Elohim Bijbel

Psalmen 19

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

De hemel vertelt de heerlijkheid van El, en de wet van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Het woord wijst op iemand die de leiding heeft, waarschijnlijk bij de zang en muziek in de dienst.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

De hemel en de zon vertellen de heerlijkheid van El

2De hemel vertelt de heerlijkheid van El. Het uitspansel maakt het werk van Zijn handen bekend.
הַשָּׁמַ֗יִם
(hashamayim)
de hemel
מְֽסַפְּרִ֥ים
(mesaperim)
vertellen
כְּבֽוֹד
(kevod)
heerlijkheid van
אֵ֑ל
(el)
El
וּֽמַעֲשֵׂ֥ה
(umaase)
en het werk van
יָ֝דָ֗יו
(yadav)
Zijn handen
מַגִּ֥יד
(magid)
maakt bekend
הָרָקִֽיעַ
(haraqia)
het uitspansel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵל (El): een korte vorm van Elohim.

Wij laten ‘El’ staan.

כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: de zichtbare grootheid van Elohim, zoals in Exod. 40:34.

רָקִיעַ (raqia), ‘uitspansel’: zoals in Gen. 1:6.

3Dag na dag laat spraak uitstromen. Nacht na nacht geeft kennis door.
י֣וֹם
(yom)
dag
לְ֭יוֹם
(leyom)
aan dag
יַבִּ֣יעַֽ
(yabia)
laat uitstromen
אֹ֑מֶר
(omer)
spraak
וְלַ֥יְלָה
(velayla)
en nacht
לְּ֝לַ֗יְלָה
(lelayla)
aan nacht
יְחַוֶּה
(yechave)
geeft door
דָּֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Er is geen spraak en er zijn geen woorden. Hun stem wordt niet gehoord.
אֵֽין
(ein)
er is niet
אֹ֭מֶר
(omer)
spraak
וְאֵ֣ין
(veein)
en er zijn niet
דְּבָרִ֑ים
(devarim)
woorden
בְּ֝לִ֗י
(beli)
zonder (niet)
נִשְׁמָ֥ע
(nishma)
wordt gehoord
קוֹלָֽם
(qolam)
hun stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

בְּלִי נִשְׁמָע קוֹלָם (bli nishma qolam), ‘zonder dat hun stem gehoord wordt’, kan op twee manieren gelezen worden.

Of: er is geen spraak en geen woord, hun stem wordt niet gehoord (een stil getuigenis).

Of: er is geen spraak en geen taal waar hun stem niet gehoord wordt.

Wij vertalen letterlijk volgens de eerste lezing.

Zie ookDeut 4:19
5Over heel de aarde gaat hun lijn uit, en tot aan het einde van de wereld hun woorden. Voor de zon heeft Hij in hen een tent gezet.
בְּכָל
(bekhal)
over heel
הָאָ֨רֶץ
(haarets)
de aarde
יָ֘צָ֤א
(yatsa)
gaat uit
קַוָּ֗ם
(qavam)
hun lijn
וּבִקְצֵ֣ה
(uviqtse)
en tot het einde van
תֵ֭בֵל
(tevel)
de wereld
מִלֵּיהֶ֑ם
(mileihem)
hun woorden
לַ֝שֶּׁ֗מֶשׁ
(lashemesh)
voor de zon
שָֽׂם
(sam)
heeft Hij gezet
אֹ֥הֶל
(ohel)
een tent
בָּהֶֽם
(bahem)
in hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

קַוָּם (qavvam), ‘hun lijn’ (meetsnoer): sommige oude vertalingen hebben ‘hun klank’, wat een andere lezing van de medeklinkers veronderstelt (קולם, qolam).

Wij volgen de Masoretische tekst.

Rom. 10:18 haalt dit vers aan.

6En hij is als een bruidegom die uit zijn bruidskamer komt. Hij verheugt zich als een held om de baan te lopen.
וְה֗וּא
(vehu)
en hij
כְּ֭חָתָן
(kechatan)
als een bruidegom
יֹצֵ֣א
(yotse)
die uitgaat
מֵחֻפָּת֑וֹ
(mechupato)
uit zijn bruidskamer
יָשִׂ֥ישׂ
(yasis)
verheugt zich
כְּ֝גִבּ֗וֹר
(kegibor)
als een held
לָר֥וּץ
(laruts)
om te lopen
אֹֽרַח
(orach)
een baan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de verzen 6 en 7 gaat het over de zon.

Daarom staan ‘hij’ en ‘zijn’ met een kleine letter.

7Zijn opgang is vanaf het einde van de hemel, en zijn omloop loopt tot aan de einden ervan. Niets blijft verborgen voor zijn hitte.
מִקְצֵ֤ה
(miqtse)
vanaf het einde van
הַשָּׁמַ֨יִם
(hashamayim)
de hemel
מֽוֹצָא֗וֹ
(motsao)
zijn opgang
וּתְקוּפָת֥וֹ
(utequfato)
en zijn omloop
עַל
(al)
tot
קְצוֹתָ֑ם
(qetsotam)
hun einden
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is
נִ֝סְתָּ֗ר
(nistar)
verborgen
מֵֽחַמָּתוֹ
(mechamato)
voor zijn hitte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De wet van Yahweh

8De wet van Yahweh is volkomen; zij brengt de ziel terug. Het getuigenis van Yahweh is betrouwbaar; het maakt de eenvoudige wijs.
תּ֘וֹרַ֤ת
(torat)
wet van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
תְּ֭מִימָה
(temima)
volkomen
מְשִׁ֣יבַת
(meshivat)
die terugbrengt
נָ֑פֶשׁ
(nafesh)
ziel
עֵד֥וּת
(edut)
getuigenis van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
נֶ֝אֱמָנָ֗ה
(neemana)
betrouwbaar
מַחְכִּ֥ימַת
(machkimat)
die wijs maakt
פֶּֽתִי
(peti)
de eenvoudige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de verzen 8–10 staan zes namen voor het woord van Yahweh: wet (torah), getuigenis (edut), bevelen (pikkudim), gebod (mitsvah), vrees (yirah) en bepalingen (mishpatim).

Wij geven elk woord overal met hetzelfde Nederlandse woord weer.

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: letterlijk ‘onderwijs’.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon.

מְשִׁיבַת נָפֶשׁ (meshivat nefesh), ‘die de ziel terugbrengt’: ze geeft nieuw leven. Zo ook in Ps. 23:3.

9De bevelen van Yahweh zijn recht; zij verheugen het hart. Het gebod van Yahweh is zuiver; het verlicht de ogen.
פִּקּ֘וּדֵ֤י
(piqudei)
bevelen van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
יְ֭שָׁרִים
(yesharim)
recht
מְשַׂמְּחֵי
(mesamechei)
die verheugen
לֵ֑ב
(lev)
hart
מִצְוַ֥ת
(mitsvat)
gebod van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּ֝רָ֗ה
(bara)
zuiver
מְאִירַ֥ת
(meirat)
dat verlicht
עֵינָֽיִם
(einayim)
ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10De vrees voor Yahweh is rein; zij blijft voor altijd bestaan. De bepalingen van Yahweh zijn waarheid; zij zijn tezamen rechtvaardig.
יִרְאַ֤ת
(yirat)
vrees voor
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
טְהוֹרָה֮
(tehora)
rein
עוֹמֶ֪דֶת
(omedet)
blijft bestaan
לָ֫עַ֥ד
(laad)
voor altijd
מִֽשְׁפְּטֵי
(mishpetei)
bepalingen van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱמֶ֑ת
(emet)
waarheid
צָֽדְק֥וּ
(tsadequ)
zijn rechtvaardig
יַחְדָּֽו
(yachdav)
tezamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’: meervoud van מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’.

Het zijn de rechtsregels van Yahweh, zoals in Exod. 21:1.

11Zij zijn begeerlijker dan goud, dan veel fijn goud, en zoeter dan honing, dan druppels uit de honingraten.
הַֽנֶּחֱמָדִ֗ים
(hanechemadim)
de begeerlijke
מִ֭זָּהָב
(mizahav)
dan goud
וּמִפַּ֣ז
(umipaz)
en dan fijn goud
רָ֑ב
(rav)
veel
וּמְתוּקִ֥ים
(umetuqim)
en zoeter
מִ֝דְּבַ֗שׁ
(midevash)
dan honing
וְנֹ֣פֶת
(venofet)
en druppels van
צוּפִֽים
(tsufim)
raten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Ook Uw dienaar wordt door hen gewaarschuwd. Het houden ervan brengt groot loon.
גַּֽם
(gam)
ook
עַ֭בְדְּךָ
(avdekha)
Uw dienaar
נִזְהָ֣ר
(nizhar)
wordt gewaarschuwd
בָּהֶ֑ם
(bahem)
door hen
בְּ֝שָׁמְרָ֗ם
(beshameram)
in het houden ervan
עֵ֣קֶב
(eqev)
loon
רָֽב
(rav)
groot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִזְהָר (nizhar), ‘wordt gewaarschuwd’: dezelfde stam kan ook ‘glanzen’ betekenen; dan zou de dienaar ‘verlicht’ worden.

עֵקֶב (eqev), ‘loon’: letterlijk wat volgt als gevolg.

Het gebed van de dienaar

13Dwalingen: wie begrijpt ze? Spreek mij vrij van wat verborgen is.
שְׁגִיא֥וֹת
(shegiot)
dwalingen
מִֽי
(mi)
wie
יָבִ֑ין
(yavin)
begrijpt
מִֽנִּסְתָּר֥וֹת
(ministarot)
van verborgen dingen
נַקֵּֽנִי
(naqeni)
spreek mij vrij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Houd ook Uw dienaar terug van de overmoedigen. Laat hen niet over mij heersen. Dan ben ik volkomen en vrij van grote overtreding.
גַּ֤ם
(gam)
ook
מִזֵּדִ֨ים
(mizedim)
van overmoedigen
חֲשֹׂ֬ךְ
(chasokh)
houd terug
עַבְדֶּ֗ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
אַֽל
(al)
niet
יִמְשְׁלוּ
(yimshelu)
laat heersen
בִ֣י
(bi)
over mij
אָ֣ז
(az)
dan
אֵיתָ֑ם
(eitam)
ben ik volkomen
וְ֝נִקֵּ֗יתִי
(veniqeiti)
en vrij
מִפֶּ֥שַֽׁע
(mipesha)
van overtreding
רָֽב
(rav)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מִזֵּדִים (mizzedim), ‘van de overmoedigen’: dit kunnen mensen zijn die overmoedig zijn.

Het kan ook ‘van overmoedige daden’ betekenen.

Wij vertalen ‘de overmoedigen’.

15Laten de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, Yahweh, mijn rots en mijn losser.
יִֽהְי֥וּ
(yihyu)
laten zijn
לְרָצ֨וֹן
(leratson)
tot welgevallen
אִמְרֵי
(imrei)
woorden van
פִ֡י
(pi)
mijn mond
וְהֶגְי֣וֹן
(vehegyon)
en overdenking van
לִבִּ֣י
(libi)
mijn hart
לְפָנֶ֑יךָ
(lefaneikha)
voor Uw aangezicht
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
צוּרִ֥י
(tsuri)
mijn rots
וְגֹאֲלִֽי
(vegoali)
en mijn losser
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֹּאֲלִי (go’ali), ‘mijn losser’: degene die een familielid vrijkoopt en beschermt.

Zie ook Lev. 25:25 en Ruth 4:4.