Elohim Bijbel

Psalmen 6

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Bede van een zieke en bedroefde om genezing

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider, met snarenspel, op de achtste. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֣חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
בִּ֭נְגִינוֹת
(binginot)
met snarenspel
עַֽל
(al)
op
הַשְּׁמִינִ֗ית
(hasheminit)
de achtste
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

עַל־הַשְּׁמִינִית (al hasheminit), ‘op de achtste’: onzeker. Het kan gaan om een instrument met acht snaren, of om een octaaf of toonsoort. Zie ook 1 Kron. 15:21, waar hetzelfde woord als ‘sjeminit’ is overgenomen.

Straf mij niet in Uw toorn

2Yahweh, wijs mij niet terecht in Uw toorn en tuchtig mij niet in Uw gramschap.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַל
(al)
niet
בְּאַפְּךָ֥
(beapekha)
in Uw toorn
תוֹכִיחֵ֑נִי
(tokhicheni)
wijs mij terecht
וְֽאַל
(veal)
en niet
בַּחֲמָתְךָ֥
(bachamatekha)
in Uw gramschap
תְיַסְּרֵֽנִי
(teyasereni)
tuchtig mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit gebed vraagt om genade, niet om vrijspraak: de bidder weet dat hij tuchtiging verdient, maar vraagt dat die niet in toorn gebeurt.

3Wees mij genadig, Yahweh, want ik ben verzwakt. Genees mij, Yahweh, want mijn beenderen zijn ontzet.
חָנֵּ֥נִי
(chaneni)
wees mij genadig
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֤י
(ki)
want
אֻמְלַ֫ל
(umlal)
verzwakt
אָ֥נִי
(ani)
ben ik
רְפָאֵ֥נִי
(refaeni)
genees mij
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֖י
(ki)
want
נִבְהֲל֣וּ
(nivhalu)
zijn ontzet
עֲצָמָֽי
(atsamay)
mijn beenderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶצֶם (etsem), ‘beenderen’: staat hier voor het hele lichaam.

4Ook mijn ziel is zeer ontzet. En U, Yahweh, hoe lang nog?
וְ֭נַפְשִׁי
(venafshi)
en mijn ziel
נִבְהֲלָ֣ה
(nivhala)
is ontzet
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וְאַתָּ֥ה
(veata)
en U
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
tot
מָתָֽי
(matay)
wanneer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ואת (ve’at); de te lezen vorm (qere) is ואתה (ve’attah), ‘en U’.

Wij volgen de qere.

5Keer terug, Yahweh, bevrijd mijn ziel. Red mij omwille van Uw trouw.
שׁוּבָ֣ה
(shuva)
keer terug
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
חַלְּצָ֣ה
(chaletsa)
bevrijd
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
ה֝וֹשִׁיעֵ֗נִי
(hoshieni)
red mij
לְמַ֣עַן
(lemaan)
omwille van
חַסְדֶּֽךָ
(chasdekha)
Uw trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Want in de dood is er geen gedachtenis aan U. Wie dankt U in de Sjeol?
כִּ֤י
(ki)
want
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
בַּמָּ֣וֶת
(bamavet)
in de dood
זִכְרֶ֑ךָ
(zikhrekha)
aan U gedenken
בִּ֝שְׁא֗וֹל
(bishol)
in de Sjeol
מִ֣י
(mi)
wie
יֽוֹדֶה
(yode)
dankt
לָּֽךְ
(lakh)
U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, zoals in 1 Sam. 2:6.

יוֹדֶה (yodeh), ‘dankt’: belijden en bekendmaken wat Yahweh doet. In de dood is er geen dankzegging zoals in de eredienst op aarde; de bidder smeekt daarom om leven. Zie ook Ps. 30:10.

Moe van het zuchten

7Ik ben moe van mijn zuchten. Elke nacht maak ik mijn bed nat; met mijn tranen doorweek ik mijn rustbank.
יָגַ֤עְתִּי
(yagati)
ik ben moe
בְּֽאַנְחָתִ֗י
(beanchati)
van mijn zuchten
אַשְׂחֶ֣ה
(asche)
ik maak nat
בְכָל
(bekhal)
elke
לַ֭יְלָה
(layla)
nacht
מִטָּתִ֑י
(mitati)
mijn bed
בְּ֝דִמְעָתִ֗י
(bedimati)
met mijn tranen
עַרְשִׂ֥י
(arsi)
mijn rustbank
אַמְסֶֽה
(amse)
doorweek ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׂחֶה (asheh), ‘ik laat zwemmen’, en אַמְסֶה (amseh), ‘ik laat wegsmelten’: sterke beelden voor het huilen.

Wij vertalen ‘nat maken’ en ‘doorweken’.

8Mijn oog is verteerd van verdriet. Het is oud geworden door al mijn belagers.
עָֽשְׁשָׁ֣ה
(ashesha)
is verteerd
מִכַּ֣עַס
(mikaas)
van verdriet
עֵינִ֑י
(eini)
mijn oog
עָֽ֝תְקָ֗ה
(ateqa)
is oud geworden
בְּכָל
(bekhal)
door
צוֹרְרָֽי
(tsoreray)
al mijn belagers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh heeft mijn gebed gehoord

9Wijk van mij, alle werkers van onheil, want Yahweh heeft de stem van mijn geween gehoord.
ס֣וּרוּ
(suru)
wijkt
מִ֭מֶּנִּי
(mimeni)
van mij
כָּל
(kal)
alle
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
אָ֑וֶן
(aven)
onheil
כִּֽי
(ki)
want
שָׁמַ֥ע
(shama)
heeft gehoord
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
ק֣וֹל
(qol)
de stem van
בִּכְיִֽי
(bikhyi)
mijn geween
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Yahweh heeft mijn smeking gehoord. Yahweh neemt mijn gebed aan.
שָׁמַ֣ע
(shama)
heeft gehoord
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
תְּחִנָּתִ֑י
(techinati)
mijn smeking
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
תְּֽפִלָּתִ֥י
(tefilati)
mijn gebed
יִקָּֽח
(yiqach)
neemt aan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Laten al mijn vijanden beschaamd en zeer ontzet worden. Laten zij terugkeren en in een oogwenk beschaamd worden.
יֵבֹ֤שׁוּ
(yevoshu)
laten beschaamd worden
וְיִבָּהֲל֣וּ
(veyibahalu)
en laten ontzet worden
מְ֭אֹד
(meod)
zeer
כָּל
(kal)
alle
אֹיְבָ֑י
(oyevay)
mijn vijanden
יָ֝שֻׁ֗בוּ
(yashuvu)
laten terugkeren
יֵבֹ֥שׁוּ
(yevoshu)
laten beschaamd worden
רָֽגַע
(raga)
in een oogwenk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)