Psalmen 131
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Een tot rust gebrachte ziel
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Niet hoog, niet groot
1Een lied van de opgangen. Van David. Yahweh, mijn hart is niet hoogmoedig en mijn ogen zijn niet verheven. Ik heb mij niet bezig gehouden met grote dingen en met wonderen die te hoog voor mij zijn.
שִׁ֥יר
(shir)
lied van
הַֽמַּֽעֲל֗וֹת
(hamaalot)
de opgangen
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹא
(lo)
niet
גָבַ֣הּ
(gavah)
is hoog
לִ֭בִּי
(libi)
mijn hart
וְלֹא
(velo)
en niet
רָמ֣וּ
(ramu)
zijn verheven
עֵינַ֑י
(einay)
mijn ogen
וְלֹֽא
(velo)
en niet
הִלַּ֓כְתִּי
(hilakhti)
ik heb mij bezig gehouden
בִּגְדֹל֖וֹת
(bigdolot)
met grote dingen
וּבְנִפְלָא֣וֹת
(uveniflaot)
en met wonderen
מִמֶּֽנִּי
(mimeni)
te hoog voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust gebracht en stil gemaakt, als een gespeend kind bij zijn moeder. Als een gespeend kind is mijn ziel bij mij.
אִם
(im)
voorwaar
לֹ֤א
(lo)
niet
שִׁוִּ֨יתִי
(shiviti)
ik heb tot rust gebracht
וְדוֹמַ֗מְתִּי
(vedomamti)
en stil gemaakt
נַ֫פְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
כְּ֭גָמֻל
(kegamul)
als een gespeend kind
עֲלֵ֣י
(alei)
bij
אִמּ֑וֹ
(imo)
zijn moeder
כַּגָּמֻ֖ל
(kagamul)
als een gespeend kind
עָלַ֣י
(alay)
bij mij
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִם־לֹא (im lo), ‘voorwaar’: de vorm van een eed.
Letterlijk ‘als niet’.
גָּמֻל (gamul), ‘gespeend kind’: een kind dat niet meer drinkt en bij zijn moeder rustig is. Het beeld: de ziel vraagt niet langer, maar rust bij Yahweh.
שִׁוִּיתִי (shivviti), ‘tot rust gebracht’: letterlijk ‘gelijk of effen gemaakt’.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’.
Wacht op Yahweh
3Israël, wacht op Yahweh, van nu af en voor eeuwig.
יַחֵ֣ל
(yachel)
wacht
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
op
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
מֵֽ֝עַתָּ֗ה
(meata)
van nu af
וְעַד
(vead)
en tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)