Elohim Bijbel

Psalmen 40

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een nieuw lied na redding uit de kuil

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Van David. Een psalm.
לַ֝מְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
van David
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij kiezen ‘koorleider’.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Yahweh heeft mij uit de kuil gehaald

2Ik wachtte en wachtte op Yahweh. Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep.
קַוֺּ֣ה
(qavo)
wachtend
קִוִּ֣יתִי
(qiviti)
ik heb gewacht
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
op Yahweh
וַיֵּ֥ט
(vayet)
en Hij boog
אֵ֝לַ֗י
(elay)
naar mij
וַיִּשְׁמַ֥ע
(vayishma)
en Hij hoorde
שַׁוְעָתִֽי
(shavati)
mijn hulpgeroep
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Hij haalde mij omhoog uit de kuil van het verderf, uit het slijk van de modder. Hij zette mijn voeten op een rots en maakte mijn stappen vast.
וַיַּעֲלֵ֤נִי
(vayaaleni)
en Hij deed mij opkomen
מִבּ֥וֹר
(mibor)
uit de kuil van
שָׁאוֹן֮
(shaon)
verderf
מִטִּ֪יט
(mitit)
uit het slijk van
הַיָּ֫וֵ֥ן
(hayaven)
de modder
וַיָּ֖קֶם
(vayaqem)
en Hij zette
עַל
(al)
op
סֶ֥לַע
(sela)
rots
רַגְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
כּוֹנֵ֥ן
(konen)
Hij maakte vast
אֲשֻׁרָֽי
(ashuray)
mijn stappen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹר שָׁאוֹן (bor sha’on), ‘kuil van het verderf’: een diepe put die verwoesting, rumoer en dood brengt.

Het beeld staat voor een uitzichtloze nood.

Vergelijk Ps. 30:4.

4Hij legde een nieuw lied in mijn mond, een lofzang voor onze Elohim. Velen zullen het zien en ontzag hebben, en zij zullen op Yahweh vertrouwen.
וַיִּתֵּ֬ן
(vayiten)
en Hij legde
בְּפִ֨י
(befi)
in mijn mond
שִׁ֥יר
(shir)
lied
חָדָשׁ֮
(chadash)
nieuw
תְּהִלָּ֪ה
(tehila)
lofzang
לֵֽאלֹ֫הֵ֥ינוּ
(leloheinu)
voor onze Elohim
יִרְא֣וּ
(yiru)
zullen zien
רַבִּ֣ים
(rabim)
velen
וְיִירָ֑אוּ
(veyirau)
en zullen ontzag hebben
וְ֝יִבְטְח֗וּ
(veyivtechu)
en zullen vertrouwen
בַּיהוָֽה
(baYahweh)
op Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Gelukkig de man die Yahweh tot zijn vertrouwen maakt en zich niet wendt tot de trotsen, tot wie afdwalen naar leugen.
אַ֥שְֽׁרֵי
(ashrei)
gelukkig
הַגֶּ֗בֶר
(hagever)
de man
אֲשֶׁר
(asher)
die
שָׂ֣ם
(sam)
maakt
יְ֭הֹוָה
(Yahweh)
Yahweh
מִבְטַח֑וֹ
(mivtacho)
tot zijn vertrouwen
וְֽלֹא
(velo)
en niet
פָנָ֥ה
(pana)
wendt zich
אֶל
(el)
tot
רְ֝הָבִ֗ים
(rehavim)
trotsen
וְשָׂטֵ֥י
(vesatei)
en afdwalenden naar
כָזָֽב
(kazav)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְהָבִים (rehavim), ‘de trotsen’: mensen die hoog van zichzelf denken.

Het woord klinkt aan op Rahab, de zeemonster-naam in Ps. 89:11.

Wij vertalen ‘trotsen’.

6Veel hebt U gedaan, U, Yahweh, mijn Elohim: Uw wonderen en Uw gedachten over ons. Niemand is aan U gelijk. Ik wil ervan vertellen en spreken, maar het zijn er te veel om te tellen.
רַבּ֤וֹת
(rabot)
veel
עָשִׂ֨יתָ
(asita)
hebt gedaan
אַתָּ֤ה
(ata)
U
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהַי֮
(elohay)
mijn Elohim
נִֽפְלְאֹתֶ֥יךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
וּמַחְשְׁבֹתֶ֗יךָ
(umachshevoteikha)
en Uw gedachten
אֵ֫לֵ֥ינוּ
(eleinu)
over ons
אֵ֤ין
(ein)
niemand
עֲרֹ֬ךְ
(arokh)
gelijke
אֵלֶ֗יךָ
(eleikha)
aan U
אַגִּ֥ידָה
(agida)
ik wil vertellen
וַאֲדַבֵּ֑רָה
(vaadabera)
en spreken
עָ֝צְמ֗וּ
(atsemu)
zij zijn talrijk
מִסַּפֵּֽר
(misaper)
om te tellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Niet offers, maar gehoorzaamheid

7Slachtoffer en graanoffer wilde U niet. Oren hebt U voor mij gegraven. Brandoffer en zondoffer hebt U niet gevraagd.
זֶ֤בַח
(zevach)
slachtoffer
וּמִנְחָ֨ה
(umincha)
en graanoffer
לֹֽא
(lo)
niet
חָפַ֗צְתָּ
(chafatsta)
wilde U
אָ֭זְנַיִם
(azenayim)
oren
כָּרִ֣יתָ
(karita)
hebt U gegraven
לִּ֑י
(li)
voor mij
עוֹלָ֥ה
(ola)
brandoffer
וַ֝חֲטָאָ֗ה
(vachataa)
en zondoffer
לֹ֣א
(lo)
niet
שָׁאָֽלְתָּ
(shaalta)
hebt U gevraagd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָזְנַיִם כָּרִיתָ לִּי (aznajim karita li), ‘oren hebt U voor mij gegraven’: waarschijnlijk een beeld voor oren die U geopend hebt, zodat wij kunnen horen en gehoorzamen.

Zie ook Hebr. 10:5–7.

Lezing

Sommige oude vertalingen hebben hier ‘een lichaam hebt U voor mij bereid’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

8Toen zei ik: „Zie, ik ben gekomen. In de boekrol staat over mij geschreven.
אָ֣ז
(az)
toen
אָ֭מַרְתִּי
(amarti)
zei ik
הִנֵּה
(hine)
zie
בָ֑אתִי
(bati)
ik ben gekomen
בִּמְגִלַּת
(bimgilat)
in de rol van
סֵ֝֗פֶר
(sefer)
boek
כָּת֥וּב
(katuv)
geschreven
עָלָֽי
(alay)
over mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּמְגִלַּת־סֵפֶר (bimgillat sefer), ‘in de boekrol’: wat voor boek bedoeld is, is onzeker.

Het kan de wet zijn (vergelijk Deut. 17:18–19) of een boek van Elohim.

9Om Uw wil te doen, mijn Elohim, heb ik lust. Uw wet is diep in mijn binnenste.”
לַֽעֲשֽׂוֹת
(laasot)
om te doen
רְצוֹנְךָ֣
(retsonekha)
Uw wil
אֱלֹהַ֣י
(elohay)
mijn Elohim
חָפָ֑צְתִּי
(chafatsti)
heb ik lust
וְ֝ת֥וֹרָתְךָ֗
(vetoratekha)
en Uw wet
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
diep in
מֵעָֽי
(meay)
mijn binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: eigenlijk ‘onderwijs’, wat Elohim aanwijst.

10Ik heb gerechtigheid als goed nieuws verkondigd in de grote vergadering. Zie, mijn lippen houd ik niet tegen. Yahweh, U weet het.
בִּשַּׂ֤רְתִּי
(bisarti)
ik heb als goed nieuws verkondigd
צֶ֨דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
בְּקָ֘הָ֤ל
(beqahal)
in de vergadering
רָ֗ב
(rav)
grote
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
שְׂ֭פָתַי
(sefatay)
mijn lippen
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶכְלָ֑א
(ekhla)
houd ik tegen
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַתָּ֥ה
(ata)
U
יָדָֽעְתָּ
(yadata)
weet het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Ik heb Uw trouw niet verzwegen

11Uw gerechtigheid heb ik niet verborgen in mijn hart. Over Uw betrouwbaarheid en Uw redding heb ik gesproken. Uw trouw en Uw waarheid heb ik niet verzwegen voor de grote vergadering.
צִדְקָתְךָ֬
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
לֹא
(lo)
niet
כִסִּ֨יתִי
(kisiti)
heb ik verborgen
בְּת֬וֹךְ
(betokh)
in het midden van
לִבִּ֗י
(libi)
mijn hart
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
וּתְשׁוּעָתְךָ֣
(uteshuatekha)
en Uw redding
אָמָ֑רְתִּי
(amarti)
ik heb gesproken
לֹא
(lo)
niet
כִחַ֥דְתִּי
(kichadti)
heb ik verzwegen
חַסְדְּךָ֥
(chasdekha)
Uw trouw
וַ֝אֲמִתְּךָ֗
(vaamitekha)
en Uw waarheid
לְקָהָ֥ל
(leqahal)
voor de vergadering
רָֽב
(rav)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid.

Het paar staat ook in vers 12.

12U, Yahweh, houd Uw barmhartigheid niet van mij terug. Laat Uw trouw en Uw waarheid mij altijd beschermen.
אַתָּ֤ה
(ata)
U
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹא
(lo)
niet
תִכְלָ֣א
(tikhla)
houd terug
רַחֲמֶ֣יךָ
(rachameikha)
Uw barmhartigheid
מִמֶּ֑נִּי
(mimeni)
van mij
חַסְדְּךָ֥
(chasdekha)
Uw trouw
וַ֝אֲמִתְּךָ֗
(vaamitekha)
en Uw waarheid
תָּמִ֥יד
(tamid)
altijd
יִצְּרֽוּנִי
(yitseruni)
laten mij beschermen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hulp, Yahweh, haast U

13Want kwaad zonder getal heeft mij omringd. Mijn ongerechtigheden hebben mij ingehaald, en ik kan niets meer zien. Zij zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd, en mijn hart heeft mij verlaten.
כִּ֤י
(ki)
want
אָפְפ֥וּ
(afefu)
hebben omringd
עָלַ֨י
(alay)
mij
רָע֡וֹת
(raot)
kwaden
עַד
(ad)
tot
אֵ֬ין
(ein)
niet is
מִסְפָּ֗ר
(mispar)
getal
הִשִּׂיג֣וּנִי
(hisiguni)
hebben mij ingehaald
עֲ֭וֺנֹתַי
(avonotay)
mijn ongerechtigheden
וְלֹא
(velo)
en niet
יָכֹ֣לְתִּי
(yakholti)
ik kon
לִרְא֑וֹת
(lirot)
zien
עָצְמ֥וּ
(atsemu)
zijn talrijker
מִשַּֽׂעֲר֥וֹת
(misaarot)
dan haren van
רֹ֝אשִׁ֗י
(roshi)
mijn hoofd
וְלִבִּ֥י
(velibi)
en mijn hart
עֲזָבָֽנִי
(azavani)
heeft mij verlaten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Wees welwillend, Yahweh, om mij te bevrijden. Yahweh, haast U om mij te helpen.
רְצֵ֣ה
(retse)
wees welwillend
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לְהַצִּילֵ֑נִי
(lehatsileni)
om mij te bevrijden
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
לְעֶזְרָ֥תִי
(leezrati)
tot mijn hulp
חֽוּשָׁה
(chusha)
haast U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 14–18 staan ook, met kleine verschillen, in Ps. 70:2–6.

Daar staat vaker Elohim waar hier Yahweh staat.

15Laten zij beschaamd en schaamrood worden, allen samen, die mijn leven zoeken om het weg te vagen. Laten zij achteruit wijken en gehoond worden, die behagen scheppen in mijn ongeluk.
יֵ֘בֹ֤שׁוּ
(yevoshu)
laten beschaamd worden
וְיַחְפְּר֨וּ
(veyachperu)
en schaamrood worden
יַחַד֮
(yachad)
samen
מְבַקְשֵׁ֥י
(mevaqshei)
zoekers van
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn leven
לִסְפּ֫וֹתָ֥הּ
(lispotah)
om het weg te vagen
יִסֹּ֣גוּ
(yisogu)
laten wijken
אָ֭חוֹר
(achor)
achteruit
וְיִכָּלְמ֑וּ
(veyikalemu)
en gehoond worden
חֲ֝פֵצֵ֗י
(chafetsei)
behagenden in
רָעָתִֽי
(raati)
mijn ongeluk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het hele levende wezen.

Hier vertalen wij ‘leven’, omdat de vijanden naar het leven staan.

16Laten zij verwoest worden als gevolg van hun schande, zij die tegen mij zeggen: „Ha, ha!”
יָ֭שֹׁמּוּ
(yashomu)
laten verwoest worden
עַל
(al)
als
עֵ֣קֶב
(eqev)
gevolg van
בָּשְׁתָּ֑ם
(bashtam)
hun schande
הָאֹמְרִ֥ים
(haomerim)
die zeggen
לִ֝֗י
(li)
tegen mij
הֶ֘אָ֥ח
(heach)
ha
הֶאָֽח
(heach)
ha
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Laten allen die U zoeken, jubelen en zich in U verheugen. Laten zij die van Uw redding houden, steeds zeggen: „Yahweh is groot!”
יָ֘שִׂ֤ישׂוּ
(yasisu)
laten jubelen
וְיִשְׂמְח֨וּ
(veyismechu)
en zich verheugen
בְּךָ֗
(bekha)
in U
כָּֽל
(kal)
allen
מְבַ֫קְשֶׁ֥יךָ
(mevaqsheikha)
die U zoeken
יֹאמְר֣וּ
(yomru)
laten zeggen
תָ֭מִיד
(tamid)
steeds
יִגְדַּ֣ל
(yigdal)
is groot
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹֽ֝הֲבֵ֗י
(ohavei)
liefhebbers van
תְּשׁוּעָתֶֽךָ
(teshuatekha)
Uw redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Ik ben ellendig en arm, maar mijn Heer denkt aan mij. U bent mijn hulp en mijn bevrijder. Mijn Elohim, wacht niet langer.
וַאֲנִ֤י
(vaani)
en ik
עָנִ֣י
(ani)
ellendig
וְאֶבְיוֹן֮
(veevyon)
en arm
אֲדֹנָ֪י
(adonay)
mijn Heer
יַחֲשָׁ֫ב
(yachashav)
denkt
לִ֥י
(li)
aan mij
עֶזְרָתִ֣י
(ezrati)
mijn hulp
וּמְפַלְטִ֣י
(umefalti)
en mijn bevrijder
אַ֑תָּה
(ata)
U
אֱ֝לֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
אַל
(al)
niet
תְּאַחַֽר
(teachar)
wacht langer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim.

In dit lied staat het alleen hier; elders gebruikt de dichter Yahweh en Elohim.