Open in de app Alle boeken Psalmen ← 36 38 → Psalmen 37 Vertrouw op Yahweh: de rechtvaardigen erven het land
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Erger je niet over de kwaaddoeners 1 Van David. Erger je niet over de kwaaddoeners. Wees niet jaloers op wie onrecht doen.
לְדָוִ֨ד
(ledavid)
van David
תִּתְחַ֥ר
(titchar)
erger je
בַּמְּרֵעִ֑ים
(bamereim)
over kwaaddoeners
תְּ֝קַנֵּ֗א
(teqane)
wees jaloers
בְּעֹשֵׂ֥י
(beosei)
op doeners van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Psalm 37 is voor een groot deel een alfabetisch lied: ongeveer om de twee verzen begint een nieuwe letter van het Hebreeuwse alfabet.
תִּתְחַר (titchar), ‘erger je’: letterlijk ‘word verhit’, ontbrand van woede of afgunst.
2 Want snel verwelken zij als gras. Als groene sprieten vallen zij af.
כֶ֭חָצִיר
(kechatsir)
als gras
יִמָּ֑לוּ
(yimalu)
zij verwelken
וּכְיֶ֥רֶק
(ukheyereq)
en als groen van
יִבּוֹלֽוּן
(yibolun)
zij vallen af
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Vertrouw op Yahweh en doe het goede. Woon in het land en weid in betrouwbaarheid.
בַּֽ֭יהוָה
(baYahweh)
op Yahweh
אֱמוּנָֽה
(emuna)
betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּרְעֵה אֱמוּנָה (ure’eh emunah), ‘weid in betrouwbaarheid’: het kan ook betekenen ‘voed je met trouw’.
De betekenis is onzeker.
4 Verheug je in Yahweh. Dan geeft Hij je de wensen van je hart.
וְהִתְעַנַּ֥ג
(vehitanag)
en verheug je
וְיִֽתֶּן
(veyiten)
en Hij zal geven
מִשְׁאֲלֹ֥ת
(mishalot)
wensen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5 Rol je weg op Yahweh, vertrouw op Hem, en Hij zal handelen.
דַּרְכֶּ֑ךָ
(darkekha)
je weg
וּבְטַ֥ח
(uvetach)
en vertrouw
יַעֲשֶֽׂה
(yaase)
zal handelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Hij zal je gerechtigheid doen uitgaan als het licht en je recht als de middag.
וְהוֹצִ֣יא
(vehotsi)
en Hij zal uitbrengen
צִדְקֶ֑ךָ
(tsidqekha)
je gerechtigheid
וּ֝מִשְׁפָּטֶ֗ךָ
(umishpatekha)
en je recht
כַּֽצָּהֳרָֽיִם
(katsahorayim)
als de middag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Wees stil voor Yahweh en wacht op Hem. Erger je niet over wie voorspoed heeft op zijn weg, over een man die kwade plannen uitvoert.
לַיהוָה֮
(laYahweh)
voor Yahweh
וְהִתְח֪וֹלֵ֫ל
(vehitcholel)
en wacht
תִּ֭תְחַר
(titchar)
erger je
בְּמַצְלִ֣יחַ
(bematsliach)
over wie voorspoed heeft
דַּרְכּ֑וֹ
(darko)
op zijn weg
בְּ֝אִ֗ישׁ
(beish)
over een man
מְזִמּֽוֹת
(mezimot)
plannen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְזִמּוֹת (mezimmot), ‘plannen’: hier kwade plannen, die iemand slim uitvoert.
8 Laat de toorn los en laat de woede varen. Erger je niet: dat leidt alleen tot kwaad.
וַעֲזֹ֣ב
(vaazov)
en laat varen
תִּ֝תְחַ֗ר
(titchar)
erger je
אַךְ
(akh)
het leidt alleen
לְהָרֵֽעַ
(leharea)
tot kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De nederigen erven het land 9 Want kwaaddoeners worden afgesneden. Maar wie op Yahweh hopen, zij zullen het land erven.
מְ֭רֵעִים
(mereim)
kwaaddoeners
יִכָּרֵת֑וּן
(yikaretun)
worden afgesneden
וְקֹוֵ֥י
(veqovei)
en hopers op
יִֽירְשׁוּ
(yireshu)
zullen erven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Nog een korte tijd, en de goddeloze is er niet meer. Je let goed op zijn plaats, en hij is er niet.
וְהִתְבּוֹנַ֖נְתָּ
(vehitbonanta)
en je let goed op
מְקוֹמ֣וֹ
(meqomo)
zijn plaats
וְאֵינֶֽנּוּ
(veeinenu)
en hij is er niet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Maar de nederigen zullen het land erven en zich verheugen in overvloed van vrede.
וַעֲנָוִ֥ים
(vaanavim)
en nederigen
יִֽירְשׁוּ
(yireshu)
zullen erven
וְ֝הִתְעַנְּג֗וּ
(vehitanegu)
en zullen zich verheugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’: mensen die klein en afhankelijk van Yahweh zijn.
Het woord staat ook in Num. 12:3, daar voor Mozes.
De zwaarden van de goddelozen 12 De goddeloze smeedt plannen tegen de rechtvaardige en knarst met zijn tanden tegen hem.
זֹמֵ֣ם
(zomem)
smeedt plannen
לַצַּדִּ֑יק
(latsadiq)
tegen de rechtvaardige
וְחֹרֵ֖ק
(vechoreq)
en knarst
שִׁנָּֽיו
(shinav)
zijn tanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Mijn Heer lacht om hem, want Hij ziet dat zijn dag komt.
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh.
Hier spreekt de dichter over Hem.
14 De goddelozen trekken het zwaard en spannen hun boog. Zij willen de ellendige en de arme neerslaan en wie oprecht leven, slachten.
פָּֽתְח֣וּ
(patechu)
zij trekken
רְשָׁעִים֮
(reshaim)
goddelozen
וְדָרְכ֪וּ
(vedarekhu)
en spannen
קַ֫שְׁתָּ֥ם
(qashtam)
hun boog
לְ֭הַפִּיל
(lehapil)
om neer te slaan
וְאֶבְי֑וֹן
(veevyon)
en arme
לִ֝טְב֗וֹחַ
(litvoach)
om te slachten
יִשְׁרֵי
(yishrei)
oprechten van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Hun zwaard zal in hun eigen hart doordringen, en hun bogen zullen gebroken worden.
חַ֭רְבָּם
(charbam)
hun zwaard
תָּב֣וֹא
(tavo)
zal binnengaan
בְלִבָּ֑ם
(belibam)
in hun hart
וְ֝קַשְּׁתוֹתָ֗ם
(veqashetotam)
en hun bogen
תִּשָּׁבַֽרְנָה
(tishavarna)
zullen gebroken worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Beter weinig 16 Beter is het weinige van de rechtvaardige dan de overvloed van velen die goddeloos zijn.
לַצַּדִּ֑יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
מֵ֝הֲמ֗וֹן
(mehamon)
dan overvloed van
רְשָׁעִ֥ים
(reshaim)
goddelozen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 Want de armen van de goddelozen worden gebroken, maar Yahweh ondersteunt de rechtvaardigen.
זְרוֹע֣וֹת
(zeroot)
armen van
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
תִּשָּׁבַ֑רְנָה
(tishavarna)
zullen gebroken worden
וְסוֹמֵ֖ךְ
(vesomekh)
en ondersteuner van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Yahweh kent de dagen van de onberispelijken, en hun erfdeel zal voor eeuwig zijn.
תְמִימִ֑ם
(temimim)
onberispelijken
וְ֝נַחֲלָתָ֗ם
(venachalatam)
en hun erfdeel
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Zij worden niet beschaamd in een tijd van onheil. In dagen van honger worden zij verzadigd.
יֵ֭בֹשׁוּ
(yevoshu)
worden beschaamd
וּבִימֵ֖י
(uvimei)
en in dagen van
יִשְׂבָּֽעוּ
(yisbau)
worden verzadigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Maar de goddelozen gaan verloren, en de vijanden van Yahweh zijn als de pracht van de weiden. Zij zijn voorbij; in rook zijn zij voorbij.
רְשָׁעִ֨ים
(reshaim)
goddelozen
יֹאבֵ֗דוּ
(yovedu)
gaan verloren
וְאֹיְבֵ֣י
(veoyevei)
en vijanden van
כִּיקַ֣ר
(kiqar)
als pracht van
כָּל֖וּ
(kalu)
zij zijn voorbij
בֶעָשָׁ֣ן
(beashan)
in rook
כָּֽלוּ
(kalu)
zij zijn voorbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
כִּיקַר כָּרִים (kiqar karim), ‘als de pracht van de weiden’: het kan ook betekenen ‘als het vet van lammeren’, dat bij het offer in rook opgaat.
De betekenis is onzeker.
Wij kiezen ‘pracht van de weiden’: het gras verdort in vers 2.
21 De goddeloze leent en betaalt niet terug. Maar de rechtvaardige is mild en geeft.
יְשַׁלֵּ֑ם
(yeshalem)
betaalt terug
וְ֝צַדִּ֗יק
(vetsadiq)
en rechtvaardige
וְנוֹתֵֽן
(venoten)
en geeft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חוֹנֵן (chonen), ‘is mild’: iemand die gunst (chen) toont en gul geeft.
22 Want wie door Hem gezegend zijn, zullen het land erven. Wie door Hem vervloekt zijn, worden afgesneden.
מְ֭בֹרָכָיו
(mevorakhav)
zijn gezegenden
יִ֣ירְשׁוּ
(yireshu)
zullen erven
וּ֝מְקֻלָּלָ֗יו
(umequlalav)
en zijn vervloekten
יִכָּרֵֽתוּ
(yikaretu)
worden afgesneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws heeft ‘zijn gezegenden’ en ‘zijn vervloekten’.
Wij begrijpen: gezegend of vervloekt door Yahweh, daarom ‘Hem’.
Yahweh ondersteunt de rechtvaardige 23 Door Yahweh worden de schreden van een man bevestigd, en Hij heeft behagen in zijn weg.
מֵ֭יְהוָה
(meYahweh)
van Yahweh
מִֽצְעֲדֵי
(mitsadei)
schreden van
כּוֹנָ֗נוּ
(konanu)
zijn bevestigd
וְדַרְכּ֥וֹ
(vedarko)
en zijn weg
יֶחְפָּֽץ
(yechpats)
Hij heeft behagen in
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 Als hij valt, wordt hij niet neergeworpen, want Yahweh ondersteunt zijn hand.
יוּטָ֑ל
(yutal)
wordt hij neergeworpen
סוֹמֵ֥ךְ
(somekh)
ondersteunt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Ik was een jongen en ben ook oud geworden. Ik heb nooit gezien dat een rechtvaardige verlaten werd, of dat zijn nageslacht om brood moest zoeken.
זָ֫קַ֥נְתִּי
(zaqanti)
ik ben oud geworden
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardige
וְ֝זַרְע֗וֹ
(vezaro)
en zijn nageslacht
מְבַקֶּשׁ
(mevaqesh)
zoekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 De hele dag is hij mild en leent hij uit, en zijn nageslacht wordt tot een zegen.
וּמַלְוֶ֑ה
(umalve)
en leent uit
וְ֝זַרְע֗וֹ
(vezaro)
en zijn nageslacht
לִבְרָכָֽה
(livrakha)
tot zegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 Wijk af van het kwade en doe het goede, en woon voor eeuwig in het land.
וּשְׁכֹ֥ן
(ushekhon)
en woon
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28 Want Yahweh heeft het recht lief en verlaat Zijn getrouwen niet. Voor eeuwig zijn zij bewaard, maar het nageslacht van de goddelozen wordt afgesneden.
יַעֲזֹ֣ב
(yaazov)
Hij verlaat
חֲ֭סִידָיו
(chasidav)
Zijn getrouwen
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
נִשְׁמָ֑רוּ
(nishmaru)
zijn bewaard
וְזֶ֖רַע
(vezera)
en nageslacht van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
נִכְרָֽת
(nikhrat)
is afgesneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29 De rechtvaardigen zullen het land erven en er voor altijd op wonen.
צַדִּיקִ֥ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יִֽירְשׁוּ
(yireshu)
zullen erven
וְיִשְׁכְּנ֖וּ
(veyishkenu)
en zullen wonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De wet in het hart 30 De mond van de rechtvaardige mompelt wijsheid, en zijn tong spreekt recht.
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
rechtvaardige
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
וּ֝לְשׁוֹנ֗וֹ
(uleshono)
en zijn tong
תְּדַבֵּ֥ר
(tedaber)
spreekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31 De wet van zijn Elohim is in zijn hart. Zijn schreden wankelen niet.
אֱלֹהָ֣יו
(elohav)
zijn Elohim
בְּלִבּ֑וֹ
(belibo)
in zijn hart
אֲשֻׁרָיו
(ashurav)
zijn schreden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹרָה (torah), ‘wet’: eigenlijk ‘onderwijs’, wat Elohim aanwijst.
32 De goddeloze loert op de rechtvaardige en zoekt hem te doden.
לַצַּדִּ֑יק
(latsadiq)
op de rechtvaardige
וּ֝מְבַקֵּ֗שׁ
(umevaqesh)
en zoekt
לַהֲמִיתוֹ
(lahamito)
hem te doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33 Yahweh laat hem niet in diens hand achter en verklaart hem niet schuldig als hij geoordeeld wordt.
יַעַזְבֶ֣נּוּ
(yaazvenu)
laat hem achter
בְיָד֑וֹ
(beyado)
in zijn hand
יַ֝רְשִׁיעֶ֗נּוּ
(yarshienu)
verklaart hem schuldig
בְּהִשָּׁפְטֽוֹ
(behishafeto)
als hij geoordeeld wordt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34 Hoop op Yahweh en houd je aan Zijn weg. Dan verheft Hij je om het land te erven. Je zult zien hoe de goddelozen worden afgesneden.
וּשְׁמֹ֬ר
(ushemor)
en houd
דַּרְכּ֗וֹ
(darko)
Zijn weg
וִֽ֭ירוֹמִמְךָ
(viromimkha)
en Hij zal je verheffen
לָרֶ֣שֶׁת
(lareshet)
om te erven
בְּהִכָּרֵ֖ת
(behikaret)
als worden afgesneden
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
תִּרְאֶֽה
(tire)
zul je zien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Ik zag een goddeloze 35 Ik zag een goddeloze, een geweldenaar, die zich uitspreidde als een welige inheemse boom.
עָרִ֑יץ
(arits)
geweldenaar
וּ֝מִתְעָרֶ֗ה
(umitare)
en zich uitspreidend
כְּאֶזְרָ֥ח
(keezrach)
als inheemse
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het Hebreeuws heeft alleen ‘als een welige inheemse’ (אֶזְרָח רַעֲנָן ).
Wij vullen ‘boom’ aan, omdat ‘welig’ en ‘zich uitspreiden’ bij een boom passen.
De betekenis is onzeker.
36 Toen ging hij voorbij, en zie, hij was er niet meer. Ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.
וַ֭יַּֽעֲבֹר
(vayaavor)
en hij ging voorbij
אֵינֶ֑נּוּ
(einenu)
hij is er niet
וָֽ֝אֲבַקְשֵׁ֗הוּ
(vaavaqshehu)
en ik zocht hem
נִמְצָֽא
(nimtsa)
hij werd gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37 Let op de onberispelijke en kijk naar de oprechte, want er is een toekomst voor de man van vrede.
אַחֲרִ֖ית
(acharit)
toekomst
לְאִ֣ישׁ
(leish)
voor man van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַחֲרִית (acharit), ‘toekomst’: letterlijk ‘wat achteraan komt’, dus het einde, de toekomst of het nageslacht.
Wij kiezen in vers 37 en 38 hetzelfde woord.
38 Maar de overtreders worden samen verdelgd. De toekomst van de goddelozen wordt afgesneden.
וּֽ֭פֹשְׁעִים
(ufosheim)
en overtreders
נִשְׁמְד֣וּ
(nishmedu)
zijn verdelgd
אַחֲרִ֖ית
(acharit)
toekomst van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
נִכְרָֽתָה
(nikhrata)
is afgesneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39 De redding van de rechtvaardigen komt van Yahweh, hun vesting in een tijd van nood.
וּתְשׁוּעַ֣ת
(uteshuat)
en redding van
צַ֭דִּיקִים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
מֵיְהוָ֑ה
(meYahweh)
van Yahweh
מָֽ֝עוּזָּ֗ם
(mauzam)
hun vesting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40 Yahweh helpt hen en bevrijdt hen. Hij bevrijdt hen van de goddelozen en redt hen, want zij hebben bij Hem hun toevlucht gezocht.
וַֽיַּעְזְרֵ֥ם
(vayazerem)
en Hij helpt hen
וַֽיְפַ֫לְּטֵ֥ם
(vayfaletem)
en Hij bevrijdt hen
יְפַלְּטֵ֣ם
(yefaletem)
Hij bevrijdt hen
מֵ֭רְשָׁעִים
(mereshaim)
van goddelozen
וְיוֹשִׁיעֵ֑ם
(veyoshiem)
en Hij redt hen
חָ֥סוּ
(chasu)
zij zochten toevlucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)