Elohim Bijbel

Micha 7

1234567

Klacht van de profeet, vertrouwen op Yahweh en de lofzang op Zijn vergeving

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wee mij

1Wee mij! Want ik ben geworden als bij het inzamelen van het zomerfruit, als bij de nalezing van de druivenoogst. Er is geen tros om te eten, geen eerste vijg waar mijn ziel naar verlangt.
אַ֣לְלַי
(allay)
wee
לִ֗י
(li)
mij
כִּ֤י
(ki)
want
הָיִ֨יתִי֙
(hayiti)
ben ik geworden
כְּאָסְפֵּי
(keaspei)
als bij het inzamelen van
קַ֔יִץ
(qayits)
zomerfruit
כְּעֹלְלֹ֖ת
(keolelot)
als bij de nalezing van
בָּצִ֑יר
(batsir)
de druivenoogst
אֵין
(ein)
er is geen
אֶשְׁכּ֣וֹל
(eshkol)
tros
לֶאֱכ֔וֹל
(leekhol)
om te eten
בִּכּוּרָ֖ה
(bikura)
eerste vijg
אִוְּתָ֥ה
(iveta)
verlangt
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קַיִץ (qayits), ‘zomerfruit’: zie ook Amos 8:1.

De spreker is als iemand die na de oogst door de wijngaard gaat en niets meer vindt.

בִּכּוּרָה (bikkurah), ‘eerste vijg’: een vijg die als eerste rijp wordt. Dit is een lekkernij.

2De trouwe is uit het land verloren gegaan, en er is geen oprechte meer onder de mensen. Allen liggen op de loer voor bloed. Ieder jaagt op zijn broer met een net.
אָבַ֤ד
(avad)
is verloren gegaan
חָסִיד֙
(chasid)
de trouwe
מִן
(min)
uit
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
וְיָשָׁ֥ר
(veyashar)
en oprechte
בָּאָדָ֖ם
(baadam)
onder de mensen
אָ֑יִן
(ayin)
er is geen
כֻּלָּם֙
(kulam)
allen
לְדָמִ֣ים
(ledamim)
op bloed
יֶאֱרֹ֔בוּ
(yeerovu)
liggen op de loer
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
אֶת
(et)
(obj.)
אָחִ֖יהוּ
(achihu)
zijn broer
יָצ֥וּדוּ
(yatsudu)
jagen zij
חֵֽרֶם
(cherem)
met een net
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָסִיד (chasid), ‘de trouwe’: iemand die trouw (חֶסֶד, chesed) toont aan Yahweh en aan zijn naaste.

חֵרֶם (cherem), ‘net’: hier is het een jachtnet. Elders is het woord ‘ban’ (zie 4:13).

3Hun handen zijn op het kwaad gericht, om het goed uit te voeren. De vorst eist, en de rechter oordeelt tegen betaling. De grote, hijzelf, spreekt de begeerte van zijn ziel uit, en zij vlechten het ineen.
עַל
(al)
op
הָרַ֤ע
(hara)
het kwaad
כַּפַּ֨יִם֙
(kapayim)
handen
לְהֵיטִ֔יב
(leheitiv)
om goed te doen
הַשַּׂ֣ר
(hasar)
de vorst
שֹׁאֵ֔ל
(shoel)
eist
וְהַשֹּׁפֵ֖ט
(vehashofet)
en de rechter
בַּשִׁלּ֑וּם
(bashilum)
tegen betaling
וְהַגָּד֗וֹל
(vehagadol)
en de grote
דֹּבֵ֨ר
(dover)
spreekt
הַוַּ֥ת
(havat)
de begeerte van
נַפְשׁ֛וֹ
(nafsho)
zijn ziel
ה֖וּא
(hu)
hij
וַֽיְעַבְּתֽוּהָ
(vayabetuha)
en zij vlechten het ineen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk en de betekenis is niet zeker.

Het gaat om machthebbers die samen onrecht doen.

בְּשִׁלּוּם (beshillum), ‘tegen betaling’: het Hebreeuws heeft ‘in vrede’ of ‘voor een beloning’. Wij lezen omkoping. Dat is onzeker.

הַוַּת נַפְשׁוֹ (havvat nafsho), ‘de begeerte van zijn ziel’: wat hij wil hebben, ook als het onrecht is.

4Hun beste is als een doornstruik, de oprechtste is erger dan een doornhaag. De dag van je wachters, je bestraffing, is gekomen. Nu zal hun verwarring er zijn.
טוֹבָ֣ם
(tovam)
hun beste
כְּחֵ֔דֶק
(kechedeq)
als een doornstruik
יָשָׁ֖ר
(yashar)
de oprechte
מִמְּסוּכָ֑ה
(mimesukha)
dan een doornhaag
י֤וֹם
(yom)
de dag van
מְצַפֶּ֨יךָ֙
(metsapeikha)
je wachters
פְּקֻדָּתְךָ֣
(pequdatekha)
je bestraffing
בָ֔אָה
(baa)
is gekomen
עַתָּ֥ה
(ata)
nu
תִהְיֶ֖ה
(tihye)
zal zijn
מְבוּכָתָֽם
(mevukhatam)
hun verwarring
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶדֶק (chedeq), ‘doornstruik’, en מְסוּכָה (mesukhah), ‘doornhaag’: stekelige planten.

Het beeld is dat zelfs de beste mensen pijn doen.

מְצַפֶּיךָ (metsappeykha), ‘je wachters’: de profeten, die Israël waarschuwen. Hun dag is de dag van het oordeel.

פְּקֻדָּה (peqquddah), ‘bestraffing’: zo ook Hos. 9:7.

Geen vertrouwen meer

5Geloof een vriend niet. Vertrouw niet op een vertrouweling. Bewaak de deuren van je mond voor haar die in je schoot ligt.
אַל
(al)
niet
תַּאֲמִ֣ינוּ
(taaminu)
geloof
בְרֵ֔עַ
(berea)
een vriend
אַֽל
(al)
niet
תִּבְטְח֖וּ
(tivtechu)
vertrouw
בְּאַלּ֑וּף
(bealuf)
op een vertrouweling
מִשֹּׁכֶ֣בֶת
(mishokhevet)
van haar die ligt in
חֵיקֶ֔ךָ
(cheiqekha)
je schoot
שְׁמֹ֖ר
(shemor)
bewaak
פִּתְחֵי
(pitchei)
de deuren van
פִֽיךָ
(pikha)
je mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַלּוּף (alluf), ‘vertrouweling’: iemand die dicht bij je staat.

Het gaat om een kring waarin zelfs de echtgenote niet te vertrouwen is.

6Want de zoon veracht zijn vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder. De vijanden van een man zijn de mannen van zijn eigen huis.
כִּֽי
(ki)
want
בֵן֙
(ben)
zoon
מְנַבֵּ֣ל
(menabel)
veracht
אָ֔ב
(av)
vader
בַּ֚ת
(bat)
dochter
קָמָ֣ה
(qama)
staat op
בְאִמָּ֔הּ
(beimah)
tegen haar moeder
כַּלָּ֖ה
(kala)
schoondochter
בַּחֲמֹתָ֑הּ
(bachamotah)
tegen haar schoonmoeder
אֹיְבֵ֥י
(oyevei)
vijanden van
אִ֖ישׁ
(ish)
man
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
mannen van
בֵיתֽוֹ
(beito)
zijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Matt. 10:35–36.

Ik zie uit naar Yahweh

7Maar ik, ik zal uitzien naar Yahweh. Ik zal wachten op de Elohim van mijn redding. Mijn Elohim zal mij horen.
וַאֲנִי֙
(vaani)
maar ik
בַּיהוָ֣ה
(baYahweh)
op Yahweh
אֲצַפֶּ֔ה
(atsape)
zal uitzien
אוֹחִ֖ילָה
(ochila)
zal wachten
לֵאלֹהֵ֣י
(lelohei)
op de Elohim van
יִשְׁעִ֑י
(yishi)
mijn redding
יִשְׁמָעֵ֖נִי
(yishmaeni)
zal mij horen
אֱלֹהָֽי
(elohay)
mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶשַׁע (yesha), ‘redding’: Yahweh is de Elohim die redt.

De profeet blijft op Hem wachten, ook nu niemand te vertrouwen is.

8Verheug je niet over mij, mijn vijandin. Al ben ik gevallen, ik sta op. Al zit ik in het donker, Yahweh is een licht voor mij.
אַֽל
(al)
niet
תִּשְׂמְחִ֤י
(tismechi)
verheug je
אֹיַ֨בְתִּי֙
(oyavti)
mijn vijandin
לִ֔י
(li)
over mij
כִּ֥י
(ki)
al
נָפַ֖לְתִּי
(nafalti)
ben ik gevallen
קָ֑מְתִּי
(qamti)
ik sta op
כִּֽי
(ki)
al
אֵשֵׁ֣ב
(eshev)
zit ik
בַּחֹ֔שֶׁךְ
(bachoshekh)
in het donker
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
א֥וֹר
(or)
een licht
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Mijn vijandin’ is een vrouwelijk woord.

Het is waarschijnlijk een stad of een volk dat spot met Israël (vers 10).

9De gramschap van Yahweh moet ik dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd, totdat Hij mijn rechtszaak voert en mijn recht doet. Hij brengt mij uit naar het licht. Ik zal Zijn gerechtigheid zien.
זַ֤עַף
(zaaf)
de gramschap van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶשָּׂ֔א
(esa)
zal ik dragen
כִּ֥י
(ki)
want
חָטָ֖אתִי
(chatati)
ik heb gezondigd
ל֑וֹ
(lo)
tegen Hem
עַד֩
(ad)
totdat
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
יָרִ֤יב
(yariv)
Hij voert
רִיבִי֙
(rivi)
mijn rechtszaak
וְעָשָׂ֣ה
(veasa)
en Hij doet
מִשְׁפָּטִ֔י
(mishpati)
mijn recht
יוֹצִיאֵ֣נִי
(yotsieni)
Hij brengt mij uit
לָא֔וֹר
(laor)
naar het licht
אֶרְאֶ֖ה
(ere)
zal ik zien
בְּצִדְקָתֽוֹ
(betsidqato)
Zijn gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זַעַף (za’af), ‘gramschap’: de verontwaardiging van Yahweh.

De spreker, de profeet namens het volk, neemt de schuld op zich en wacht op Zijn recht.

בִּצְדָקָתוֹ (bitsdaqato), ‘Zijn gerechtigheid’: Yahweh herstelt het recht en brengt het volk uit het donker naar het licht.

10Mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken, zij die tegen mij zei: „Waar is Yahweh, je Elohim?” Mijn ogen zullen naar haar kijken. Nu wordt zij vertrapt als modder op de straten.
וְתֵרֶ֤א
(vetere)
en zal zien
אֹיַ֨בְתִּי֙
(oyavti)
mijn vijandin
וּתְכַסֶּ֣הָ
(utekhaseha)
en zal bedekken
בוּשָׁ֔ה
(busha)
schaamte
הָאֹמְרָ֣ה
(haomera)
zij die zei
אֵלַ֔י
(elay)
tegen mij
אַיּ֖וֹ
(ayo)
waar is
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑יִךְ
(elohayikh)
je Elohim
עֵינַי֙
(einay)
mijn ogen
תִּרְאֶ֣ינָּה
(tireina)
zullen kijken
בָּ֔הּ
(bah)
naar haar
עַתָּ֛ה
(ata)
nu
תִּֽהְיֶ֥ה
(tihye)
zal zij zijn
לְמִרְמָ֖ס
(lemirmas)
tot vertrapping
כְּטִ֥יט
(ketit)
als modder van
חוּצֽוֹת
(chutsot)
de straten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַיּוֹ (ayyo), ‘waar is’: de spottende vraag van de vijanden, zoals in Ps. 42:4 en Ps. 79:10.

Een dag om te bouwen

11Een dag om je muren te bouwen! Op die dag zal de grens ver weg zijn.
י֖וֹם
(yom)
een dag
לִבְנ֣וֹת
(livnot)
om te bouwen
גְּדֵרָ֑יִךְ
(gederayikh)
je muren
י֥וֹם
(yom)
op de dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
יִרְחַק
(yirchaq)
zal ver zijn
חֹֽק
(choq)
de grens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹק (choq), ‘grens’: het woord betekent ook ‘verordening’ of ‘bepaling’.

De betekenis is onzeker.

Wij lezen: de grens van het land wordt ver verlegd.

12Op die dag komt men tot bij jou, van Assyrië en de steden van Egypte, van Egypte tot de Rivier, van zee tot zee en van berg tot berg.
י֥וֹם
(yom)
op de dag
הוּא֙
(hu)
die
וְעָדֶ֣יךָ
(veadeikha)
en tot jou
יָב֔וֹא
(yavo)
zal men komen
לְמִנִּ֥י
(lemini)
vanuit
אַשּׁ֖וּר
(ashur)
Assyrië
וְעָרֵ֣י
(vearei)
en de steden van
מָצ֑וֹר
(matsor)
Egypte
וּלְמִנִּ֤י
(ulemini)
en vanuit
מָצוֹר֙
(matsor)
Egypte
וְעַד
(vead)
en tot
נָהָ֔ר
(nahar)
de Rivier
וְיָ֥ם
(veyam)
en zee
מִיָּ֖ם
(miyam)
van zee
וְהַ֥ר
(vehar)
en berg
הָהָֽר
(hahar)
van de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Eufraat (de Rivier): ‘De Rivier’ is de Eufraat, de grote rivier in het noordoosten van het land.

De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.

Uitleg

מָצוֹר (matsor), ‘Egypte’: dit woord voor Egypte komt ook voor in 2 Kon. 19:24.

Het gewone woord is מִצְרַיִם (Mitsrayim).

הַנָּהָר (hannahar), ‘de Rivier’: de Eufraat.

Het onderwerp van ‘komt men’ noemt de tekst niet. Wij kiezen ‘men’.

13En het land wordt een woestenij vanwege zijn bewoners, om de vrucht van hun daden.
וְהָיְתָ֥ה
(vehayeta)
en zal worden
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
לִשְׁמָמָ֖ה
(lishmama)
tot woestenij
עַל
(al)
vanwege
יֹֽשְׁבֶ֑יהָ
(yosheveiha)
zijn bewoners
מִפְּרִ֖י
(miperi)
om de vrucht van
מַֽעַלְלֵיהֶֽם
(maalleihem)
hun daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Weid Uw volk

14Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfdeel, die alleen woont in het woud, midden in Karmel. Laat hen weiden in Basan en Gilead, zoals in de dagen van lang geleden.
רְעֵ֧ה
(ree)
weid
עַמְּךָ֣
(amekha)
Uw volk
בְשִׁבְטֶ֗ךָ
(beshivtekha)
met Uw staf
צֹ֚אן
(tson)
de kudde van
נַֽחֲלָתֶ֔ךָ
(nachalatekha)
Uw erfdeel
שֹׁכְנִ֣י
(shokheni)
die woont
לְבָדָ֔ד
(levadad)
alleen
יַ֖עַר
(yaar)
in het woud
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
midden in
כַּרְמֶ֑ל
(karmel)
Karmel
יִרְע֥וּ
(yiru)
laat hen weiden
בָשָׁ֛ן
(bashan)
in Basan
וְגִלְעָ֖ד
(vegilad)
en Gilead
כִּימֵ֥י
(kimei)
zoals de dagen van
עוֹלָֽם
(olam)
lang geleden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Karmel (ligging onzeker): Met het woud midden in Karmel is waarschijnlijk de Karmel bij Haifa bedoeld, of een vruchtbare boomgaard in het algemeen.

Dit is niet zeker.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Uitleg

רְעֵה (re’eh), ‘weid’: de profeet vraagt Yahweh om als herder voor Zijn volk te zorgen.

Zie ook 5:3.

כַּרְמֶל (Karmel): het woord betekent ook ‘boomgaard’ of ‘vruchtbaar land’. Het kan hier de berg zijn of een vruchtbare streek.

בָּשָׁן (Bashan) en גִּלְעָד (Gil’ad): vruchtbare weidestreken ten oosten van de Jordaan.

15„Zoals in de dagen van je uittocht uit het land Egypte zal Ik hem wonderen laten zien.”
כִּימֵ֥י
(kimei)
zoals de dagen van
צֵאתְךָ֖
(tsetkha)
je uittocht
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
אַרְאֶ֖נּוּ
(arenu)
Ik zal hem laten zien
נִפְלָאֽוֹת
(niflaot)
wonderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Wij lezen dit vers als het antwoord van Yahweh.

De woorden staan rood.

Dat is onzeker; het kan ook van de profeet zijn.

נִפְלָאוֹת (nifla’ot), ‘wonderen’: zoals in de uittocht uit Egypte (Exod. 15:11).

16Volken zullen het zien en beschaamd zijn over al hun kracht. Zij leggen de hand op de mond, en hun oren worden doof.
יִרְא֤וּ
(yiru)
zullen zien
גוֹיִם֙
(goyim)
volken
וְיֵבֹ֔שׁוּ
(veyevoshu)
en zullen beschaamd zijn
מִכֹּ֖ל
(mikol)
over al
גְּבֽוּרָתָ֑ם
(gevuratam)
hun kracht
יָשִׂ֤ימוּ
(yasimu)
zullen leggen
יָד֙
(yad)
hand
עַל
(al)
op
פֶּ֔ה
(pe)
mond
אָזְנֵיהֶ֖ם
(azeneihem)
hun oren
תֶּחֱרַֽשְׁנָה
(techerashna)
zullen doof worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De hand op de mond leggen’ is een teken van stilte en verbazing, zoals in Job 29:9 en 40:4.

17Zij likken stof als een slang, als kruipend gedierte van de aarde. Zij beven uit hun burchten. Naar Yahweh, onze Elohim, komen zij sidderend, en voor U zijn zij bang.
יְלַחֲכ֤וּ
(yelachakhu)
zij zullen likken
עָפָר֙
(afar)
stof
כַּנָּחָ֔שׁ
(kanachash)
als een slang
כְּזֹחֲלֵ֣י
(kezochalei)
als kruipende dieren van
אֶ֔רֶץ
(erets)
de aarde
יִרְגְּז֖וּ
(yirgezu)
zij zullen beven
מִמִּסְגְּרֹֽתֵיהֶ֑ם
(mimisgeroteihem)
uit hun burchten
אֶל
(el)
naar
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֨ינוּ֙
(eloheinu)
onze Elohim
יִפְחָ֔דוּ
(yifchadu)
zij zullen sidderen
וְיִֽרְא֖וּ
(veyiru)
en zij zullen vrezen
מִמֶּֽךָּ
(mimeka)
voor U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Stof likken’ is een beeld van onderwerping, zoals de slang in Gen. 3:14.

מִסְגְּרוֹתֵיהֶם (misgerotehem), ‘hun burchten’: schuilplaatsen waar zij zich veilig voelden.

Wie is een El als U?

18Wie is een El als U, Die schuld vergeeft en voorbijgaat aan de overtreding van de overgeblevenen van Zijn erfdeel? Hij houdt Zijn toorn niet voor altijd vast, want Hij heeft behagen in trouw.
מִי
(mi)
wie
אֵ֣ל
(el)
een El
כָּמ֗וֹךָ
(kamokha)
als U
נֹשֵׂ֤א
(nose)
Die vergeeft
עָוֺן֙
(avon)
schuld
וְעֹבֵ֣ר
(veover)
en gaat voorbij
עַל
(al)
aan
פֶּ֔שַׁע
(pesha)
overtreding van
לִשְׁאֵרִ֖ית
(lisherit)
de overgeblevenen van
נַחֲלָת֑וֹ
(nachalato)
Zijn erfdeel
לֹא
(lo)
niet
הֶחֱזִ֤יק
(hecheziq)
houdt vast
לָעַד֙
(laad)
voor altijd
אַפּ֔וֹ
(apo)
Zijn toorn
כִּֽי
(ki)
want
חָפֵ֥ץ
(chafets)
heeft behagen
חֶ֖סֶד
(chesed)
trouw
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִי־אֵל כָּמוֹךָ (mi El kamokha), ‘wie is een El als U’: een lofzang op Yahweh.

In het Hebreeuws is het ook een woordspel op de naam Micha (מִיכָה, ‘wie is zoals Yah’).

נֹשֵׂא עָוֺן (nose avon), ‘Die schuld vergeeft’: het werkwoord נָשָׂא (nasa) betekent ‘dragen’. Wij vertalen hier ‘vergeven’, zoals in Exod. 34:7.

Vergelijk Exod. 34:6–7, Joël 2:13 en Jona 4:2.

19Hij zal opnieuw Zich over ons ontfermen. Hij zal onze schuld onderwerpen. En U zult al hun zonden in de diepten van de zee werpen.
יָשׁ֣וּב
(yashuv)
Hij zal terugkeren
יְרַֽחֲמֵ֔נוּ
(yerachamenu)
Hij zal Zich ontfermen over ons
יִכְבֹּ֖שׁ
(yikhbosh)
Hij zal onderwerpen
עֲוֺֽנֹתֵ֑ינוּ
(avonoteinu)
onze schuld
וְתַשְׁלִ֛יךְ
(vetashlikh)
en U zult werpen
בִּמְצֻל֥וֹת
(bimtsulot)
in de diepten van
יָ֖ם
(yam)
zee
כָּל
(kal)
al
חַטֹּאותָֽם
(chatovtam)
hun zonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִכְבֹּשׁ (yikhbosh), ‘onderwerpen’: schuld wordt onder Zijn voeten gebracht.

Hetzelfde werkwoord kan ook ‘vertrappen’ betekenen.

Lezing

In dit vers wisselt de aanspreking: eerst ‘Hij’, dan ‘U’.

Ook ‘onze schuld’ en ‘hun zonden’ wisselen.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

20U zult waarheid geven aan Jakob en trouw aan Abraham, zoals U aan onze vaders hebt gezworen sinds de dagen van weleer.
תִּתֵּ֤ן
(titen)
U zult geven
אֱמֶת֙
(emet)
waarheid
לְיַֽעֲקֹ֔ב
(leyaaqov)
aan Jakob
חֶ֖סֶד
(chesed)
trouw
לְאַבְרָהָ֑ם
(leavraham)
aan Abraham
אֲשֶׁר
(asher)
die
נִשְׁבַּ֥עְתָּ
(nishbata)
U hebt gezworen
לַאֲבֹתֵ֖ינוּ
(laavoteinu)
aan onze vaders
מִ֥ימֵי
(mimei)
sinds de dagen van
קֶֽדֶם
(qedem)
weleer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Yahweh heeft Abraham gezworen: zie Gen. 22:16–18.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’, en חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: twee woorden voor Yahweh’s betrouwbaarheid.