Elohim Bijbel

Markus 4

12345678910111213141516

Gelijkenissen en de storm op de zee

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De gelijkenis van de zaaier

1Opnieuw begon Hij aan de zee te onderwijzen. Er kwam een zeer grote menigte naar Hem toe, zodat Hij in een boot stapte en op de zee ging zitten. De hele menigte stond aan de zee, op het land.
Καὶ
(Kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
ἤρξατο
(erxato)
begon
διδάσκειν
(didaskein)
te onderwijzen
παρὰ
(para)
langs
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
συνάγεται
(synagetai)
komt samen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὄχλος
(ochlos)
menigte
πλεῖστος
(pleistos)
zeer grote
ὥστε
(hoste)
zodat
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἰς
(eis)
in
πλοῖον
(ploion)
boot
ἐμβάντα
(embanta)
gestapt
καθῆσθαι
(kathesthai)
te zitten
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
heel
ὁ
(ho)
de
ὄχλος
(ochlos)
menigte
πρὸς
(pros)
naar
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
γῆς
(ges)
land
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

θάλασσα (thalassa), ‘zee’: de zee van Galilea is een meer.

Zie ook Matt. 13:1–9; Luc. 8:4–8.

2Hij onderwees hen veel in gelijkenissen. In Zijn onderwijs zei Hij tegen hen:
καὶ
(kai)
en
ἐδίδασκεν
(edidasken)
onderwees Hij
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
παραβολαῖς
(parabolais)
gelijkenissen
πολλά
(polla)
veel
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραβολή (parabole), ‘gelijkenis’: een vergelijking of beeldspraak, in het Hebreeuws מָשָׁל (mashal); zie Mark. 3:23.

Zie ookMar 3:23
3„Luister! Zie, de zaaier ging uit om te zaaien.
Ἀκούετε
(Akouete)
luister
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ὁ
(ho)
de
σπείρων
(speiron)
zaaier
σπεῖραι
(speirai)
te zaaien
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκούετε (akouete), ‘Luister!’: vergelijk Deut. 6:4, ‘Luister, Israël’.

Zie ookDeut 6:4
4Terwijl hij zaaide, viel een deel langs de weg. De vogels kwamen en aten het op.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
σπείρειν
(speirein)
zaaien
ὃ
(ho)
een deel
μὲν
(men)
wel
ἔπεσεν
(epesen)
viel
παρὰ
(para)
langs
τὴν
(ten)
de
ὁδόν
(hodon)
weg
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwamen
τὰ
(ta)
de
πετεινὰ
(peteina)
vogels
καὶ
(kai)
en
κατέφαγεν
(katephagen)
aten op
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
5Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had. Meteen kwam het op, omdat het geen diepe aarde had.
καὶ
(kai)
en
ἄλλο
(allo)
ander
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
de
πετρῶδες
(petrodes)
rotsgrond
ὅπου
(hopou)
waar
οὐκ
(ouk)
niet
εἶχεν
(eichen)
had
γῆν
(gen)
aarde
πολλήν
(pollen)
veel
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἐξανέτειλεν
(exaneteilen)
kwam op
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ἔχειν
(echein)
hebben
βάθος
(bathos)
diepte
γῆς
(ges)
van aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

πετρῶδες (petrodes), ‘rotsgrond’: een dun laagje aarde op een rotsbodem.

6Toen de zon opkwam, werd het verschroeid, en omdat het geen wortel had, verdorde het.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἀνέτειλεν
(aneteilen)
opkwam
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
ἐκαυματίσθη
(ekaumatisthe)
werd verschroeid
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ἔχειν
(echein)
hebben
ῥίζαν
(rhizan)
wortel
ἐξηράνθη
(exeranthe)
verdorde
Bron: SBLGNT
7Een ander deel viel tussen de doornen. De doornen groeiden op en verstikten het, en het gaf geen vrucht.
καὶ
(kai)
en
ἄλλο
(allo)
ander
ἔπεσεν
(epesen)
viel
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ἀκάνθας
(akanthas)
doornen
καὶ
(kai)
en
ἀνέβησαν
(anebesan)
kwamen op
αἱ
(hai)
de
ἄκανθαι
(akanthai)
doornen
καὶ
(kai)
en
συνέπνιξαν
(synepnixan)
verstikten
αὐτό
(auto)
het
καὶ
(kai)
en
καρπὸν
(karpon)
vrucht
οὐκ
(ouk)
niet
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
Bron: SBLGNT
8Andere zaden vielen in de goede grond. Zij gaven vrucht, die opkwam en groeide, en droegen 30, 60 en 100 keer zoveel.”
καὶ
(kai)
en
ἄλλα
(alla)
andere
ἔπεσεν
(epesen)
vielen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
grond
τὴν
(ten)
de
καλήν
(kalen)
goede
καὶ
(kai)
en
ἐδίδου
(edidou)
gaven
καρπὸν
(karpon)
vrucht
ἀναβαίνοντα
(anabainonta)
opkomend
καὶ
(kai)
en
αὐξανόμενα
(auxanomena)
groeiend
καὶ
(kai)
en
ἔφερεν
(epheren)
droegen
ἓν
(hen)
één
τριάκοντα
(triakonta)
30
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
ἑξήκοντα
(hexekonta)
60
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
ἑκατόν
(hekaton)
100
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ἓν τριάκοντα (hen triakonta), letterlijk ‘één dertig’: elk zaad geeft 30, 60 of 100 terug.

Wij vertalen ‘30, 60 en 100 keer zoveel’.

9Hij zei: „Wie oren heeft om te horen, laat hem horen.”
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Ὃς
(Hos)
wie
ἔχει
(echei)
heeft
ὦτα
(ota)
oren
ἀκούειν
(akouein)
te horen
ἀκουέτω
(akoueto)
laat horen
Bron: SBLGNT

Waarom Yeshua gelijkenissen gebruikt

10Toen Hij alleen was, vroegen degenen die rond Hem waren, samen met de twaalf, Hem naar de gelijkenissen.
Καὶ
(Kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐγένετο
(egeneto)
werd
κατὰ
(kata)
naar
μόνας
(monas)
alleen
ἠρώτων
(eroton)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
οἱ
(hoi)
die
περὶ
(peri)
rond
αὐτὸν
(auton)
Hem
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
τὰς
(tas)
de
παραβολάς
(parabolas)
gelijkenissen
Bron: SBLGNT
11Hij zei tegen hen: „Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van Elohim gegeven. Maar voor hen die buiten staan, gebeurt alles in gelijkenissen,
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὑμῖν
(Hymin)
aan jullie
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheim
δέδοται
(dedotai)
is gegeven
τῆς
(tes)
van het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐκείνοις
(ekeinois)
aan die
δὲ
(de)
maar
τοῖς
(tois)
aan de
ἔξω
(exo)
buiten
ἐν
(en)
in
παραβολαῖς
(parabolais)
gelijkenissen
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
γίνεται
(ginetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheim’: wat Elohim zelf bekendmaakt aan wie Hij wil; vergelijk Dan. 2:28, ‘een Elohim in de hemel die geheimen onthult’. οἱ ἔξω (hoi exo), ‘zij die buiten staan’: wie niet bij Yeshua en Zijn leerlingen hoort.

Zie ookDan 2:28
12opdat zij kijken en kijken en toch niet zien, horen en horen en toch niet begrijpen. Anders zouden zij terugkeren en zou het hun vergeven worden.”
ἵνα
(hina)
opdat
βλέποντες
(blepontes)
kijkend
βλέπωσι
(bleposi)
zij kijken
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἴδωσιν
(idosin)
zij zien
καὶ
(kai)
en
ἀκούοντες
(akouontes)
horend
ἀκούωσι
(akouosi)
zij horen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
συνιῶσιν
(syniosin)
zij begrijpen
μήποτε
(mepote)
anders
ἐπιστρέψωσιν
(epistrepsosin)
zij zouden terugkeren
καὶ
(kai)
en
ἀφεθῇ
(aphethe)
zou vergeven worden
αὐτοῖς
(autois)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 6:9–10.

Het Hebreeuws heeft ‘Maak het hart van dit volk vet … en niet terugkeert en niet genezen wordt’; de Griekse tekst van Markus heeft ‘anders zouden zij terugkeren en zou het hun vergeven worden’. ἵνα (hina), ‘opdat’, geeft gewoonlijk een doel aan; het kan ook een gevolg uitdrukken (‘zodat’).

Wij houden ‘opdat’.

Zie ook Matt. 13:10–17; Luc. 8:9–10.

Yeshua legt de gelijkenis van de zaaier uit

13Hij zei tegen hen: „Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie dan alle gelijkenissen begrijpen?
Καὶ
(Kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Οὐκ
(Ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
τὴν
(ten)
de
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
ταύτην
(tauten)
deze
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
πάσας
(pasas)
alle
τὰς
(tas)
de
παραβολὰς
(parabolas)
gelijkenissen
γνώσεσθε
(gnosesthe)
zullen begrijpen
Bron: SBLGNT
14De zaaier zaait het woord.
ὁ
(ho)
de
σπείρων
(speiron)
zaaiende
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
σπείρει
(speirei)
zaait
Bron: SBLGNT
15Dit zijn zij die langs de weg zijn, waar het woord wordt gezaaid. Zodra zij het horen, komt meteen Satan en neemt het woord weg dat in hen is gezaaid.
οὗτοι
(houtoi)
dit
δέ
(de)
maar
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
zij die
παρὰ
(para)
langs
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
ὅπου
(hopou)
waar
σπείρεται
(speiretai)
wordt gezaaid
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἀκούσωσιν
(akousosin)
zij horen
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
καὶ
(kai)
en
αἴρει
(airei)
neemt weg
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τὸν
(ton)
het
ἐσπαρμένον
(esparmenon)
gezaaide
εἰς
(eis)
in
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: zie Mark. 1:13.

Zie ookMar 1:13
16Evenzo zijn dit zij die op de rotsgrond gezaaid worden. Zodra zij het woord horen, nemen zij het meteen met vreugde aan.
καὶ
(kai)
en
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
οἱ
(hoi)
zij die
ἐπὶ
(epi)
op
τὰ
(ta)
de
πετρώδη
(petrode)
rotsgronden
σπειρόμενοι
(speiromenoi)
gezaaid worden
οἳ
(hoi)
die
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἀκούσωσιν
(akousosin)
zij horen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
εὐθὺς
(euthys)
meteen
μετὰ
(meta)
met
χαρᾶς
(charas)
vreugde
λαμβάνουσιν
(lambanousin)
nemen aan
αὐτόν
(auton)
het
Bron: SBLGNT
17Zij hebben geen wortel in zichzelf, maar houden het maar kort vol. Daarna, als er verdrukking of vervolging komt vanwege het woord, struikelen zij meteen.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
ῥίζαν
(rhizan)
wortel
ἐν
(en)
in
ἑαυτοῖς
(heautois)
zichzelf
ἀλλὰ
(alla)
maar
πρόσκαιροί
(proskairoi)
tijdelijk
εἰσιν
(eisin)
zijn
εἶτα
(eita)
daarna
γενομένης
(genomenes)
gekomen zijnde
θλίψεως
(thlipseos)
verdrukking
ἢ
(e)
of
διωγμοῦ
(diogmou)
vervolging
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
εὐθὺς
(euthys)
meteen
σκανδαλίζονται
(skandalizontai)
struikelen
Bron: SBLGNT
18En anderen zijn zij die tussen de doornen gezaaid worden. Dit zijn zij die het woord hebben gehoord,
καὶ
(kai)
en
ἄλλοι
(alloi)
anderen
εἰσὶν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
zij die
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ἀκάνθας
(akanthas)
doornen
σπειρόμενοι
(speiromenoi)
gezaaid worden
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
zij die
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
Bron: SBLGNT
19en de zorgen van deze eeuw, de verleiding van de rijkdom en de begeerten naar al het andere dringen binnen en verstikken het woord. Dan wordt het vruchteloos.
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
μέριμναι
(merimnai)
zorgen
τοῦ
(tou)
van de
αἰῶνος
(aionos)
eeuw
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἀπάτη
(apate)
verleiding
τοῦ
(tou)
van de
πλούτου
(ploutou)
rijkdom
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
περὶ
(peri)
over
τὰ
(ta)
de
λοιπὰ
(loipa)
overige
ἐπιθυμίαι
(epithymiai)
begeerten
εἰσπορευόμεναι
(eisporeuomenai)
binnendringend
συμπνίγουσιν
(sympnigousin)
verstikken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
καὶ
(kai)
en
ἄκαρπος
(akarpos)
vruchteloos
γίνεται
(ginetai)
wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἰών (aion), ‘eeuw’: het tijdperk waarin wij leven; ‘deze eeuw’ staat tegenover ‘de komende eeuw’ (Mark. 10:30).

Zie ookMar 10:30
20En dit zijn zij die op de goede grond gezaaid zijn. Zij horen het woord, nemen het aan en dragen vrucht: 30, 60 en 100 keer zoveel.”
καὶ
(kai)
en
ἐκεῖνοί
(ekeinoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
zij die
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
grond
τὴν
(ten)
de
καλὴν
(kalen)
goede
σπαρέντες
(sparentes)
gezaaid
οἵτινες
(hoitines)
die
ἀκούουσιν
(akouousin)
horen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
καὶ
(kai)
en
παραδέχονται
(paradechontai)
nemen aan
καὶ
(kai)
en
καρποφοροῦσιν
(karpophorousin)
dragen vrucht
ἓν
(hen)
één
τριάκοντα
(triakonta)
30
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
ἑξήκοντα
(hexekonta)
60
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
ἑκατόν
(hekaton)
100
Bron: SBLGNT

De lamp en de maat

21Hij zei tegen hen: „Komt de lamp soms om onder de korenmaat gezet te worden, of onder het bed? Niet om op de lampenstandaard gezet te worden?
Καὶ
(Kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Μήτι
(Meti)
toch niet
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὁ
(ho)
de
λύχνος
(lychnos)
lamp
ἵνα
(hina)
opdat
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸν
(ton)
de
μόδιον
(modion)
korenmaat
τεθῇ
(tethe)
gezet wordt
ἢ
(e)
of
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
het
κλίνην
(klinen)
bed
οὐχ
(ouch)
niet
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
λυχνίαν
(lychnian)
lampenstandaard
τεθῇ
(tethe)
gezet wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μόδιος (modios), ‘korenmaat’: een vat van ongeveer 9 liter. λυχνία (lychnia), ‘lampenstandaard’: een standaard waarop een olielamp staat.

Zie ook Matt. 5:15; Luc. 8:16; Luc. 11:33.

22Want niets is verborgen, behalve opdat het openbaar wordt, en niets is geheim geworden, maar opdat het in het openbaar komt.
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
κρυπτὸν
(krypton)
verborgen
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ἵνα
(hina)
opdat
φανερωθῇ
(phanerothe)
openbaar wordt
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐγένετο
(egeneto)
werd
ἀπόκρυφον
(apokryphon)
geheim
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
ἔλθῃ
(elthe)
komt
εἰς
(eis)
in
φανερόν
(phaneron)
openbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 10:26; Luc. 8:17; Luc. 12:2.

23Als iemand oren heeft om te horen, laat hij horen.”
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἔχει
(echei)
heeft
ὦτα
(ota)
oren
ἀκούειν
(akouein)
te horen
ἀκουέτω
(akoueto)
laat horen
Bron: SBLGNT
24Hij zei tegen hen: „Let op wat jullie horen. Met de maat waarmee jullie meten, zal er aan jullie gemeten worden, en er zal nog aan jullie worden toegevoegd.
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Βλέπετε
(Blepete)
let op
τί
(ti)
wat
ἀκούετε
(akouete)
jullie horen
ἐν
(en)
met
ᾧ
(ho)
welke
μέτρῳ
(metro)
maat
μετρεῖτε
(metreite)
jullie meten
μετρηθήσεται
(metrethesetai)
zal gemeten worden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
καὶ
(kai)
en
προστεθήσεται
(prostethesetai)
zal toegevoegd worden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 7:2; Luc. 6:38.

25Want wie heeft, hem zal gegeven worden. En van wie niet heeft, zal ook wat hij heeft weggenomen worden.”
ὃς
(hos)
wie
γὰρ
(gar)
want
ἔχει
(echei)
heeft
δοθήσεται
(dothesetai)
zal gegeven worden
αὐτῷ
(auto)
aan hem
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
καὶ
(kai)
ook
ὃ
(ho)
wat
ἔχει
(echei)
heeft
ἀρθήσεται
(arthesetai)
zal weggenomen worden
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 13:12; Matt. 25:29; Luc. 8:18; Luc. 19:26.

Het zaad dat vanzelf groeit

26Hij zei: „Zo is het koninkrijk van Elohim: een man werpt het zaad op de aarde,
Καὶ
(Kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Οὕτως
(Houtos)
zo
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὡς
(hos)
alsof
ἄνθρωπος
(anthropos)
een man
βάλῃ
(bale)
werpt
τὸν
(ton)
het
σπόρον
(sporon)
zaad
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze gelijkenis staat alleen bij Markus.

27en hij slaapt en staat op, nacht en dag, en het zaad ontkiemt en groeit, zonder dat hij weet hoe.
καὶ
(kai)
en
καθεύδῃ
(katheude)
slaapt
καὶ
(kai)
en
ἐγείρηται
(egeiretai)
opstaat
νύκτα
(nykta)
nacht
καὶ
(kai)
en
ἡμέραν
(hemeran)
dag
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
σπόρος
(sporos)
zaad
βλαστᾷ
(blasta)
ontkiemt
καὶ
(kai)
en
μηκύνηται
(mekynetai)
groeit
ὡς
(hos)
zoals
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδεν
(oiden)
weet
αὐτός
(autos)
hij zelf
Bron: SBLGNT
28Vanzelf brengt de aarde vrucht voort: eerst een halm, dan een aar, dan volle koren in de aar.
αὐτομάτη
(automate)
vanzelf
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
καρποφορεῖ
(karpophorei)
draagt vrucht
πρῶτον
(proton)
eerst
χόρτον
(chorton)
halm
εἶτα
(eita)
dan
στάχυν
(stachyn)
aar
εἶτα
(eita)
dan
πλήρης
(pleres)
vol
σῖτον
(siton)
koren
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στάχυϊ
(stachui)
aar
Bron: SBLGNT
29Maar zodra de vrucht rijp is, zet hij meteen de sikkel erin, want de oogst is aangebroken.”
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
παραδοῖ
(paradoi)
zich overgeeft
ὁ
(ho)
de
καρπός
(karpos)
vrucht
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀποστέλλει
(apostellei)
zendt
τὸ
(to)
de
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
ὅτι
(hoti)
omdat
παρέστηκεν
(paresteken)
is aangebroken
ὁ
(ho)
de
θερισμός
(therismos)
oogst
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραδοῖ (paradoi), eigenlijk ‘overgeeft, toelaat’: de vrucht laat zich plukken, dus is rijp. ἀποστέλλει (apostellei), ‘zendt’; wij vertalen ‘zet erin’.

Vergelijk Joël 4:13 (in de Nederlandse telling 3:13), ‘Zet de sikkel erin, want de oogst is rijp’.

Zie ookJoël 4:13

Het mosterdzaad

30Hij zei: „Hoe kunnen wij het koninkrijk van Elohim vergelijken, of in welke gelijkenis kunnen wij het onderbrengen?
Καὶ
(Kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Πῶς
(Pos)
hoe
ὁμοιώσωμεν
(homoiosomen)
zouden wij vergelijken
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
τίνι
(tini)
welke
αὐτὴν
(auten)
het
παραβολῇ
(parabole)
gelijkenis
θῶμεν
(thomen)
zouden wij plaatsen
Bron: SBLGNT
31Het is als een mosterdzaadje. Wanneer dat op de aarde gezaaid wordt, is het kleiner dan alle zaden op de aarde —
ὡς
(hos)
als
κόκκῳ
(kokko)
korrel
σινάπεως
(sinapeos)
van mosterd
ὃς
(hos)
die
ὅταν
(hotan)
wanneer
σπαρῇ
(spare)
gezaaid wordt
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
μικρότερον
(mikroteron)
kleiner
ὂν
(on)
zijnde
πάντων
(panton)
van alle
τῶν
(ton)
de
σπερμάτων
(spermaton)
zaden
τῶν
(ton)
die
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

σίναπι (sinapi), ‘mosterd’: het zaad is zeer klein.

Zie ook Matt. 13:31–32; Luc. 13:18–19.

32en wanneer het gezaaid is, komt het op en wordt groter dan alle tuingewassen. Het maakt grote takken, zodat de vogels van de hemel onder zijn schaduw kunnen nestelen.”
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
σπαρῇ
(spare)
gezaaid is
ἀναβαίνει
(anabainei)
komt op
καὶ
(kai)
en
γίνεται
(ginetai)
wordt
μεῖζον
(meizon)
groter
πάντων
(panton)
van alle
τῶν
(ton)
de
λαχάνων
(lachanon)
tuingewassen
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
maakt
κλάδους
(kladous)
takken
μεγάλους
(megalous)
grote
ὥστε
(hoste)
zodat
δύνασθαι
(dynasthai)
kunnen
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
de
σκιὰν
(skian)
schaduw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὰ
(ta)
de
πετεινὰ
(peteina)
vogels
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
κατασκηνοῦν
(kataskenoun)
nestelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λάχανα (lachana), ‘tuingewassen’: planten die in een moestuin worden gekweekt.

De vogels in de takken doen denken aan Ezech. 17:23 en Dan. 4:9 (in de Nederlandse telling 4:12), waar een boom aan vogels schuilplaats geeft.

33Met veel van zulke gelijkenissen sprak Hij het woord tot hen, voor zover zij het konden horen.
Καὶ
(Kai)
en
τοιαύταις
(toiautais)
zulke
παραβολαῖς
(parabolais)
gelijkenissen
πολλαῖς
(pollais)
vele
ἐλάλει
(elalei)
sprak Hij
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠδύναντο
(edynanto)
zij konden
ἀκούειν
(akouein)
horen
Bron: SBLGNT
34Zonder gelijkenis sprak Hij niet tot hen, maar aan Zijn eigen leerlingen legde Hij alles apart uit.
χωρὶς
(choris)
zonder
δὲ
(de)
maar
παραβολῆς
(paraboles)
gelijkenis
οὐκ
(ouk)
niet
ἐλάλει
(elalei)
sprak Hij
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
κατ’
(kat’)
naar
ἰδίαν
(idian)
afzonderlijk
δὲ
(de)
maar
τοῖς
(tois)
aan de
ἰδίοις
(idiois)
eigen
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
ἐπέλυεν
(epelyen)
legde uit
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT

Yeshua bedaart de storm

35Op die dag, toen het avond geworden was, zei Hij tegen hen: „Laten wij naar de overkant gaan.”
Καὶ
(Kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ἐν
(en)
op
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὀψίας
(opsias)
avond
γενομένης
(genomenes)
geworden
Διέλθωμεν
(Dielthomen)
laten wij oversteken
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
πέραν
(peran)
overkant
Bron: SBLGNT
Uitleg

De overkant is de andere kant van het meer.

Zie ook Matt. 8:18; Matt. 8:23–27; Luc. 8:22–25.

36Zij lieten de menigte achter en namen Hem mee, zoals Hij was, in de boot. Er waren ook andere boten bij Hem.
καὶ
(kai)
en
ἀφέντες
(aphentes)
achterlatend
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
παραλαμβάνουσιν
(paralambanousin)
nemen mee
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὡς
(hos)
zoals
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πλοίῳ
(ploio)
boot
καὶ
(kai)
en
ἄλλα
(alla)
andere
πλοῖα
(ploia)
boten
ἦν
(en)
waren
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
37Er stak een zware stormwind op, en de golven sloegen in de boot, zodat de boot al vol begon te lopen.
καὶ
(kai)
en
γίνεται
(ginetai)
komt
λαῖλαψ
(lailaps)
storm
μεγάλη
(megale)
grote
ἀνέμου
(anemou)
van wind
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
κύματα
(kymata)
golven
ἐπέβαλλεν
(epeballen)
sloegen
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
πλοῖον
(ploion)
boot
ὥστε
(hoste)
zodat
ἤδη
(ede)
al
γεμίζεσθαι
(gemizesthai)
vol te raken
τὸ
(to)
de
πλοῖον
(ploion)
boot
Bron: SBLGNT
Uitleg

λαῖλαψ (lailaps), ‘stormwind’: een plotselinge, hevige windvlaag.

Vergelijk Jona 1:4 en Ps. 107:25.

38Hij lag zelf achterin op het kussen te slapen. Zij maakten Hem wakker en zeiden tegen Hem: „Leraar, kan het U niet schelen dat wij omkomen?”
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
πρύμνῃ
(prymne)
achterschip
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
προσκεφάλαιον
(proskephalaion)
kussen
καθεύδων
(katheudon)
slapend
καὶ
(kai)
en
ἐγείρουσιν
(egeirousin)
wekken
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
οὐ
(ou)
niet
μέλει
(melei)
is het een zorg
σοι
(soi)
voor U
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπολλύμεθα
(apollymetha)
wij omkomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκεφάλαιον (proskephalaion), ‘kussen’. Διδάσκαλε (didaskale), ‘Leraar’: de leerlingen spreken Hem zo aan.

Ook Jona sliep in het schip tijdens de storm (Jona 1:5–6).

39Hij werd wakker, bestrafte de wind en zei tegen de zee: „Zwijg, wees stil.” Toen ging de wind liggen en kwam er een grote windstilte.
καὶ
(kai)
en
διεγερθεὶς
(diegertheis)
wakker geworden
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
τῷ
(to)
de
ἀνέμῳ
(anemo)
wind
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
τῇ
(te)
aan de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
Σιώπα
(Siopa)
zwijg
πεφίμωσο
(pephimoso)
wees stil
καὶ
(kai)
en
ἐκόπασεν
(ekopasen)
ging liggen
ὁ
(ho)
de
ἄνεμος
(anemos)
wind
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
γαλήνη
(galene)
windstilte
μεγάλη
(megale)
grote
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

ἐπετίμησεν (epetimesen), ‘bestrafte’: zie Mark. 1:25. Σιώπα πεφίμωσο (siopa pephimoso), ‘Zwijg, wees stil’: vergelijk Ps. 65:8 (in de Nederlandse telling 65:7) en Ps. 107:29, waar Yahweh de zee tot rust brengt. γαλήνη (galene), ‘windstilte’.

40Hij zei tegen hen: „Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen geloof?”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τί
(Ti)
waarom
δειλοί
(deiloi)
bang
ἐστε
(este)
zijn jullie
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
41Zij werden vervuld van grote vrees en zeiden tegen elkaar: „Wie is Hij dan, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzamen?”
καὶ
(kai)
en
ἐφοβήθησαν
(ephobethesan)
vreesden
φόβον
(phobon)
vrees
μέγαν
(megan)
grote
καὶ
(kai)
en
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Τίς
(Tis)
wie
ἄρα
(ara)
dan
οὗτός
(houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
ἄνεμος
(anemos)
wind
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
θάλασσα
(thalassa)
zee
ὑπακούει
(hypakouei)
gehoorzaamt
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

ἐφοβήθησαν φόβον μέγαν (ephobethesan phobon megan), letterlijk ‘zij vreesden een grote vrees’: een Hebreeuwse uitdrukkingswijze.