Open in de app Alle boeken Psalmen ← 112 114 → Psalmen 113 Yahweh verheft de geringe
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Prijs de naam van Yahweh 1 Halleluja! Prijs, dienaren van Yahweh, prijs de naam van Yahweh.
עַבְדֵ֣י
(avdei)
dienaren van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַלְלוּ־יָהּ (halelu-Yah), ‘Halleluja’: letterlijk ‘prijst Jah’.
יָהּ (Jah) is een korte vorm van de naam Yahweh.
Zie ook Exod. 15:2.
Psalm 113 tot en met 118 heten samen het Hallel (‘lofzang’). In de joodse overlevering worden ze bij de feesten gezongen, vooral bij Pesach.
2 Gezegend zij de naam van Yahweh, van nu af en voor eeuwig.
מְבֹרָ֑ךְ
(mevorakh)
gezegend
מֵֽ֝עַתָּ֗ה
(meata)
van nu af
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Van de opkomst van de zon tot haar ondergang is de naam van Yahweh te prijzen.
מִמִּזְרַח
(mimizrach)
van de opkomst van
מְבוֹא֑וֹ
(mevoo)
haar ondergang
מְ֝הֻלָּ֗ל
(mehulal)
te prijzen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְהֻלָּל (mehullal), ‘te prijzen’: de naam van Yahweh verdient lof, overal van oost naar west.
Het woord kan ook als wens gelezen worden (‘geprezen zij’).
Wij lezen een vaststelling.
Hoog boven alle volken 4 Hoog boven alle volken is Yahweh, boven de hemel is Zijn heerlijkheid.
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
כְּבוֹדֽוֹ
(kevodo)
Zijn heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5 Wie is als Yahweh, onze Elohim, die hoog zetelt,
כַּיהוָ֣ה
(kaYahweh)
is als Yahweh
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
הַֽמַּגְבִּיהִ֥י
(hamagbihi)
die Zich verheft
לָשָֽׁבֶת
(lashavet)
om te zetelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַמַּגְבִּיהִי לָשָׁבֶת (hammagbihi lashavet), ‘die hoog zetelt’: letterlijk ‘die Zich hoog maakt om te wonen’.
Yahweh zetelt hoog, en toch buigt Hij Zich diep naar beneden (vers 6).
6 die Zich diep buigt om te zien, in de hemel en op de aarde?
הַֽמַּשְׁפִּילִ֥י
(hamashpili)
die Zich diep buigt
לִרְא֑וֹת
(lirot)
om te zien
בַּשָּׁמַ֥יִם
(bashamayim)
in de hemel
וּבָאָֽרֶץ
(uvaarets)
en op de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Hij richt de geringe op 7 Hij richt de geringe op uit het stof; uit de asbelt verheft Hij de arme,
מְקִֽימִ֣י
(meqimi)
die opricht
מֵֽ֝אַשְׁפֹּ֗ת
(meashpot)
uit de asbelt
יָרִ֥ים
(yarim)
verheft Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vers 7–8 lijken sterk op het lied van Hanna: zie 1 Sam. 2:8.
אַשְׁפֹּת (ashpot), ‘asbelt’: de plaats waar as en afval werden gestort.
8 om hem te laten zitten bij de edelen, bij de edelen van Zijn volk.
לְהוֹשִׁיבִ֥י
(lehoshivi)
om te laten zitten
נְדִיבִ֑ים
(nedivim)
edelen
נְדִיבֵ֥י
(nedivei)
edelen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Hij laat de onvruchtbare vrouw in het huis wonen als een blijde moeder van zonen. Halleluja!
מֽוֹשִׁיבִ֨י
(moshivi)
die laat wonen
עֲקֶ֬רֶת
(aqeret)
onvruchtbare van
הַבַּ֗יִת
(habayit)
het huis
הַבָּנִ֥ים
(habanim)
de zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲקֶרֶת הַבַּיִת (aqeret habbayit), ‘de onvruchtbare van het huis’: een vrouw die zonder kinderen in huis woont.
Vergelijk 1 Sam. 2:5.
בָּנִים (banim) betekent ‘zonen’ en soms ‘kinderen’. Wij vertalen ‘zonen’, zoals in 1 Sam. 2:5.