Visioenen en de derde hemel, een doorn in het vlees, ‘Mijn genade is voldoende’ en de zorg om Korinte
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Visioenen en onthullingen
1Ik moet roemen. Het is wel niet nuttig, maar ik zal komen tot visioenen en onthullingen van de Heer.
‘Onthullingen van de Heer’: onthullingen die de Heer geeft, of onthullingen over de Heer; wij vertalen letterlijk.
‘De Heer’ is hier Yeshua.
Het Grieks heeft ‘roemen moet…’; vergelijk 11:30.
2Ik ken een mens in de Messias, 14 jaar geleden. Of hij in het lichaam was, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; Elohim weet het. Zo iemand werd weggerukt tot in de derde hemel.
οἶδα
(oida)
ik weet
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
Messias
πρὸ
(pro)
vóór
ἐτῶν
(eton)
jaren
δεκατεσσάρων
(dekatessaron)
14
εἴτε
(eite)
of
ἐν
(en)
in
σώματι
(somati)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδα
(oida)
weet ik
εἴτε
(eite)
of
ἐκτὸς
(ektos)
buiten
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδα
(oida)
weet ik
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
οἶδεν
(oiden)
weet
ἁρπαγέντα
(harpagenta)
weggerukt
τὸν
(ton)
de
τοιοῦτον
(toiouton)
zodanige
ἕως
(heos)
tot
τρίτου
(tritou)
derde
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Paulus noemt geen naam.
In vers 5 maakt hij onderscheid tussen ‘zo iemand’ en ‘mijzelf’; vers 7 gaat over de onthullingen die hem geschonken zijn.
Of hij over zichzelf spreekt, zegt hij niet uitdrukkelijk.
‘14 jaar geleden’ rekent terug vanaf het schrijven van de brief. ἁρπάζω (harpazo), ‘wegrukken’: plotseling en met kracht meenemen. τρίτος οὐρανός (tritos ouranos), ‘derde hemel’: de tekst legt dit niet uit.
Ons Deuteronomium spreekt van ‘de hemel en de hemel van de hemelen’.
4dat hij naar het paradijs werd weggerukt en onuitsprekelijke woorden hoorde, die een mens niet mag uitspreken.
ὅτι
(hoti)
dat
ἡρπάγη
(herpage)
werd weggerukt
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
παράδεισον
(paradeison)
paradijs
καὶ
(kai)
en
ἤκουσεν
(ekousen)
hoorde
ἄρρητα
(arreta)
onuitsprekelijke
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ἃ
(ha)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξὸν
(exon)
geoorloofd
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
aan een mens
λαλῆσαι
(lalesai)
te spreken
Bron: SBLGNT
Uitleg
παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: een tuin of park. ἄρρητος (arretos), ‘onuitsprekelijk’: niet te zeggen. ἐξόν (exon), ‘geoorloofd’: het is niet toegestaan of niet mogelijk om de woorden uit te spreken.
6Want als ik zou willen roemen, zou ik geen dwaas zijn, want ik zal de waarheid zeggen. Maar ik houd mij in, opdat niemand mij hoger rekent dan wat hij in mij ziet of van mij hoort,
7en door de overmaat van de onthullingen. Daarom is mij, opdat ik mij niet zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van Satan, om mij te mishandelen, opdat ik mij niet zou verheffen.
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
door de
ὑπερβολῇ
(hyperbole)
overmaat
τῶν
(ton)
van de
ἀποκαλύψεων
(apokalypseon)
onthullingen
διὸ
(dio)
daarom
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ὑπεραίρωμαι
(hyperairomai)
ik mij verhef
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
μοι
(moi)
mij
σκόλοψ
(skolops)
doorn
τῇ
(te)
in het
σαρκί
(sarki)
vlees
ἄγγελος
(angelos)
engel
Σατανᾶ
(Satana)
van Satan
ἵνα
(hina)
opdat
με
(me)
mij
κολαφίζῃ
(kolaphize)
hij mishandelt
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ὑπεραίρωμαι
(hyperairomai)
ik mij verhef
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het eerste deel (‘en door de overmaat van de onthullingen’) sluit in het Grieks aan op vers 6. σκόλοψ (skolops), ‘doorn’: eigenlijk een scherpe paal of pin. τῇ σαρκί (te sarki), ‘in het vlees’ of ‘voor het vlees’: wat de doorn was, zegt de tekst niet. ἄγγελος Σατανᾶ (angelos Satana), ‘engel van Satan’: een gezant van de tegenstander. κολαφίζω (kolafizo), ‘met vuisten slaan, mishandelen’. ὑπεραίρομαι (hyperairomai), ‘zich verheffen’.
De zin ‘opdat ik mij niet zou verheffen’ staat twee keer in het Grieks; bij de tweede keer geeft de SBLGNT een variant aan.
9En Hij heeft tegen mij gezegd: „Mijn genade is voldoende voor je, want de kracht wordt in zwakheid voltooid.” Zeer graag zal ik dus liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van de Messias over mij komt wonen.
καὶ
(kai)
en
εἴρηκέν
(eireken)
Hij heeft gezegd
μοι
(moi)
tot mij
Ἀρκεῖ
(Arkei)
is voldoende
σοι
(soi)
voor je
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
μου
(mou)
Mijn
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
δύναμις
(dynamis)
kracht
ἐν
(en)
in
ἀσθενείᾳ
(astheneia)
zwakheid
τελεῖται
(teleitai)
wordt voltooid
ἥδιστα
(hedista)
zeer graag
οὖν
(oun)
dus
μᾶλλον
(mallon)
liever
καυχήσομαι
(kauchesomai)
zal ik roemen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἀσθενείαις
(astheneiais)
zwakheden
μου
(mou)
mijn
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπισκηνώσῃ
(episkenose)
als in een tent zal wonen
ἐπ’
(ep’)
over
ἐμὲ
(eme)
mij
ἡ
(he)
de
δύναμις
(dynamis)
kracht
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het antwoord is van de Heer, Yeshua; daarom staat het in rood. ἀρκέω (arkeo), ‘voldoende zijn’. τελέω (teleo), ‘voltooien’: tot volle werking brengen. ἐπισκηνόω (episkenoo), ‘als in een tent wonen over’; het woord is verwant aan σκηνόω (skenoo), ‘wonen’, in Joh. 1:14. δύναμις (dynamis), ‘kracht’.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ‘de kracht’ een tekstvariant.
10Daarom schep ik behagen in zwakheden, in smaad, in noden, in vervolgingen en benauwdheden, voor de Messias. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk.
11Ik ben een dwaas geworden. Jullie hebben mij gedwongen. Ik had immers door jullie aanbevolen moeten worden. Want ik ben in niets tekortgeschoten bij de hoogverheven apostelen, ook al ben ik niets.
14Zie, dit is de derde keer dat ik klaarsta om naar jullie te komen, en ik zal geen last zijn. Want ik zoek niet wat van jullie is, maar jullie. De kinderen horen immers niet voor hun ouders te sparen, maar de ouders voor hun kinderen.
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
τρίτον
(triton)
derde
τοῦτο
(touto)
dit
ἑτοίμως
(hetoimos)
bereid
ἔχω
(echo)
heb ik
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
καταναρκήσω
(katanarkeso)
zal ik tot last zijn
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ζητῶ
(zeto)
zoek ik
τὰ
(ta)
de dingen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὀφείλει
(opheilei)
behoort
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τοῖς
(tois)
aan de
γονεῦσιν
(goneusin)
ouders
θησαυρίζειν
(thesaurizein)
schatten te sparen
ἀλλὰ
(alla)
maar
οἱ
(hoi)
de
γονεῖς
(goneis)
ouders
τοῖς
(tois)
aan de
τέκνοις
(teknois)
kinderen
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Voor de derde keer’: het Grieks kan betekenen dat Paulus nu voor de derde keer klaarstaat om te komen, of dat dit zijn derde bezoek zal zijn.
18Ik heb Titus verzocht te gaan en ik heb de broer met hem meegezonden. Heeft Titus jullie soms uitgebuit? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld? Niet in dezelfde voetsporen?
παρεκάλεσα
(parekalesa)
verzocht ik
Τίτον
(Titon)
Titus
καὶ
(kai)
en
συναπέστειλα
(synapesteila)
zond mee
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
μήτι
(meti)
toch niet
ἐπλεονέκτησεν
(epleonektesen)
buitte uit
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Τίτος
(Titos)
Titus
οὐ
(ou)
niet
τῷ
(to)
in de
αὐτῷ
(auto)
dezelfde
πνεύματι
(pneumati)
geest
περιεπατήσαμεν
(periepatesamen)
wandelden wij
οὐ
(ou)
niet
τοῖς
(tois)
in de
αὐτοῖς
(autois)
dezelfde
ἴχνεσιν
(ichnesin)
voetsporen
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘De broer’ wordt niet bij naam genoemd; vergelijk 8:18 en 8:22. πνεύματι (pneumati), ‘geest’: dezelfde houding; het Grieks kan ook ‘dezelfde Geest’ bedoelen. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zich gedragen.
20Want ik vrees dat ik jullie bij mijn komst misschien niet vind zoals ik wil, en dat jullie mij vinden zoals jullie niet willen. Misschien is er twist, naijver, driftbuien, zelfzucht, kwaadsprekerij, fluisterpraat, opgeblazenheid, onrust.
φοβοῦμαι
(phoboumai)
ik vrees
γὰρ
(gar)
want
μή
(me)
dat niet
πως
(pos)
misschien
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
οὐχ
(ouch)
niet
οἵους
(hoious)
zodanig
θέλω
(thelo)
ik wil
εὕρω
(heuro)
vind
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
κἀγὼ
(kago)
en ik
εὑρεθῶ
(heuretho)
gevonden word
ὑμῖν
(hymin)
door jullie
οἷον
(hoion)
zodanig
οὐ
(ou)
niet
θέλετε
(thelete)
jullie willen
μή
(me)
dat niet
πως
(pos)
misschien
ἔρις
(eris)
twist
ζῆλος
(zelos)
naijver
θυμοί
(thymoi)
driftbuien
ἐριθεῖαι
(eritheiai)
zelfzucht
καταλαλιαί
(katalaliai)
kwaadsprekerij
ψιθυρισμοί
(psithyrismoi)
fluisterpraat
φυσιώσεις
(physioseis)
opgeblazenheid
ἀκαταστασίαι
(akatastasiai)
onrust
Bron: SBLGNT
Uitleg
Een lijst van gebreken. ἔρις (eris), ‘twist’; ζῆλος (zelos), hier ‘naijver’; θυμός (thymos), ‘driftbui’; ἐριθεία (eritheia), ‘zelfzucht’; καταλαλιά (katalalia), ‘kwaadsprekerij’; ψιθυρισμός (psithyrismos), ‘fluisterpraat’: heimelijk kwaadspreken; φυσίωσις (fysiosis), ‘opgeblazenheid’; ἀκαταστασία (akatastasia), ‘onrust’, zoals in 6:5.
21Misschien zal mijn Elohim mij weer vernederen bij jullie, als ik kom. En misschien moet ik rouwen over velen die eerder gezondigd hebben. Zij hebben zich niet bekeerd van de onreinheid, de ontucht en de losbandigheid die zij bedreven hebben.