Elohim Bijbel

Spreuken 3

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Vertrouw op Yahweh; de waarde van de wijsheid

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Vertrouw op Yahweh

1Mijn zoon, vergeet mijn onderwijs niet, en laat je hart mijn geboden bewaren.
בְּ֭נִי
(beni)
mijn zoon
תּוֹרָתִ֣י
(torati)
mijn onderwijs
אַל
(al)
niet
תִּשְׁכָּ֑ח
(tishkach)
vergeet
וּ֝מִצְוֺתַ֗י
(umitsvotay)
en mijn geboden
יִצֹּ֥ר
(yitsor)
laat bewaren
לִבֶּֽךָ
(libekha)
je hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘onderwijs’: zo vertalen wij het woord waar de vader het geeft.

Waar het om de wet van Elohim gaat, schrijven wij ‘wet’.

2Want lange dagen, jaren van leven en vrede voegen zij aan je toe.
כִּ֤י
(ki)
want
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
יָ֭מִים
(yamim)
dagen
וּשְׁנ֣וֹת
(ushenot)
en jaren van
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
וְ֝שָׁל֗וֹם
(veshalom)
en vrede
יוֹסִ֥יפוּ
(yosifu)
zij voegen toe
לָֽךְ
(lakh)
aan je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Laat trouw en waarheid je niet verlaten. Bind ze om je hals; schrijf ze op de tafel van je hart.
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw
וֶאֱמֶ֗ת
(veemet)
en waarheid
אַֽל
(al)
niet
יַעַ֫זְבֻ֥ךָ
(yaazvukha)
laat verlaten je
קָשְׁרֵ֥ם
(qasherem)
bind ze
עַל
(al)
om
גַּרְגְּרוֹתֶ֑יךָ
(gargeroteikha)
je hals
כָּ֝תְבֵ֗ם
(katevem)
schrijf ze
עַל
(al)
op
ל֥וּחַ
(luach)
de tafel van
לִבֶּֽךָ
(libekha)
je hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד וֶאֱמֶת (chesed ve’emet), ‘trouw en waarheid’: samen een vast paar in de Bijbel; vergelijk Ps. 25:10.

Wij vertalen chesed steeds met ‘trouw’ en emet met ‘waarheid’.

Het binden om de hals en het schrijven op de ‘tafel van het hart’ staat in beeldspraak: het onderwijs moet aan je vastzitten en in je binnenste staan. Vergelijk Spr. 6:21; 7:3.

4Zo vind je gunst en goed doorzicht in de ogen van Elohim en van mensen.
וּמְצָא
(umetsa)
en vind
חֵ֖ן
(chen)
gunst
וְשֵֽׂכֶל
(vesekhel)
en doorzicht
ט֑וֹב
(tov)
goed
בְּעֵינֵ֖י
(beeinei)
in de ogen van
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
וְאָדָֽם
(veadam)
en mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׂכֶל טוֹב (sekhel tov), ‘goed doorzicht’: zie Spr. 1:3.

5Vertrouw op Yahweh met heel je hart, en steun niet op je inzicht.
בְּטַ֣ח
(betach)
vertrouw
אֶל
(el)
op
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
וְאֶל
(veel)
en op
בִּֽ֝ינָתְךָ֗
(binatekha)
je inzicht
אַל
(al)
niet
תִּשָּׁעֵֽן
(tishaen)
steun
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֵב (lev), ‘hart’: in de Bijbel de zetel van denken en willen, niet alleen van gevoel.

Wij vertalen steeds ‘hart’.

6Ken Hem op al je wegen, en Hij zal je paden recht maken.
בְּכָל
(bekhal)
op al
דְּרָכֶ֥יךָ
(derakheikha)
je wegen
דָעֵ֑הוּ
(daehu)
ken Hem
וְ֝ה֗וּא
(vehu)
en Hij
יְיַשֵּׁ֥ר
(yeyasher)
zal recht maken
אֹֽרְחֹתֶֽיךָ
(orechoteikha)
je paden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּעֵהוּ (da’ehu), ‘ken Hem’: ‘kennen’ is hier erkennen en met Hem rekenen in alles wat je doet.

7Wees niet wijs in je eigen ogen. Vrees Yahweh en keer je af van het kwaad.
אַל
(al)
niet
תְּהִ֣י
(tehi)
wees
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
בְּעֵינֶ֑יךָ
(beeineikha)
in je ogen
יְרָ֥א
(yera)
vrees
אֶת
(et)
(obj.)
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְס֣וּר
(vesur)
en keer je af
מֵרָֽע
(mera)
van het kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Het zal genezing zijn voor je navel en verkwikking voor je beenderen.
רִ֭פְאוּת
(rifut)
genezing
תְּהִ֣י
(tehi)
zal zijn
לְשָׁרֶּ֑ךָ
(lesharekha)
voor je navel
וְ֝שִׁקּ֗וּי
(veshiquy)
en verkwikking
לְעַצְמוֹתֶֽיךָ
(leatsmoteikha)
voor je beenderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֹׁרֶּךָ (shorrekha), ‘je navel’: dit is de lezing van de tekst; een andere mogelijkheid is ‘je vlees’ of ‘je lichaam’.

Wij houden ‘navel’ aan.

9Eer Yahweh met je vermogen en met het eerste van al je opbrengst.
כַּבֵּ֣ד
(kabed)
eer
אֶת
(et)
(obj.)
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מֵהוֹנֶ֑ךָ
(mehonekha)
met je vermogen
וּ֝מֵרֵאשִׁ֗ית
(umereshit)
en met het eerste van
כָּל
(kal)
al
תְּבוּאָתֶֽךָ
(tevuatekha)
je opbrengst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֵאשִׁית (reshit), ‘het eerste’: de eerstelingen van de oogst (vergelijk Exod. 23:19).

10Dan worden je voorraadschuren gevuld met overvloed, en je perskuipen lopen over van jonge wijn.
וְיִמָּלְא֣וּ
(veyimaleu)
en zullen gevuld worden
אֲסָמֶ֣יךָ
(asameikha)
je voorraadschuren
שָׂבָ֑ע
(sava)
met overvloed
וְ֝תִיר֗וֹשׁ
(vetirosh)
en jonge wijn
יְקָבֶ֥יךָ
(yeqaveikha)
je perskuipen
יִפְרֹֽצוּ
(yifrotsu)
lopen over
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּירוֹשׁ (tirosh), ‘jonge wijn’: de most, de wijn van het laatste seizoen.

De tucht van Yahweh

11Mijn zoon, verwerp de tucht van Yahweh niet en walg niet van Zijn terechtwijzing.
מוּסַ֣ר
(musar)
de tucht van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּנִ֣י
(beni)
mijn zoon
אַל
(al)
niet
תִּמְאָ֑ס
(timas)
verwerp
וְאַל
(veal)
en niet
תָּ֝קֹ֗ץ
(taqots)
walg
בְּתוֹכַחְתּֽוֹ
(betokhachto)
van Zijn terechtwijzing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers en het volgende worden in Hebr. 12:5–6 aangehaald.

מוּסַר יְהוָה (musar Yahweh), ‘de tucht van Yahweh’: ook ‘onderricht’ of ‘vermaning’ van Yahweh; zie Spr. 1:2.

12Want Yahweh wijst terecht wie Hij liefheeft, zoals een vader de zoon in wie hij behagen heeft.
כִּ֤י
(ki)
want
אֶ֥ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wie
יֶאֱהַ֣ב
(yeehav)
Hij liefheeft
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
יוֹכִ֑יחַ
(yokhiach)
wijst terecht
וּ֝כְאָ֗ב
(ukheav)
en zoals een vader
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֥ן
(ben)
zoon
יִרְצֶֽה
(yirtse)
hij behagen heeft in
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּכְאָב (uch’av), ‘en zoals een vader’: het Hebreeuws zegt letterlijk ‘en als een vader (wijst Hij terecht) de zoon in wie hij behagen heeft’.

De waarde van de wijsheid

13Gelukkig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstand verkrijgt.
אַשְׁרֵ֣י
(ashrei)
gelukkig
אָ֭דָם
(adam)
de mens
מָצָ֣א
(matsa)
die vindt
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
וְ֝אָדָ֗ם
(veadam)
en de mens
יָפִ֥יק
(yafiq)
die verkrijgt
תְּבוּנָֽה
(tevuna)
verstand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’: zie Ps. 1:1.

14Want haar handel is beter dan de handel in zilver, en haar opbrengst beter dan goud.
כִּ֤י
(ki)
want
ט֣וֹב
(tov)
beter
סַ֭חְרָהּ
(sachrah)
haar handel
מִסְּחַר
(misechar)
dan de handel in
כָּ֑סֶף
(kasef)
zilver
וּ֝מֵחָר֗וּץ
(umecharuts)
en dan goud
תְּבוּאָתָֽהּ
(tevuatah)
haar opbrengst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Zij is kostbaarder dan parels; al wat je begeert, kan niet met haar wedijveren.
יְקָ֣רָה
(yeqara)
kostbaar
הִ֭יא
(hi)
zij
מִפְּנִינִ֑ים
(mipeninim)
dan parels
וְכָל
(vekhal)
en al
חֲ֝פָצֶ֗יךָ
(chafatseikha)
wat je begeert
לֹ֣א
(lo)
niet
יִֽשְׁווּ
(yishvu)
kan wedijveren
בָֽהּ
(bah)
met haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּנִינִים (peninim), ‘parels’: de betekenis is onzeker; het kan ook gaan om robijnen of koraal.

Zie ook Spr. 8:11; 20:15; 31:10.

Lezing

De ketiv (מפניים) is anders gespeld en betekent ‘dan het binnenste’; de lezing (qere) is מִפְּנִינִים, ‘dan parels’.

Wij volgen de lezing.

16Lange dagen zijn in haar rechterhand; in haar linkerhand zijn rijkdom en eer.
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
יָ֭מִים
(yamim)
dagen
בִּֽימִינָ֑הּ
(biminah)
in haar rechterhand
בִּ֝שְׂמֹאולָ֗הּ
(bismovlah)
in haar linkerhand
עֹ֣שֶׁר
(osher)
rijkdom
וְכָבֽוֹד
(vekhavod)
en eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens vertalen wij kavod met ‘eer’ en bij Elohim met ‘heerlijkheid’.

17Haar wegen zijn wegen van lieflijkheid, en al haar paden zijn vrede.
דְּרָכֶ֥יהָ
(derakheiha)
haar wegen
דַרְכֵי
(darkhei)
wegen van
נֹ֑עַם
(noam)
lieflijkheid
וְֽכָל
(vekhal)
en al
נְתִ֖יבוֹתֶ֣יהָ
(netivoteiha)
haar paden
שָׁלֽוֹם
(shalom)
vrede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zij is een boom van leven voor wie haar vastgrijpen, en wie haar vasthoudt, wordt gelukkig genoemd.
עֵץ
(ets)
boom van
חַיִּ֣ים
(chayim)
leven
הִ֭יא
(hi)
zij
לַמַּחֲזִיקִ֣ים
(lamachaziqim)
voor wie vastgrijpen
בָּ֑הּ
(bah)
haar
וְֽתֹמְכֶ֥יהָ
(vetomekheiha)
en wie haar vasthouden
מְאֻשָּֽׁר
(meushar)
wordt gelukkig genoemd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵץ חַיִּים (ets chayyim), ‘boom van leven’: vergelijk Gen. 2:9 en Spr. 11:30; 13:12; 15:4.

19Yahweh legde met wijsheid het fundament van de aarde; Hij zette de hemel vast met verstand.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּחָכְמָ֥ה
(bechakhema)
met wijsheid
יָֽסַד
(yasad)
legde het fundament van
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
כּוֹנֵ֥ן
(konen)
zette vast
שָׁ֝מַ֗יִם
(shamayim)
de hemel
בִּתְבוּנָֽה
(bitvuna)
met verstand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 19 en 20 beschrijven hoe Yahweh de wereld met wijsheid maakte.

Zie ook Spr. 8:22–31; Ps. 104:24; Jer. 10:12.

20Door Zijn kennis braken de oerdiepten open, en de wolken laten dauw druipen.
בְּ֭דַעְתּוֹ
(bedato)
door Zijn kennis
תְּהוֹמ֣וֹת
(tehomot)
oerdiepten
נִבְקָ֑עוּ
(nivqau)
braken open
וּ֝שְׁחָקִ֗ים
(ushechaqim)
en wolken
יִרְעֲפוּ
(yirafu)
laten druipen
טָֽל
(tal)
dauw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּהוֹמוֹת (tehomot), ‘oerdiepten’: de wateren onder de aarde (vergelijk Gen. 7:11 en Spr. 8:24).

שְׁחָקִים (shechakim), ‘wolken’: eigenlijk ‘het fijne stof van de hemel’, de wolken.

Wijsheid in het dagelijks leven

21Mijn zoon, laat ze niet van je ogen wijken. Bewaar degelijk beleid en doordachtheid.
בְּ֭נִי
(beni)
mijn zoon
אַל
(al)
niet
יָלֻ֣זוּ
(yaluzu)
laat wijken
מֵעֵינֶ֑יךָ
(meeineikha)
van je ogen
נְצֹ֥ר
(netsor)
bewaar
תֻּ֝שִׁיָּ֗ה
(tushiya)
degelijk beleid
וּמְזִמָּֽה
(umezima)
en doordachtheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Dan zijn zij leven voor je ziel en gunst voor je hals.
וְיִֽהְי֣וּ
(veyihyu)
en zij zijn
חַיִּ֣ים
(chayim)
leven
לְנַפְשֶׁ֑ךָ
(lenafshekha)
voor je ziel
וְ֝חֵ֗ן
(vechen)
en gunst
לְגַרְגְּרֹתֶֽיךָ
(legargeroteikha)
voor je hals
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens als levend wezen; hier staat ‘ziel’.

23Dan ga je veilig je weg, en je voet stoot zich niet.
אָ֤ז
(az)
dan
תֵּלֵ֣ךְ
(telekh)
ga je
לָבֶ֣טַח
(lavetach)
veilig
דַּרְכֶּ֑ךָ
(darkekha)
je weg
וְ֝רַגְלְךָ֗
(veraglekha)
en je voet
לֹ֣א
(lo)
niet
תִגּֽוֹף
(tigof)
stoot zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Als je gaat liggen, ben je niet bang. Je zult liggen, en je slaap is zoet.
אִם
(im)
als
תִּשְׁכַּ֥ב
(tishkav)
je gaat liggen
לֹֽא
(lo)
niet
תִפְחָ֑ד
(tifchad)
ben je bang
וְ֝שָׁכַבְתָּ֗
(veshakhavta)
en je ligt
וְֽעָרְבָ֥ה
(veareva)
en zoet is
שְׁנָתֶֽךָ
(shenatekha)
je slaap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Wees niet bang voor plotselinge schrik, noch voor de verwoesting van goddelozen wanneer die komt.
אַל
(al)
niet
תִּ֭ירָא
(tira)
wees bang
מִפַּ֣חַד
(mipachad)
voor schrik
פִּתְאֹ֑ם
(pitom)
plotselinge
וּמִשֹּׁאַ֥ת
(umishoat)
en voor de verwoesting van
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תָבֹֽא
(tavo)
die komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Want Yahweh zal je vertrouwen zijn, en Hij behoedt je voet ervoor in de val te raken.
כִּֽי
(ki)
want
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
בְכִסְלֶ֑ךָ
(bekhislekha)
je vertrouwen
וְשָׁמַ֖ר
(veshamar)
en Hij behoedt
רַגְלְךָ֣
(raglekha)
je voet
מִלָּֽכֶד
(milakhed)
ervoor in de val te raken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּכִסְלֶךָ (bekhislekha), ‘je vertrouwen’: het woord kan ook ‘je zijde’ of ‘je lendenen’ zijn; wij houden ‘vertrouwen’ aan, zoals in Job 8:14; Ps. 78:7.

27Onthoud het goede niet aan wie het toekomt, wanneer je het in je macht hebt het te doen.
אַל
(al)
niet
תִּמְנַע
(timna)
onthoud
ט֥וֹב
(tov)
het goede
מִבְּעָלָ֑יו
(mibealav)
aan wie het toekomt
בִּהְי֨וֹת
(bihyot)
wanneer
לְאֵ֖ל
(leel)
het is in de macht van
יָדְךָ֣
(yadekha)
je hand
לַעֲשֽׂוֹת
(laasot)
om te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִבְּעָלָיו (mibbe’alav), ‘aan zijn bezitters’: aan wie er recht op heeft.

Lezing

De ketiv heeft ‘je handen’ (meervoud); de lezing (qere) is ‘je hand’.

Wij volgen de lezing.

28Zeg niet tegen je naaste: „Ga weg en kom terug, morgen zal ik het geven,” terwijl je het bij je hebt.
אַל
(al)
niet
תֹּ֘אמַ֤ר
(tomar)
zeg
לְרֵֽעֲךָ֨
(lereakha)
tegen je naaste
לֵ֣ךְ
(lekh)
ga weg
וָ֭שׁוּב
(vashuv)
en kom terug
וּמָחָ֥ר
(umachar)
en morgen
אֶתֵּ֗ן
(eten)
zal ik geven
וְיֵ֣שׁ
(veyesh)
terwijl er is
אִתָּֽךְ
(itakh)
bij je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De ketiv (לרעיך) heeft meervoud, ‘tegen je naasten’; de lezing (qere) is לְרֵעֲךָ, ‘tegen je naaste’.

Wij volgen de lezing.

29Beraam geen kwaad tegen je naaste, terwijl hij veilig bij je woont.
אַל
(al)
niet
תַּחֲרֹ֣שׁ
(tacharosh)
beraam
עַל
(al)
tegen
רֵעֲךָ֣
(reakha)
je naaste
רָעָ֑ה
(raa)
kwaad
וְהֽוּא
(vehu)
terwijl hij
יוֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
woont
לָבֶ֣טַח
(lavetach)
veilig
אִתָּֽךְ
(itakh)
bij je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Twist niet zonder reden met een mens, als hij je geen kwaad heeft aangedaan.
אַל
(al)
niet
תָּרִ֣יב
(tariv)
twist
עִם
(im)
met
אָדָ֣ם
(adam)
een mens
חִנָּ֑ם
(chinam)
zonder reden
אִם
(im)
als
לֹ֖א
(lo)
niet
גְמָלְךָ֣
(gemalekha)
hij heeft aangedaan
רָעָֽה
(raa)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De ketiv is תרוב (tarov); de lezing (qere) is תָּרִיב (tariv), ‘twist’.

Wij volgen de lezing.

31Wees niet jaloers op een man van geweld, en kies geen van zijn wegen.
אַל
(al)
niet
תְּ֭קַנֵּא
(teqane)
wees jaloers
בְּאִ֣ישׁ
(beish)
op een man van
חָמָ֑ס
(chamas)
geweld
וְאַל
(veal)
en niet
תִּ֝בְחַ֗ר
(tivchar)
kies
בְּכָל
(bekhal)
van alle
דְּרָכָֽיו
(derakhav)
zijn wegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Want de verdraaide is een gruwel voor Yahweh, maar Zijn vertrouwelijke omgang is met de oprechten.
כִּ֤י
(ki)
want
תוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
נָל֑וֹז
(naloz)
de verdraaide
וְֽאֶת
(veet)
en met
יְשָׁרִ֥ים
(yesharim)
oprechten
סוֹדֽוֹ
(sodo)
Zijn vertrouwelijke omgang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘vertrouwelijke omgang’: de kring van vertrouwelingen, ook ‘geheime raad’ (vergelijk Job 29:4; Ps. 25:14).

Yahweh schenkt Zijn vertrouwen aan de oprechten.

נָלוֹז (naloz), ‘verdraaide’: wie van de rechte weg afwijkt.

33De vloek van Yahweh is in het huis van de goddeloze, maar de woning van rechtvaardigen zegent Hij.
מְאֵרַ֣ת
(meerat)
vloek van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
וּנְוֵ֖ה
(uneve)
en de woning van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יְבָרֵֽךְ
(yevarekh)
zegent Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34Spotters bespot Hij zelf, maar aan de nederigen geeft Hij gunst.
אִם
(im)
als
לַלֵּצִ֥ים
(laletsim)
spotters
הֽוּא
(hu)
Hij
יָלִ֑יץ
(yalits)
bespot
וְ֝לַעֲנָוִ֗ים
(velaanavim)
en aan de nederigen
יִתֶּן
(yiten)
geeft Hij
חֵֽן
(chen)
gunst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֵצִים (letsim), ‘spotters’: wie met wijsheid en met Yahweh de spot drijft; het blijft hetzelfde woord in het hele boek.

Lezing

De ketiv leest ‘ellendigen’ (עניים); de lezing (qere) is עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’.

Wij volgen de lezing.

Dit vers wordt in Jak. 4:6 en 1 Petr. 5:5 aangehaald.

35Wijzen erven eer, maar dwazen verheffen schande.
כָּ֭בוֹד
(kavod)
eer
חֲכָמִ֣ים
(chakhamim)
wijzen
יִנְחָ֑לוּ
(yinchalu)
erven
וּ֝כְסִילִ֗ים
(ukhesilim)
en dwazen
מֵרִ֥ים
(merim)
verheffen
קָלֽוֹן
(qalon)
schande
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵרִים (merim), ‘verheffen’: de betekenis is onzeker.

Het woord kan ook betekenen ‘dragen’ of ‘opvoeren’: de dwazen verwerven niets dan schande.

Wij laten het letterlijk.