Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift
1Voor de koorleider, met snarenspel, op de achtste. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֣חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
בִּ֭נְגִינוֹת
(binginot)
met snarenspel
עַֽל
(al)
op
הַשְּׁמִינִ֗ית
(hasheminit)
de achtste
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
עַל־הַשְּׁמִינִית (al hasheminit), ‘op de achtste’: onzeker. Het kan gaan om een instrument met acht snaren, of om een octaaf of toonsoort. Zie ook 1 Kron. 15:21, waar hetzelfde woord als ‘sjeminit’ is overgenomen.
6Want in de dood is er geen gedachtenis aan U. Wie dankt U in de Sjeol?
כִּ֤י
(ki)
want
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
בַּמָּ֣וֶת
(bamavet)
in de dood
זִכְרֶ֑ךָ
(zikhrekha)
aan U gedenken
בִּ֝שְׁא֗וֹל
(bishol)
in de Sjeol
מִ֣י
(mi)
wie
יֽוֹדֶה
(yode)
dankt
לָּֽךְ
(lakh)
U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, zoals in 1 Sam. 2:6.
יוֹדֶה (yodeh), ‘dankt’: belijden en bekendmaken wat Yahweh doet. In de dood is er geen dankzegging zoals in de eredienst op aarde; de bidder smeekt daarom om leven. Zie ook Ps. 30:10.