Elohim Bijbel

Psalmen 147

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Yahweh bouwt Jeruzalem en regeert de natuur

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het is goed om te zingen

1Halleluja! Want goed is het om voor onze Elohim te zingen, want lieflijk is het: een lofzang past.
הַ֥לְלוּ
(hallu)
prijst
יָ֨הּ
(yah)
Jah
כִּי
(ki)
want
ט֭וֹב
(tov)
goed
זַמְּרָ֣ה
(zamera)
te zingen
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
voor onze Elohim
כִּֽי
(ki)
want
נָ֝עִים
(naim)
lieflijk
נָאוָ֥ה
(nava)
past
תְהִלָּֽה
(tehila)
lofzang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.

Jah is een korte vorm van Yahweh.

Dit lied begint en eindigt met ‘Halleluja’, evenals de volgende psalmen tot en met Psalm 150.

Hij bouwt Jeruzalem op

2Yahweh bouwt Jeruzalem. Hij brengt de verdrevenen van Israël bijeen.
בּוֹנֵ֣ה
(bone)
bouwer van
יְרוּשָׁלִַ֣ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
נִדְחֵ֖י
(nidchei)
verdrevenen van
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
יְכַנֵּֽס
(yekhanes)
brengt Hij bijeen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

‘De verdrevenen van Israël’ (נִדְחֵי יִשְׂרָאֵל, nidchei Yisra’el): de mensen die uit het land zijn weggevoerd.

Vergelijk Deut. 30:4.

Dit vers laat denken aan de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van de stad.

3Hij geneest wie gebroken is van hart en verbindt hun pijn.
הָ֭רֹפֵא
(harofe)
die geneest
לִשְׁב֣וּרֵי
(lishvurei)
gebrokenen van
לֵ֑ב
(lev)
hart
וּ֝מְחַבֵּ֗שׁ
(umechabesh)
en die verbindt
לְעַצְּבוֹתָֽם
(leatsevotam)
hun pijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַצְּבוֹת (atsvot), ‘pijn’: smart of verdriet.

Het woord kan ook ‘wonden’ betekenen.

4Hij bepaalt het aantal van de sterren; allen noemt Hij bij hun namen.
מוֹנֶ֣ה
(mone)
die bepaalt
מִ֭סְפָּר
(mispar)
aantal
לַכּוֹכָבִ֑ים
(lakokhavim)
van de sterren
לְ֝כֻלָּ֗ם
(lekhulam)
voor allen
שֵׁמ֥וֹת
(shemot)
namen
יִקְרָֽא
(yiqra)
noemt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De sterren tellen en bij naam noemen laat zien hoe groot Zijn kennis is.

Hij kent elke ster.

5Groot is onze Heer en machtig in kracht; Zijn inzicht heeft geen getal.
גָּד֣וֹל
(gadol)
groot
אֲדוֹנֵ֣ינוּ
(adoneinu)
onze Heer
וְרַב
(verav)
en machtig van
כֹּ֑חַ
(koach)
kracht
לִ֝תְבוּנָת֗וֹ
(litvunato)
Zijn inzicht
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
מִסְפָּֽר
(mispar)
getal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָדוֹן (adon), ‘Heer’: hier ‘onze Heer’ (אֲדֹנֵינוּ, adoneinu), geen aanspreking van Yahweh met Adonai.

6Yahweh richt de nederigen op; de goddelozen vernedert Hij tot op de grond.
מְעוֹדֵ֣ד
(meoded)
die oprichten
עֲנָוִ֣ים
(anavim)
nederigen
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
מַשְׁפִּ֖יל
(mashpil)
die vernedert
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
עֲדֵי
(adei)
tot
אָֽרֶץ
(arets)
grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנָו (anav), ‘nederige’: iemand die klein en afhankelijk is en op Yahweh wacht.

Zing voor Yahweh om Zijn zorg voor de natuur

7Antwoord Yahweh met dank; zing voor onze Elohim met de lier.
עֱנ֣וּ
(enu)
antwoordt
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
Yahweh
בְּתוֹדָ֑ה
(betoda)
met dank
זַמְּר֖וּ
(zameru)
zingt
לֵאלֹהֵ֣ינוּ
(leloheinu)
voor onze Elohim
בְכִנּֽוֹר
(bekhinor)
met de lier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֱנוּ (enu), ‘antwoordt’: het werkwoord kan ook ‘zingt beurtelings’ betekenen, dus een lied waarin de een de ander antwoordt.

Wij laten de letterlijke weergave staan.

תּוֹדָה (todah), ‘dank’: ook ‘dankoffer’ of ‘dankzang’.

כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: een snaarinstrument.

8Hij bedekt de hemel met wolken, Hij maakt regen klaar voor de aarde, Hij laat gras groeien op de bergen.
הַֽמְכַסֶּ֬ה
(hamkhase)
die bedekt
שָׁמַ֨יִם
(shamayim)
hemel
בְּעָבִ֗ים
(beavim)
met wolken
הַמֵּכִ֣ין
(hamekhin)
die klaarmaakt
לָאָ֣רֶץ
(laarets)
voor de aarde
מָטָ֑ר
(matar)
regen
הַמַּצְמִ֖יחַ
(hamatsmiach)
die laat groeien
הָרִ֣ים
(harim)
bergen
חָצִֽיר
(chatsir)
gras
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Hij geeft het vee zijn voedsel, en de jonge raven wanneer zij roepen.
נוֹתֵ֣ן
(noten)
die geeft
לִבְהֵמָ֣ה
(livhema)
aan het vee
לַחְמָ֑הּ
(lachmah)
zijn voedsel
לִבְנֵ֥י
(livnei)
aan de jongen van
עֹ֝רֵ֗ב
(orev)
raaf
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יִקְרָֽאוּ
(yiqrau)
roepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Job 38:41, waar ook de raaf zijn voedsel krijgt.

10Niet in de kracht van het paard heeft Hij behagen, niet in de benen van de man vindt Hij welgevallen.
לֹ֤א
(lo)
niet
בִגְבוּרַ֣ת
(bigvurat)
in de kracht van
הַסּ֣וּס
(hasus)
het paard
יֶחְפָּ֑ץ
(yechpats)
heeft Hij behagen
לֹֽא
(lo)
niet
בְשׁוֹקֵ֖י
(beshoqei)
in de benen van
הָאִ֣ישׁ
(haish)
de man
יִרְצֶֽה
(yirtse)
vindt Hij welgevallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het paard is het beeld van militaire kracht; ‘de benen van de man’ zijn de snelle benen van de soldaat.

Yahweh behaagt niet in menselijke macht.

Vergelijk Ps. 20:8.

11Yahweh heeft behagen in wie Hem vrezen, in wie hopen op Zijn trouw.
רוֹצֶ֣ה
(rotse)
heeft behagen
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
in
יְרֵאָ֑יו
(yereav)
wie Hem vrezen
אֶת
(et)
in
הַֽמְיַחֲלִ֥ים
(hamyachalim)
wie hopen
לְחַסְדּֽוֹ
(lechasdo)
op Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Loof Yahweh, Jeruzalem

12Loof Yahweh, Jeruzalem; prijs je Elohim, Sion.
שַׁבְּחִ֣י
(shabechi)
loof
יְ֭רוּשָׁלִַם
(yerushaliam)
Jeruzalem
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
הַֽלְלִ֖י
(halli)
prijs
אֱלֹהַ֣יִךְ
(elohayikh)
je Elohim
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Jeruzalem en Sion worden hier aangesproken als de stad met haar bewoners.

13Want Hij heeft de grendels van je poorten sterk gemaakt. Hij heeft je zonen in je midden gezegend.
כִּֽי
(ki)
want
חִ֭זַּק
(chizaq)
heeft sterk gemaakt
בְּרִיחֵ֣י
(berichei)
grendels van
שְׁעָרָ֑יִךְ
(shearayikh)
je poorten
בֵּרַ֖ךְ
(berakh)
heeft gezegend
בָּנַ֣יִךְ
(banayikh)
je zonen
בְּקִרְבֵּֽךְ
(beqirbekh)
in je midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij brengt vrede in je grenzen; met het beste van de tarwe verzadigt Hij je.
הַשָּׂם
(hasam)
die brengt
גְּבוּלֵ֥ךְ
(gevulekh)
je grenzen
שָׁל֑וֹם
(shalom)
vrede
חֵ֥לֶב
(chelev)
het beste van
חִ֝טִּ֗ים
(chitim)
tarwe
יַשְׂבִּיעֵֽךְ
(yasbiekh)
verzadigt Hij je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵלֶב (chelev), ‘het beste’: letterlijk ‘het vet’, het beste deel van de tarwe.

Zijn woord regeert de winter

15Hij zendt Zijn bevel naar de aarde; zeer snel loopt Zijn woord.
הַשֹּׁלֵ֣חַ
(hasholeach)
die zendt
אִמְרָת֣וֹ
(imrato)
Zijn bevel
אָ֑רֶץ
(arets)
aarde
עַד
(ad)
zeer
מְ֝הֵרָ֗ה
(mehera)
snel
יָר֥וּץ
(yaruts)
loopt
דְּבָרֽוֹ
(devaro)
Zijn woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִמְרָה (imrah), ‘bevel’: wat Hij zegt, Zijn uitspraak.

דָּבָר (davar), ‘woord’.

Vers 15–18 beschrijven hoe Zijn woord de weersomstandigheden bestuurt: sneeuw, rijp, ijs en de dooi. Vergelijk Job 38:22.

16Hij geeft sneeuw als wol; rijp strooit Hij uit als as.
הַנֹּתֵ֣ן
(hanoten)
die geeft
שֶׁ֣לֶג
(sheleg)
sneeuw
כַּצָּ֑מֶר
(katsamer)
als wol
כְּ֝פ֗וֹר
(kefor)
rijp
כָּאֵ֥פֶר
(kaefer)
als as
יְפַזֵּֽר
(yefazer)
strooit Hij uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Hij werpt Zijn ijs als brokken. Wie kan standhouden voor Zijn koude?
מַשְׁלִ֣יךְ
(mashlikh)
die werpt
קַֽרְח֣וֹ
(qarcho)
Zijn ijs
כְפִתִּ֑ים
(kefitim)
als brokken
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
קָ֝רָת֗וֹ
(qarato)
Zijn koude
מִ֣י
(mi)
wie
יַעֲמֹֽד
(yaamod)
kan standhouden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶרַח (qerach), ‘ijs’: hagel of ijs.

פַּת (pat), ‘brok’: een stukje brood.

Hij gooit ijs rond als brokken.

18Hij zendt Zijn woord en doet het smelten; Hij laat Zijn wind waaien, en het water stroomt.
יִשְׁלַ֣ח
(yishlach)
Hij zendt
דְּבָר֣וֹ
(devaro)
Zijn woord
וְיַמְסֵ֑ם
(veyamsem)
en doet ze smelten
יַשֵּׁ֥ב
(yashev)
Hij laat waaien
ר֝וּח֗וֹ
(rucho)
Zijn wind
יִזְּלוּ
(yizelu)
stromen
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Zijn woorden voor Jakob

19Hij maakt Zijn woorden bekend aan Jakob, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen aan Israël.
מַגִּ֣יד
(magid)
die bekendmaakt
דְּבָרָ֣יו
(devarav)
Zijn woorden
לְיַעֲקֹ֑ב
(leyaaqov)
aan Jakob
חֻקָּ֥יו
(chuqav)
Zijn verordeningen
וּ֝מִשְׁפָּטָ֗יו
(umishpatav)
en Zijn bepalingen
לְיִשְׂרָאֵֽל
(leyisrael)
aan Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֻקִּים (chuqqim), ‘verordeningen’ en מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’: zoals in Ps. 119.

Vergelijk Deut. 4:7–8.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is דברו (devaro), ‘Zijn woord’ (enkelvoud); de te lezen vorm (qere) is דְּבָרָיו (devarav), ‘Zijn woorden’.

Wij volgen de qere.

20Voor geen enkel volk heeft Hij zo gehandeld, en de bepalingen: die kennen zij niet. Halleluja!
לֹ֘א
(lo)
niet
עָ֤שָׂה
(asa)
heeft Hij gehandeld
כֵ֨ן
(ken)
zo
לְכָל
(lekhal)
voor ieder
גּ֗וֹי
(goy)
volk
וּמִשְׁפָּטִ֥ים
(umishpatim)
en bepalingen
בַּל
(bal)
niet
יְדָע֗וּם
(yedaum)
kennen zij ze
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Hier staat ‘en bepalingen’ (וּמִשְׁפָּטִים) zonder ‘Zijn’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘en Zijn bepalingen’.

Wij volgen de Masoretische tekst en laten de zin zo staan.