Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift
1Voor de koorleider. Op Machalat. Een maskil van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
op
מָחֲלַ֗ת
(machalat)
Machalat
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Psalm 14 heeft bijna dezelfde tekst. In de Elohistische psalter (Ps. 42–83) staat hier Elohim waar Ps. 14 Yahweh heeft (vers 3, 5 en 7). Vers 6 is hier veel langer dan Ps. 14:5–6.
לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.
עַל־מָחֲלַת (al-machalat), ‘op Machalat’: een muziekterm; de betekenis is onzeker. Het kan een melodie, een instrument of een thema zijn (het woord lijkt op ‘ziekte’ of ‘reidans’). Wij laten het staan. Zie ook Ps. 88:1.
מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan.
6Daar sidderden zij van angst, waar geen angst was. Want Elohim heeft de beenderen verstrooid van wie tegen jou kampeert. Jij hebt hen beschaamd, want Elohim heeft hen verworpen.
שָׁ֤ם
(sham)
daar
פָּֽחֲדוּ
(pachadu)
sidderden zij
פַחַד֮
(pachad)
van angst
לֹא
(lo)
niet
הָ֪יָה֫
(haya)
was
פָ֥חַד
(pachad)
angst
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
פִּ֭זַּר
(pizar)
heeft verstrooid
עַצְמ֣וֹת
(atsmot)
beenderen van
חֹנָ֑ךְ
(chonakh)
wie tegen jou kampeert
הֱ֝בִשֹׁ֗תָה
(hevishota)
jij hebt beschaamd
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
מְאָסָֽם
(measam)
heeft hen verworpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Dit vers is veel langer dan het overeenkomende Ps. 14:5–6.
חֹנָךְ (chonach), letterlijk ‘je kampeerder’: het woord is moeilijk; wij vertalen ‘wie tegen jou kampeert’, de belegeraars.
Het is niet duidelijk wie met ‘jij’ is bedoeld, waarschijnlijk het volk van Elohim.