Elohim Bijbel

Psalmen 111

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Groot zijn de werken van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Lof in de kring van de oprechten

1Halleluja. Ik wil Yahweh danken met heel mijn hart, in de kring van de oprechten en in de gemeenschap.
הַ֥לְלוּ
(hallu)
prijst
יָ֨הּ
(yah)
Jah
אוֹדֶ֣ה
(ode)
ik wil danken
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לֵבָ֑ב
(levav)
hart
בְּס֖וֹד
(besod)
in kring van
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
oprechten
וְעֵדָֽה
(veeda)
en gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.

Jah is een korte vorm van Yahweh.

Deze psalm is een acrostichon: elke halve regel begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet (אלף tot en met תו). ‘Halleluja’ staat buiten de reeks. Ook Ps. 112 is zo gebouwd.

עֵדָה (edah), ‘gemeenschap’: de gemeenschap van het volk, zoals in Exod. 12:3.

2Groot zijn de werken van Yahweh, onderzocht door allen die er vreugde in vinden.
גְּ֭דֹלִים
(gedolim)
groot
מַעֲשֵׂ֣י
(maasei)
werken van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
דְּ֝רוּשִׁ֗ים
(derushim)
onderzocht
לְכָל
(lekhal)
door allen
חֶפְצֵיהֶֽם
(cheftseihem)
die er vreugde in vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Pracht en luister is Zijn werk, en Zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd.
הוֹד
(hod)
pracht
וְהָדָ֥ר
(vehadar)
en luister
פָּֽעֳל֑וֹ
(paolo)
Zijn werk
וְ֝צִדְקָת֗וֹ
(vetsidqato)
en Zijn gerechtigheid
עֹמֶ֥דֶת
(omedet)
houdt stand
לָעַֽד
(laad)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Een gedachtenis heeft Hij gemaakt voor Zijn wonderen. Genadig en barmhartig is Yahweh.
זֵ֣כֶר
(zekher)
gedachtenis
עָ֭שָׂה
(asa)
Hij heeft gemaakt
לְנִפְלְאֹתָ֑יו
(lenifleotav)
voor Zijn wonderen
חַנּ֖וּן
(chanun)
genadig
וְרַח֣וּם
(verachum)
en barmhartig
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַנּוּן וְרַחוּם (channun verachum), ‘genadig en barmhartig’: woorden uit Exod. 34:6, waar Yahweh zich zo bekendmaakt.

Hij denkt aan Zijn verbond

5Voedsel gaf Hij aan wie ontzag voor Hem hebben. Hij denkt voor eeuwig aan Zijn verbond.
טֶ֭רֶף
(teref)
voedsel
נָתַ֣ן
(natan)
Hij gaf
לִֽירֵאָ֑יו
(lireav)
aan wie ontzag voor Hem hebben
יִזְכֹּ֖ר
(yizkor)
Hij denkt
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
בְּרִיתֽוֹ
(berito)
Zijn verbond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טֶרֶף (teref), ‘voedsel’: eigenlijk ‘prooi’ of ‘wat men grijpt’.

Hier is het voedsel dat Yahweh geeft.

6De kracht van Zijn werken heeft Hij aan Zijn volk bekendgemaakt, door hun het erfdeel van de volken te geven.
כֹּ֣חַ
(koach)
kracht van
מַ֭עֲשָׂיו
(maasav)
Zijn werken
הִגִּ֣יד
(higid)
Hij heeft bekendgemaakt
לְעַמּ֑וֹ
(leamo)
aan Zijn volk
לָתֵ֥ת
(latet)
om te geven
לָ֝הֶ֗ם
(lahem)
hun
נַחֲלַ֥ת
(nachalat)
erfdeel van
גּוֹיִֽם
(goyim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַחֲלַת גּוֹיִם (nachalat goyim), ‘het erfdeel van de volken’: het land waar de volken woonden, dat Yahweh aan Israël gaf.

Zie ook Ps. 105:44.

7De werken van Zijn handen zijn waarheid en recht. Betrouwbaar zijn al Zijn bevelen.
מַעֲשֵׂ֣י
(maasei)
werken van
יָ֭דָיו
(yadav)
Zijn handen
אֱמֶ֣ת
(emet)
waarheid
וּמִשְׁפָּ֑ט
(umishpat)
en recht
נֶ֝אֱמָנִ֗ים
(neemanim)
betrouwbaar
כָּל
(kal)
alle
פִּקּוּדָֽיו
(piqudav)
Zijn bevelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּקּוּדִים (piqqudim), ‘bevelen’: wat Yahweh opdraagt.

8Zij staan vast voor altijd, voor eeuwig. Zij zijn gemaakt in waarheid en oprechtheid.
סְמוּכִ֣ים
(semukhim)
vastgezet
לָעַ֣ד
(laad)
voor altijd
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
עֲ֝שׂוּיִ֗ם
(asuyim)
gemaakt
בֶּאֱמֶ֥ת
(beemet)
in waarheid
וְיָשָֽׁר
(veyashar)
en oprechtheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Verlossing heeft Hij naar Zijn volk gezonden. Voor eeuwig heeft Hij Zijn verbond geboden. Heilig en ontzagwekkend is Zijn naam.
פְּד֤וּת
(pedut)
verlossing
שָׁ֘לַ֤ח
(shalach)
Hij heeft gezonden
לְעַמּ֗וֹ
(leamo)
naar Zijn volk
צִוָּֽה
(tsiva)
Hij heeft geboden
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
בְּרִית֑וֹ
(berito)
Zijn verbond
קָד֖וֹשׁ
(qadosh)
heilig
וְנוֹרָ֣א
(venora)
en ontzagwekkend
שְׁמֽוֹ
(shemo)
Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּדוּת (pedut), ‘verlossing’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’.

Het woord wijst op de bevrijding van het volk.

Het begin van wijsheid

10Het begin van wijsheid is het ontzag voor Yahweh. Goed inzicht hebben allen die ze doen. Zijn lof houdt stand voor altijd.
רֵ֘אשִׁ֤ית
(reshit)
begin van
חָכְמָ֨ה
(chakhema)
wijsheid
יִרְאַ֬ת
(yirat)
ontzag voor
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
שֵׂ֣כֶל
(sekhel)
inzicht
ט֭וֹב
(tov)
goed
לְכָל
(lekhal)
voor allen
עֹשֵׂיהֶ֑ם
(oseihem)
die ze doen
תְּ֝הִלָּת֗וֹ
(tehilato)
Zijn lof
עֹמֶ֥דֶת
(omedet)
houdt stand
לָעַֽד
(laad)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘ontzag voor Yahweh’: eerbied en vrees voor Hem.

Zie ook Job 28:28 en Spr. 9:10.