Openbaring 11
De twee getuigen en de zevende bazuin
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De opdracht om het heiligdom te meten
κάλαμος (kalamos), ‘riet’: hier een meetlat; vergelijk Ezech. 40:3–5 en Zach. 2:5–6. ναός (naos), ‘heiligdom’: het eigenlijke gebouw.
Het Grieks heeft ‘zeggend’ in het mannelijk enkelvoud; wie spreekt, noemt de tekst niet.
Deze toespraak loopt door tot en met vers 3.
Omdat de tekst niet zegt wie spreekt, zetten wij ze zwart, zoals de andere stemmen en engelen die niet bij naam genoemd worden (10:4, 10:8; 11:12).
De SBLGNT markeert bij Ἔγειρε (Egeire), ‘sta op’, een variant.
αὐλή (aule), ‘voorhof’. ἐκβάλλω (ekballo) is letterlijk ‘uitwerpen’; wij vertalen ‘laat buiten’, omdat het om het niet meten gaat. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden. 42 maanden zijn 3½ jaar, evenveel als de 1260 dagen van 11:3 en 12:6; zie ook Dan. 7:25 en 12:7 en Openb. 12:14; 13:5. πατέω (pateo), ‘vertreden’, zoals in Luc. 21:24.
De tekst noemt de naam van de heilige stad niet. In Neh. 11:1 en Jes. 52:1 heet Jeruzalem ‘de heilige stad’.
De SBLGNT markeert bij ἔξωθεν (exothen), ‘naar buiten’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant.
De twee getuigen
μάρτυς (martys), ‘getuige’. 1260 dagen zijn 42 maanden van 30 dagen. σάκκος (sakkos), ‘rouwkleed’: grove stof, teken van rouw.
Het Grieks heeft bij ‘geven’ geen voorwerp.
De spreker wordt niet genoemd; ‘mijn getuigen’ zou op Yeshua of op Elohim kunnen wijzen, maar de tekst zegt dat niet.
De SBLGNT markeert bij περιβεβλημένοι (peribeblemenoi), ‘gehuld’, een variant.
ἐλαία (elaia), ‘olijfboom’; λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’.
Zie ook Zach. 4:2–3 en 4:11–14: de twee ‘zonen van de olie’ staan bij ‘de Heer van heel de aarde’.
ἑστῶτες (hestotes), ‘staan’, is mannelijk meervoud, terwijl ‘olijfbomen’ en ‘kandelaars’ vrouwelijk zijn. Dat past bij de twee getuigen als personen, naar wie ‘dit zijn’ verwijst; de SBLGNT markeert hier een variant (zie Lezing).
De SBLGNT markeert bij ἑστῶτες een variant.
Zie ook 2 Kon. 1:10 (Elia roept vuur uit de hemel) en Jer. 5:14.
De SBLGNT markeert bij θελήσῃ αὐτούς (thelese autous), ‘zal willen hen’, een variant.
Zie ook 1 Kon. 17:1 (Elia en de regen) en Exod. 7:17–19 (water wordt bloed).
De SBLGNT markeert de woorden τὴν ἐξουσίαν κλεῖσαι τὸν οὐρανόν (ten exousian kleisai ton ouranon), ‘het gezag om de hemel te sluiten’, en ἐν πάσῃ πληγῇ ὁσάκις ἐὰν θελήσωσιν (en pase plege hosakis ean thelesosin), ‘met elke plaag zo vaak als zij willen’, als variant.
Het beest overwint de getuigen
θηρίον (therion), ‘beest’: hier komt ‘het beest’ voor het eerst voor; in 6:8 staat het meervoud voor ‘wilde dieren’.
Zie ook Dan. 7:21; Openb. 13:1–7; 17:8.
πνευματικῶς (pneumatikos), ‘in geestelijke zin’: Sodom en Egypte zijn hier namen met een overdrachtelijke betekenis.
Zie ook Gen. 19 en Jes. 1:9–10 (Sodom) en Exod. 1–12 (Egypte).
Het Grieks heeft bij ‘hun lijk’ geen werkwoord; wij vullen ‘ligt’ aan. πλατεῖα (plateia) is letterlijk ‘brede straat’.
De tekst noemt de naam van de stad niet. Hij zegt wel dat hun Heer daar gekruisigd is; zie Joh. 19:17–20.
ἐκ (ek), ‘uit’, staat hier voor ‘sommigen uit’: het onderwerp ‘sommigen’ ontbreekt in het Grieks.
Wij schrijven ‘mensen uit’. μνῆμα (mnema), ‘graf’.
Niet begraven worden gold als grote schande; zie Ps. 79:2–3.
Zie ook Openb. 10:11; 13:7; 14:6.
De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, voor ‘een half’ en bij ἀφίουσιν (aphiousin), ‘zij laten’, een variant.
πέμπω (pempo), ‘sturen’.
De SBLGNT markeert bij εὐφραίνονται (euphrainontai), ‘zij zijn vrolijk’, en bij πέμψουσιν (pempsousin), ‘zij zullen sturen’, een variant.
De getuigen staan op
πνεῦμα ζωῆς (pneuma zoes), ‘geest van leven’.
Zie ook Ezech. 37:5 en 37:10 (een geest komt in de beenderen, en zij gaan op hun voeten staan).
De SBLGNT markeert de woorden ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘in hen’, en ἐπέπεσεν (epepesen), ‘viel’, als variant.
Zie ook 2 Kon. 2:11 (Elia gaat naar de hemel).
De SBLGNT markeert hier meerdere woorden als variant: ἤκουσαν (ekousan), ‘zij hoorden’, φωνῆς μεγάλης (phones megales), ‘luide stem’, λεγούσης (legouses), ‘zeggend’, en Ἀνάβατε (Anabate), ‘kom omhoog’.
ὄνομα (onoma), ‘naam’: het Grieks heeft ‘namen van mensen’, 7000 in getal.
Ook in 3:4 staan ‘namen’ voor personen.
Wij vertalen ‘mensen’.
‘De Elohim van de hemel’: zie Dan. 2:18–19. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’.
De SBLGNT markeert bij ὥρᾳ (hora), ‘uur’, een variant.
Het tweede wee is voorbij
Zie ook Openb. 8:13; 9:12.
De SBLGNT markeert de woorden ἰδοὺ ἡ οὐαὶ ἡ τρίτη (idou he ouai he trite), ‘zie, het derde wee’, als variant.
De zevende bazuin: het koninkrijk is van onze Heer
κύριος (kyrios), ‘Heer’: de formule ‘de Heer en Zijn Messias’ roept Ps. 2:2 op (Yahweh en Zijn gezalfde); wij laten ‘Heer’ staan, omdat het geen aanhaling is.
Het werkwoord ‘zal regeren’ staat in het enkelvoud, ook al worden twee genoemd.
Zie ook Exod. 15:18; Dan. 2:44; 7:14 en Openb. 10:7.
De SBLGNT markeert bij λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, een variant.
Zie ook Openb. 4:4, 4:10; 5:8; 7:11.
De SBLGNT markeert de woorden θεοῦ καθήμενοι (theou kathemenoi), ‘Elohim zittend’, als variant.
κύριε ὁ θεός (kyrie ho theos), letterlijk ‘Heer, de Elohim’: dit past bij de Naam met Elohim, ‘Yahweh Elohim’; wij schrijven Yahweh Elohim, zoals in 1:8 en 4:8. παντοκράτωρ (pantokrator), ‘Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8.
In 1:4, 1:8 en 4:8 volgt na ‘Hij die is en die was’ nog ‘die komt’; hier staan die woorden niet in de tekst. ἐβασίλευσας (ebasileusas), ‘U bent gaan regeren’: de verleden tijd; zie ook 11:15.
ὀργή (orge), ‘toorn’.
Zie ook Ps. 2:1–5 en Ps. 115:13 (‘die Yahweh vrezen, de kleinen samen met de groten’).
Het Grieks heeft een woordspeling: ‘verderven’ (διαφθεῖραι) hen die de aarde ‘verderven’ (διαφθείροντας).
De SBLGNT markeert de woorden τοὺς μικροὺς καὶ τοὺς μεγάλους (tous mikrous kai tous megalous), ‘de kleinen en de groten’, als variant.
Het heiligdom in de hemel gaat open
κιβωτός (kibotos), ‘ark’; διαθήκη (diatheke), ‘verbond’.
Zie ook Exod. 25:22; 1 Kon. 8:6 en Openb. 8:5; 4:5.
De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘dat’, voor ‘in de hemel’, bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, en bij de woorden καὶ σεισμός (kai seismos), ‘en aardbeving’, een variant.