Elohim Bijbel

Psalmen 45

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een lied voor de koning op zijn bruiloft

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Op „Lelies”. Van de zonen van Korach. Een maskil. Een lied van liefde.
לַמְנַצֵּ֣חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַל
(al)
op
שֹׁ֭שַׁנִּים
(shoshanim)
lelies
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹ֑רַח
(qorach)
Korach
מַ֝שְׂכִּ֗יל
(maskil)
maskil
שִׁ֣יר
(shir)
lied van
יְדִידֹֽת
(yedidot)
liefde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל־שֹׁשַׁנִּים (al shoshannim), ‘op Lelies’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een instrument; de betekenis is onzeker.

שִׁיר יְדִידֹת (shir yedidot), ‘een lied van liefde’: ook dit is onzeker; het kan ook ‘lied van geliefden’ betekenen.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Dit lied is gericht tot een koning op zijn bruiloft. In de verzen 2–10 spreekt de dichter tot de koning, in 11–16 tot de bruid, en in 17–18 weer tot de koning. Wij schrijven ‘u’ voor de koning en ‘je’ voor de bruid.

Mijn tong is de pen van een schrijver

2Mijn hart borrelt over van een goed woord. Ik zeg: mijn werk is voor een koning. Mijn tong is de pen van een vlugge schrijver.
רָ֘חַ֤שׁ
(rachash)
borrelt over
לִבִּ֨י
(libi)
mijn hart
דָּ֘בָ֤ר
(davar)
van een woord
ט֗וֹב
(tov)
goed
אֹמֵ֣ר
(omer)
ik zeg
אָ֭נִי
(ani)
ik
מַעֲשַׂ֣י
(maasay)
mijn werk
לְמֶ֑לֶךְ
(lemelekh)
voor een koning
לְ֝שׁוֹנִ֗י
(leshoni)
mijn tong
עֵ֤ט
(et)
pen van
סוֹפֵ֬ר
(sofer)
schrijver
מָהִֽיר
(mahir)
vlugge
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Lof voor de koning

3U bent mooier dan de mensenkinderen. Gunst is uitgegoten over uw lippen. Daarom heeft Elohim u gezegend voor eeuwig.
יָפְיָפִ֡יתָ
(yafeyafita)
u bent zeer mooi
מִבְּנֵ֬י
(mibenei)
meer dan de zonen van
אָדָ֗ם
(adam)
mens
ה֣וּצַק
(hutsaq)
is uitgegoten
חֵ֭ן
(chen)
gunst
בְּשְׂפְתוֹתֶ֑יךָ
(besefetoteikha)
over uw lippen
עַל
(al)
daarom
כֵּ֤ן
(ken)
(zo)
בֵּֽרַכְךָ֖
(berakhkha)
heeft u gezegend
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵן (chen), ‘gunst’: de aantrekkelijkheid waarmee iemand welwillendheid wekt.

4Gord uw zwaard aan uw heup, held, met uw luister en uw pracht.
חֲגֽוֹר
(chagor)
gord
חַרְבְּךָ֣
(charbekha)
uw zwaard
עַל
(al)
om
יָרֵ֣ךְ
(yarekh)
heup
גִּבּ֑וֹר
(gibor)
held
ה֝וֹדְךָ֗
(hodekha)
uw luister
וַהֲדָרֶֽךָ
(vahadarekha)
en uw pracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5En in uw pracht, wees voorspoedig: rijd voor de zaak van waarheid, nederigheid en gerechtigheid. Laat uw rechterhand u ontzagwekkende daden leren.
וַהֲדָ֬רְךָ֨
(vahadarekha)
en uw pracht
צְלַ֬ח
(tselach)
wees voorspoedig
רְכַ֗ב
(rekhav)
rijd
עַֽל
(al)
voor
דְּבַר
(devar)
zaak van
אֱ֭מֶת
(emet)
waarheid
וְעַנְוָה
(veanva)
en nederigheid
צֶ֑דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
וְתוֹרְךָ֖
(vetorekha)
en laat u leren
נוֹרָא֣וֹת
(noraot)
ontzagwekkende daden
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
uw rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְעַנְוָה־צֶדֶק (ve’anvah-tsedek), ‘nederigheid, gerechtigheid’: de woorden staan zo kort naast elkaar dat ook ‘rechtvaardige nederigheid’ mogelijk is.

Het Hebreeuws is hier moeilijk; de betekenis is onzeker.

6Uw pijlen zijn scherp. Volken vallen onder u, in het hart van de vijanden van de koning.
חִצֶּ֗יךָ
(chitseikha)
uw pijlen
שְׁנ֫וּנִ֥ים
(shenunim)
scherp
עַ֭מִּים
(amim)
volken
תַּחְתֶּ֣יךָ
(tachteikha)
onder u
יִפְּל֑וּ
(yipelu)
vallen
בְּ֝לֵ֗ב
(belev)
in het hart van
אוֹיְבֵ֥י
(oyevei)
vijanden van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Uw troon, Elohim, blijft voor eeuwig en altijd. De scepter van uw koningschap is een scepter van rechtheid.
כִּסְאֲךָ֣
(kisakha)
uw troon
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
עוֹלָ֣ם
(olam)
eeuwig
וָעֶ֑ד
(vaed)
en altijd
שֵׁ֥בֶט
(shevet)
scepter van
מִ֝ישֹׁ֗ר
(mishor)
rechtheid
שֵׁ֣בֶט
(shevet)
scepter van
מַלְכוּתֶֽךָ
(malkhutekha)
uw koningschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּסְאֲךָ אֱלֹהִים (kis’acha Elohim), ‘uw troon, Elohim’: het Hebreeuws laat meer dan één lezing toe.

Mogelijk spreekt de dichter de koning aan met ‘Elohim’ (ook omdat de koning Elohim vertegenwoordigt); of het is ‘Uw troon is van Elohim’, of ‘uw goddelijke troon’.

Wij vertalen letterlijk.

Zie ook Hebr. 1:8–9.

8U hebt gerechtigheid liefgehad en goddeloosheid gehaat. Daarom heeft Elohim, uw Elohim, u gezalfd met olie van vreugde boven uw metgezellen.
אָהַ֣בְתָּ
(ahavta)
u hebt liefgehad
צֶּדֶק֮
(tsedeq)
gerechtigheid
וַתִּשְׂנָ֫א
(vatisna)
en gehaat
רֶ֥שַׁע
(resha)
goddeloosheid
עַל
(al)
daarom
כֵּ֤ן
(ken)
(zo)
מְשָׁחֲךָ֡
(meshachakha)
heeft u gezalfd
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
אֱ֭לֹהֶיךָ
(eloheikha)
uw Elohim
שֶׁ֥מֶן
(shemen)
olie van
שָׂשׂ֗וֹן
(sason)
vreugde
מֵֽחֲבֵרֶֽיךָ
(mechavereikha)
boven uw metgezellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Olie van vreugde’: de zalving op de dag van de bruiloft.

Het woord ‘gezalfd’ (מְשָׁחֲךָ, meshachacha) is hetzelfde grondwoord als ‘gezalfde’ (masjiach).

9Al uw kleren geuren naar mirre, aloë en kassia. Uit ivoren paleizen verheugen snaren u.
מֹר
(mor)
mirre
וַאֲהָל֣וֹת
(vaahalot)
en aloë
קְ֭צִיעוֹת
(qetsiot)
kassia
כָּל
(kal)
al
בִּגְדֹתֶ֑יךָ
(bigdoteikha)
uw kleren
מִֽן
(min)
uit
הֵ֥יכְלֵי
(heikhelei)
paleizen van
שֵׁ֝֗ן
(shen)
ivoor
מִנִּ֥י
(mini)
snaren
שִׂמְּחֽוּךָ
(simechukha)
verheugen u
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws staat hier geen werkwoord: ‘mirre en aloë en kassia, al uw kleren’.

Wij voegen ‘geuren naar’ toe.

מִנִּי (minni), ‘snaren’: waarschijnlijk snaarinstrumenten; de betekenis is onzeker.

Ofir (vers 10) is een land van goud; zie ook 1 Kon. 9:28.

10Koningsdochters zijn onder uw geliefden. De koningin staat aan uw rechterhand, in goud van Ofir.
בְּנ֣וֹת
(benot)
dochters van
מְ֭לָכִים
(melakhim)
koningen
בְּיִקְּרוֹתֶ֑יךָ
(beyiqeroteikha)
onder uw geliefden
נִצְּבָ֥ה
(nitseva)
staat
שֵׁגַ֥ל
(shegal)
koningin
לִֽ֝ימִינְךָ֗
(liminekha)
aan uw rechterhand
בְּכֶ֣תֶם
(bekhetem)
in goud van
אוֹפִֽיר
(ofir)
Ofir
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ofir (Arabië?): De ligging van Ofir is onzeker.

Eén voorstel is het zuidwesten van Arabië.

Zie Ofir (Oost-Afrika?): Een ander voorstel voor Ofir is de kust van Oost-Afrika (de Hoorn van Afrika); ook India is voorgesteld.

Woorden tot de koningsbruid

11Luister, dochter, kijk en neig je oor. Vergeet je volk en het huis van je vader.
שִׁמְעִי
(shimi)
luister
בַ֣ת
(bat)
dochter
וּ֭רְאִי
(urei)
en kijk
וְהַטִּ֣י
(vehati)
en neig
אָזְנֵ֑ךְ
(azenekh)
je oor
וְשִׁכְחִ֥י
(veshikhchi)
en vergeet
עַ֝מֵּ֗ךְ
(amekh)
je volk
וּבֵ֥ית
(uveit)
en huis van
אָבִֽיךְ
(avikh)
je vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Dan verlangt de koning naar je schoonheid. Want hij is je heer. Buig je neer voor hem.
וְיִתְאָ֣ו
(veyitav)
en verlangt
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
יָפְיֵ֑ךְ
(yafeyekh)
naar je schoonheid
כִּי
(ki)
want
ה֥וּא
(hu)
hij
אֲ֝דֹנַ֗יִךְ
(adonayikh)
je heer
וְהִשְׁתַּֽחֲוִי
(vehishtachavi)
en buig je neer
לֽוֹ
(lo)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנַיִךְ (adonayich), ‘je heer’: de koning is haar heer.

13De dochter van Tyrus komt met een geschenk. De rijken van het volk zoeken je gunst.
וּבַֽת
(uvat)
en dochter van
צֹ֨ר
(tsor)
Tyrus
בְּ֭מִנְחָה
(bemincha)
met een geschenk
פָּנַ֥יִךְ
(panayikh)
je gezicht
יְחַלּ֗וּ
(yechalu)
zoeken
עֲשִׁ֣ירֵי
(ashirei)
rijken van
עָֽם
(am)
volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

‘De dochter van Tyrus’: Tyrus was een rijke havenstad aan de kust.

פָּנַיִךְ יְחַלּוּ (panayich yechallu), ‘zij zoeken je gunst’: letterlijk ‘zij maken je gezicht zacht’.

מִנְחָה (minchah), ‘geschenk’: hier geen offer maar een gift aan de bruid of de koning.

14Heel haar pracht is de koningsdochter binnen. Haar kleed is geweven van goud.
כָּל
(kal)
heel
כְּבוּדָּ֣ה
(kevuda)
haar pracht
בַת
(bat)
dochter van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning
פְּנִ֑ימָה
(penima)
binnen
מִֽמִּשְׁבְּצ֖וֹת
(mimishbetsot)
uit vlechtwerk van
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
לְבוּשָֽׁהּ
(levushah)
haar kleed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּנִימָה (penimah), ‘binnen’: in de binnenkamers van het paleis.

Het kan ook betekenen dat haar schoonheid van binnen is.

15In geborduurde stoffen wordt zij naar de koning geleid. De maagden achter haar, haar vriendinnen, worden naar jou gebracht.
לִרְקָמוֹת֮
(lirqamot)
in geborduurde stoffen
תּוּבַ֪ל
(tuval)
wordt geleid
לַ֫מֶּ֥לֶךְ
(lamelekh)
naar de koning
בְּתוּל֣וֹת
(betulot)
maagden
אַ֭חֲרֶיהָ
(achareiha)
achter haar
רֵעוֹתֶ֑יהָ
(reoteiha)
haar vriendinnen
מ֖וּבָא֣וֹת
(muvaot)
worden gebracht
לָֽךְ
(lakh)
naar jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Zij worden geleid met vreugde en jubel. Zij gaan het paleis van de koning binnen.
תּ֭וּבַלְנָה
(tuvalna)
worden geleid
בִּשְׂמָחֹ֣ת
(bismachot)
met vreugde
וָגִ֑יל
(vagil)
en jubel
תְּ֝בֹאֶ֗ינָה
(tevoeina)
gaan binnen
בְּהֵ֣יכַל
(beheikhal)
in paleis van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכַל (heikal): het woord kan ‘paleis’ of ‘tempel’ betekenen.

Hier gaat het om het paleis van de koning.

De zonen van de koning en zijn naam

17In plaats van uw vaders zullen uw zonen zijn. U zult hen tot vorsten stellen over heel de aarde.
תַּ֣חַת
(tachat)
in plaats van
אֲ֭בֹתֶיךָ
(avoteikha)
uw vaders
יִהְי֣וּ
(yihyu)
zullen zijn
בָנֶ֑יךָ
(baneikha)
uw zonen
תְּשִׁיתֵ֥מוֹ
(teshitemo)
u zult hen stellen
לְ֝שָׂרִ֗ים
(lesarim)
tot vorsten
בְּכָל
(bekhal)
in heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De dichter wenst de koning zonen die als vorsten de plaats van de vaders innemen.

18Ik zal uw naam gedenken in elk geslacht. Daarom zullen volken u loven voor eeuwig en altijd.
אַזְכִּ֣ירָה
(azkira)
ik zal gedenken
שִׁ֭מְךָ
(shimkha)
uw naam
בְּכָל
(bekhal)
in elk
דֹּ֣ר
(dor)
geslacht
וָדֹ֑ר
(vador)
en geslacht
עַל
(al)
daarom
כֵּ֥ן
(ken)
(zo)
עַמִּ֥ים
(amim)
volken
יְ֝הוֹדֻ֗ךָ
(yehodukha)
zullen u loven
לְעֹלָ֥ם
(leolam)
voor altijd
וָעֶֽד
(vaed)
en altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)