Elohim Bijbel

1 Petrus 3

12345

Vrouwen en mannen; lijden om het goede; de Messias, de geesten in de gevangenis en de doop

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Vrouwen en mannen

1Vrouwen, onderschik jullie op dezelfde manier aan jullie eigen mannen. Zo worden zij, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het woord, zonder woord gewonnen door de levenswandel van hun vrouwen,
Ὁμοίως
(Homoios)
op dezelfde manier
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
ὑποτασσόμεναι
(hypotassomenai)
onderschikt zijnd
τοῖς
(tois)
aan de
ἰδίοις
(idiois)
eigen
ἀνδράσιν
(andrasin)
mannen
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
εἴ
(ei)
als
τινες
(tines)
sommigen
ἀπειθοῦσιν
(apeithousin)
ongehoorzaam zijn
τῷ
(to)
aan het
λόγῳ
(logo)
woord
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
τῶν
(ton)
van de
γυναικῶν
(gynaikon)
vrouwen
ἀναστροφῆς
(anastrophes)
levenswandel
ἄνευ
(aneu)
zonder
λόγου
(logou)
woord
κερδηθήσονται
(kerdethesontai)
zij gewonnen zullen worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

γυναῖκες (gynaikes), ‘vrouwen’: het Grieks gebruikt hetzelfde woord voor ‘vrouwen’ en ‘echtgenotes’; ἄνδρες (andres) voor ‘mannen’ en ‘echtgenoten’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in 2:13 en Ef. 5:22. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: zoals in 2:8. κερδαίνω (kerdaino), ‘winnen’.

‘Het woord’ is de boodschap; ‘zonder woord’ betekent zonder te spreken.

Lezing

Bij ‘op dezelfde manier’ en bij ‘ook’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ef. 5:22; Kol. 3:18.

2doordat zij jullie reine levenswandel in vrees hebben aanschouwd.
ἐποπτεύσαντες
(epopteusantes)
aanschouwd hebbend
τὴν
(ten)
de
ἐν
(en)
in
φόβῳ
(phobo)
vrees
ἁγνὴν
(hagnen)
reine
ἀναστροφὴν
(anastrophen)
levenswandel
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐποπτεύω (epopteuo), ‘aanschouwen’: zoals in 2:12. ἁγνός (hagnos), ‘rein’.

‘In vrees’ kan bij de levenswandel horen (een levenswandel in ontzag) of bij het aanschouwen; het Grieks laat dat open.

3Jullie versiering zij niet de uiterlijke: het vlechten van het haar, het omhangen van gouden sieraden of het aantrekken van kleren,
ὧν
(hon)
wier
ἔστω
(esto)
laat zijn
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
ἔξωθεν
(exothen)
uiterlijke
ἐμπλοκῆς
(emplokes)
van vlechtwerk
τριχῶν
(trichon)
van haren
καὶ
(kai)
en
περιθέσεως
(peritheseos)
van omhangen
χρυσίων
(chrysion)
van gouden sieraden
ἢ
(e)
of
ἐνδύσεως
(endyseos)
van aantrekken
ἱματίων
(himation)
van kleren
κόσμος
(kosmos)
versiering
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμπλοκή (emploke), ‘vlechtwerk’; περίθεσις (perithesis), ‘omhangen’; ἔνδυσις (endysis), ‘aantrekken’. κόσμος (kosmos), ‘versiering’: hetzelfde woord betekent ook ‘wereld’.

Het Grieks zet ‘de uiterlijke’ versiering tegenover ‘de verborgen mens van het hart’ in vers 4.

Zie ook 1 Tim. 2:9–10.

4maar de verborgen mens van het hart, in het onvergankelijke van een zachtmoedige en rustige geest, die zeer kostbaar is voor Elohim.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
κρυπτὸς
(kryptos)
verborgen
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἀφθάρτῳ
(aphtharto)
onvergankelijke
τοῦ
(tou)
van de
πραέως
(praeos)
zachtmoedige
καὶ
(kai)
en
ἡσυχίου
(hesychiou)
rustige
πνεύματος
(pneumatos)
geest
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πολυτελές
(polyteles)
zeer kostbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ κρυπτὸς τῆς καρδίας ἄνθρωπος (ho kryptos tes kardias anthropos), ‘de verborgen mens van het hart’: de mens zoals hij van binnen is. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’: zie 1:4. πραΰς (praus), ‘zachtmoedig’ en ἡσύχιος (hesychios), ‘rustig’. πολυτελής (polyteles), ‘zeer kostbaar’.

Lezing

Bij ‘zachtmoedige en rustige’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

5Zo versierden zich immers ook eens de heilige vrouwen die op Elohim hoopten, door zich aan hun eigen mannen te onderschikken,
οὕτως
(houtos)
zo
γάρ
(gar)
want
ποτε
(pote)
eens
καὶ
(kai)
ook
αἱ
(hai)
de
ἅγιαι
(hagiai)
heilige
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
αἱ
(hai)
die
ἐλπίζουσαι
(elpizousai)
hoopten
εἰς
(eis)
op
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐκόσμουν
(ekosmoun)
versierden
ἑαυτάς
(heautas)
zichzelf
ὑποτασσόμεναι
(hypotassomenai)
onderschikt zijnd
τοῖς
(tois)
aan de
ἰδίοις
(idiois)
eigen
ἀνδράσιν
(andrasin)
mannen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De heilige vrouwen’ zijn vrouwen uit de geschiedenis van Israël, zoals het volgende vers met Sarah laat zien. ἐλπίζω (elpizo), ‘hopen’.

Lezing

Bij ‘op’ (εἰς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

6zoals Sarah Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde. Haar kinderen zijn jullie geworden, als jullie goed doen en voor geen enkele schrik bang zijn.
ὡς
(hos)
zoals
Σάρρα
(Sarra)
Sarah
ὑπήκουσεν
(hypekousen)
gehoorzaamde
τῷ
(to)
aan
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
κύριον
(kyrion)
heer
αὐτὸν
(auton)
hem
καλοῦσα
(kalousa)
noemend
ἧς
(hes)
van wie
ἐγενήθητε
(egenethete)
zijn geworden
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἀγαθοποιοῦσαι
(agathopoiousai)
goed doend
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
φοβούμεναι
(phoboumenai)
vrezend
μηδεμίαν
(medemian)
geen enkele
πτόησιν
(ptoesin)
schrik
Bron: SBLGNT
Uitleg

Sarah noemt Abraham ‘mijn heer’ in Gen. 18:12; het Grieks schrijft κύριος (kyrios), met kleine letter ‘heer’. πτόησις (ptoesis), ‘schrik’: wat iemand angst aanjaagt.

‘Haar kinderen zijn jullie geworden’: het Grieks laat open of dit de lezers zijn als zij goed doen, of dat zij daardoor haar kinderen blijken te zijn.

Lezing

Bij ‘gehoorzaamde’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gen. 18:12.

Zie ookGen 18:12
7Mannen, op dezelfde manier: woon samen naar kennis. Ken eer toe aan het vrouwelijke als aan het zwakkere vat, en ook als aan medeërfgenamen van de genade van het leven, opdat jullie gebeden niet belemmerd worden.
Οἱ
(Hoi)
de
ἄνδρες
(andres)
mannen
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde manier
συνοικοῦντες
(synoikountes)
samenwonend
κατὰ
(kata)
naar
γνῶσιν
(gnosin)
kennis
ὡς
(hos)
als
ἀσθενεστέρῳ
(asthenestero)
aan zwakker
σκεύει
(skeuei)
vat
τῷ
(to)
het
γυναικείῳ
(gynaikeio)
vrouwelijke
ἀπονέμοντες
(aponemontes)
toekennend
τιμήν
(timen)
eer
ὡς
(hos)
als
καὶ
(kai)
ook
συγκληρονόμοις
(synkleronomois)
aan medeërfgenamen
χάριτος
(charitos)
van genade
ζωῆς
(zoes)
van leven
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ἐγκόπτεσθαι
(enkoptesthai)
belemmerd worden
τὰς
(tas)
de
προσευχὰς
(proseuchas)
gebeden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνοικέω (synoikeo), ‘samenwonen’. κατὰ γνῶσιν (kata gnosin), ‘naar kennis’: het Grieks zegt niet welke kennis; mogelijk kennis van elkaar of van de wil van Elohim. σκεῦος (skeuos), ‘vat’: een voorwerp of gereedschap, hier gezegd van een mens.

‘Het zwakkere vat, het vrouwelijke’: de tekst zegt niet waarin de zwakte ligt; in 1 Tess. 4:4 heet ook ieder zelf een ‘vat’. ἀπονέμω (aponemo), ‘toekennen’. τιμή (time), ‘eer’. συγκληρονόμος (sygkleronomos), ‘medeërfgenaam’. ἐγκόπτω (egkopto), ‘belemmeren’.

Lezing

Bij ‘medeërfgenamen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tess. 4:4.

Zie ook1 Tess 4:4

Eensgezind en zegenend

8Tot slot: wees allen eensgezind, medelevend, vol broederliefde, hartelijk en nederig van gezindheid.
Τὸ
(To)
het
δὲ
(de)
maar
τέλος
(telos)
einde
πάντες
(pantes)
allen
ὁμόφρονες
(homophrones)
eensgezind
συμπαθεῖς
(sympatheis)
medelevend
φιλάδελφοι
(philadelphoi)
vol broederliefde
εὔσπλαγχνοι
(eusplanchnoi)
hartelijk
ταπεινόφρονες
(tapeinophrones)
nederig van gezindheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vijf bijvoeglijke naamwoorden: ὁμόφρων (homofron), ‘eensgezind’; συμπαθής (sympathes), ‘medelevend’; φιλάδελφος (filadelfos), ‘vol broederliefde’; εὔσπλαγχνος (eusplagchnos), ‘hartelijk’, letterlijk ‘met goede ingewanden’, de zetel van gevoelens; ταπεινόφρων (tapeinofron), ‘nederig van gezindheid’.

Lezing

Bij ‘nederig van gezindheid’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

9Vergeld geen kwaad met kwaad en geen schelden met schelden, maar zegen juist, want hiertoe zijn jullie geroepen: om zegen te erven.
μὴ
(me)
niet
ἀποδιδόντες
(apodidontes)
vergeldend
κακὸν
(kakon)
kwaad
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
κακοῦ
(kakou)
kwaad
ἢ
(e)
of
λοιδορίαν
(loidorian)
schelden
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
λοιδορίας
(loidorias)
schelden
τοὐναντίον
(tounantion)
integendeel
δὲ
(de)
maar
εὐλογοῦντες
(eulogountes)
zegenend
ὅτι
(hoti)
omdat
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
ἐκλήθητε
(eklethete)
zijn jullie geroepen
ἵνα
(hina)
opdat
εὐλογίαν
(eulogian)
zegen
κληρονομήσητε
(kleronomesete)
jullie erven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’; λοιδορία (loidoria), ‘schelden’; εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’; κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’.

Lezing

Bij ‘zegenend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 5:44; Luc. 6:28; Rom. 12:17.

10Want: „Wie het leven wil liefhebben en goede dagen wil zien, laat hij zijn tong van het kwaad doen ophouden en zijn lippen van het spreken van bedrog.
ὁ
(ho)
wie
γὰρ
(gar)
want
θέλων
(thelon)
wil
ζωὴν
(zoen)
leven
ἀγαπᾶν
(agapan)
liefhebben
καὶ
(kai)
en
ἰδεῖν
(idein)
zien
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἀγαθὰς
(agathas)
goede
παυσάτω
(pausato)
laat ophouden
τὴν
(ten)
de
γλῶσσαν
(glossan)
tong
ἀπὸ
(apo)
van
κακοῦ
(kakou)
kwaad
καὶ
(kai)
en
χείλη
(cheile)
lippen
τοῦ
(tou)
van het
μὴ
(me)
niet
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
δόλον
(dolon)
bedrog
Bron: SBLGNT
Uitleg

Verzen 10–12 citeren Ps. 34:13–17 (in de Nederlandse telling 34:12–16).

Ons Hebreeuws heeft in Ps. 34:13: ‘Wie is de man die het leven wil, die dagen liefheeft om het goede te zien?’

De Griekse tekst maakt daarvan een opdracht: ‘Wie het leven wil … laat hij …’.

Het citaat begint met ‘Want’.

De psalmdichter spreekt, niet Yahweh in de eerste persoon; het staat dus zwart.

Lezing

Bij ‘tong’ en bij ‘lippen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 34:13–14.

11Laat hij zich van het kwaad afwenden en het goede doen, vrede zoeken en die najagen.
ἐκκλινάτω
(ekklinato)
laat zich afwenden
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
van
κακοῦ
(kakou)
kwaad
καὶ
(kai)
en
ποιησάτω
(poiesato)
laat doen
ἀγαθόν
(agathon)
goed
ζητησάτω
(zetesato)
laat zoeken
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
καὶ
(kai)
en
διωξάτω
(dioxato)
laat najagen
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ps. 34:15: ‘Wijk af van het kwaad en doe het goede.

Zoek vrede en jaag erop na.’ διώκω (dioko), ‘najagen’: zoals een jager of een soldaat.

Lezing

Bij ‘maar’ (δέ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 34:15.

Zie ookPs 34:15
12Want de ogen van Yahweh zijn op de rechtvaardigen en Zijn oren zijn bij hun smeking, maar het aangezicht van Yahweh is tegen wie kwaad doen.”
ὅτι
(hoti)
omdat
ὀφθαλμοὶ
(ophthalmoi)
ogen
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐπὶ
(epi)
op
δικαίους
(dikaious)
rechtvaardigen
καὶ
(kai)
en
ὦτα
(ota)
oren
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
tot
δέησιν
(deesin)
smeking
αὐτῶν
(auton)
hun
πρόσωπον
(prosopon)
aangezicht
δὲ
(de)
maar
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐπὶ
(epi)
tegen
ποιοῦντας
(poiountas)
doenden
κακά
(kaka)
kwaad
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ps. 34:16–17.

Ons Hebreeuws heeft hier de Naam: ‘de ogen van Yahweh’ en ‘het aangezicht van Yahweh’; daarom schrijven wij Yahweh.

Ons Hebreeuws heeft ‘hun hulpgeroep’ (δέησις, deesis, ‘smeking’) en vervolgt: ‘om hun gedachtenis van de aarde weg te snijden’; Petrus haalt dat deel niet aan.

Zie ook Ps. 34:16–17.

Lijden om het goede

13En wie zal jullie kwaad doen, als jullie ijveraars van het goede zijn geworden?
Καὶ
(Kai)
en
τίς
(tis)
wie
ὁ
(ho)
die
κακώσων
(kakoson)
kwaad zal doen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
τοῦ
(tou)
van het
ἀγαθοῦ
(agathou)
goede
ζηλωταὶ
(zelotai)
ijveraars
γένησθε
(genesthe)
jullie zijn geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κακόω (kakoo), ‘kwaad doen’: kwaad aandoen, mishandelen. ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’: iemand die vol ijver is.

Lezing

Bij ‘ijveraars’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

14Maar zelfs als jullie zouden lijden omwille van gerechtigheid, zijn jullie gelukkig. Vrees niet wat zij vrezen en raak niet in verwarring,
ἀλλ’
(all’)
maar
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
πάσχοιτε
(paschoite)
jullie zouden lijden
διὰ
(dia)
omwille van
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
φόβον
(phobon)
vrees
αὐτῶν
(auton)
hun
μὴ
(me)
niet
φοβηθῆτε
(phobethete)
vrees
μηδὲ
(mede)
noch
ταραχθῆτε
(tarachthete)
raak in verwarring
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zoals in Matt. 5:10.

De woorden ‘Vrees niet wat zij vrezen en raak niet in verwarring’ lijken op Jes. 8:12.

Het Grieks τὸν φόβον αὐτῶν (ton fobon auton), ‘hun vrees’, kan ook ‘de angst voor hen’ betekenen. ταράσσω (tarasso), ‘in verwarring brengen’.

Zie ook Matt. 5:10; Jes. 8:12.

15maar houd de Heer, de Messias, heilig in jullie harten. Wees altijd bereid tot een verdediging tegenover ieder die van jullie rekenschap vraagt over de hoop die in jullie is,
κύριον
(kyrion)
Heer
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
de
Χριστὸν
(Christon)
Messias
ἁγιάσατε
(hagiasate)
houd heilig
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἕτοιμοι
(hetoimoi)
bereid
ἀεὶ
(aei)
altijd
πρὸς
(pros)
tot
ἀπολογίαν
(apologian)
verdediging
παντὶ
(panti)
tegenover ieder
τῷ
(to)
de
αἰτοῦντι
(aitounti)
vragende
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
λόγον
(logon)
rekenschap
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heilig houden’: als heilig behandelen.

In Jes. 8:13 staat: ‘Yahweh van de legermachten, Hem moeten jullie heilig houden’; hier staat ‘de Heer, de Messias’. ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’: het antwoord aan iemand die iets vraagt. λόγον (logon), ‘rekenschap’: letterlijk ‘woord’.

Lezing

Bij ‘de Messias’ (Χριστόν) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jes. 8:13.

Zie ookJes 8:13
16maar met zachtmoedigheid en vrees, en met een goed geweten. Zo worden zij beschaamd die jullie goede levenswandel in de Messias beschimpen, in datgene waarin er kwaad over jullie wordt gepraat.
ἀλλὰ
(alla)
maar
μετὰ
(meta)
met
πραΰτητος
(prautetos)
zachtmoedigheid
καὶ
(kai)
en
φόβου
(phobou)
vrees
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ἀγαθήν
(agathen)
goed
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
καταλαλεῖσθε
(katalaleisthe)
er wordt kwaad gepraat over jullie
καταισχυνθῶσιν
(kataischynthosin)
beschaamd worden
οἱ
(hoi)
zij die
ἐπηρεάζοντες
(epereazontes)
beschimpen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὴν
(ten)
de
ἀγαθὴν
(agathen)
goede
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
ἀναστροφήν
(anastrophen)
levenswandel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’; συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: zoals in 2:19. ἐπηρεάζω (epereazo), ‘beschimpen’: kwetsend aanvallen. καταλαλέω (katalaleo), ‘kwaad praten’: zoals in 2:12. ἐν Χριστῷ (en Christo), ‘in de Messias’.

Lezing

Bij ‘maar’ en bij ‘er wordt kwaad gepraat’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

17Want het is beter te lijden als goeddoeners, als de wil van Elohim dat wil, dan als kwaaddoeners.
κρεῖττον
(kreitton)
beter
γὰρ
(gar)
want
ἀγαθοποιοῦντας
(agathopoiountas)
goed doend
εἰ
(ei)
als
θέλοι
(theloi)
zou willen
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πάσχειν
(paschein)
lijden
ἢ
(e)
dan
κακοποιοῦντας
(kakopoiountas)
kwaad doend
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse wens (θέλοι, theloi) is voorwaardelijk: ‘als de wil van Elohim dat zou willen’.

Lijden hoeft niet; vergelijk 4:19.

Zie ook 1 Petr. 4:19.

De Messias heeft geleden

18Want ook de Messias heeft eens voor altijd over zonden geleden, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, om jullie tot Elohim te brengen. Hij is gedood in het vlees, maar levend gemaakt in de geest,
ὅτι
(hoti)
omdat
καὶ
(kai)
ook
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἅπαξ
(hapax)
eens voor altijd
περὶ
(peri)
over
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ἔπαθεν
(epathen)
leed
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἀδίκων
(adikon)
onrechtvaardigen
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
προσαγάγῃ
(prosagage)
Hij zou brengen
τῷ
(to)
tot de
θεῷ
(theo)
Elohim
θανατωθεὶς
(thanatotheis)
gedood
μὲν
(men)
wel
σαρκὶ
(sarki)
in het vlees
ζῳοποιηθεὶς
(zoopoietheis)
levend gemaakt
δὲ
(de)
maar
πνεύματι
(pneumati)
in de geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἅπαξ (hapax), ‘eens voor altijd’: een enkele keer, genoeg voor altijd. δίκαιος ὑπὲρ ἀδίκων (dikaios hyper adikon), ‘een rechtvaardige voor onrechtvaardigen’. προσάγω (prosago), ‘brengen tot’: toegang geven; zie Rom. 5:2. θανατόω (thanatoo), ‘doden’; ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’.

Het Grieks heeft twee tegenover elkaar staande datieven: σαρκί (sarki) en πνεύματι (pneumati).

Dat kan zijn ‘in het vlees, in de geest’ (op die twee gebieden) of ‘naar het vlees’ en ‘door de Geest’.

Wij schrijven ‘in het vlees’ en ‘in de geest’, met kleine letter.

Lezing

Bij ‘leed’ (ἔπαθεν) en bij ‘jullie’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 5:2; Rom. 6:10; Hebr. 9:28.

De geesten in de gevangenis

19waarin Hij ook heen is gegaan en heeft verkondigd aan de geesten in de gevangenis.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waarin
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
aan de
ἐν
(en)
in
φυλακῇ
(phylake)
gevangenis
πνεύμασιν
(pneumasin)
geesten
πορευθεὶς
(poreutheis)
heengegaan zijnd
ἐκήρυξεν
(ekeryxen)
heeft verkondigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν ᾧ (en ho), ‘waarin’: het kan terugwijzen naar ‘de geest’ uit vers 18 of de toestand van Yeshua. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als een heraut uitroepen; het woord zegt niet dat de boodschap een goede boodschap was (dan staat er εὐαγγελίζομαι).

Wie ‘de geesten in de gevangenis’ zijn, zegt het Grieks niet; vers 20 zegt dat zij eens ongehoorzaam waren in de dagen van Noach.

Er zijn verschillende opvattingen: gestorven mensen uit die tijd, of de engelen uit Gen. 6:1–4.

Wij kiezen niet.

Vergelijk Henoch 10:11–12 en Henoch 21:10, waar engelen in een gevangenis worden vastgehouden; vergelijk ook 2 Petr. 2:4.

Zie ook Gen. 6:1–4; Henoch 10:11–12; Henoch 21:10; 2 Petr. 2:4.

20Zij waren eens ongehoorzaam, toen het geduld van Elohim wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark werd gebouwd. In die ark werden weinigen, dat wil zeggen acht zielen, gered door water.
ἀπειθήσασίν
(apeithesasin)
ongehoorzaam geweest aan hen
ποτε
(pote)
eens
ὅτε
(hote)
toen
ἀπεξεδέχετο
(apexedecheto)
wachtte
ἡ
(he)
de
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μακροθυμία
(makrothymia)
geduld
ἐν
(en)
in
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Νῶε
(Noe)
van Noach
κατασκευαζομένης
(kataskeuazomenes)
gebouwd wordend
κιβωτοῦ
(kibotou)
ark
εἰς
(eis)
in
ἣν
(hen)
welke
ὀλίγοι
(oligoi)
weinigen
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
ὀκτὼ
(okto)
acht
ψυχαί
(psychai)
zielen
διεσώθησαν
(diesothesan)
werden gered
δι’
(di’)
door
ὕδατος
(hydatos)
water
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘afwachten’: geduldig wachten. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’; dezelfde stam als in 2 Petr. 3:9. κιβωτός (kibotos), ‘ark’.

‘Acht zielen’: Noach, zijn vrouw, zijn drie zonen en hun vrouwen (Gen. 7:7). ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier ‘mensen’. δι’ ὕδατος (di hydatos), ‘door water’: ‘door het water heen’ of ‘dankzij het water’.

Zie ook Gen. 6:14–22; Gen. 7:7; Matt. 24:37–38; Luc. 17:26–27; 2 Petr. 2:5.

21Het tegenbeeld daarvan, de doop, redt nu ook jullie. Het is niet het wegdoen van het vuil van het vlees, maar de vraag van een goed geweten tot Elohim, door de opstanding van Yeshua de Messias.
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀντίτυπον
(antitypon)
als tegenbeeld
νῦν
(nyn)
nu
σῴζει
(sozei)
redt
βάπτισμα
(baptisma)
doop
οὐ
(ou)
niet
σαρκὸς
(sarkos)
van het vlees
ἀπόθεσις
(apothesis)
wegdoen
ῥύπου
(rhypou)
van vuil
ἀλλὰ
(alla)
maar
συνειδήσεως
(syneideseos)
van geweten
ἀγαθῆς
(agathes)
goed
ἐπερώτημα
(eperotema)
vraag
εἰς
(eis)
tot
θεόν
(theon)
Elohim
δι’
(di’)
door
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντίτυπον (antitypon), ‘tegenbeeld’: wat past bij een afbeelding.

Het Grieks laat open waarop ‘wat’ (ὅ) terugslaat: op het water of op de redding in de ark. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’. ῥύπος (rypos), ‘vuil’. ἐπερώτημα (eperotema), ‘vraag’: het woord wordt ook opgevat als ‘beroep’ of ‘belofte’; de doop is dan het beroep op Elohim of de belofte aan Elohim van een goed geweten. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’.

Zie ook Rom. 6:3–4; Kol. 2:12.

22Hij is aan de rechterhand van Elohim, naar de hemel gegaan, nadat engelen, gezagsmachten en krachten aan Hem onderworpen zijn.
ὅς
(hos)
Hij die
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
aan
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
θεοῦ
(theou)
van Elohim
πορευθεὶς
(poreutheis)
heengegaan zijnd
εἰς
(eis)
naar
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
ὑποταγέντων
(hypotagenton)
onderworpen zijnd
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
καὶ
(kai)
en
ἐξουσιῶν
(exousion)
gezagsmachten
καὶ
(kai)
en
δυνάμεων
(dynameon)
krachten
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Aan de rechterhand van Elohim’ verwijst naar Ps. 110:1. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’: zoals in vers 1 en 5, maar hier in de zin van onder gezag gebracht worden. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, in het meervoud ‘gezagsmachten’ zoals in Kol. 2:15, en δύναμις (dynamis), ‘kracht’, zoals in Ef. 1:21.

Lezing

Bij ‘rechterhand’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 110:1; Ef. 1:20–21; Kol. 2:15.