Open in de app Alle boeken Psalmen ← 76 78 → Psalmen 77 In de nacht denken aan wat Elohim heeft gedaan
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift 1 Voor de koorleider, naar Jedutun. Van Asaf, een psalm.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
יְדוּת֗וּן
(yedutun)
Jedutun
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
een psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְדוּתוּן (Jedutun) is de naam van een zangmeester van David (1 Kron. 25:1).
‘Naar Jedutun’ kan betekenen: voor zijn koor of volgens zijn wijze.
Dat is onzeker.
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is ידיתון (Jeditun).
De te lezen vorm (qere) is ידותון (Jedutun).
Wij volgen de qere.
Roepen tot Elohim in de nacht 2 Mijn stem gaat naar Elohim, en ik roep luid; mijn stem gaat naar Elohim, en Hij luistert naar mij.
וְאֶצְעָ֑קָה
(veetsaqa)
en ik roep
וְהַאֲזִ֥ין
(vehaazin)
en Hij luistert
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Op de dag van mijn nood zocht ik mijn Heer. ’s Nachts was mijn hand uitgestrekt en werd niet slap; mijn ziel weigerde getroost te worden.
בְּי֥וֹם
(beyom)
op de dag van
צָרָתִי֮
(tsarati)
mijn nood
אֲדֹנָ֪י
(adonay)
mijn Heer
דָּ֫רָ֥שְׁתִּי
(darashti)
zocht ik
נִ֭גְּרָה
(nigera)
was uitgestrekt
הִנָּחֵ֣ם
(hinachem)
getroost te worden
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: wij laten het zo staan, zoals in Genesis.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het hele innerlijke leven van de mens, met zijn verlangen en verdriet.
נִגְּרָה (niggerah), ‘was uitgestrekt’: letterlijk ‘stroomde, werd uitgegoten’. De betekenis is hier onzeker; het beeld is dat de hand de hele nacht naar Elohim wordt opgestoken.
4 Ik denk aan Elohim en kreun; ik overpeins, en mijn geest versmacht. Sela.
אֶזְכְּרָ֣ה
(ezkera)
ik denk aan
וְאֶֽהֱמָיָ֑ה
(veehemaya)
en ik kreun
אָשִׂ֓יחָה
(asicha)
ik overpeins
וְתִתְעַטֵּ֖ף
(vetitatef)
en versmacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.
Wij laten het woord staan.
5 U houdt mijn ogen wakend; ik ben ontdaan en kan niet spreken.
אָ֭חַזְתָּ
(achazta)
U hield vast
שְׁמֻר֣וֹת
(shemurot)
wakers van
נִ֝פְעַ֗מְתִּי
(nifamti)
ik ben ontdaan
אֲדַבֵּֽר
(adaber)
ik spreek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁמֻרוֹת (shemurot): letterlijk ‘wachten, waken’.
Elohim houdt de ogen van de dichter wakker.
De betekenis van het woord is onzeker.
6 Ik overdenk de dagen van vroeger, de jaren van lang vervlogen tijden.
חִשַּׁ֣בְתִּי
(chishavti)
ik overdacht
מִקֶּ֑דֶם
(miqedem)
van vroeger
שְׁ֝נ֗וֹת
(shenot)
jaren van
עוֹלָמִֽים
(olamim)
lang vervlogen tijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 ’s Nachts denk ik aan mijn snarenspel; met mijn hart overpeins ik, en mijn geest speurt rond.
אֶֽזְכְּרָ֥ה
(ezkera)
ik denk aan
נְגִינָתִ֗י
(neginati)
mijn snarenspel
בַּ֫לָּ֥יְלָה
(balayela)
in de nacht
לְבָבִ֥י
(levavi)
mijn hart
אָשִׂ֑יחָה
(asicha)
ik overpeins
וַיְחַפֵּ֥שׂ
(vaychapes)
en speurt rond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְגִינָתִי (neginati), ‘mijn snarenspel’: het lied dat met snaarinstrumenten wordt begeleid.
Zal Elohim voor eeuwig verwerpen? 8 Zal mijn Heer voor eeuwig verwerpen? Zal Hij nooit meer welwillend zijn?
הַֽ֭לְעוֹלָמִים
(halolamim)
zal voor eeuwig
יִזְנַ֥ח
(yiznach)
verwerpen
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
יֹסִ֖יף
(yosif)
zal blijven
לִרְצ֣וֹת
(lirtsot)
welwillend zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Is Zijn trouw voorgoed opgehouden? Is Zijn woord ten einde, van generatie op generatie?
הֶאָפֵ֣ס
(heafes)
is opgehouden
לָנֶ֣צַח
(lanetsach)
voor altijd
חַסְדּ֑וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
גָּ֥מַר
(gamar)
is ten einde
לְדֹ֣ר
(ledor)
van generatie
וָדֹֽר
(vador)
tot generatie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
10 Is El vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij in toorn Zijn ontferming gesloten? Sela.
הֲשָׁכַ֣ח
(hashakhach)
is vergeten
חַנּ֣וֹת
(chanot)
genadig te zijn
קָפַ֥ץ
(qafats)
heeft gesloten
רַחֲמָ֥יו
(rachamav)
Zijn ontferming
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Toen zei ik: „Dit is mijn zwakte: de jaren van de rechterhand van de Allerhoogste.”
וָ֭אֹמַר
(vaomar)
en ik zei
חַלּ֣וֹתִי
(chaloti)
mijn zwakte
שְׁ֝נ֗וֹת
(shenot)
jaren van
יְמִ֣ין
(yemin)
rechterhand van
עֶלְיֽוֹן
(elyon)
de Allerhoogste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is moeilijk.
חַלּוֹתִי (challoti) kan ‘mijn zwakte’ of ‘mijn ziekte’ betekenen.
שְׁנוֹת (shenot) kan ‘jaren van’ betekenen, maar ook ‘verandering van’.
Dan staat er: ‘Dit is mijn zwakte: de verandering van de rechterhand van de Allerhoogste.’
Wij kiezen ‘jaren’.
עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, ‘de hoogste’ boven alles.
Terugdenken aan Uw daden 12 Ik wil de daden van Jah gedenken; ja, ik wil Uw wonder van vroeger gedenken.
אֶזְכּ֥וֹר
(ezkor)
ik wil gedenken
מַֽעַלְלֵי
(maallei)
daden van
אֶזְכְּרָ֖ה
(ezkera)
ik wil gedenken
מִקֶּ֣דֶם
(miqedem)
van vroeger
פִּלְאֶֽךָ
(pilekha)
Uw wonder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָהּ (Jah) is een korte vorm van Yahweh.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is אזכיר (ezkir), ‘ik laat gedenken, ik noem’.
De te lezen vorm (qere) is אזכור (ezkor), ‘ik wil gedenken’.
Wij volgen de qere.
13 Ik overdenk heel Uw werk en mijmer over Uw daden.
וְהָגִ֥יתִי
(vehagiti)
en ik overdenk
פָּעֳלֶ֑ךָ
(paolekha)
Uw werk
וּֽבַעֲלִ֖ילוֹתֶ֣יךָ
(uvaaliloteikha)
en Uw daden
אָשִֽׂיחָה
(asicha)
ik mijmer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Elohim, Uw weg is in het heiligdom. Wie is een El zo groot als Elohim?
בַּקֹּ֣דֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
דַּרְכֶּ֑ךָ
(darkekha)
Uw weg
כֵּֽאלֹהִֽים
(kelohim)
zoals Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בַּקֹּדֶשׁ (baqodesh) kan ‘in het heiligdom’ of ‘in heiligheid’ betekenen.
Wij kiezen ‘in het heiligdom’.
15 U bent de El die wonderen doet; U hebt Uw kracht bekendgemaakt onder de volken.
הוֹדַ֖עְתָּ
(hodata)
U hebt bekendgemaakt
בָעַמִּ֣ים
(baamim)
onder de volken
עֻזֶּֽךָ
(uzekha)
Uw kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Met Uw arm hebt U Uw volk verlost, de zonen van Jakob en Josef. Sela.
גָּאַ֣לְתָּ
(gaalta)
U hebt verlost
בִּזְר֣וֹעַ
(bizroa)
met een arm
וְיוֹסֵ֣ף
(veyosef)
en Josef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘De zonen van Jakob en Josef’ zijn heel het volk; de naam van Josef staat erbij, zoals in Ps. 78:67.
Zie Exod. 14:30.
De wateren zagen U 17 De wateren zagen U, Elohim; de wateren zagen U en beefden. Ook de oerdiepten sidderden.
יָחִ֑ילוּ
(yachilu)
beefden
יִרְגְּז֥וּ
(yirgezu)
sidderden
תְהֹמֽוֹת
(tehomot)
oerdiepten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 De wolken stortten water uit; de luchten lieten een geluid horen; ook Uw pijlen vlogen heen en weer.
זֹ֤רְמוּ
(zoremu)
stortten uit
שְׁחָקִ֑ים
(shechaqim)
luchten
חֲ֝צָצֶ֗יךָ
(chatsatseikha)
Uw pijlen
יִתְהַלָּֽכוּ
(yithalakhu)
vliegen heen en weer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Het geluid van Uw donder was in de wervelwind; bliksems verlichtten de wereld; de aarde beefde en schudde.
רַעַמְךָ֨
(raamkha)
Uw donder
בַּגַּלְגַּ֗ל
(bagalgal)
in de wervelwind
הֵאִ֣ירוּ
(heiru)
verlichtten
בְרָקִ֣ים
(beraqim)
bliksems
וַתִּרְעַ֣שׁ
(vatirash)
en schudde
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גַּלְגַּל (galgal): letterlijk ‘wiel’, ook ‘wervelwind’.
De betekenis hier is onzeker.
20 Uw weg liep door de zee, Uw pad door de grote wateren; Uw voetsporen werden niet gekend.
דַּרְכֶּ֗ךָ
(darkekha)
Uw weg
וּֽ֭שְׁבִֽילְךָ
(ushevilekha)
en Uw pad
בְּמַ֣יִם
(bemayim)
in wateren
וְ֝עִקְּבוֹתֶ֗יךָ
(veiqevoteikha)
en Uw voetsporen
נֹדָֽעוּ
(nodau)
werden gekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers beschrijft de doortocht door de zee (Exod. 14:21–22).
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is ושבילי ך (veshevilecha, meervoud), ‘en Uw paden’.
De te lezen vorm (qere) is וּשְׁבִילְךָ , ‘en Uw pad’.
Wij volgen de qere.
21 U leidde Uw volk als een kudde, door de hand van Mozes en Aäron.
נָחִ֣יתָ
(nachita)
U leidde
כַצֹּ֣אן
(katson)
als een kudde
בְּֽיַד
(beyad)
door de hand van
וְאַהֲרֹֽן
(veaharon)
en Aäron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het volk wordt geleid als een kudde.
Mozes en Aäron zijn de hand waardoor Elohim leidt.