Elohim Bijbel

Psalmen 84

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Hoe lieflijk zijn Uw woningen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Op de gittit. Van de zonen van Korach. Een psalm.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
op
הַגִּתִּ֑ית
(hagitit)
de gittit
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹ֥רַח
(qorach)
Korach
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

הַגִּתִּית (haggittit), ‘de gittit’: zie bij Ps. 81:1.

Hoe lieflijk zijn Uw woningen

2Hoe lieflijk zijn Uw woningen, Yahweh van de legermachten!
מַה
(ma)
hoe
יְּדִיד֥וֹת
(yedidot)
lieflijk
מִשְׁכְּנוֹתֶ֗יךָ
(mishkenoteikha)
Uw woningen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָאֽוֹת
(tsevaot)
van de legermachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁכָּן (mishkan), ‘woning’: het heiligdom, waar Yahweh woont.

Zie ook Exod. 25:8–9.

3Mijn ziel verlangt en smacht naar de voorhoven van Yahweh. Mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende El.
נִכְסְפָ֬ה
(nikhsefa)
verlangt
וְגַם
(vegam)
en ook
כָּלְתָ֨ה
(kaleta)
smacht
נַפְשִׁי֮
(nafshi)
mijn ziel
לְחַצְר֪וֹת
(lechatsrot)
naar de voorhoven van
יְה֫וָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
לִבִּ֥י
(libi)
mijn hart
וּבְשָׂרִ֑י
(uvesari)
en mijn vlees
יְ֝רַנְּנ֗וּ
(yeranenu)
jubelen
אֶ֣ל
(el)
tot
אֵֽל
(el)
El
חָֽי
(chay)
levende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon.

חֲצֵרוֹת (chatserot), ‘voorhoven’: de ruimte rond het heiligdom.

אֵל חָי (El chai), ‘de levende El’. Zie ook Ps. 42:3.

4Zelfs de mus vindt een huis, en de zwaluw een nest voor zichzelf, waar zij haar jongen neerlegt. Uw altaren, Yahweh van de legermachten, mijn Koning en mijn Elohim.
גַּם
(gam)
ook
צִפּ֨וֹר
(tsipor)
mus
מָ֪צְאָה
(matsea)
vindt
בַ֡יִת
(bayit)
huis
וּדְר֤וֹר
(uderor)
en zwaluw
קֵ֥ן
(qen)
nest
לָהּ֮
(lah)
voor zichzelf
אֲשֶׁר
(asher)
waar
שָׁ֪תָה
(shata)
zij legt neer
אֶפְרֹ֫חֶ֥יהָ
(efrocheiha)
haar jongen
אֶֽת
(et)
(obj.)
מִ֭זְבְּחוֹתֶיךָ
(mizbechoteikha)
Uw altaren
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
מַ֝לְכִּ֗י
(malki)
mijn Koning
וֵאלֹהָֽי
(velohay)
en mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צִפּוֹר (tsippor), ‘vogel’, hier de mus; דְּרוֹר (deror), ‘zwaluw’ (onzeker; elders ‘vrije vogel’).

Beide vogels vinden een plek bij het heiligdom.

De tekst zegt niet of ze echt bij het altaar nestelen of dat het een beeld is; wij vertalen letterlijk.

Gelukkig wie in Uw huis wonen

5Gelukkig zijn zij die in Uw huis wonen. Zij blijven U prijzen. Sela.
אַ֭שְׁרֵי
(ashrei)
gelukkig
יוֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
wie wonen in
בֵיתֶ֑ךָ
(beitekha)
Uw huis
ע֝֗וֹד
(od)
nog
יְֽהַלְל֥וּךָ
(yehallukha)
zij prijzen U
סֶּֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Gelukkig de mens wiens kracht in U is, met de gebaande wegen in hun hart.
אַשְׁרֵ֣י
(ashrei)
gelukkig
אָ֭דָם
(adam)
mens
עֽוֹז
(oz)
kracht
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
בָ֑ךְ
(bakh)
in U
מְ֝סִלּ֗וֹת
(mesilot)
gebaande wegen
בִּלְבָבָֽם
(bilvavam)
in hun hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְסִלּוֹת (mesillot), ‘gebaande wegen’: opgehoogde hoofdwegen (vergelijk Jes. 40:3).

Het verband (vers 8) wijst op de weg naar Sion.

7Wie door het Bacha-dal trekt, maakt het tot een bron. Ook bedekt de vroege regen het met zegeningen.
עֹבְרֵ֤י
(overei)
doortrekkers van
בְּעֵ֣מֶק
(beemeq)
in het dal van
הַ֭בָּכָא
(habakha)
de Bacha
מַעְיָ֣ן
(mayan)
tot bron
יְשִׁית֑וּהוּ
(yeshituhu)
zij maken het
גַּם
(gam)
ook
בְּ֝רָכ֗וֹת
(berakhot)
zegeningen
יַעְטֶ֥ה
(yate)
bedekt
מוֹרֶֽה
(more)
vroege regen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

הַבָּכָא (habaka), ‘de Bacha’: de ligging van het Bacha-dal is onbekend.

Het woord kan een struik zijn (vergelijk de ‘balsemstruiken’ in 2 Sam. 5:23), of het kan verwant zijn aan ‘wenen’ (בָּכָה, bacha): ‘dal van tranen’.

Een plaats met deze naam is niet bekend; het kan ook een beeld zijn.

Uitleg

מוֹרֶה (moreh), ‘vroege regen’: de regen aan het begin van het regenseizoen, in het najaar.

Het woord betekent ook ‘leraar’.

Zie ook Joël 2:23.

8Zij gaan van kracht naar kracht. Elk van hen verschijnt voor Elohim in Sion.
יֵ֭לְכוּ
(yelekhu)
zij gaan
מֵחַ֣יִל
(mechayil)
van kracht
אֶל
(el)
naar
חָ֑יִל
(chayil)
kracht
יֵרָאֶ֖ה
(yerae)
hij verschijnt
אֶל
(el)
voor
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
בְּצִיּֽוֹן
(betsiyon)
in Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

חַיִל (chayil), ‘kracht’ (ook ‘leger’, ‘rijkdom’): of ‘van kracht tot kracht’, of ‘van groep tot groep’ van pelgrims.

Zie ook Deut. 16:16.

Gebed voor de gezalfde

9Yahweh, Elohim van de legermachten, hoor mijn gebed. Luister, Elohim van Jakob. Sela.
יְה֘וָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
צְ֭בָאוֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שִׁמְעָ֣ה
(shima)
hoor
תְפִלָּתִ֑י
(tefilati)
mijn gebed
הַאֲזִ֨ינָה
(haazina)
luister
אֱלֹהֵ֖י
(elohei)
Elohim van
יַעֲקֹ֣ב
(yaaqov)
Jakob
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookPs 59:6
10Zie, Elohim, ons schild, en kijk naar het gezicht van Uw gezalfde.
מָ֭גִנֵּנוּ
(maginenu)
ons schild
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
וְ֝הַבֵּ֗ט
(vehabet)
en kijk
פְּנֵ֣י
(penei)
gezicht van
מְשִׁיחֶֽךָ
(meshichekha)
Uw gezalfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָגֵן (magen), ‘schild’.

מָשִׁיחַ (mashiach), ‘gezalfde’: de gezalfde koning.

Zie ook 1 Sam. 16:13; Ps. 2:2.

Een dag in Uw voorhoven

11Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend. Ik koos ervoor op de drempel te staan in het huis van mijn Elohim, liever dan te wonen in de tenten van de goddeloze.
כִּ֤י
(ki)
want
טֽוֹב
(tov)
goed
י֥וֹם
(yom)
dag
בַּחֲצֵרֶ֗יךָ
(bachatsereikha)
in Uw voorhoven
מֵ֫אָ֥לֶף
(mealef)
dan duizend
בָּחַ֗רְתִּי
(bacharti)
ik koos
הִ֭סְתּוֹפֵף
(histofef)
op de drempel te staan
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
אֱלֹהַ֑י
(elohay)
mijn Elohim
מִ֝דּ֗וּר
(midur)
dan te wonen
בְּאָהֳלֵי
(beaholei)
in de tenten van
רֶֽשַׁע
(resha)
de goddeloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִסְתּוֹפֵף (histofef), ‘op de drempel staan’ of ‘bij de drempel verblijven’: de plek van een poortwachter of bezoeker.

De betekenis is niet helemaal zeker.

Zie ook Ps. 27:4.

12Want Yahweh Elohim is een zon en een schild. Yahweh geeft gunst en heerlijkheid. Hij onthoudt niets goeds aan wie onberispelijk wandelen.
כִּ֤י
(ki)
want
שֶׁ֨מֶשׁ
(shemesh)
zon
וּמָגֵן֮
(umagen)
en schild
יְהוָ֪ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
חֵ֣ן
(chen)
gunst
וְ֭כָבוֹד
(vekhavod)
en heerlijkheid
יִתֵּ֣ן
(yiten)
geeft
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹ֥א
(lo)
niet
יִמְנַע
(yimna)
onthoudt
ט֝֗וֹב
(tov)
goed
לַֽהֹלְכִ֥ים
(laholekhim)
aan wie wandelen
בְּתָמִֽים
(betamim)
onberispelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁמֶשׁ (shemesh), ‘zon’: een bron van licht en leven.

חֵן (chen), ‘gunst’; כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’; תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’.

13Yahweh van de legermachten, gelukkig de mens die op U vertrouwt.
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אַֽשְׁרֵ֥י
(ashrei)
gelukkig
אָ֝דָ֗ם
(adam)
mens
בֹּטֵ֥חַ
(boteach)
vertrouwend
בָּֽךְ
(bakh)
op U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)