Elohim Bijbel

Psalmen 143

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Ga niet in het gericht met Uw dienaar

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Luister naar mijn smeking

1Een psalm van David. Yahweh, hoor mijn gebed. Luister naar mijn smeking. Antwoord mij in Uw betrouwbaarheid, in Uw gerechtigheid.
מִזְמ֗וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
שְׁמַ֬ע
(shema)
hoor
תְּפִלָּתִ֗י
(tefilati)
mijn gebed
הַאֲזִ֥ינָה
(haazina)
luister
אֶל
(el)
naar
תַּחֲנוּנַ֑י
(tachanunay)
mijn smeking
בֶּאֱמֻנָתְךָ֥
(beemunatekha)
in Uw betrouwbaarheid
עֲ֝נֵ֗נִי
(aneni)
antwoord mij
בְּצִדְקָתֶֽךָ
(betsidqatekha)
in Uw gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem.

Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’.

אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat wat vaststaat en waarop men kan bouwen. צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’.

2Ga niet in het gericht met Uw dienaar, want niemand die leeft is rechtvaardig voor Uw aangezicht.
וְאַל
(veal)
en niet
תָּב֣וֹא
(tavo)
ga
בְ֭מִשְׁפָּט
(bemishpat)
in het gericht
אֶת
(et)
met
עַבְדֶּ֑ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
כִּ֤י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
יִצְדַּ֖ק
(yitsdaq)
is rechtvaardig
לְפָנֶ֣יךָ
(lefaneikha)
voor Uw aangezicht
כָל
(kal)
iedereen
חָֽי
(chay)
die leeft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘gericht’: hier de rechtszaak, het oordeel.

De dichter vraagt niet om een oordeel naar verdienste, want geen levend mens is rechtvaardig voor Yahweh.

Zie ook Ps. 130:3.

De vijand achtervolgt mij

3Want de vijand achtervolgt mijn ziel. Hij heeft mijn leven tot op de grond verbrijzeld. Hij laat mij wonen in duistere plaatsen, zoals zij die lang geleden gestorven zijn.
כִּ֥י
(ki)
want
רָ֘דַ֤ף
(radaf)
achtervolgt
אוֹיֵ֨ב
(oyev)
de vijand
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
דִּכָּ֣א
(dika)
heeft verbrijzeld
לָ֭אָרֶץ
(laarets)
tot op de grond
חַיָּתִ֑י
(chayati)
mijn leven
הוֹשִׁיבַ֥נִי
(hoshivani)
hij laat mij wonen
בְ֝מַחֲשַׁכִּ֗ים
(bemachashakim)
in duistere plaatsen
כְּמֵתֵ֥י
(kemetei)
zoals gestorvenen van
עוֹלָֽם
(olam)
lang geleden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דִּכָּא (dikka), ‘verbrijzelen’: kapot slaan, zoals men iets fijn stampt.

מֵתֵי עוֹלָם (metei olam), ‘zij die lang geleden gestorven zijn’: de doden van oudsher, vergeten in het donker.

4Mijn geest bezwijkt in mij. In mijn binnenste is mijn hart ontzet.
וַתִּתְעַטֵּ֣ף
(vatitatef)
en bezwijkt
עָלַ֣י
(alay)
in mij
רוּחִ֑י
(ruchi)
mijn geest
בְּ֝תוֹכִ֗י
(betokhi)
in mijn binnenste
יִשְׁתּוֹמֵ֥ם
(yishtomem)
is ontzet
לִבִּֽי
(libi)
mijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levenskracht van de dichter.

Zie ook Ps. 142:4.

Ik denk aan vroeger

5Ik denk aan de dagen van vroeger. Ik overdenk al Uw werken. Ik mijmer over het werk van Uw handen.
זָ֘כַ֤רְתִּי
(zakharti)
ik denk
יָמִ֨ים
(yamim)
dagen
מִקֶּ֗דֶם
(miqedem)
van vroeger
הָגִ֥יתִי
(hagiti)
ik overdenk
בְכָל
(bekhal)
al
פָּעֳלֶ֑ךָ
(paolekha)
Uw werken
בְּֽמַעֲשֵׂ֖ה
(bemaase)
het werk van
יָדֶ֣יךָ
(yadeikha)
Uw handen
אֲשׂוֹחֵֽחַ
(asocheach)
ik mijmer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Ik strek mijn handen naar U uit. Mijn ziel is naar U als een uitgeput land. Sela.
פֵּרַ֣שְׂתִּי
(perasti)
ik strek uit
יָדַ֣י
(yaday)
mijn handen
אֵלֶ֑יךָ
(eleikha)
naar U
נַפְשִׁ֓י
(nafshi)
mijn ziel
כְּאֶֽרֶץ
(keerets)
als een land
עֲיֵפָ֖ה
(ayefa)
uitgeput
לְךָ֣
(lekha)
naar U
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker; het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Het beeld van de ziel als dorstig land: vergelijk Ps. 63:2. עֲיֵפָה (ayefah), ‘uitgeput’: moe en droog van dorst.

Antwoord mij snel

7Antwoord mij snel, Yahweh. Mijn geest is uitgeput. Verberg Uw aangezicht niet voor mij, anders word ik gelijk aan hen die in de kuil dalen.
מַ֘הֵ֤ר
(maher)
snel
עֲנֵ֨נִי
(aneni)
antwoord mij
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
כָּלְתָ֪ה
(kaleta)
is uitgeput
ר֫וּחִ֥י
(ruchi)
mijn geest
אַל
(al)
niet
תַּסְתֵּ֣ר
(taster)
verberg
פָּנֶ֣יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
מִמֶּ֑נִּי
(mimeni)
voor mij
וְ֝נִמְשַׁ֗לְתִּי
(venimshalti)
anders word ik gelijk
עִם
(im)
aan
יֹ֥רְדֵי
(yoredei)
hen die dalen
בֽוֹר
(bor)
in de kuil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹר (bor), ‘kuil’: het graf, de Sjeol.

8Laat mij 's ochtends Uw trouw horen, want op U vertrouw ik. Maak mij de weg bekend waarop ik moet gaan, want naar U heb ik mijn ziel opgeheven.
הַשְׁמִ֘יעֵ֤נִי
(hashmieni)
laat mij horen
בַבֹּ֨קֶר
(baboqer)
's ochtends
חַסְדֶּךָ֮
(chasdekha)
Uw trouw
כִּֽי
(ki)
want
בְךָ֪
(bekha)
op U
בָ֫טָ֥חְתִּי
(batachti)
vertrouw ik
הוֹדִיעֵ֗נִי
(hodieni)
maak mij bekend
דֶּֽרֶךְ
(derekh)
de weg
ז֥וּ
(zu)
die
אֵלֵ֑ךְ
(elekh)
ik moet gaan
כִּֽי
(ki)
want
אֵ֝לֶיךָ
(eleikha)
naar U
נָשָׂ֥אתִי
(nasati)
heb ik opgeheven
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Leer mij Uw wil te doen

9Red mij van mijn vijanden, Yahweh. Bij U heb ik mij verborgen.
הַצִּילֵ֖נִי
(hatsileni)
red mij
מֵאֹיְבַ֥י
(meoyevay)
van mijn vijanden
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
bij U
כִסִּֽתִי
(kisiti)
heb ik mij verborgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Leer mij Uw wil te doen, want U bent mijn Eloah. Moge Uw goede Geest mij leiden op vlak land.
לַמְּדֵ֤נִי
(lamedeni)
leer mij
לַֽעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te doen
רְצוֹנֶךָ֮
(retsonekha)
Uw wil
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֪ה
(ata)
U
אֱל֫וֹהָ֥י
(elohay)
bent mijn Eloah
רוּחֲךָ֥
(ruchakha)
Uw Geest
טוֹבָ֑ה
(tova)
goede
תַּ֝נְחֵ֗נִי
(tancheni)
moge mij leiden
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
op land
מִישֽׁוֹר
(mishor)
vlak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלוֹהָי (Elohai): hier ‘mijn Eloah’, een naam of titel van Elohim, zoals in Job.

רוּחַ (ruach), ‘geest’: ‘Uw goede Geest’ is de Geest van Yahweh; wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter.

Zie ook Neh. 9:20.

מִישׁוֹר (mishor), ‘vlak land’: een effen weg, zonder struikelblokken.

Om Uw naam, Yahweh

11Om Uw naam, Yahweh, laat mij leven. In Uw gerechtigheid breng mijn ziel uit de nood.
לְמַֽעַן
(lemaan)
om
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
תְּחַיֵּ֑נִי
(techayeni)
laat mij leven
בְּצִדְקָתְךָ֓
(betsidqatekha)
in Uw gerechtigheid
תוֹצִ֖יא
(totsi)
breng uit
מִצָּרָ֣ה
(mitsara)
de nood
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12En in Uw trouw maak een einde aan mijn vijanden en laat omkomen allen die mijn ziel benauwen, want ik ben Uw dienaar.
וּֽבְחַסְדְּךָ֮
(uvechasdekha)
en in Uw trouw
תַּצְמִ֪ית
(tatsmit)
maak een einde aan
אֹ֫יְבָ֥י
(oyevay)
mijn vijanden
וְֽ֭הַאֲבַדְתָּ
(vehaavadta)
en laat omkomen
כָּל
(kal)
alle
צֹרֲרֵ֣י
(tsorarei)
die benauwen
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
כִּ֝֗י
(ki)
want
אֲנִ֣י
(ani)
ik
עַבְדֶּֽךָ
(avdekha)
Uw dienaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De werkwoorden zijn in het Hebreeuws toekomstig (‘U zult ... vernietigen’).

Wij vertalen als bede, naar de samenhang met de verzen 9–11.

תַּצְמִית (tatsmit), ‘een einde maken aan’: ook ‘tot zwijgen brengen’, ‘vernietigen’.

Dit is een gebed om vergelding; wij verzachten het niet.