Elohim Bijbel

Psalmen 125

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Vast als de berg Sion

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Vast als de berg Sion

1Een lied van de opgangen. Wie op Yahweh vertrouwen, zijn als de berg Sion: die wankelt niet, die blijft voor eeuwig.
שִׁ֗יר
(shir)
lied van
הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת
(hamaalot)
de opgangen
הַבֹּטְחִ֥ים
(habotechim)
die vertrouwen
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
op Yahweh
כְּֽהַר
(kehar)
als berg
צִיּ֥וֹן
(tsiyon)
Sion
לֹא
(lo)
niet
יִ֝מּ֗וֹט
(yimot)
wankelt
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor altijd
יֵשֵֽׁב
(yeshev)
blijft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Het Hebreeuws zegt niet duidelijk wie ‘blijft’: de berg Sion of de mensen die vertrouwen.

Wij lezen: de berg.

Het beeld laat beide gedachten toe.

2Jeruzalem heeft bergen rondom zich, en Yahweh is rondom Zijn volk, van nu af en voor eeuwig.
יְֽרוּשָׁלִַ֗ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
הָרִים֮
(harim)
bergen
סָבִ֪יב
(saviv)
rondom
לָ֥הּ
(lah)
haar
וַ֭יהוָה
(vaYahweh)
en Yahweh
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
לְעַמּ֑וֹ
(leamo)
Zijn volk
מֵ֝עַתָּ֗ה
(meata)
van nu af
וְעַד
(vead)
en tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Het lot van de rechtvaardigen

3Want de scepter van de goddeloosheid blijft niet rusten op het lot van de rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrechtvaardigheid.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֪א
(lo)
niet
יָנ֡וּחַ
(yanuach)
zal rusten
שֵׁ֤בֶט
(shevet)
scepter van
הָרֶ֗שַׁע
(haresha)
de goddeloosheid
עַל֮
(al)
op
גּוֹרַ֪ל
(goral)
lot van
הַֽצַּדִּ֫יקִ֥ים
(hatsadiqim)
de rechtvaardigen
לְמַ֡עַן
(lemaan)
opdat
לֹא
(lo)
niet
יִשְׁלְח֖וּ
(yishlechu)
uitstrekken
הַצַּדִּיקִ֨ים
(hatsadiqim)
de rechtvaardigen
בְּעַוְלָ֬תָה
(beavlata)
naar onrechtvaardigheid
יְדֵיהֶֽם
(yedeihem)
hun handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׁבֶט (shevet), ‘scepter’: de staf van wie heerst.

גּוֹרָל (goral), ‘lot’: het deel dat bij loting is toegewezen, hier het land van de rechtvaardigen.

עַוְלָתָה (avlatah), ‘onrechtvaardigheid’: geschreven als עולתה (olatah).

4Doe goed, Yahweh, aan de goeden en aan wie oprecht zijn in hun hart.
הֵיטִ֣יבָה
(heitiva)
doe goed
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לַטּוֹבִ֑ים
(latovim)
aan de goeden
וְ֝לִֽישָׁרִ֗ים
(velisharim)
en aan de oprechten
בְּלִבּוֹתָֽם
(belibotam)
in hun harten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Maar wie afbuigen naar hun kronkelwegen, hen zal Yahweh wegvoeren met de werkers van het onrecht. Vrede over Israël!
וְהַמַּטִּ֤ים
(vehamatim)
en die afbuigen
עַֽקַלְקַלּוֹתָ֗ם
(aqalqalotam)
naar hun kronkelwegen
יוֹלִיכֵ֣ם
(yolikhem)
Yahweh laat gaan
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
פֹּעֲלֵ֣י
(poalei)
werkers van
הָאָ֑וֶן
(haaven)
het onrecht
שָׁ֝ל֗וֹם
(shalom)
vrede
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲקַלְקַלּוֹת (aqalqallot), ‘kronkelwegen’: omwegen die van het rechte pad afgaan.

אָוֶן (aven), ‘onrecht’: zoals in Job 31:3.