Elohim Bijbel

Openbaring 11

12345678910111213141516171819202122

De twee getuigen en de zevende bazuin

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De opdracht om het heiligdom te meten

1Mij werd een riet gegeven, gelijk aan een staf. En hij zei: „Sta op en meet het heiligdom van Elohim en het altaar en hen die zich daarin neerbuigen.
Καὶ
(Kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
μοι
(moi)
aan mij
κάλαμος
(kalamos)
riet
ὅμοιος
(homoios)
gelijk
ῥάβδῳ
(rhabdo)
aan een staf
λέγων
(legon)
zeggend
Ἔγειρε
(Egeire)
sta op
καὶ
(kai)
en
μέτρησον
(metreson)
meet
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen
προσκυνοῦντας
(proskynountas)
die zich neerbuigen
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

κάλαμος (kalamos), ‘riet’: hier een meetlat; vergelijk Ezech. 40:3–5 en Zach. 2:5–6. ναός (naos), ‘heiligdom’: het eigenlijke gebouw.

Het Grieks heeft ‘zeggend’ in het mannelijk enkelvoud; wie spreekt, noemt de tekst niet.

Deze toespraak loopt door tot en met vers 3.

Omdat de tekst niet zegt wie spreekt, zetten wij ze zwart, zoals de andere stemmen en engelen die niet bij naam genoemd worden (10:4, 10:8; 11:12).

Lezing

De SBLGNT markeert bij Ἔγειρε (Egeire), ‘sta op’, een variant.

2Het voorhof buiten het heiligdom, laat dat buiten, en meet het niet. Want het is aan de volken gegeven, en zij zullen de heilige stad 42 maanden lang vertreden.
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
αὐλὴν
(aulen)
voorhof
τὴν
(ten)
het
ἔξωθεν
(exothen)
buiten
τοῦ
(tou)
van het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
ἔκβαλε
(ekbale)
werp
ἔξωθεν
(exothen)
naar buiten
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
αὐτὴν
(auten)
het
μετρήσῃς
(metreses)
zul meten
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐδόθη
(edothe)
is gegeven
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
τὴν
(ten)
de
ἁγίαν
(hagian)
heilige
πατήσουσιν
(patesousin)
zullen vertreden
μῆνας
(menas)
maanden
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
δύο
(dyo)
twee
Bron: SBLGNT
Uitleg

αὐλή (aule), ‘voorhof’. ἐκβάλλω (ekballo) is letterlijk ‘uitwerpen’; wij vertalen ‘laat buiten’, omdat het om het niet meten gaat. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden. 42 maanden zijn 3½ jaar, evenveel als de 1260 dagen van 11:3 en 12:6; zie ook Dan. 7:25 en 12:7 en Openb. 12:14; 13:5. πατέω (pateo), ‘vertreden’, zoals in Luc. 21:24.

De tekst noemt de naam van de heilige stad niet. In Neh. 11:1 en Jes. 52:1 heet Jeruzalem ‘de heilige stad’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἔξωθεν (exothen), ‘naar buiten’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant.

De twee getuigen

3Ik zal aan mijn twee getuigen geven, en zij zullen 1260 dagen profeteren, gehuld in rouwkleed.”
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal Ik geven
τοῖς
(tois)
aan de
δυσὶν
(dysin)
twee
μάρτυσίν
(martysin)
getuigen
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
προφητεύσουσιν
(propheteusousin)
zullen profeteren
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
χιλίας
(chilias)
duizend
διακοσίας
(diakosias)
tweehonderd
ἑξήκοντα
(hexekonta)
zestig
περιβεβλημένοι
(peribeblemenoi)
gehuld
σάκκους
(sakkous)
rouwkleed
Bron: SBLGNT
Uitleg

μάρτυς (martys), ‘getuige’. 1260 dagen zijn 42 maanden van 30 dagen. σάκκος (sakkos), ‘rouwkleed’: grove stof, teken van rouw.

Het Grieks heeft bij ‘geven’ geen voorwerp.

De spreker wordt niet genoemd; ‘mijn getuigen’ zou op Yeshua of op Elohim kunnen wijzen, maar de tekst zegt dat niet.

Lezing

De SBLGNT markeert bij περιβεβλημένοι (peribeblemenoi), ‘gehuld’, een variant.

4Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars die voor de Heer van de aarde staan.
Οὗτοί
(Houtoi)
dit
εἰσιν
(eisin)
zijn
αἱ
(hai)
de
δύο
(dyo)
twee
ἐλαῖαι
(elaiai)
olijfbomen
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
δύο
(dyo)
twee
λυχνίαι
(lychniai)
kandelaars
αἱ
(hai)
die
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ἑστῶτες
(hestotes)
staan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλαία (elaia), ‘olijfboom’; λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’.

Zie ook Zach. 4:2–3 en 4:11–14: de twee ‘zonen van de olie’ staan bij ‘de Heer van heel de aarde’.

ἑστῶτες (hestotes), ‘staan’, is mannelijk meervoud, terwijl ‘olijfbomen’ en ‘kandelaars’ vrouwelijk zijn. Dat past bij de twee getuigen als personen, naar wie ‘dit zijn’ verwijst; de SBLGNT markeert hier een variant (zie Lezing).

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἑστῶτες een variant.

5Als iemand hen schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en verslindt hun vijanden. Als iemand hen schade wil toebrengen, dan moet hij zo gedood worden.
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
αὐτοὺς
(autous)
hen
θέλει
(thelei)
wil
ἀδικῆσαι
(adikesai)
schade toebrengen
πῦρ
(pyr)
vuur
ἐκπορεύεται
(ekporeuetai)
komt voort
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
κατεσθίει
(katesthiei)
verslindt
τοὺς
(tous)
de
ἐχθροὺς
(echthrous)
vijanden
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
θελήσῃ
(thelese)
zal willen
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀδικῆσαι
(adikesai)
schade toebrengen
οὕτως
(houtos)
zo
δεῖ
(dei)
het is nodig
αὐτὸν
(auton)
hem
ἀποκτανθῆναι
(apoktanthenai)
gedood te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook 2 Kon. 1:10 (Elia roept vuur uit de hemel) en Jer. 5:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij θελήσῃ αὐτούς (thelese autous), ‘zal willen hen’, een variant.

6Zij hebben het gezag om de hemel te sluiten, zodat het niet regent in de dagen van hun profetie. Ook hebben zij gezag over de wateren om die in bloed te veranderen, en om de aarde met elke plaag te slaan, zo vaak als zij willen.
οὗτοι
(houtoi)
deze
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
κλεῖσαι
(kleisai)
te sluiten
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ὑετὸς
(hyetos)
regen
βρέχῃ
(breche)
valt
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχουσιν
(echousin)
hebben zij
ἐπὶ
(epi)
over
τῶν
(ton)
de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
στρέφειν
(strephein)
te veranderen
αὐτὰ
(auta)
die
εἰς
(eis)
in
αἷμα
(haima)
bloed
καὶ
(kai)
en
πατάξαι
(pataxai)
te slaan
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
ἐν
(en)
met
πάσῃ
(pase)
elke
πληγῇ
(plege)
plaag
ὁσάκις
(hosakis)
zo vaak
ἐὰν
(ean)
als
θελήσωσιν
(thelesosin)
zij willen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook 1 Kon. 17:1 (Elia en de regen) en Exod. 7:17–19 (water wordt bloed).

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden τὴν ἐξουσίαν κλεῖσαι τὸν οὐρανόν (ten exousian kleisai ton ouranon), ‘het gezag om de hemel te sluiten’, en ἐν πάσῃ πληγῇ ὁσάκις ἐὰν θελήσωσιν (en pase plege hosakis ean thelesosin), ‘met elke plaag zo vaak als zij willen’, als variant.

Het beest overwint de getuigen

7Wanneer zij hun getuigenis hebben voltooid, zal het beest dat uit de afgrond opkomt oorlog tegen hen voeren. Het zal hen overwinnen en doden.
Καὶ
(Kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
τελέσωσιν
(telesosin)
zij voltooid hebben
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
αὐτῶν
(auton)
hun
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
τὸ
(to)
dat
ἀναβαῖνον
(anabainon)
opkomt
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
ποιήσει
(poiesei)
zal voeren
μετ’
(met’)
tegen
αὐτῶν
(auton)
hen
πόλεμον
(polemon)
oorlog
καὶ
(kai)
en
νικήσει
(nikesei)
zal overwinnen
αὐτοὺς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἀποκτενεῖ
(apoktenei)
zal doden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θηρίον (therion), ‘beest’: hier komt ‘het beest’ voor het eerst voor; in 6:8 staat het meervoud voor ‘wilde dieren’.

Zie ook Dan. 7:21; Openb. 13:1–7; 17:8.

8Hun lijk ligt op het plein van de grote stad, die in geestelijke zin Sodom en Egypte wordt genoemd, waar ook hun Heer is gekruisigd.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
πτῶμα
(ptoma)
lijk
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
πλατείας
(plateias)
plein
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
τῆς
(tes)
de
μεγάλης
(megales)
grote
ἥτις
(hetis)
die
καλεῖται
(kaleitai)
wordt genoemd
πνευματικῶς
(pneumatikos)
in geestelijke zin
Σόδομα
(Sodoma)
Sodom
καὶ
(kai)
en
Αἴγυπτος
(Aigyptos)
Egypte
ὅπου
(hopou)
waar
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐσταυρώθη
(estaurothe)
is gekruisigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνευματικῶς (pneumatikos), ‘in geestelijke zin’: Sodom en Egypte zijn hier namen met een overdrachtelijke betekenis.

Zie ook Gen. 19 en Jes. 1:9–10 (Sodom) en Exod. 1–12 (Egypte).

Het Grieks heeft bij ‘hun lijk’ geen werkwoord; wij vullen ‘ligt’ aan. πλατεῖα (plateia) is letterlijk ‘brede straat’.

De tekst noemt de naam van de stad niet. Hij zegt wel dat hun Heer daar gekruisigd is; zie Joh. 19:17–20.

9Mensen uit de volken, stammen, talen en naties zien hun lijk drie dagen en een half, en zij laten hun lijken niet in een graf leggen.
καὶ
(kai)
en
βλέπουσιν
(blepousin)
zien
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
λαῶν
(laon)
volken
καὶ
(kai)
en
φυλῶν
(phylon)
stammen
καὶ
(kai)
en
γλωσσῶν
(glosson)
talen
καὶ
(kai)
en
ἐθνῶν
(ethnon)
naties
τὸ
(to)
het
πτῶμα
(ptoma)
lijk
αὐτῶν
(auton)
hun
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τρεῖς
(treis)
drie
καὶ
(kai)
en
ἥμισυ
(hemisy)
een half
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πτώματα
(ptomata)
lijken
αὐτῶν
(auton)
hun
οὐκ
(ouk)
niet
ἀφίουσιν
(aphiousin)
laten zij
τεθῆναι
(tethenai)
te leggen
εἰς
(eis)
in
μνῆμα
(mnema)
graf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκ (ek), ‘uit’, staat hier voor ‘sommigen uit’: het onderwerp ‘sommigen’ ontbreekt in het Grieks.

Wij schrijven ‘mensen uit’. μνῆμα (mnema), ‘graf’.

Niet begraven worden gold als grote schande; zie Ps. 79:2–3.

Zie ook Openb. 10:11; 13:7; 14:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘een half’ en bij ἀφίουσιν (aphiousin), ‘zij laten’, een variant.

10En zij die op de aarde wonen, verheugen zich over hen en zijn vrolijk. Zij zullen elkaar geschenken sturen, want deze twee profeten hadden hen gekweld die op de aarde wonen.
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
χαίρουσιν
(chairousin)
verheugen zich
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
εὐφραίνονται
(euphrainontai)
zijn vrolijk
καὶ
(kai)
en
δῶρα
(dora)
geschenken
πέμψουσιν
(pempsousin)
zullen sturen
ἀλλήλοις
(allelois)
aan elkaar
ὅτι
(hoti)
omdat
οὗτοι
(houtoi)
deze
οἱ
(hoi)
de
δύο
(dyo)
twee
προφῆται
(prophetai)
profeten
ἐβασάνισαν
(ebasanisan)
kwelden
τοὺς
(tous)
hen
κατοικοῦντας
(katoikountas)
die wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

πέμπω (pempo), ‘sturen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij εὐφραίνονται (euphrainontai), ‘zij zijn vrolijk’, en bij πέμψουσιν (pempsousin), ‘zij zullen sturen’, een variant.

De getuigen staan op

11Na de drie dagen en een half kwam een geest van leven van Elohim in hen, en zij gingen op hun voeten staan. Een grote angst viel over hen die hen zagen.
Καὶ
(Kai)
en
μετὰ
(meta)
na
τὰς
(tas)
de
τρεῖς
(treis)
drie
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
καὶ
(kai)
en
ἥμισυ
(hemisy)
een half
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ζωῆς
(zoes)
van leven
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
ἔστησαν
(estesan)
gingen staan
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
φόβος
(phobos)
angst
μέγας
(megas)
grote
ἐπέπεσεν
(epepesen)
viel
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
de
θεωροῦντας
(theorountas)
kijkenden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα ζωῆς (pneuma zoes), ‘geest van leven’.

Zie ook Ezech. 37:5 en 37:10 (een geest komt in de beenderen, en zij gaan op hun voeten staan).

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘in hen’, en ἐπέπεσεν (epepesen), ‘viel’, als variant.

12Zij hoorden een luide stem uit de hemel. Die zei tegen hen: „Kom hierheen omhoog!” En zij gingen in de wolk omhoog naar de hemel, en hun vijanden zagen hen.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσαν
(ekousan)
hoorden zij
φωνῆς
(phones)
stem
μεγάλης
(megales)
luide
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
λεγούσης
(legouses)
zeggende
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἀνάβατε
(Anabate)
kom omhoog
ὧδε
(hode)
hierheen
καὶ
(kai)
en
ἀνέβησαν
(anebesan)
gingen omhoog
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
νεφέλῃ
(nephele)
wolk
καὶ
(kai)
en
ἐθεώρησαν
(etheoresan)
zagen
αὐτοὺς
(autous)
hen
οἱ
(hoi)
de
ἐχθροὶ
(echthroi)
vijanden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook 2 Kon. 2:11 (Elia gaat naar de hemel).

Lezing

De SBLGNT markeert hier meerdere woorden als variant: ἤκουσαν (ekousan), ‘zij hoorden’, φωνῆς μεγάλης (phones megales), ‘luide stem’, λεγούσης (legouses), ‘zeggend’, en Ἀνάβατε (Anabate), ‘kom omhoog’.

Zie ook2 Kon 2:11
13In dat uur kwam er een grote aardbeving. Het tiende deel van de stad viel, en in de aardbeving werden 7000 mensen gedood. De overigen werden bang en gaven heerlijkheid aan de Elohim van de hemel.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
dat
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
μέγας
(megas)
grote
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
δέκατον
(dekaton)
tiende deel
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
ἔπεσεν
(epesen)
viel
καὶ
(kai)
en
ἀπεκτάνθησαν
(apektanthesan)
werden gedood
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
σεισμῷ
(seismo)
aardbeving
ὀνόματα
(onomata)
namen
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
χιλιάδες
(chiliades)
duizendtallen
ἑπτά
(hepta)
7
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
overigen
ἔμφοβοι
(emphoboi)
bevreesd
ἐγένοντο
(egenonto)
werden
καὶ
(kai)
en
ἔδωκαν
(edokan)
gaven
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄνομα (onoma), ‘naam’: het Grieks heeft ‘namen van mensen’, 7000 in getal.

Ook in 3:4 staan ‘namen’ voor personen.

Wij vertalen ‘mensen’.

‘De Elohim van de hemel’: zie Dan. 2:18–19. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὥρᾳ (hora), ‘uur’, een variant.

Het tweede wee is voorbij

14Het tweede wee is voorbij. Zie, het derde wee komt snel.
Ἡ
(He)
het
οὐαὶ
(ouai)
wee
ἡ
(he)
het
δευτέρα
(deutera)
tweede
ἀπῆλθεν
(apelthen)
is voorbijgegaan
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἡ
(he)
het
οὐαὶ
(ouai)
wee
ἡ
(he)
het
τρίτη
(trite)
derde
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ταχύ
(tachy)
snel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Openb. 8:13; 9:12.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἰδοὺ ἡ οὐαὶ ἡ τρίτη (idou he ouai he trite), ‘zie, het derde wee’, als variant.

De zevende bazuin: het koninkrijk is van onze Heer

15De zevende engel blies op de bazuin. Er kwamen luide stemmen in de hemel. Zij zeiden: „Het koninkrijk van de wereld is van onze Heer en van Zijn Messias geworden, en Hij zal regeren tot in de eeuwen van de eeuwen.”
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἕβδομος
(hebdomos)
zevende
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐσάλπισεν
(esalpisen)
blies de bazuin
καὶ
(kai)
en
ἐγένοντο
(egenonto)
kwamen
φωναὶ
(phonai)
stemmen
μεγάλαι
(megalai)
luide
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἐγένετο
(Egeneto)
is geworden
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
χριστοῦ
(christou)
Messias
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
βασιλεύσει
(basileusei)
zal regeren
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: de formule ‘de Heer en Zijn Messias’ roept Ps. 2:2 op (Yahweh en Zijn gezalfde); wij laten ‘Heer’ staan, omdat het geen aanhaling is.

Het werkwoord ‘zal regeren’ staat in het enkelvoud, ook al worden twee genoemd.

Zie ook Exod. 15:18; Dan. 2:44; 7:14 en Openb. 10:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, een variant.

16En de 24 ouderen die voor Elohim op hun tronen zitten, vielen op hun gezicht en bogen zich neer voor Elohim,
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρες
(tessares)
vier
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
οἱ
(hoi)
die
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καθήμενοι
(kathemenoi)
zittend
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
θρόνους
(thronous)
tronen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἔπεσαν
(epesan)
vielen
ἐπὶ
(epi)
op
τὰ
(ta)
de
πρόσωπα
(prosopa)
gezichten
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Openb. 4:4, 4:10; 5:8; 7:11.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden θεοῦ καθήμενοι (theou kathemenoi), ‘Elohim zittend’, als variant.

17en zeiden: „Wij danken U, Yahweh Elohim, de Almachtige, Hij die is en die was, omdat U Uw grote kracht hebt genomen en bent gaan regeren.
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εὐχαριστοῦμέν
(Eucharistoumen)
wij danken
σοι
(soi)
U
κύριε
(kyrie)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
παντοκράτωρ
(pantokrator)
Almachtige
ὁ
(ho)
Hij die
ὢν
(on)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ἦν
(en)
was
ὅτι
(hoti)
omdat
εἴληφας
(eilephas)
U hebt genomen
τὴν
(ten)
de
δύναμίν
(dynamin)
kracht
σου
(sou)
Uw
τὴν
(ten)
de
μεγάλην
(megalen)
grote
καὶ
(kai)
en
ἐβασίλευσας
(ebasileusas)
bent gaan regeren
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριε ὁ θεός (kyrie ho theos), letterlijk ‘Heer, de Elohim’: dit past bij de Naam met Elohim, ‘Yahweh Elohim’; wij schrijven Yahweh Elohim, zoals in 1:8 en 4:8. παντοκράτωρ (pantokrator), ‘Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8.

In 1:4, 1:8 en 4:8 volgt na ‘Hij die is en die was’ nog ‘die komt’; hier staan die woorden niet in de tekst. ἐβασίλευσας (ebasileusas), ‘U bent gaan regeren’: de verleden tijd; zie ook 11:15.

18De volken werden toornig, en Uw toorn kwam. En de tijd kwam voor de doden om geoordeeld te worden, om het loon te geven aan Uw knechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te verderven die de aarde verderven.”
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ὠργίσθησαν
(orgisthesan)
werden toornig
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ἡ
(he)
de
ὀργή
(orge)
toorn
σου
(sou)
Uw
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
τῶν
(ton)
van de
νεκρῶν
(nekron)
doden
κριθῆναι
(krithenai)
om geoordeeld te worden
καὶ
(kai)
en
δοῦναι
(dounai)
om te geven
τὸν
(ton)
het
μισθὸν
(misthon)
loon
τοῖς
(tois)
aan de
δούλοις
(doulois)
knechten
σου
(sou)
Uw
τοῖς
(tois)
aan de
προφήταις
(prophetais)
profeten
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
φοβουμένοις
(phoboumenois)
vrezenden
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
σου
(sou)
Uw
τοὺς
(tous)
de
μικροὺς
(mikrous)
kleinen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
μεγάλους
(megalous)
groten
καὶ
(kai)
en
διαφθεῖραι
(diaphtheirai)
om te verderven
τοὺς
(tous)
hen
διαφθείροντας
(diaphtheirontas)
die verderven
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀργή (orge), ‘toorn’.

Zie ook Ps. 2:1–5 en Ps. 115:13 (‘die Yahweh vrezen, de kleinen samen met de groten’).

Het Grieks heeft een woordspeling: ‘verderven’ (διαφθεῖραι) hen die de aarde ‘verderven’ (διαφθείροντας).

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden τοὺς μικροὺς καὶ τοὺς μεγάλους (tous mikrous kai tous megalous), ‘de kleinen en de groten’, als variant.

Het heiligdom in de hemel gaat open

19Het heiligdom van Elohim in de hemel werd geopend, en in Zijn heiligdom werd de ark van Zijn verbond gezien. Er kwamen bliksemflitsen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.
Καὶ
(Kai)
en
ἠνοίγη
(enoige)
werd geopend
ὁ
(ho)
het
ναὸς
(naos)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
dat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ὤφθη
(ophthe)
werd gezien
ἡ
(he)
de
κιβωτὸς
(kibotos)
ark
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ναῷ
(nao)
heiligdom
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ἐγένοντο
(egenonto)
kwamen
ἀστραπαὶ
(astrapai)
bliksemflitsen
καὶ
(kai)
en
φωναὶ
(phonai)
stemmen
καὶ
(kai)
en
βρονταὶ
(brontai)
donderslagen
καὶ
(kai)
en
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
καὶ
(kai)
en
χάλαζα
(chalaza)
hagel
μεγάλη
(megale)
grote
Bron: SBLGNT
Uitleg

κιβωτός (kibotos), ‘ark’; διαθήκη (diatheke), ‘verbond’.

Zie ook Exod. 25:22; 1 Kon. 8:6 en Openb. 8:5; 4:5.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘dat’, voor ‘in de hemel’, bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, en bij de woorden καὶ σεισμός (kai seismos), ‘en aardbeving’, een variant.