Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yahweh is mijn licht en mijn burcht
1Van David. Yahweh is mijn licht en mijn redding. Voor wie zou ik vrezen? Yahweh is de burcht van mijn leven. Voor wie zou ik schrikken?
לְדָוִ֨ד
(ledavid)
van David
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אוֹרִ֣י
(ori)
mijn licht
וְ֭יִשְׁעִי
(veyishi)
en mijn redding
מִמִּ֣י
(mimi)
voor wie
אִירָ֑א
(ira)
zou ik vrezen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
מָֽעוֹז
(maoz)
burcht van
חַ֝יַּ֗י
(chayay)
mijn leven
מִמִּ֥י
(mimi)
voor wie
אֶפְחָֽד
(efchad)
zou ik schrikken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ook ‘voor’ of ‘ten behoeve van’ David betekenen.
Wij vertalen ‘van David’, zoals de overlevering de psalm aan hem toeschrijft.
4Eén ding heb ik van Yahweh gevraagd, dat zoek ik: dat ik in het huis van Yahweh woon, alle dagen van mijn leven. Zo kan ik de lieflijkheid van Yahweh aanschouwen en in Zijn tempel onderzoeken.
אַחַ֤ת
(achat)
één
שָׁאַ֣לְתִּי
(shaalti)
ik heb gevraagd
מֵֽאֵת
(meet)
van bij
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
אוֹתָ֪הּ
(otah)
die
אֲבַ֫קֵּ֥שׁ
(avaqesh)
zoek ik
שִׁבְתִּ֣י
(shivti)
dat ik woon
בְּבֵית
(beveit)
in het huis van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
חַיַּ֑י
(chayay)
mijn leven
לַחֲז֥וֹת
(lachazot)
om te aanschouwen
בְּנֹֽעַם
(benoam)
de lieflijkheid van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וּלְבַקֵּ֥ר
(ulevaqer)
en te onderzoeken
בְּהֵיכָלֽוֹ
(beheikhalo)
in Zijn tempel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֹעַם (noam), ‘lieflijkheid’: de aangename schoonheid van Yahweh.
לְבַקֵּר (levaqer), ‘onderzoeken’: het woord kan ook ‘zoeken’ of ‘bezoeken’ betekenen. Wij kiezen ‘onderzoeken’.
6En nu wordt mijn hoofd verheven boven mijn vijanden rondom mij. Ik zal in Zijn tent offers van jubelgeroep brengen. Ik zal zingen en spelen voor Yahweh.
וְעַתָּ֨ה
(veata)
en nu
יָר֪וּם
(yarum)
wordt verheven
רֹאשִׁ֡י
(roshi)
mijn hoofd
עַ֤ל
(al)
boven
אֹֽיְבַ֬י
(oyevay)
mijn vijanden
סְֽבִיבוֹתַ֗י
(sevivotay)
rondom mij
וְאֶזְבְּחָ֣ה
(veezbecha)
en ik zal offeren
בְ֭אָהֳלוֹ
(beaholo)
in Zijn tent
זִבְחֵ֣י
(zivchei)
offers van
תְרוּעָ֑ה
(terua)
jubelgeroep
אָשִׁ֥ירָה
(ashira)
ik zal zingen
וַ֝אֲזַמְּרָ֗ה
(vaazamera)
en spelen
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws is hier kort en kan op twee manieren worden gelezen.
Of het hart van de dichter spreekt (‘Zoek mijn aangezicht’ als zijn eigen woorden), of het hart herhaalt een bevel van Yahweh (‘Zoek Mijn aangezicht’).
Wij laten het zwart staan en schrijven ‘mijn’.
בָּקְשׁוּ (baqshu) is een meervoud: ‘zoek, jullie’.
9Verberg Uw aangezicht niet voor mij. Wijs Uw dienaar niet in toorn af. U bent mijn hulp geweest. Laat mij niet los en verlaat mij niet, Elohim van mijn redding.
אַל
(al)
niet
תַּסְתֵּ֬ר
(taster)
verberg
פָּנֶ֨יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
מִמֶּנִּי֮
(mimeni)
voor mij
אַֽל
(al)
niet
תַּט
(tat)
wijs af
בְּאַ֗ף
(beaf)
in toorn
עַ֫בְדֶּ֥ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
עֶזְרָתִ֥י
(ezrati)
mijn hulp
הָיִ֑יתָ
(hayita)
U bent geweest
אַֽל
(al)
niet
תִּטְּשֵׁ֥נִי
(titesheni)
laat mij los
וְאַל
(veal)
en niet
תַּֽ֝עַזְבֵ֗נִי
(taazveni)
verlaat mij
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
יִשְׁעִֽי
(yishi)
mijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)