Elohim Bijbel

Psalmen 48

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Sion, de stad van de grote Koning

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Een lied. Een psalm van de zonen van Korach.
שִׁ֥יר
(shir)
een lied
מִ֝זְמוֹר
(mizmor)
een psalm
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹֽרַח
(qorach)
Korach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

בְּנֵי קֹרַח (bnei Korach), ‘zonen van Korach’: de nakomelingen van Korach; zie Num. 26:11. Het voorzetsel לְ (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘door’ betekenen; wij vertalen ‘van’.

Groot is Yahweh in de stad van onze Elohim

2Groot is Yahweh en zeer geprezen in de stad van onze Elohim, op Zijn heilige berg.
גָּ֘ד֤וֹל
(gadol)
groot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמְהֻלָּ֣ל
(umehulal)
en geprezen
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
בְּעִ֥יר
(beir)
in de stad van
אֱ֝לֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
הַר
(har)
berg van
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְהֻלָּל (mehullal), ‘geprezen’: hetzelfde grondwoord als in Halleluja, ‘prijst Jah’.

De stad van onze Elohim is Jeruzalem; de heilige berg is de berg Sion.

3Mooi in haar verheven ligging, vreugde van heel de aarde: de berg Sion, de uithoeken van het noorden, de stad van de grote Koning.
יְפֵ֥ה
(yefe)
mooi
נוֹף֮
(nof)
ligging
מְשׂ֪וֹשׂ
(mesos)
vreugde van
כָּל
(kal)
heel
הָ֫אָ֥רֶץ
(haarets)
de aarde
הַר
(har)
berg
צִ֭יּוֹן
(tsiyon)
Sion
יַרְכְּתֵ֣י
(yarketei)
uithoeken van
צָפ֑וֹן
(tsafon)
het noorden
קִ֝רְיַ֗ת
(qiryat)
stad van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
Koning
רָֽב
(rav)
de grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sion is hier de berg van de tempel in Jeruzalem, de tempelberg in de oude stad, in het huidige Israël.

Uitleg

נוֹף (nof), ‘ligging’: een zeldzaam woord; de betekenis (‘hoogte’ of ‘ligging’) is onzeker.

יַרְכְּתֵי צָפוֹן (yarkete tsafon), ‘de uithoeken van het noorden’: tsafon betekent ‘noord’ en is ook de naam van een berg in het noorden. De uitdrukking is dichterlijk; wij vertalen letterlijk.

מֶלֶךְ רָב (melech rav), ‘de grote Koning’: Elohim zelf.

4Elohim is in haar paleizen bekend als een veilige burcht.
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
בְּאַרְמְנוֹתֶ֗יהָ
(bearmenoteiha)
in haar paleizen
נוֹדַ֥ע
(noda)
is bekend
לְמִשְׂגָּֽב
(lemisgav)
als veilige burcht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׂגָּב (misgav), ‘veilige burcht’: een hoge plaats die niet te bereiken is voor vijanden.

De koningen vluchten

5Want zie, de koningen kwamen samen. Zij trokken tezamen verder.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
הַ֭מְּלָכִים
(hamelakhim)
de koningen
נֽוֹעֲד֑וּ
(noadu)
zij kwamen samen
עָבְר֥וּ
(averu)
zij trokken verder
יַחְדָּֽו
(yachdav)
tezamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zij zagen het, en zo stonden zij versteld. Zij schrokken en vluchtten haastig weg.
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
רָ֭אוּ
(rau)
zagen
כֵּ֣ן
(ken)
zo
תָּמָ֑הוּ
(tamahu)
zij stonden versteld
נִבְהֲל֥וּ
(nivhalu)
zij schrokken
נֶחְפָּֽזוּ
(nechpazu)
zij vluchtten haastig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Siddering greep hen daar aan, weeën als van een barende vrouw.
רְ֭עָדָה
(reada)
siddering
אֲחָזָ֣תַם
(achazatam)
greep hen aan
שָׁ֑ם
(sham)
daar
חִ֝֗יל
(chil)
weeën
כַּיּוֹלֵֽדָה
(kayoleda)
als van een barende vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Met de oostenwind verbrijzelt U de schepen van Tarsis.
בְּר֥וּחַ
(beruach)
met de wind
קָדִ֑ים
(qadim)
oost
תְּ֝שַׁבֵּ֗ר
(teshaber)
verbrijzelt U
אֳנִיּ֥וֹת
(oniyot)
schepen van
תַּרְשִֽׁישׁ
(tarshish)
Tarsis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Tarsis: de ligging is onzeker.

Genoemd worden o.a.

Tartessos in het zuiden van Spanje, Tarsus in het zuiden van Turkije en Sardinië.

In de Bijbel is het een ver land aan de zee.

Uitleg

‘Schepen van Tarsis’ zijn grote zeeschepen.

Wat wij gehoord hebben, hebben wij gezien

9Zoals wij gehoord hebben, zo hebben wij het gezien in de stad van Yahweh van de legermachten, in de stad van onze Elohim. Elohim zal haar bevestigen voor eeuwig. Sela.
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
שָׁמַ֨עְנוּ
(shamanu)
wij hebben gehoord
כֵּ֤ן
(ken)
zo
רָאִ֗ינוּ
(rainu)
wij hebben gezien
בְּעִיר
(beir)
in de stad van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְ֭בָאוֹת
(tsevaot)
van de legermachten
בְּעִ֣יר
(beir)
in de stad van
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
אֱלֹ֘הִ֤ים
(Elohim)
Elohim
יְכוֹנְנֶ֖הָ
(yekhoneneha)
zal haar bevestigen
עַד
(ad)
tot
עוֹלָ֣ם
(olam)
eeuwig
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot), ‘Yahweh van de legermachten’: Yahweh als Aanvoerder van de hemelse legers.

10Wij hebben nagedacht over Uw trouw, Elohim, midden in Uw tempel.
דִּמִּ֣ינוּ
(diminu)
wij hebben nagedacht
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
חַסְדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
over Uw trouw
בְּ֝קֶ֗רֶב
(beqerev)
midden in
הֵיכָלֶֽךָ
(heikhalekha)
Uw tempel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

דִּמִּינוּ (dimminu), ‘wij hebben nagedacht’: van דָּמָה (damah), ‘zich voorstellen, overdenken’. Het kan ook ‘stil wachten’ betekenen.

הֵיכָל (heichal), ‘tempel’: het huis van Yahweh in Jeruzalem.

11Zoals Uw naam, Elohim, zo reikt Uw lof tot aan de einden van de aarde. Uw rechterhand is vol gerechtigheid.
כְּשִׁמְךָ֤
(keshimkha)
zoals Uw naam
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
כֵּ֣ן
(ken)
zo
תְּ֭הִלָּתְךָ
(tehilatekha)
Uw lof
עַל
(al)
tot aan
קַצְוֵי
(qatsvei)
de einden van
אֶ֑רֶץ
(erets)
de aarde
צֶ֝֗דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
מָלְאָ֥ה
(malea)
vol is
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Rondgang om Sion

12De berg Sion verheugt zich. De dochters van Juda juichen vanwege Uw rechtsuitspraken.
יִשְׂמַ֤ח
(yismach)
verheugt zich
הַר
(har)
berg
צִיּ֗וֹן
(tsiyon)
Sion
תָּ֭גֵלְנָה
(tagelena)
zij juichen
בְּנ֣וֹת
(benot)
dochters van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
לְ֝מַ֗עַן
(lemaan)
vanwege
מִשְׁפָּטֶֽיךָ
(mishpateikha)
Uw rechtsuitspraken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

בְּנוֹת יְהוּדָה (b’not Yehudah), ‘dochters van Juda’: dat kunnen de steden en dorpen van Juda zijn, of de vrouwen van Juda.

Wij vertalen letterlijk.

13Trek rond Sion en ga om haar heen. Tel haar torens.
סֹ֣בּוּ
(sobu)
trek rond
צִ֭יּוֹן
(tsiyon)
Sion
וְהַקִּיפ֑וּהָ
(vehaqifuha)
en ga om haar heen
סִ֝פְר֗וּ
(sifru)
tel
מִגְדָּלֶֽיהָ
(migdaleiha)
haar torens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

14Richt jullie hart op haar vestingwal. Doorloop haar paleizen, zodat jullie het vertellen aan het volgende geslacht.
שִׁ֤יתוּ
(shitu)
richt
לִבְּכֶ֨ם
(libekhem)
jullie hart
לְֽחֵילָ֗ה
(lecheila)
op haar vestingwal
פַּסְּג֥וּ
(pasegu)
doorloop
אַרְמְנוֹתֶ֑יהָ
(armenoteiha)
haar paleizen
לְמַ֥עַן
(lemaan)
zodat
תְּ֝סַפְּר֗וּ
(tesaperu)
jullie vertellen
לְד֣וֹר
(ledor)
aan het geslacht
אַחֲרֽוֹן
(acharon)
het volgende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵיל (chel), ‘vestingwal’: de lage buitenmuur voor de hoofdmuur.

פַּסְּגוּ (passegu), ‘doorloop’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

15Want deze Elohim is onze Elohim voor eeuwig en altijd. Hij zal ons leiden tot aan de dood.
כִּ֤י
(ki)
want
זֶ֨ה
(ze)
deze
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
אֱ֭לֹהֵינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
עוֹלָ֣ם
(olam)
voor eeuwig
וָעֶ֑ד
(vaed)
en altijd
ה֖וּא
(hu)
Hij
יְנַהֲגֵ֣נוּ
(yenahagenu)
zal ons leiden
עַל
(al)
tot aan
מֽוּת
(mut)
de dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

עַל־מוּת (al-mut), ‘tot aan de dood’: wij volgen de Masoretische tekst.

Sommige oude vertalingen lezen ‘tot in eeuwigheid’.

Het kan ook een muziekterm zijn, zoals in het opschrift van Ps. 9:1.

De betekenis is onzeker.