Elohim Bijbel

Psalmen 9

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Dankpsalm: Yahweh is rechter en burcht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider, op Alamot-labben. Een psalm van David.
לַ֭מְנַצֵּחַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַלְמ֥וּת
(almut)
Alamot
לַבֵּ֗ן
(laben)
labben
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

עַלְמוּת לַבֵּן (almut labben): de betekenis is onzeker. Het kan ‘over het sterven van de zoon’ zijn (muth labben), of ‘jonge vrouwen’ (alamot) gevolgd door een woord voor ‘zoon’. Het is waarschijnlijk de naam van een melodie of een aanwijzing voor de uitvoering. Wij laten het staan als ‘Alamot-labben’.

Psalm 9 en 10 horen bij elkaar: samen vormen zij een alfabetische reeks (de verzen beginnen met opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet), die niet helemaal compleet is. Psalm 10 heeft geen opschrift. Sommige oude vertalingen rekenen beide als één psalm.

Ik wil Yahweh danken

2Ik zal Yahweh danken met heel mijn hart. Ik zal al Uw wonderen vertellen.
אוֹדֶ֣ה
(ode)
ik zal danken
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לִבִּ֑י
(libi)
mijn hart
אֲ֝סַפְּרָ֗ה
(asapera)
ik zal vertellen
כָּל
(kal)
al
נִפְלְאוֹתֶֽיךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Ik zal mij verheugen en jubelen in U. Ik zal Uw naam bezingen, Allerhoogste.
אֶשְׂמְחָ֣ה
(esmecha)
ik zal mij verheugen
וְאֶעֶלְצָ֣ה
(veeeltsa)
en jubelen
בָ֑ךְ
(bakh)
in U
אֲזַמְּרָ֖ה
(azamera)
ik zal bezingen
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
עֶלְיֽוֹן
(elyon)
Allerhoogste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶלְיוֹן (Eljon), ‘Allerhoogste’: zie Ps. 7:18.

4Wanneer mijn vijanden achteruit wijken, struikelen zij en komen zij om voor Uw aangezicht.
בְּשׁוּב
(beshuv)
als terugkeren
אוֹיְבַ֥י
(oyevay)
mijn vijanden
אָח֑וֹר
(achor)
achterwaarts
יִכָּשְׁל֥וּ
(yikashelu)
struikelen zij
וְ֝יֹאבְד֗וּ
(veyovdu)
en komen zij om
מִפָּנֶֽיךָ
(mipaneikha)
voor Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh zit op de troon als rechter

5Want U hebt mijn recht en mijn rechtszaak uitgevoerd. U zit op de troon als rechter van gerechtigheid.
כִּֽי
(ki)
want
עָ֭שִׂיתָ
(asita)
U hebt gedaan
מִשְׁפָּטִ֣י
(mishpati)
mijn recht
וְדִינִ֑י
(vedini)
en mijn rechtszaak
יָשַׁ֥בְתָּ
(yashavta)
U zit
לְ֝כִסֵּ֗א
(lekhise)
op de troon
שׁוֹפֵ֥ט
(shofet)
rechter van
צֶֽדֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּטִי (mishpati), ‘mijn recht’, en דִּינִי (dini), ‘mijn rechtszaak’: twee woorden uit de rechtspraak.

6U hebt de volken bestraft en de goddeloze laten omkomen. Hun naam hebt U uitgewist voor eeuwig en altijd.
גָּעַ֣רְתָּ
(gaarta)
U hebt bestraft
ג֭וֹיִם
(goyim)
volken
אִבַּ֣דְתָּ
(ibadta)
U hebt laten omkomen
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
שְׁמָ֥ם
(shemam)
hun naam
מָ֝חִ֗יתָ
(machita)
hebt U uitgewist
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
וָעֶֽד
(vaed)
en altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7De vijand: zijn verwoestingen zijn voorgoed ten einde. Steden hebt U uitgerukt; hun gedachtenis is verloren, zij zelf ook.
הָֽאוֹיֵ֨ב
(haoyev)
de vijand
תַּ֥מּוּ
(tamu)
zijn ten einde
חֳרָב֗וֹת
(choravot)
verwoestingen
לָ֫נֶ֥צַח
(lanetsach)
voorgoed
וְעָרִ֥ים
(vearim)
en steden
נָתַ֑שְׁתָּ
(natashta)
hebt U uitgerukt
אָבַ֖ד
(avad)
is verloren
זִכְרָ֣ם
(zikhram)
hun gedachtenis
הֵֽמָּה
(hema)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Dit vers is moeilijk.

Het Hebreeuws begint met ‘de vijand’ zonder werkwoord; het kan een aanspreking zijn (‘O vijand’) of de zin kan zeggen dat de vijand is afgedaan.

Ook is onduidelijk of de ‘verwoestingen’ de verwoestingen zijn die de vijand aanrichtte, of die over hem komen.

Wij volgen de Masoretische tekst en vertalen zo letterlijk mogelijk.

8Maar Yahweh zetelt voor eeuwig. Hij heeft Zijn troon gegrondvest voor het gericht.
וַֽ֭יהוָה
(vaYahweh)
maar Yahweh
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
יֵשֵׁ֑ב
(yeshev)
zetelt
כּוֹנֵ֖ן
(konen)
heeft gegrondvest
לַמִּשְׁפָּ֣ט
(lamishpat)
voor het gericht
כִּסְאֽוֹ
(kiso)
Zijn troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘gericht’: de rechtspraak van Yahweh; zie Ps. 1:5.

9Hij zal de wereld richten in gerechtigheid. Hij zal de naties oordelen in rechtheid.
וְה֗וּא
(vehu)
en Hij
יִשְׁפֹּֽט
(yishpot)
zal richten
תֵּבֵ֥ל
(tevel)
de wereld
בְּצֶ֑דֶק
(betsedeq)
in gerechtigheid
יָדִ֥ין
(yadin)
zal oordelen
לְ֝אֻמִּ֗ים
(leumim)
naties
בְּמֵישָׁרִֽים
(bemeisharim)
in rechtheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Een burcht voor de verpletterde

10Yahweh is een burcht voor de verpletterde, een burcht in tijden van nood.
וִ֘יהִ֤י
(vihi)
en is
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
מִשְׂגָּ֣ב
(misgav)
een burcht
לַדָּ֑ךְ
(ladakh)
voor de verpletterde
מִ֝שְׂגָּ֗ב
(misgav)
een burcht
לְעִתּ֥וֹת
(leitot)
in tijden
בַּצָּרָֽה
(batsara)
van nood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Zij die Uw naam kennen, vertrouwen op U, want U hebt wie U zoeken, Yahweh, niet verlaten.
וְיִבְטְח֣וּ
(veyivtechu)
en zij vertrouwen
בְ֭ךָ
(bekha)
op U
יוֹדְעֵ֣י
(yodeei)
die kennen
שְׁמֶ֑ךָ
(shemekha)
Uw naam
כִּ֤י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
עָזַ֖בְתָּ
(azavta)
U hebt verlaten
דֹרְשֶׁ֣יךָ
(doresheikha)
die U zoeken
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Bezing Yahweh, die op Sion woont. Maak onder de volkeren Zijn daden bekend.
זַמְּר֗וּ
(zameru)
bezingt
לַ֭יהוָה
(laYahweh)
Yahweh
יֹשֵׁ֣ב
(yoshev)
die woont
צִיּ֑וֹן
(tsiyon)
op Sion
הַגִּ֥ידוּ
(hagidu)
maakt bekend
בָ֝עַמִּ֗ים
(baamim)
onder de volkeren
עֲלִֽילוֹתָֽיו
(alilotav)
Zijn daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Sion is de berg van Jeruzalem, waar Yahweh woont (Ps. 2:6).

13Want Hij die voor bloedvergieten rekenschap vraagt, heeft aan hen gedacht. Hij heeft de noodkreet van de nederigen niet vergeten.
כִּֽי
(ki)
want
דֹרֵ֣שׁ
(doresh)
Hij die opeist
דָּ֭מִים
(damim)
bloedvergieten
אוֹתָ֣ם
(otam)
hen
זָכָ֑ר
(zakhar)
heeft gedacht
לֹֽא
(lo)
niet
שָׁ֝כַ֗ח
(shakhach)
heeft vergeten
צַעֲקַ֥ת
(tsaaqat)
de noodkreet van
עֲנָוִֽים
(anavim)
nederigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹּרֵשׁ דָּמִים (doresh damim), ‘Hij die voor bloedvergieten rekenschap vraagt’: Yahweh eist de rekening op voor vergoten bloed (Gen. 9:5).

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is עניים (aniyyim), ‘ellendigen’.

De te lezen vorm (qere) is ענוים (anavim), ‘nederigen’.

Wij volgen de qere.

Bede om genade

14Wees mij genadig, Yahweh. Zie mijn ellende door wie mij haten, U die mij optilt uit de poorten van de dood,
חָֽנְנֵ֬נִי
(chaneneni)
wees mij genadig
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
עָ֭נְיִי
(aneyi)
mijn ellende
מִשֹּׂנְאָ֑י
(misoneay)
van wie mij haten
מְ֝רוֹמְמִ֗י
(meromemi)
U die mij optilt
מִשַּׁ֥עֲרֵי
(mishaarei)
uit de poorten van
מָֽוֶת
(mavet)
dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De poorten van de dood’ zijn de toegang tot het dodenrijk.

Vergelijk Job 38:17.

15opdat ik al Uw lofprijzingen vertel in de poorten van de dochter van Sion en jubel om Uw redding.
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
אֲסַפְּרָ֗ה
(asapera)
ik vertel
כָּֽל
(kal)
al
תְּהִלָּ֫תֶ֥יךָ
(tehilateikha)
Uw lofprijzingen
בְּשַֽׁעֲרֵ֥י
(beshaarei)
in de poorten van
בַת
(bat)
de dochter van
צִיּ֑וֹן
(tsiyon)
Sion
אָ֝גִ֗ילָה
(agila)
ik zal jubelen
בִּישׁוּעָתֶֽךָ
(bishuatekha)
in Uw redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

בַּת־צִיּוֹן (bat Tsiyyon), ‘dochter van Sion’: een beeld voor Jeruzalem en haar inwoners.

16De volken zijn gezonken in de kuil die zij maakten. In het net dat zij verborgen, is hun voet gevangen.
טָבְע֣וּ
(taveu)
zijn gezonken
ג֭וֹיִם
(goyim)
volken
בְּשַׁ֣חַת
(beshachat)
in een kuil
עָשׂ֑וּ
(asu)
die zij maakten
בְּרֶֽשֶׁת
(bereshet)
in het net
ז֥וּ
(zu)
dat
טָ֝מָ֗נוּ
(tamanu)
zij verborgen
נִלְכְּדָ֥ה
(nilkeda)
is gevangen
רַגְלָֽם
(raglam)
hun voet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De goddelozen vallen in hun eigen kuil

17Yahweh heeft Zich bekendgemaakt. Hij heeft recht gedaan. In het werk van zijn eigen handen is de goddeloze verstrikt. Higgajon. Sela.
נ֤וֹדַ֨ע
(noda)
heeft Zich bekendgemaakt
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
מִשְׁפָּ֪ט
(mishpat)
recht
עָ֫שָׂ֥ה
(asa)
heeft gedaan
בְּפֹ֣עַל
(befoal)
in het werk van
כַּ֭פָּיו
(kapav)
zijn handen
נוֹקֵ֣שׁ
(noqesh)
verstrikt
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
הִגָּי֥וֹן
(higayon)
Higgajon
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִגָּיוֹן (higgajon), ‘Higgajon’: onzeker.

Het woord komt van het werkwoord dat ‘overpeinzen, zacht spelen’ betekent (zie Ps. 1:2).

Het is waarschijnlijk een aanwijzing voor de muziek of een moment van overpeinzing.

סֶלָה (Sela): zie Ps. 3:3.

18De goddelozen zullen terugkeren naar de Sjeol, alle volken die Elohim vergeten.
יָשׁ֣וּבוּ
(yashuvu)
zullen terugkeren
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
לִשְׁא֑וֹלָה
(lishola)
naar de Sjeol
כָּל
(kal)
alle
גּ֝וֹיִ֗ם
(goyim)
volken
שְׁכֵחֵ֥י
(shekhechei)
die vergeten
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, zie Ps. 6:6.

19Want de arme wordt niet voorgoed vergeten, en de hoop van de ellendigen gaat niet voor altijd verloren.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
לָ֭נֶצַח
(lanetsach)
voorgoed
יִשָּׁכַ֣ח
(yishakhach)
wordt vergeten
אֶבְי֑וֹן
(evyon)
de arme
תִּקְוַ֥ת
(tiqvat)
hoop van
עֲ֝נִיִּ֗ים
(aniyim)
ellendigen
תֹּאבַ֥ד
(tovad)
gaat verloren
לָעַֽד
(laad)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ענוים (anavim), ‘nederigen’.

De te lezen vorm (qere) is עניים (aniyyim), ‘ellendigen’.

Wij volgen de qere.

Sta op, Yahweh

20Sta op, Yahweh. Laat de mens niet sterk worden. Laat de volken geoordeeld worden voor Uw aangezicht.
קוּמָ֣ה
(quma)
sta op
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אַל
(al)
niet
יָעֹ֣ז
(yaoz)
laat sterk worden
אֱנ֑וֹשׁ
(enosh)
de mens
יִשָּׁפְט֥וּ
(yishafetu)
laat geoordeeld worden
ג֝וֹיִ֗ם
(goyim)
volken
עַל
(al)
voor
פָּנֶֽיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Jaag hun ontzag in, Yahweh. Laat de volken weten dat zij mensen zijn. Sela.
שִׁ֘יתָ֤ה
(shita)
leg
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
מוֹרָ֗ה
(mora)
ontzag
לָ֫הֶ֥ם
(lahem)
op hen
יֵדְע֥וּ
(yedeu)
laat weten
גוֹיִ֑ם
(goyim)
volken
אֱנ֖וֹשׁ
(enosh)
dat mensen
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
סֶּֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מוֹרָה (morah) kan ‘ontzag, schrik’ betekenen, of, met andere klinkers, ‘leraar’ (moreh).

Sommige oude vertalingen hebben ‘wetgever’.

Wij volgen de Masoretische klinkers: ‘ontzag’.