Elohim Bijbel

Psalmen 55

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Verraad van een vriend; werp je last op Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Met snarenspel. Een maskil van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
בִּנְגִינֹ֗ת
(binginot)
met snarenspel
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

בִּנְגִינֹת (binginot), ‘met snarenspel’: een muziekterm; zie bij Ps. 54:1.

מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan.

Luister naar mijn gebed

2Luister, Elohim, naar mijn gebed en verberg U niet voor mijn smeking.
הַאֲזִ֣ינָה
(haazina)
luister
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
תְּפִלָּתִ֑י
(tefilati)
naar mijn gebed
וְאַל
(veal)
en niet
תִּ֝תְעַלַּ֗ם
(titalam)
verberg U
מִתְּחִנָּתִֽי
(mitechinati)
voor mijn smeking
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Let op mij en antwoord mij. Ik dwaal rusteloos rond in mijn klacht en ben in opschudding,
הַקְשִׁ֣יבָה
(haqshiva)
let op
לִּ֣י
(li)
mij
וַעֲנֵ֑נִי
(vaaneni)
en antwoord mij
אָרִ֖יד
(arid)
ik dwaal rusteloos
בְּשִׂיחִ֣י
(besichi)
in mijn klacht
וְאָהִֽימָה
(veahima)
en ben in opschudding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָרִיד (arid), ‘ik dwaal rusteloos’: ik beweeg mij zonder rust heen en weer.

וְאָהִימָה (ve’ahimah), ‘en ben in opschudding’: de betekenis is niet helemaal zeker.

4vanwege de stem van de vijand, vanwege de druk van de goddeloze. Want zij laten ongerechtigheid op mij neerkomen en haten mij in hun toorn.
מִקּ֤וֹל
(miqol)
vanwege de stem van
אוֹיֵ֗ב
(oyev)
de vijand
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
vanwege
עָקַ֣ת
(aqat)
de druk van
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
כִּי
(ki)
want
יָמִ֥יטוּ
(yamitu)
zij laten neerkomen
עָלַ֥י
(alay)
op mij
אָ֝֗וֶן
(aven)
ongerechtigheid
וּבְאַ֥ף
(uveaf)
en in toorn
יִשְׂטְמֽוּנִי
(yistemuni)
haten zij mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָוֶן (aven), ‘ongerechtigheid’: kwaad, moeite die men anderen bezorgt.

יָמִיטוּ (yamitu), ‘zij laten neerkomen’: letterlijk ‘zij laten wankelen of vallen’.

וַיִּשְׂטְמוּנִי (yistemuni), ‘zij haten mij’: een vijandschap die men koestert.

5Mijn hart wringt zich in mijn binnenste, en de schrikken van de dood zijn op mij gevallen.
לִ֭בִּי
(libi)
mijn hart
יָחִ֣יל
(yachil)
wringt zich
בְּקִרְבִּ֑י
(beqirbi)
in mijn binnenste
וְאֵימ֥וֹת
(veeimot)
en schrikken van
מָ֝֗וֶת
(mavet)
de dood
נָפְל֥וּ
(nafelu)
zijn gevallen
עָלָֽי
(alay)
op mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem.

Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’.

Had ik maar vleugels als een duif

6Vrees en beven komen over mij, en huivering overdekt mij.
יִרְאָ֣ה
(yira)
vrees
וָ֭רַעַד
(varaad)
en beven
יָ֣בֹא
(yavo)
komt
בִ֑י
(bi)
over mij
וַ֝תְּכַסֵּ֗נִי
(vatekhaseni)
en bedekt mij
פַּלָּצֽוּת
(palatsut)
huivering
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Ik zei: „Wie geeft mij vleugels als een duif! Dan zou ik wegvliegen en mij vestigen.
וָאֹמַ֗ר
(vaomar)
en ik zei
מִֽי
(mi)
wie
יִתֶּן
(yiten)
geeft
לִּ֣י
(li)
mij
אֵ֭בֶר
(ever)
vleugels
כַּיּוֹנָ֗ה
(kayona)
als een duif
אָע֥וּפָה
(aufa)
ik zou wegvliegen
וְאֶשְׁכֹּֽנָה
(veeshkona)
en mij vestigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵבֶר (ever), ‘vleugel’: de dichter verlangt ernaar weg te vliegen.

De duif is hier het beeld van vrijheid en rust.

8Zie, ik zou ver wegvluchten; ik zou overnachten in de woestijn. Sela.
הִ֭נֵּה
(hine)
zie
אַרְחִ֣יק
(archiq)
ik zou ver weggaan
נְדֹ֑ד
(nedod)
vluchtend
אָלִ֖ין
(alin)
ik zou overnachten
בַּמִּדְבָּ֣ר
(bamidbar)
in de woestijn
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

9Ik zou mij haasten naar een vluchtplaats, weg van de loeiende wind en de storm.”
אָחִ֣ישָׁה
(achisha)
ik zou mij haasten
מִפְלָ֣ט
(miflat)
een vluchtplaats
לִ֑י
(li)
voor mij
מֵר֖וּחַ
(meruach)
weg van de wind
סֹעָ֣ה
(soa)
loeiende
מִסָּֽעַר
(misaar)
weg van de storm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֹעָה (so’ah), ‘loeiend’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis (‘razend, loeiend’) is onzeker.

Geweld en twist in de stad

10Verslind, mijn Heer, verdeel hun tong, want ik zie geweld en twist in de stad.
בַּלַּ֣ע
(bala)
verslind
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
פַּלַּ֣ג
(palag)
verdeel
לְשׁוֹנָ֑ם
(leshonam)
hun tong
כִּֽי
(ki)
want
רָאִ֨יתִי
(raiti)
ik zie
חָמָ֖ס
(chamas)
geweld
וְרִ֣יב
(veriv)
en twist
בָּעִֽיר
(bair)
in de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh.

פַּלַּג לְשׁוֹנָם (pallag leshonam), ‘verdeel hun tong’: laat hun spraak uiteenvallen, zodat hun plannen mislukken. Het Hebreeuws zegt geen voorwerp bij ‘verslind’; wij vertalen letterlijk.

11Dag en nacht gaan zij rond op haar muren; ongerechtigheid en moeite zijn binnen in haar.
יוֹמָ֤ם
(yomam)
overdag
וָלַ֗יְלָה
(valayla)
en 's nachts
יְסוֹבְבֻ֥הָ
(yesovevuha)
gaan zij rond
עַל
(al)
op
חוֹמֹתֶ֑יהָ
(chomoteiha)
haar muren
וְאָ֖וֶן
(veaven)
en ongerechtigheid
וְעָמָ֣ל
(veamal)
en moeite
בְּקִרְבָּֽהּ
(beqirbah)
binnen in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Verderf is binnen in haar. Onderdrukking en bedrog wijken niet van haar plein.
הַוּ֥וֹת
(hauot)
verderf
בְּקִרְבָּ֑הּ
(beqirbah)
binnen in haar
וְֽלֹא
(velo)
en niet
יָמִ֥ישׁ
(yamish)
wijkt
מֵ֝רְחֹבָ֗הּ
(merechovah)
van haar plein
תֹּ֣ךְ
(tokh)
onderdrukking
וּמִרְמָֽה
(umirma)
en bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֹּךְ (tokh), ‘onderdrukking’: druk en uitbuiting.

רְחוֹב (rechov), ‘plein’: de open plaats bij de stadspoort.

Het verraad van mijn vertrouweling

13Want het is niet een vijand die mij smaadt, dat zou ik dragen. Het is niet mijn hater die zich groot maakt tegen mij, dan zou ik mij voor hem verbergen.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
אוֹיֵ֥ב
(oyev)
een vijand
יְחָֽרְפֵ֗נִי
(yecharefeni)
smaadt mij
וְאֶ֫שָּׂ֥א
(veesa)
en ik zou het dragen
לֹֽא
(lo)
niet
מְ֭שַׂנְאִי
(mesani)
mijn hater
עָלַ֣י
(alay)
tegen mij
הִגְדִּ֑יל
(higdil)
maakte zich groot
וְאֶסָּתֵ֥ר
(veesater)
en ik zou mij verbergen
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Maar jij, een man van mijn rang, mijn vertrouweling en mijn bekende,
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
אֱנ֣וֹשׁ
(enosh)
een man
כְּעֶרְכִּ֑י
(keerki)
als mijn rang
אַ֝לּוּפִ֗י
(alufi)
mijn vertrouweling
וּמְיֻדָּֽעִי
(umeyudai)
en mijn bekende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱנוֹשׁ (enosh), ‘man’: een mens.

כְּעֶרְכִּי (ke’erki), letterlijk ‘volgens mijn rang’: iemand die gelijk is aan de dichter.

15wij die samen zoete vertrouwelijkheid deelden, liepen in het huis van Elohim tussen de menigte.
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wij die
יַ֭חְדָּו
(yachdav)
samen
נַמְתִּ֣יק
(namtiq)
zoet maakten
ס֑וֹד
(sod)
vertrouwelijkheid
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
נְהַלֵּ֥ךְ
(nehalekh)
liepen wij
בְּרָֽגֶשׁ
(beragesh)
in de menigte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘vertrouwelijkheid’: een innig, vertrouwelijk gesprek in de kring van vertrouwelingen.

16Moge de dood hen overvallen. Mogen zij levend afdalen naar Sjeol, want er is kwaad in hun woonplaats, in hun binnenste.
יַשִּׁ֤י
(yashi)
moge overvallen
מָ֨וֶת
(mavet)
dood
עָלֵ֗ימוֹ
(aleimo)
hen
יֵרְד֣וּ
(yeredu)
mogen afdalen
שְׁא֣וֹל
(sheol)
naar Sjeol
חַיִּ֑ים
(chayim)
levend
כִּֽי
(ki)
want
רָע֖וֹת
(raot)
kwaad
בִּמְגוּרָ֣ם
(bimguram)
in hun woonplaats
בְּקִרְבָּֽם
(beqirbam)
in hun binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden.

‘Levend naar Sjeol afdalen’ is een vloek; vergelijk wat met Korach en de zijnen gebeurde in Num. 16:30–33.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יְשִׁימָוֶת (yeshimavet).

De te lezen vorm (qere) is יַשִּׁי מָוֶת (yashi mavet), ‘moge de dood hen overvallen’.

Wij volgen de qere; de vorm van het werkwoord is onzeker.

Ik roep tot Elohim

17Ik roep tot Elohim, en Yahweh zal mij redden.
אֲ֭נִי
(ani)
ik
אֶל
(el)
tot
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
אֶקְרָ֑א
(eqra)
roep ik
וַ֝יהוָ֗ה
(vaYahweh)
en Yahweh
יוֹשִׁיעֵֽנִי
(yoshieni)
zal mij redden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In deze psalm uit de Elohistische psalter staat de naam Yahweh in dit vers en in vers 23.

18Avond, morgen en middag klaag ik en kreun ik, en Hij hoort mijn stem.
עֶ֤רֶב
(erev)
avond
וָבֹ֣קֶר
(vavoqer)
en morgen
וְ֭צָהֳרַיִם
(vetsahorayim)
en middag
אָשִׂ֣יחָה
(asicha)
klaag ik
וְאֶהֱמֶ֑ה
(veeheme)
en kreun ik
וַיִּשְׁמַ֥ע
(vayishma)
en Hij hoort
קוֹלִֽי
(qoli)
mijn stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Hij heeft mijn ziel in vrede vrijgekocht uit de strijd tegen mij, want met velen waren zij tegen mij.
פָּ֘דָ֤ה
(pada)
Hij heeft vrijgekocht
בְשָׁל֣וֹם
(beshalom)
in vrede
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
מִקֲּרָב
(miqarav)
uit de strijd
לִ֑י
(li)
tegen mij
כִּֽי
(ki)
want
בְ֝רַבִּ֗ים
(berabim)
met velen
הָי֥וּ
(hayu)
waren zij
עִמָּדִֽי
(imadi)
bij mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Dit vers is moeilijk.

De woorden כִּי בְרַבִּים הָיוּ עִמָּדִי (ki verabbim hayu immadi) zeggen letterlijk ‘want met velen waren zij bij mij’.

Wij lezen: ‘met velen waren zij tegen mij’, zoals de samenhang eist.

Mogelijk is ook: ‘velen stonden aan mijn zijde’.

20El hoort en antwoordt hen, Hij die van oudsher troont. Sela. Zij kennen geen verandering en vrezen Elohim niet.
יִשְׁמַ֤ע
(yishma)
hoort
אֵ֨ל
(el)
El
וְֽיַעֲנֵם֮
(veyaanem)
en antwoordt hen
וְיֹ֤שֵׁ֥ב
(veyoshev)
en Hij die troont
קֶ֗דֶם
(qedem)
van oudsher
סֶ֥לָה
(sela)
Sela
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
חֲלִיפ֣וֹת
(chalifot)
verandering
לָ֑מוֹ
(lamo)
voor hen
וְלֹ֖א
(velo)
en niet
יָרְא֣וּ
(yareu)
vrezen zij
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲלִיפוֹת (chaliphot), ‘verandering’: het woord kan ‘wisseling’ of ‘ommekeer’ betekenen; de betekenis is onzeker.

יֹשֵׁב קֶדֶם (yoshev qedem), ‘Hij die van oudsher troont’: Elohim, de Koning van oudsher.

21Hij heeft zijn handen uitgestrekt tegen zijn bondgenoten. Hij heeft zijn verbond ontwijd.
שָׁלַ֣ח
(shalach)
hij heeft uitgestrekt
יָ֭דָיו
(yadav)
zijn handen
בִּשְׁלֹמָ֗יו
(bishlomav)
tegen zijn bondgenoten
חִלֵּ֥ל
(chilel)
hij heeft ontwijd
בְּרִיתֽוֹ
(berito)
zijn verbond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In vers 21–22 spreekt de dichter niet meer tegen de vriend uit vers 14–15, maar over ‘hij’.

Het blijft onzeker of dezelfde man bedoeld is.

בִּשְׁלֹמָיו (bishlomav), ‘tegen zijn bondgenoten’: letterlijk ‘tegen zijn vredesgenoten’.

22Zijn mond is gladder dan boter, maar oorlog is in zijn hart. Zijn woorden zijn zachter dan olie, maar het zijn getrokken zwaarden.
חָלְק֤וּ
(chalequ)
glad zijn
מַחְמָאֹ֣ת
(machmaot)
boter
פִּיו֮
(piv)
van zijn mond
וּֽקֲרָב
(uqarav)
en oorlog
לִ֫בּ֥וֹ
(libo)
in zijn hart
רַכּ֖וּ
(raku)
zachter zijn
דְבָרָ֥יו
(devarav)
zijn woorden
מִשֶּׁ֗מֶן
(mishemen)
dan olie
וְהֵ֣מָּה
(vehema)
en zij
פְתִחֽוֹת
(petichot)
getrokken zwaarden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Werp je last op Yahweh

23Werp je last op Yahweh, en Hij zal je ondersteunen. Hij zal de rechtvaardige nooit laten wankelen.
הַשְׁלֵ֤ךְ
(hashlekh)
werp
עַל
(al)
op
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
יְהָבְךָ֮
(yehavekha)
je last
וְה֪וּא
(vehu)
en Hij
יְכַ֫לְכְּלֶ֥ךָ
(yekhalkelekha)
zal je ondersteunen
לֹא
(lo)
niet
יִתֵּ֖ן
(yiten)
zal toelaten
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
מ֗וֹט
(mot)
wankelen
לַצַּדִּֽיק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהָבְךָ (yehavcha), ‘je last’: een zeldzaam woord; de betekenis ‘last’ is gangbaar, maar niet zeker.

יְכַלְכְּלֶךָ (yekalkelecha), ‘Hij zal je ondersteunen’: onderhouden, vasthouden.

24Maar U, Elohim, zult hen laten afdalen naar de put van de kuil. Mannen van bloed en bedrog zullen de helft van hun dagen niet bereiken. Maar ik vertrouw op U.
וְאַתָּ֤ה
(veata)
en U
אֱלֹהִ֨ים
(Elohim)
Elohim
תּוֹרִדֵ֬ם
(toridem)
zult hen laten afdalen
לִבְאֵ֬ר
(liver)
naar de put van
שַׁ֗חַת
(shachat)
de kuil
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
mannen van
דָמִ֣ים
(damim)
bloed
וּ֭מִרְמָה
(umirma)
en bedrog
לֹא
(lo)
niet
יֶחֱצ֣וּ
(yechetsu)
zullen halveren
יְמֵיהֶ֑ם
(yemeihem)
hun dagen
וַ֝אֲנִ֗י
(vaani)
maar ik
אֶבְטַח
(evtach)
vertrouw
בָּֽךְ
(bakh)
op U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּאֵר שַׁחַת (be’er shachat), ‘de put van de kuil’: de diepte van het dodenrijk.

לֹא יֶחֱצוּ (lo yechetsu), ‘zij zullen niet halveren’: zij bereiken niet eens de helft van hun dagen.