Elohim Bijbel

Psalmen 64

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim schiet een pijl op hen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

Bescherm mijn leven tegen de vijand

2Hoor mijn stem, Elohim, in mijn klacht. Behoed mijn leven voor de schrik van de vijand.
שְׁמַע
(shema)
hoor
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
קוֹלִ֣י
(qoli)
mijn stem
בְשִׂיחִ֑י
(besichi)
in mijn klacht
מִפַּ֥חַד
(mipachad)
voor de schrik van
א֝וֹיֵ֗ב
(oyev)
de vijand
תִּצֹּ֥ר
(titsor)
behoed
חַיָּֽי
(chayay)
mijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׂיחַ (sichah), ‘klacht’: een zucht, een gesprek met Elohim in nood.

Het kan ook ‘gepeins’ betekenen.

3Verberg mij voor het geheime beraad van de kwaaddoeners, voor de woelige menigte van onrechtdoeners.
תַּ֭סְתִּירֵנִי
(tastireni)
verberg mij
מִסּ֣וֹד
(misod)
voor het beraad van
מְרֵעִ֑ים
(mereim)
kwaaddoeners
מֵ֝רִגְשַׁ֗ת
(merigshat)
voor de woelige menigte van
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
daders van
אָֽוֶן
(aven)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘geheim beraad’: een vergadering waar men in het geheim plannen smeedt.

Zij scherpen hun tong als een zwaard

4Zij hebben hun tong geslepen als een zwaard. Zij hebben hun pijl gespannen: een bitter woord.
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
שָׁנְנ֣וּ
(shanenu)
hebben geslepen
כַחֶ֣רֶב
(kacherev)
als een zwaard
לְשׁוֹנָ֑ם
(leshonam)
hun tong
דָּרְכ֥וּ
(darekhu)
zij hebben gespannen
חִ֝צָּ֗ם
(chitsam)
hun pijl
דָּבָ֥ר
(davar)
woord
מָֽר
(mar)
bitter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tong als zwaard en het woord als pijl: beelden van laster en leugen.

Vergelijk Ps. 57:5.

5Zo schieten zij in het verborgene op de onberispelijke. Plotseling schieten zij op hem en vrezen niet.
לִיר֣וֹת
(lirot)
om te schieten
בַּמִּסְתָּרִ֣ים
(bamistarim)
in het verborgene
תָּ֑ם
(tam)
op de onberispelijke
פִּתְאֹ֥ם
(pitom)
plotseling
יֹ֝רֻ֗הוּ
(yoruhu)
schieten zij op hem
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִירָֽאוּ
(yirau)
vrezen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תָּם (tam), ‘onberispelijke’: iemand die zonder schuld is.

6Zij sterken zich in een kwaad plan. Zij praten over het verbergen van strikken. Zij zeggen: „Wie ziet ons?”
יְחַזְּקוּ
(yechazequ)
zij sterken
לָ֨מוֹ
(lamo)
zich
דָּ֘בָ֤ר
(davar)
zaak
רָ֗ע
(ra)
kwaad
יְֽ֭סַפְּרוּ
(yesaperu)
zij praten
לִטְמ֣וֹן
(litmon)
over het verbergen van
מוֹקְשִׁ֑ים
(moqeshim)
strikken
אָ֝מְר֗וּ
(ameru)
zij zeggen
מִ֣י
(mi)
wie
יִרְאֶה
(yire)
zal zien
לָּֽמוֹ
(lamo)
ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Zij speuren onrecht na: „Wij zijn klaar, het plan is uitgedacht.” Het binnenste van een man en zijn hart zijn diep.
יַֽחְפְּֽשׂוּ
(yachpesu)
zij speuren na
עוֹלֹ֗ת
(olot)
onrecht
תַּ֭מְנוּ
(tamnu)
wij zijn klaar
חֵ֣פֶשׂ
(chefes)
plan
מְחֻפָּ֑שׂ
(mechupas)
uitgedacht
וְקֶ֥רֶב
(veqerev)
en het binnenste van
אִ֝֗ישׁ
(ish)
een man
וְלֵ֣ב
(velev)
en hart
עָמֹֽק
(amoq)
diep
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

Het Hebreeuws herhaalt het woord ‘speuren’ (חפש): ‘zij speuren onrecht na, een uitgespeurd plan’.

Wij vertalen letterlijk.

Lezing

De zin ‘Wij zijn klaar, het plan is uitgedacht’ (תַּמְנוּ חֵפֶשׂ מְחֻפָּשׂ) staat bij ons als wat de vijanden zeggen.

Het kan ook de dichter zijn die over hen spreekt.

De tekst is onzeker.

Elohim treft hen

8Dan schiet Elohim een pijl op hen. Plotseling zijn hun wonden er.
וַיֹּרֵ֗ם
(vayorem)
en schiet
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
חֵ֥ץ
(chets)
pijl
פִּתְא֑וֹם
(pitom)
plotseling
הָ֝י֗וּ
(hayu)
zijn
מַכּוֹתָֽם
(makotam)
hun wonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיֹּרֵם (vayyorem), ‘dan schiet Hij hen’: Elohim doet met de vijand wat zij met anderen deden.

Zij schoten pijlen van woorden; nu schiet Hij een echte pijl.

9Zij laten hem struikelen: hun eigen tong is tegen hen. Allen die hen zien, schudden het hoofd.
וַיַּכְשִׁיל֣וּהוּ
(vayakhshiluhu)
en zij laten hem struikelen
עָלֵ֣ימוֹ
(aleimo)
tegen hen
לְשׁוֹנָ֑ם
(leshonam)
hun tong
יִ֝תְנֹדֲד֗וּ
(yitnodadu)
schudden het hoofd
כָּל
(kal)
allen
רֹ֥אֵה
(roe)
die ziet
בָֽם
(bam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְנֹדְדוּ (yitnodedu), ‘schudden het hoofd’: het werkwoord betekent ook ‘wegvluchten’ of ‘zwerven’.

De betekenis is onzeker.

10Dan vrezen alle mensen. Zij verkondigen het werk van Elohim en beseffen wat Hij heeft gedaan.
וַיִּֽירְא֗וּ
(vayireu)
en zij vrezen
כָּל
(kal)
alle
אָ֫דָ֥ם
(adam)
mensen
וַ֭יַּגִּידוּ
(vayagidu)
en zij verkondigen
פֹּ֥עַל
(poal)
werk van
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
וּֽמַעֲשֵׂ֥הוּ
(umaasehu)
en Zijn daad
הִשְׂכִּֽילוּ
(hiskilu)
beseffen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wat Elohim doet, ziet iedereen, en dat maakt dat de mensen Hem vrezen.

De rechtvaardige verheugt zich in Yahweh

11De rechtvaardige zal zich verheugen in Yahweh en bij Hem schuilen. Alle oprechten van hart zullen zich beroemen.
יִשְׂמַ֬ח
(yismach)
verheugt zich
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardige
בַּ֭יהוָה
(baYahweh)
in Yahweh
וְחָ֣סָה
(vechasa)
en schuilt
ב֑וֹ
(bo)
bij Hem
וְ֝יִתְהַֽלְל֗וּ
(veyithallu)
en zullen zich beroemen
כָּל
(kal)
alle
יִשְׁרֵי
(yishrei)
oprechten van
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְהַלְלוּ (yithallelu), ‘zich beroemen’: zich beroemen in Yahweh, dat is Hem prijzen.