְּבָאֽוֹת
(hatsevaot)
van de legermachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֱלֹהֵי הַצְּבָאוֹת (Elohe hatsevaot), letterlijk ‘Elohim van de Tsevaot’: wij schrijven overal Elohim van de legermachten (zie ook 4:13; 5:14–16, 27).
צְבָאוֹת betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’.
Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’, zoals Yahweh van de legermachten (1 Sam. 1:3).
14Want op de dag dat Ik de overtredingen van Israël aan hem bezoek, zal Ik ook de altaren van Betel bezoeken. De hoorns van het altaar zullen worden afgehouwen en op de grond vallen.
כִּ֗י
(ki)
want
בְּי֛וֹם
(beyom)
op de dag
פָּקְדִ֥י
(paqedi)
Mijn bezoeken
פִשְׁעֵֽי
(pishei)
overtredingen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
עָלָ֑יו
(alav)
over hem
וּפָֽקַדְתִּי֙
(ufaqadti)
en Ik zal bezoeken
עַל
(al)
over
מִזְבְּח֣וֹת
(mizbechot)
altaren van
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֔ל
(el)
El
וְנִגְדְּעוּ֙
(venigdeu)
en zullen worden afgehouwen
קַרְנ֣וֹת
(qarnot)
hoorns van
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
וְנָפְל֖וּ
(venafelu)
en zullen vallen
לָאָֽרֶץ
(laarets)
op de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.
Uitleg
Betel (Hebreeuws Bet-El) was een heiligdom van het noordelijke rijk (1 Kon. 12:28–33).
De hoorns van het altaar waren de plaats waar iemand om bescherming kon vragen (1 Kon. 1:50).
Als de hoorns afgehouwen worden, is er geen toevlucht meer.
15Ik zal het winterhuis slaan, samen met het zomerhuis. De huizen van ivoor zullen verloren gaan, en vele huizen zullen verdwijnen, godsspraak van Yahweh.”
וְהִכֵּיתִ֥י
(vehikeiti)
en Ik zal slaan
בֵית
(beit)
het huis van
הַחֹ֖רֶף
(hachoref)
de winter
עַל
(al)
samen met
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַקָּ֑יִץ
(haqayits)
de zomer
וְאָבְד֞וּ
(veavedu)
en zullen verloren gaan
בָּתֵּ֣י
(batei)
huizen van
הַשֵּׁ֗ן
(hashen)
het ivoor
וְסָפ֛וּ
(vesafu)
en zullen verdwijnen
בָּתִּ֥ים
(batim)
huizen
רַבִּ֖ים
(rabim)
vele
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֵׁן (shen), ‘ivoor’: letterlijk ‘tand’.
Huizen met ivoor versierd; zie ook 1 Kon. 22:39.
Het winterhuis en het zomerhuis zijn de twee verblijven van de rijken.