Yeshua en Nikodemus; het laatste getuigenis van Johannes
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua en Nikodemus
1Er was een man uit de Farizeeën. Zijn naam was Nikodemus, een leider van de Joden.
Ἦν
(En)
was
δὲ
(de)
maar
ἄνθρωπος
(anthropos)
een man
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
Νικόδημος
(Nikodemos)
Nikodemus
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ἄρχων
(archon)
leider
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄρχων (archon), ‘leider’: een man met gezag onder de Joden. Ἰουδαῖοι (Ioudaioi), ‘Joden’, zijn hier de leiders in Jeruzalem (zie 1:19).
2Deze kwam ’s nachts naar Hem toe en zei tegen Hem: „Rabbi, wij weten dat U als leraar van Elohim gekomen bent. Want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als Elohim niet met Hem is.”
οὗτος
(houtos)
deze
ἦλθεν
(elthen)
kwam
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
νυκτὸς
(nyktos)
’s nachts
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Ῥαββί
(Rhabbi)
Rabbi
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐλήλυθας
(elelythas)
U bent gekomen
διδάσκαλος
(didaskalos)
als leraar
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
γὰρ
(gar)
want
δύναται
(dynatai)
kan
ταῦτα
(tauta)
deze
τὰ
(ta)
de
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ποιεῖν
(poiein)
doen
ἃ
(ha)
die
σὺ
(sy)
U
ποιεῖς
(poieis)
doet
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ᾖ
(e)
is
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
οἴδαμεν (oidamen), ‘wij weten’: Nikodemus spreekt in het meervoud en zegt niet wie hij erbij rekent.
Het Grieks zegt ook niet waarom hij ’s nachts kwam. ῥαββί (rhabbi): zie 1:38.
3Yeshua antwoordde en zei tegen hem: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: als iemand niet van boven geboren wordt, kan hij het koninkrijk van Elohim niet zien.”
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
hem
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
zeg Ik
σοι
(soi)
je
ἐὰν
(ean)
als
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
γεννηθῇ
(gennethe)
geboren wordt
ἄνωθεν
(anothen)
van boven
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
ἰδεῖν
(idein)
zien
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄνωθεν (anothen) kan ‘van boven’ en ook ‘opnieuw’ betekenen.
Nikodemus verstaat ‘opnieuw’ (vers 4: ‘voor de tweede keer’).
Wij schrijven ‘van boven’, zoals ook in 3:31. γεννάω (gennao) in de lijdende vorm vertalen wij met ‘geboren worden’.
4Nikodemus zei tegen Hem: „Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Kan hij soms voor de tweede keer in de buik van zijn moeder binnengaan en geboren worden?”
λέγει
(legei)
zegt
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὁ
(ho)
de
Νικόδημος
(Nikodemos)
Nikodemus
Πῶς
(Pos)
hoe
δύναται
(dynatai)
kan
ἄνθρωπος
(anthropos)
een mens
γεννηθῆναι
(gennethenai)
geboren worden
γέρων
(geron)
oud
ὤν
(on)
zijnde
μὴ
(me)
toch niet
δύναται
(dynatai)
kan hij
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
κοιλίαν
(koilian)
buik
τῆς
(tes)
van de
μητρὸς
(metros)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δεύτερον
(deuteron)
tweede keer
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnengaan
καὶ
(kai)
en
γεννηθῆναι
(gennethenai)
geboren worden
Bron: SBLGNT
5Yeshua antwoordde: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van Elohim niet binnengaan.
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
zeg Ik
σοι
(soi)
je
ἐὰν
(ean)
als
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
γεννηθῇ
(gennethe)
geboren wordt
ἐξ
(ex)
uit
ὕδατος
(hydatos)
water
καὶ
(kai)
en
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Uit water en Geest’: het Grieks zegt niet wat met ‘water’ bedoeld wordt.
Vergelijk Ezech. 36:25–27, waar Elohim spreekt over rein water en een nieuwe geest, en Jes. 44:3.
6Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.
τὸ
(to)
wat
γεγεννημένον
(gegennemenon)
geboren is
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
σάρξ
(sarx)
vlees
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
wat
γεγεννημένον
(gegennemenon)
geboren is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
πνεῦμά
(pneuma)
geest
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
7Verwonder je er niet over dat Ik tegen je gezegd heb: ‘Jullie moeten van boven geboren worden.’
μὴ
(me)
niet
θαυμάσῃς
(thaumases)
verwonder je
ὅτι
(hoti)
dat
εἶπόν
(eipon)
zei Ik
σοι
(soi)
je
Δεῖ
(Dei)
het is nodig
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
γεννηθῆναι
(gennethenai)
geboren te worden
ἄνωθεν
(anothen)
van boven
Bron: SBLGNT
8De wind waait waar hij wil, en je hoort het geluid ervan, maar je weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat. Zo is het met ieder die uit de Geest geboren is.”
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
wind
ὅπου
(hopou)
waar
θέλει
(thelei)
hij wil
πνεῖ
(pnei)
waait
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
φωνὴν
(phonen)
geluid
αὐτοῦ
(autou)
ervan
ἀκούεις
(akoueis)
hoor je
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδας
(oidas)
weet je
πόθεν
(pothen)
vanwaar
ἔρχεται
(erchetai)
hij komt
καὶ
(kai)
en
ποῦ
(pou)
waarheen
ὑπάγει
(hypagei)
hij gaat
οὕτως
(houtos)
zo
ἐστὶν
(estin)
is
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
γεγεννημένος
(gegennemenos)
geboren is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg
πνεῦμα (pneuma) betekent ‘wind’ en ‘geest’; φωνή (phone) betekent ‘geluid’ en ‘stem’.
Het Hebreeuwse רוּחַ (ruach) heeft dezelfde dubbele betekenis.
Wij schrijven ‘wind’ bij het eerste woord en ‘Geest’ bij het laatste.
9Nikodemus antwoordde en zei tegen Hem: „Hoe kan dit gebeuren?”
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Νικόδημος
(Nikodemos)
Nikodemus
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
hem
Πῶς
(Pos)
hoe
δύναται
(dynatai)
kan
ταῦτα
(tauta)
dit
γενέσθαι
(genesthai)
gebeuren
Bron: SBLGNT
10Yeshua antwoordde en zei tegen hem: „Jij bent de leraar van Israël en je begrijpt dit niet?
11Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: wij spreken wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, maar jullie nemen ons getuigenis niet aan.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
zeg Ik
σοι
(soi)
je
ὅτι
(hoti)
dat
ὃ
(ho)
wat
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
λαλοῦμεν
(laloumen)
spreken wij
καὶ
(kai)
en
ὃ
(ho)
wat
ἑωράκαμεν
(heorakamen)
wij hebben gezien
μαρτυροῦμεν
(martyroumen)
getuigen wij
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
ἡμῶν
(hemon)
ons
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνετε
(lambanete)
nemen jullie aan
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft hier ‘wij’; het zegt niet wie Yeshua erbij rekent.
12Als Ik jullie over aardse dingen gesproken heb en jullie geloven niet, hoe zullen jullie dan geloven als Ik jullie over hemelse dingen spreek?
εἰ
(ei)
als
τὰ
(ta)
de
ἐπίγεια
(epigeia)
aardse dingen
εἶπον
(eipon)
zei Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
πιστεύετε
(pisteuete)
geloven jullie
πῶς
(pos)
hoe
ἐὰν
(ean)
als
εἴπω
(eipo)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τὰ
(ta)
de
ἐπουράνια
(epourania)
hemelse dingen
πιστεύσετε
(pisteusete)
zullen jullie geloven
Bron: SBLGNT
13En niemand is naar de hemel opgestegen, behalve Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἀναβέβηκεν
(anabebeken)
is opgestegen
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
Hij die
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καταβάς
(katabas)
is neergedaald
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg
Voor ‘de Mensenzoon’ zie 1:51.
Lezing
Sommige latere handschriften voegen na ‘neergedaald’ toe: ‘die in de hemel is’.
Die woorden staan niet in de SBLGNT; wij vertalen de SBLGNT.
14Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Mensenzoon verhoogd worden,
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ὕψωσεν
(hypsosen)
heeft verhoogd
τὸν
(ton)
de
ὄφιν
(ophin)
slang
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
οὕτως
(houtos)
zo
ὑψωθῆναι
(hypsothenai)
verhoogd te worden
δεῖ
(dei)
moet
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie Num. 21:8–9: Mozes zette een koperen slang op een paal, en wie ernaar keek, bleef leven. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’: het woord kan ook ‘omhoogheffen’ en ‘verheffen, eren’ betekenen.
15opdat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft.
ἵνα
(hina)
opdat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἔχῃ
(eche)
heeft
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Zo heeft Elohim de wereld liefgehad
16Want zo heeft Elohim de wereld liefgehad, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Οὕτως
(Houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
ἠγάπησεν
(egapesen)
heeft liefgehad
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ὥστε
(hoste)
zodat
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τὸν
(ton)
de
μονογενῆ
(monogene)
enige
ἔδωκεν
(edoken)
gaf Hij
ἵνα
(hina)
opdat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
εἰς
(eis)
in
αὐτὸν
(auton)
Hem
μὴ
(me)
niet
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔχῃ
(eche)
heeft
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft geen aanhalingstekens.
Wij lezen 3:16–21 nog als woorden van Yeshua tot Nikodemus; ook is mogelijk dat de evangelist hier verder vertelt.
17Want Elohim heeft de Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem gered wordt.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ἵνα
(hina)
opdat
κρίνῃ
(krine)
Hij oordeelt
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
σωθῇ
(sothe)
gered wordt
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
κρίνω (krino), ‘oordelen’: het kan ook ‘veroordelen’ betekenen.
Wij schrijven overal ‘oordelen’ en κρίσις (krisis) ‘oordeel’.
18Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld. Maar wie niet gelooft, is al geoordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de naam van de enige Zoon van Elohim.
ὁ
(ho)
wie
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
εἰς
(eis)
in
αὐτὸν
(auton)
Hem
οὐ
(ou)
niet
κρίνεται
(krinetai)
wordt geoordeeld
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ἤδη
(ede)
al
κέκριται
(kekritai)
is geoordeeld
ὅτι
(hoti)
omdat
μὴ
(me)
niet
πεπίστευκεν
(pepisteuken)
hij heeft geloofd
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
μονογενοῦς
(monogenous)
enige
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
19Dit is het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, en de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht. Want hun werken waren slecht.
αὕτη
(haute)
dit
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
κρίσις
(krisis)
oordeel
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
ἐλήλυθεν
(elelythen)
is gekomen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
καὶ
(kai)
en
ἠγάπησαν
(egapesan)
hebben liefgehad
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
μᾶλλον
(mallon)
meer
τὸ
(to)
de
σκότος
(skotos)
duisternis
ἢ
(e)
dan
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
αὐτῶν
(auton)
hun
πονηρὰ
(ponera)
slecht
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
Bron: SBLGNT
Uitleg
πονηρά (ponera), ‘slecht’: elders vertalen wij πονηρός met ‘de boze’, ‘boos’ of ‘slecht’; hier staat het bij ‘werken’.
20Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet naar het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden.
πᾶς
(pas)
ieder
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
die
φαῦλα
(phaula)
kwaad
πράσσων
(prasson)
doet
μισεῖ
(misei)
haat
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔρχεται
(erchetai)
komt
πρὸς
(pros)
naar
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἐλεγχθῇ
(elenchthe)
ontmaskerd worden
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐλεγχθῇ (elenchthe), ‘ontmaskerd worden’: aan het licht gebracht en schuldig verklaard worden.
21Maar wie de waarheid doet, komt naar het licht, zodat openbaar wordt dat zijn werken in Elohim gedaan zijn.”
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
maar
ποιῶν
(poion)
doet
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἔρχεται
(erchetai)
komt
πρὸς
(pros)
naar
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
ἵνα
(hina)
opdat
φανερωθῇ
(phanerothe)
openbaar wordt
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐστιν
(estin)
zijn
εἰργασμένα
(eirgasmena)
gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘De waarheid doen’ is een Hebreeuws klinkende uitdrukking: leven naar wat waar is.
Yeshua en Johannes dopen
22Hierna kwam Yeshua met Zijn leerlingen in het land Judea. Daar bleef Hij met hen en doopte Hij.
Μετὰ
(Meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
Ἰουδαίαν
(Ioudaian)
Judese
γῆν
(gen)
land
καὶ
(kai)
en
ἐκεῖ
(ekei)
daar
διέτριβεν
(dietriben)
bleef Hij
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐβάπτιζεν
(ebaptizen)
doopte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
25Er ontstond een twistgesprek tussen leerlingen van Johannes en een Jood over reiniging.
Ἐγένετο
(Egeneto)
ontstond
οὖν
(oun)
dus
ζήτησις
(zetesis)
twistgesprek
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
μετὰ
(meta)
met
Ἰουδαίου
(Ioudaiou)
een Jood
περὶ
(peri)
over
καθαρισμοῦ
(katharismou)
reiniging
Bron: SBLGNT
Uitleg
ζήτησις (zetesis), ‘twistgesprek’: een discussie met tegenspraak. καθαρισμός (katharismos), ‘reiniging’: zie 2:6.
26Zij kwamen bij Johannes en zeiden tegen hem: „Rabbi, Hij die met jou was aan de overkant van de Jordaan, over wie jij getuigd hebt: zie, Hij doopt. Iedereen komt naar Hem toe.”
καὶ
(kai)
en
ἦλθον
(elthon)
kwamen
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
καὶ
(kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ῥαββί
(Rhabbi)
Rabbi
ὃς
(hos)
Hij die
ἦν
(en)
was
μετὰ
(meta)
met
σοῦ
(sou)
jou
πέραν
(peran)
aan de overkant
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
ᾧ
(ho)
over wie
σὺ
(sy)
jij
μεμαρτύρηκας
(memartyrekas)
hebt getuigd
ἴδε
(ide)
zie
οὗτος
(houtos)
deze
βαπτίζει
(baptizei)
doopt
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ἔρχονται
(erchontai)
komen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
27Johannes antwoordde en zei: „Een mens kan niets ontvangen als het hem niet uit de hemel gegeven is.
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐ
(Ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
ἄνθρωπος
(anthropos)
een mens
λαμβάνειν
(lambanein)
ontvangen
οὐδὲ
(oude)
niet eens
ἓν
(hen)
één
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ᾖ
(e)
het is
δεδομένον
(dedomenon)
gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
28Jullie zelf getuigen voor mij dat ik gezegd heb: ‘Ik ben de Messias niet’, maar: ‘Ik ben vóór Hem uit gezonden.’
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
μοι
(moi)
voor mij
μαρτυρεῖτε
(martyreite)
getuigen
ὅτι
(hoti)
dat
εἶπον
(eipon)
zei ik
Οὐκ
(Ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐγὼ
(ego)
ik
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀπεσταλμένος
(Apestalmenos)
gezonden
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
ἐκείνου
(ekeinou)
Hem
Bron: SBLGNT
29Wie de bruid heeft, is de bruidegom. De vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar Hem luistert, is zeer verheugd door de stem van de bruidegom. Zo is deze vreugde van mij vervuld.
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
τὴν
(ten)
de
νύμφην
(nymphen)
bruid
νυμφίος
(nymphios)
bruidegom
ἐστίν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
φίλος
(philos)
vriend
τοῦ
(tou)
van de
νυμφίου
(nymphiou)
bruidegom
ὁ
(ho)
die
ἑστηκὼς
(hestekos)
staat
καὶ
(kai)
en
ἀκούων
(akouon)
luistert
αὐτοῦ
(autou)
naar Hem
χαρᾷ
(chara)
met vreugde
χαίρει
(chairei)
verheugt zich
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
φωνὴν
(phonen)
stem
τοῦ
(tou)
van de
νυμφίου
(nymphiou)
bruidegom
αὕτη
(haute)
deze
οὖν
(oun)
dus
ἡ
(he)
de
χαρὰ
(chara)
vreugde
ἡ
(he)
de
ἐμὴ
(eme)
mijne
πεπλήρωται
(peplerotai)
is vervuld
Bron: SBLGNT
Uitleg
De bruidegom en de bruid zijn een beeld uit de Schrift voor Elohim en Zijn volk (Jes. 62:5; Hos. 2:21–22).
Yeshua noemt Zichzelf de bruidegom in Matt. 9:15 en Mark. 2:19–20.
30Hij moet groter worden, en ik moet kleiner worden.”
ἐκεῖνον
(ekeinon)
Hij
δεῖ
(dei)
het is nodig
αὐξάνειν
(auxanein)
groter te worden
ἐμὲ
(eme)
mij
δὲ
(de)
maar
ἐλαττοῦσθαι
(elattousthai)
kleiner te worden
Bron: SBLGNT
Hij die van boven komt
31Hij die van boven komt, is boven allen. Wie van de aarde is, is van de aarde en spreekt van de aarde. Hij die uit de hemel komt, is boven allen.
Ὁ
(Ho)
Hij die
ἄνωθεν
(anothen)
van boven
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komt
ἐπάνω
(epano)
boven
πάντων
(panton)
allen
ἐστίν
(estin)
is
ὁ
(ho)
wie
ὢν
(on)
is
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
ὁ
(ho)
Hij die
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komt
ἐπάνω
(epano)
boven
πάντων
(panton)
allen
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft geen aanhalingstekens.
De woorden in 3:31–36 kunnen van Johannes de Doper zijn of van de evangelist; wij laten ze zwart en zonder aanhalingstekens. ἄνωθεν (anothen), ‘van boven’: zie 3:3.
32Wat Hij gezien en gehoord heeft, daarvan getuigt Hij, maar niemand neemt Zijn getuigenis aan.
ὃ
(ho)
wat
ἑώρακεν
(heoraken)
Hij heeft gezien
καὶ
(kai)
en
ἤκουσεν
(ekousen)
heeft gehoord
τοῦτο
(touto)
dit
μαρτυρεῖ
(martyrei)
getuigt Hij
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
λαμβάνει
(lambanei)
neemt aan
Bron: SBLGNT
33Wie Zijn getuigenis heeft aangenomen, heeft bezegeld dat Elohim waarachtig is.
ὁ
(ho)
wie
λαβὼν
(labon)
aannam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
ἐσφράγισεν
(esphragisen)
heeft bezegeld
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀληθής
(alethes)
waarachtig
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐσφράγισεν (esphragisen), ‘heeft bezegeld’: van een zegel voorzien als teken van echtheid.
Hetzelfde werkwoord staat in 6:27.
34Want Hij die door Elohim gezonden is, spreekt de woorden van Elohim. Want Hij geeft de Geest niet met mate.
ὃν
(hon)
Hij die
γὰρ
(gar)
want
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
heeft gezonden
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
λαλεῖ
(lalei)
spreekt Hij
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἐκ
(ek)
naar
μέτρου
(metrou)
maat
δίδωσιν
(didosin)
geeft Hij
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks zegt niet wie de Geest ‘niet met mate’ geeft: Elohim of Hij die gezonden is.
Wij laten dat zo staan.
35De Vader heeft de Zoon lief en heeft alles in Zijn hand gegeven.