Open in de app Alle boeken Psalmen ← 82 84 → Psalmen 83 Gebed tegen het verbond van de volken
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Een lied, een psalm van Asaf.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Elohim, zwijg niet 2 Elohim, bewaar geen stilte. Zwijg niet en wees niet rustig, El.
תֶּחֱרַ֖שׁ
(techerash)
zwijg
תִּשְׁקֹ֣ט
(tishqot)
wees rustig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Want zie, Uw vijanden razen, en wie U haten, heffen het hoofd.
א֭וֹיְבֶיךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
יֶהֱמָי֑וּן
(yehemayun)
razen
וּ֝מְשַׂנְאֶ֗יךָ
(umesaneikha)
en wie U haten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Tegen Uw volk smeden zij een listig plan, en zij overleggen tegen wie bij U verborgen zijn.
יַעֲרִ֣ימוּ
(yaarimu)
zij smeden listig
וְ֝יִתְיָעֲצ֗וּ
(veyityaatsu)
en zij overleggen
צְפוּנֶֽיךָ
(tsefuneikha)
wie bij U verborgen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צְפוּנֶיךָ (tsefuneicha), ‘Uw verborgenen’: zij die U beschermt, zoals een kostbare schat die U bewaart.
Wij vertalen ‘wie bij U verborgen zijn’.
Zie ook Ps. 27:5; 31:20.
5 Zij zeggen: „Kom, laten wij hen wegvagen als volk. Dan wordt de naam Israël niet meer herdacht.”
אָמְר֗וּ
(ameru)
zij zeggen
וְנַכְחִידֵ֣ם
(venakhchidem)
en laten wij hen wegvagen
יִזָּכֵ֖ר
(yizakher)
wordt herdacht
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Want zij hebben eensgezind samen overlegd. Tegen U sluiten zij een verbond:
נוֹעֲצ֣וּ
(noatsu)
zij overleggen
עָ֝לֶ֗יךָ
(aleikha)
tegen U
יִכְרֹֽתוּ
(yikhrotu)
zij sluiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De volken rondom Israël 7 de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten,
אָהֳלֵ֣י
(aholei)
tenten van
וְיִשְׁמְעֵאלִ֗ים
(veyishmeelim)
en Ismaëlieten
וְהַגְרִֽים
(vehagrim)
en Hagrieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.
Uitleg
In de verzen 7–9 staan tien volken: Edom, de Ismaëlieten, Moab, de Hagrieten, Gebal, Ammon, Amalek, Filistea, Tyrus en Assur.
Zie ook Gen. 25:12–18 (Ismaël) en 1 Kron. 5:10 (de Hagrieten).
8 Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus.
וְ֭עַמּוֹן
(veamon)
en Ammon
וַעֲמָלֵ֑ק
(vaamaleq)
en Amalek
פְּ֝לֶ֗שֶׁת
(peleshet)
Filistea
יֹ֥שְׁבֵי
(yoshevei)
inwoners van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gebal (גְּבָל ) is onzeker: mogelijk het bergland van Edom ten zuiden van de Dode Zee (Jordanië), mogelijk Byblos aan de kust van Libanon.
Het gaat hier waarschijnlijk om een volk in het zuiden, naast Edom.
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Uitleg
פְּלֶשֶׁת (Peleshet), ‘Filistea’: het land van de Filistijnen aan de kust.
Zie ook Exod. 15:14.
9 Ook Assur heeft zich bij hen gevoegd. Zij zijn een arm voor de zonen van Lot. Sela.
נִלְוָ֣ה
(nilva)
heeft zich gevoegd
לִבְנֵי
(livnei)
voor de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Assur (Assyrië): Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
Uitleg
זְרוֹעַ (zeroa), ‘arm’: hulp, steun.
Assur is een steun voor ‘de zonen van Lot’, dat zijn Moab en Ammon (Gen. 19:36–38).
Sela: zie bij Ps. 81:8.
Doe met hen zoals vroeger 10 Doe met hen zoals met Midian, zoals met Sisera, zoals met Jabin bij de beek Kison.
כְּמִדְיָ֑ן
(kemidyan)
zoals met Midian
כְּֽסִֽיסְרָ֥א
(kesisera)
zoals met Sisera
כְ֝יָבִ֗ין
(keyavin)
zoals met Jabin
בְּנַ֣חַל
(benachal)
bij de beek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.
Zie Kison: De Kison (Nachal Kishon) stroomt door de vlakte van Jizreël naar de Middellandse Zee, bij het huidige Haifa.
Uitleg
Midian: Richt. 6–8; Sisera en Jabin: Richt. 4–5.
De beek Kison (נַחַל קִישׁוֹן ) loopt door de vlakte van Jizreël.
11 Zij werden verdelgd bij En-Dor. Zij werden mest voor de grond.
נִשְׁמְד֥וּ
(nishmedu)
zij werden verdelgd
לָאֲדָמָֽה
(laadama)
voor de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
En-Dor ligt in Noord-Israël, ongeveer 7 km ten zuiden van de berg Tabor.
Zie ook 1 Sam. 28:7.
Dat Sisera of Midian daar verdelgd werd, staat niet in Richteren zelf.
Uitleg
דֹּמֶן (domen), ‘mest’.
12 Maak hun edelen als Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als Zebach en als Zalmunna.
שִׁיתֵ֣מוֹ
(shitemo)
maak hen
נְ֭דִיבֵמוֹ
(nedivemo)
hun edelen
כְּעֹרֵ֣ב
(keorev)
als Oreb
וְכִזְאֵ֑ב
(vekhizev)
en als Zeëb
וּֽכְזֶ֥בַח
(ukhezevach)
en als Zebach
וּ֝כְצַלְמֻנָּ֗ע
(ukhetsalmuna)
en als Zalmunna
נְסִיכֵֽמוֹ
(nesikhemo)
hun vorsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Oreb en Zeëb: de vorsten van Midian, door Gideon verslagen (Richt. 7:25).
Zebach en Zalmunna: de koningen van Midian (Richt. 8:5–21).
נָסִיךְ (nasich), ‘vorst’; נָדִיב (nadiv), ‘edele’.
13 Zij zeiden: „Laten wij de weidegronden van Elohim in bezit nemen.”
נִ֣ירֲשָׁה
(nirasha)
laten wij in bezit nemen
נְא֣וֹת
(neot)
weidegronden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְאוֹת (neot), ‘weidegronden’ of ‘woonplaatsen’: hier het land van Elohim, het land van Israël.
Zie ook Exod. 15:13.
Maak hen als stoppels voor de wind 14 Mijn Elohim, maak hen als een rollend rad, als stoppels voor de wind.
אֱֽלֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
שִׁיתֵ֥מוֹ
(shitemo)
maak hen
כַגַּלְגַּ֑ל
(kagalgal)
als een rollend rad
כְּ֝קַ֗שׁ
(keqash)
als stoppels
לִפְנֵי
(lifnei)
voor het aangezicht van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גַּלְגַּל (galgal), ‘rad’ of ‘rollend ding’: wat door de wind wordt meegevoerd, zoals een tuimelende distel of een stofwolk.
De betekenis is onzeker.
Zie ook Jes. 17:13.
קַשׁ (qash), ‘stoppels’: wat na de oogst op het veld blijft staan.
15 Als vuur dat een bos in brand zet, als een vlam die bergen in lichterlaaie zet.
וּ֝כְלֶהָבָ֗ה
(ukhelehava)
en als vlam
תְּלַהֵ֥ט
(telahet)
zet in lichterlaaie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Zo achtervolg hen met Uw storm en verschrik hen met Uw wervelwind.
תִּרְדְּפֵ֣ם
(tirdefem)
achtervolg hen
בְּסַעֲרֶ֑ךָ
(besaarekha)
met Uw storm
וּבְסוּפָתְךָ֥
(uvesufatekha)
en met Uw wervelwind
תְבַהֲלֵֽם
(tevahalem)
verschrik hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Opdat zij Uw naam zoeken 17 Vul hun gezicht met schande, dan zoeken zij Uw naam, Yahweh.
פְנֵיהֶ֣ם
(peneihem)
hun gezicht
וִֽיבַקְשׁ֖וּ
(vivaqshu)
en zij zoeken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Laat hen voor altijd beschaamd en verschrikt zijn. Laat hen te schande worden en omkomen.
יֵבֹ֖שׁוּ
(yevoshu)
laten zij beschaamd worden
וְיִבָּהֲל֥וּ
(veyibahalu)
en verschrikt worden
וְֽיַחְפְּר֥וּ
(veyachperu)
en te schande worden
וְיֹאבֵֽדוּ
(veyovedu)
en omkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Dan weten zij dat U, wiens naam Yahweh is, alleen de Allerhoogste bent over heel de aarde.
וְֽיֵדְע֗וּ
(veyedeu)
en zij zullen weten
לְבַדֶּ֑ךָ
(levadekha)
alleen U
עֶ֝לְי֗וֹן
(elyon)
Allerhoogste
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֶלְיוֹן (Elyon), ‘de Allerhoogste’: zie ook Ps. 82:6.
שִׁמְךָ יְהוָה (shimcha Yahweh), ‘Uw naam is Yahweh’: zie ook Exod. 6:3; 15:3.