Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Voor de koorleider. Van David. Een psalm.
לַ֝מְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
van David
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.
Wij kiezen ‘koorleider’.
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
6Veel hebt U gedaan, U, Yahweh, mijn Elohim: Uw wonderen en Uw gedachten over ons. Niemand is aan U gelijk. Ik wil ervan vertellen en spreken, maar het zijn er te veel om te tellen.
רַבּ֤וֹת
(rabot)
veel
עָשִׂ֨יתָ
(asita)
hebt gedaan
אַתָּ֤ה
(ata)
U
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהַי֮
(elohay)
mijn Elohim
נִֽפְלְאֹתֶ֥יךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
וּמַחְשְׁבֹתֶ֗יךָ
(umachshevoteikha)
en Uw gedachten
אֵ֫לֵ֥ינוּ
(eleinu)
over ons
אֵ֤ין
(ein)
niemand
עֲרֹ֬ךְ
(arokh)
gelijke
אֵלֶ֗יךָ
(eleikha)
aan U
אַגִּ֥ידָה
(agida)
ik wil vertellen
וַאֲדַבֵּ֑רָה
(vaadabera)
en spreken
עָ֝צְמ֗וּ
(atsemu)
zij zijn talrijk
מִסַּפֵּֽר
(misaper)
om te tellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Slachtoffer en graanoffer wilde U niet. Oren hebt U voor mij gegraven. Brandoffer en zondoffer hebt U niet gevraagd.
זֶ֤בַח
(zevach)
slachtoffer
וּמִנְחָ֨ה
(umincha)
en graanoffer
לֹֽא
(lo)
niet
חָפַ֗צְתָּ
(chafatsta)
wilde U
אָ֭זְנַיִם
(azenayim)
oren
כָּרִ֣יתָ
(karita)
hebt U gegraven
לִּ֑י
(li)
voor mij
עוֹלָ֥ה
(ola)
brandoffer
וַ֝חֲטָאָ֗ה
(vachataa)
en zondoffer
לֹ֣א
(lo)
niet
שָׁאָֽלְתָּ
(shaalta)
hebt U gevraagd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אָזְנַיִם כָּרִיתָ לִּי (aznajim karita li), ‘oren hebt U voor mij gegraven’: waarschijnlijk een beeld voor oren die U geopend hebt, zodat wij kunnen horen en gehoorzamen.
Zie ook Hebr. 10:5–7.
Lezing
Sommige oude vertalingen hebben hier ‘een lichaam hebt U voor mij bereid’.
11Uw gerechtigheid heb ik niet verborgen in mijn hart. Over Uw betrouwbaarheid en Uw redding heb ik gesproken. Uw trouw en Uw waarheid heb ik niet verzwegen voor de grote vergadering.
צִדְקָתְךָ֬
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
לֹא
(lo)
niet
כִסִּ֨יתִי
(kisiti)
heb ik verborgen
בְּת֬וֹךְ
(betokh)
in het midden van
לִבִּ֗י
(libi)
mijn hart
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
וּתְשׁוּעָתְךָ֣
(uteshuatekha)
en Uw redding
אָמָ֑רְתִּי
(amarti)
ik heb gesproken
לֹא
(lo)
niet
כִחַ֥דְתִּי
(kichadti)
heb ik verzwegen
חַסְדְּךָ֥
(chasdekha)
Uw trouw
וַ֝אֲמִתְּךָ֗
(vaamitekha)
en Uw waarheid
לְקָהָ֥ל
(leqahal)
voor de vergadering
רָֽב
(rav)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Want kwaad zonder getal heeft mij omringd. Mijn ongerechtigheden hebben mij ingehaald, en ik kan niets meer zien. Zij zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd, en mijn hart heeft mij verlaten.
כִּ֤י
(ki)
want
אָפְפ֥וּ
(afefu)
hebben omringd
עָלַ֨י
(alay)
mij
רָע֡וֹת
(raot)
kwaden
עַד
(ad)
tot
אֵ֬ין
(ein)
niet is
מִסְפָּ֗ר
(mispar)
getal
הִשִּׂיג֣וּנִי
(hisiguni)
hebben mij ingehaald
עֲ֭וֺנֹתַי
(avonotay)
mijn ongerechtigheden
וְלֹא
(velo)
en niet
יָכֹ֣לְתִּי
(yakholti)
ik kon
לִרְא֑וֹת
(lirot)
zien
עָצְמ֥וּ
(atsemu)
zijn talrijker
מִשַּֽׂעֲר֥וֹת
(misaarot)
dan haren van
רֹ֝אשִׁ֗י
(roshi)
mijn hoofd
וְלִבִּ֥י
(velibi)
en mijn hart
עֲזָבָֽנִי
(azavani)
heeft mij verlaten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Laten zij beschaamd en schaamrood worden, allen samen, die mijn leven zoeken om het weg te vagen. Laten zij achteruit wijken en gehoond worden, die behagen scheppen in mijn ongeluk.
יֵ֘בֹ֤שׁוּ
(yevoshu)
laten beschaamd worden
וְיַחְפְּר֨וּ
(veyachperu)
en schaamrood worden
יַחַד֮
(yachad)
samen
מְבַקְשֵׁ֥י
(mevaqshei)
zoekers van
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn leven
לִסְפּ֫וֹתָ֥הּ
(lispotah)
om het weg te vagen
יִסֹּ֣גוּ
(yisogu)
laten wijken
אָ֭חוֹר
(achor)
achteruit
וְיִכָּלְמ֑וּ
(veyikalemu)
en gehoond worden
חֲ֝פֵצֵ֗י
(chafetsei)
behagenden in
רָעָתִֽי
(raati)
mijn ongeluk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het hele levende wezen.
Hier vertalen wij ‘leven’, omdat de vijanden naar het leven staan.