Elohim Bijbel

Daniël 2

123456789101112

Nebukadnezars droom van het grote beeld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De droom van de koning

1In het tweede jaar van het koningschap van Nebukadnezar droomde Nebukadnezar dromen. Zijn geest werd verontrust en zijn slaap ging van hem weg.
וּבִשְׁנַ֣ת
(uvishnat)
in het jaar van
שְׁתַּ֗יִם
(shetayim)
twee
לְמַלְכוּת֙
(lemalkhut)
van het koningschap van
נְבֻֽכַדְנֶצַּ֔ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
חָלַ֥ם
(chalam)
droomde
נְבֻֽכַדְנֶצַּ֖ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
חֲלֹמ֑וֹת
(chalomot)
dromen
וַתִּתְפָּ֣עֶם
(vatitpaem)
en werd verontrust
רוּח֔וֹ
(rucho)
zijn geest
וּשְׁנָת֖וֹ
(ushenato)
en zijn slaap
נִהְיְתָ֥ה
(nihyeta)
werd
עָלָֽיו
(alav)
over hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲלֹמוֹת (chalomot), ‘dromen’: het Hebreeuws heeft een meervoud.

Het kan om meer dan één droom gaan, of om één droom met veel beelden.

Vanaf vers 3 spreekt de koning over ‘een droom’.

וְשְׁנָתוֹ נִהְיְתָה עָלָיו (veshenato nihyetah alav), ‘zijn slaap ging van hem weg’: letterlijk ‘zijn slaap werd over hem’. Het is een uitdrukking; de gewone betekenis is dat hij niet meer kon slapen.

2De koning zei dat men de magiërs, de bezweerders, de tovenaars en de Chaldeeën moest roepen om de koning zijn dromen te vertellen. Zij kwamen en gingen voor de koning staan.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
הַ֠מֶּלֶךְ
(hamelekh)
de koning
לִקְרֹ֨א
(liqro)
om te roepen
לַֽחַרְטֻמִּ֜ים
(lachartumim)
de magiërs
וְלָֽאַשָּׁפִ֗ים
(velaashafim)
en de bezweerders
וְלַֽמְכַשְּׁפִים֙
(velamkhashefim)
en de tovenaars
וְלַכַּשְׂדִּ֔ים
(velakasdim)
en de Chaldeeën
לְהַגִּ֥יד
(lehagid)
om te vertellen
לַמֶּ֖לֶךְ
(lamelekh)
aan de koning
חֲלֹמֹתָ֑יו
(chalomotav)
zijn dromen
וַיָּבֹ֕אוּ
(vayavou)
en zij kwamen
וַיַּֽעַמְד֖וּ
(vayaamdu)
en zij gingen staan
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De koning roept vier groepen: חַרְטֻמִּים (chartummim), ‘magiërs’, אַשָּׁפִים (ashshafim), ‘bezweerders’, מְכַשְּׁפִים (mekhashshefim), ‘tovenaars’ en כַּשְׂדִּים (kasdim), ‘Chaldeeën’.

Hier is ‘Chaldeeën’ de naam van een groep wijze mannen.

Elders in het Oude Testament is het de naam van het volk van Babel.

3De koning zei tegen hen: „Ik heb een droom gedroomd. Mijn geest is verontrust. Ik wil de droom weten.”
וַיֹּ֧אמֶר
(vayomer)
en zei
לָהֶ֛ם
(lahem)
tegen hen
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
חֲל֣וֹם
(chalom)
een droom
חָלָ֑מְתִּי
(chalamti)
ik heb gedroomd
וַתִּפָּ֣עֶם
(vatipaem)
en werd verontrust
רוּחִ֔י
(ruchi)
mijn geest
לָדַ֖עַת
(ladaat)
om te weten
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַחֲלֽוֹם
(hachalom)
de droom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De wijzen kunnen de droom niet vertellen

4De Chaldeeën spraken tot de koning in het Aramees: „Koning, leef voor eeuwig! Vertel de droom aan uw dienaar. Dan zullen wij de uitleg bekendmaken.”
וַֽיְדַבְּר֧וּ
(vaydaberu)
en spraken
הַכַּשְׂדִּ֛ים
(hakasdim)
de Chaldeeën
לַמֶּ֖לֶךְ
(lamelekh)
tot de koning
אֲרָמִ֑ית
(aramit)
in het Aramees
מַלְכָּא֙
(malka)
koning
לְעָלְמִ֣ין
(lealemin)
voor eeuwig
חֱיִ֔י
(cheyi)
leef
אֱמַ֥ר
(emar)
vertel
חֶלְמָ֛א
(chelma)
de droom
לְעַבְדָ֖ךְ
(leavdakh)
aan uw dienaar
וּפִשְׁרָ֥א
(ufishra)
en de uitleg
נְחַוֵּֽא
(nechave)
wij zullen bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier tot en met 7:28 is de brontekst Aramees.

Het Hebreeuwse woord אֲרָמִית (aramit), ‘in het Aramees’, staat nog in de Hebreeuwse tekst en geeft de overgang aan.

De Hebreeuwse tekst hervat in 8:1.

Het Aramees is verwant aan het Hebreeuws. De woorden voor Elohim zijn in het Aramees אֱלָהּ (elah) en, in het meervoud, אֱלָהִין (elahin). Wij vertalen ‘Elohim’ en ‘goden’.

לְעָלְמִין חֱיִי (le’almin chayi), ‘leef voor eeuwig’: een gebruikelijke groet aan een koning.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft לעבדיך (le’avdayikh), ‘uw dienaren’; de voorgelezen tekst (qere) heeft לְעַבְדָךְ (le’avdakh), ‘uw dienaar’.

De Chaldeeën noemen zich samen ‘uw dienaar’.

Wij volgen het qere.

5De koning antwoordde en zei tegen de Chaldeeën: „Mijn besluit staat vast. Als jullie mij de droom en de uitleg ervan niet bekendmaken, worden jullie in stukken gehouwen. Jullie huizen worden een mesthoop.
עָנֵ֤ה
(ane)
hij antwoordde
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en zei
לְכַשְׂדָּאֵ֔י
(lekhasdaei)
aan de Chaldeeën
מִלְּתָ֖א
(mileta)
het woord
מִנִּ֣י
(mini)
van mij
אַזְדָּ֑א
(azda)
vast
הֵ֣ן
(hen)
als
לָ֤א
(la)
niet
תְהֽוֹדְעוּנַּ֨נִי֙
(tehodeunani)
jullie bekendmaken aan mij
חֶלְמָ֣א
(chelma)
de droom
וּפִשְׁרֵ֔הּ
(ufishreh)
en zijn uitleg
הַדָּמִין֙
(hadamin)
in stukken
תִּתְעַבְד֔וּן
(titavdun)
jullie worden gemaakt
וּבָתֵּיכ֖וֹן
(uvateikhon)
en jullie huizen
נְוָלִ֥י
(nevali)
tot een mesthoop
יִתְּשָׂמֽוּן
(yitesamun)
worden gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַזְדָּא (azda), ‘vast’: een zeldzaam woord, waarschijnlijk uit het Perzisch.

De betekenis ‘vaststaand besluit’ is waarschijnlijk.

Sommigen verstaan ‘het woord is mij ontgaan’; de betekenis is onzeker.

Vers 8 gebruikt hetzelfde woord.

הַדָּמִין (hadamin), ‘in stukken’: letterlijk ‘ledematen’.

נְוָלִי (nevali), ‘mesthoop’: een plaats voor afval. Het woord is zeldzaam; ook in 3:29 en Ezra 6:11.

6Maar als jullie de droom en de uitleg ervan bekendmaken, ontvangen jullie van mij geschenken, een beloning en grote eer. Maak mij daarom de droom en de uitleg ervan bekend.”
וְהֵ֨ן
(vehen)
en als
חֶלְמָ֤א
(chelma)
de droom
וּפִשְׁרֵהּ֙
(ufishreh)
en zijn uitleg
תְּֽהַחֲוֺ֔ן
(tehachavon)
jullie bekendmaken
מַתְּנָ֤ן
(matenan)
geschenken
וּנְבִזְבָּה֙
(unevizba)
en een beloning
וִיקָ֣ר
(viqar)
en eer
שַׂגִּ֔יא
(sagi)
grote
תְּקַבְּל֖וּן
(teqabelun)
jullie ontvangen
מִן
(min)
van
קֳדָמָ֑י
(qodamay)
voor mij
לָהֵ֕ן
(lahen)
daarom
חֶלְמָ֥א
(chelma)
de droom
וּפִשְׁרֵ֖הּ
(ufishreh)
en zijn uitleg
הַחֲוֺֽנִי
(hachavoni)
maak bekend aan mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְבִזְבָּה (nevizbah), ‘beloning’: een zeldzaam woord, waarschijnlijk een leenwoord.

De betekenis is bij benadering.

7Zij antwoordden voor de tweede keer en zeiden: „Laat de koning de droom aan zijn dienaren vertellen. Dan zullen wij de uitleg bekendmaken.”
עֲנ֥וֹ
(ano)
zij antwoordden
תִנְיָנ֖וּת
(tinyanut)
een tweede keer
וְאָמְרִ֑ין
(veamerin)
en zeiden
מַלְכָּ֕א
(malka)
de koning
חֶלְמָ֛א
(chelma)
de droom
יֵאמַ֥ר
(yemar)
laat hij zeggen
לְעַבְד֖וֹהִי
(leavdohi)
aan zijn dienaren
וּפִשְׁרָ֥ה
(ufishra)
en de uitleg
נְהַחֲוֵֽה
(nehachave)
wij zullen bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8De koning antwoordde en zei: „Ik weet zeker dat jullie tijd willen winnen, omdat jullie zien dat mijn besluit vaststaat.
עָנֵ֤ה
(ane)
hij antwoordde
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְאָמַ֔ר
(veamar)
en zei
מִן
(min)
uit
יַצִּיב֙
(yatsiv)
zekerheid
יָדַ֣ע
(yada)
weet
אֲנָ֔ה
(ana)
ik
דִּ֥י
(di)
dat
עִדָּנָ֖א
(idana)
tijd
אַנְתּ֣וּן
(antun)
jullie
זָבְנִ֑ין
(zavenin)
kopen
כָּל
(kal)
al
קֳבֵל֙
(qovel)
tegenover
דִּ֣י
(di)
dat
חֲזֵית֔וֹן
(chazeiton)
jullie zien
דִּ֥י
(di)
dat
אַזְדָּ֖א
(azda)
vast
מִנִּ֥י
(mini)
van mij
מִלְּתָֽא
(mileta)
het woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Als jullie mij de droom niet bekendmaken, is er voor jullie maar één vonnis. Jullie hebben afgesproken om een leugenachtig en schadelijk woord voor mij uit te spreken, totdat de tijd verandert. Vertel mij daarom de droom. Dan weet ik dat jullie mij ook de uitleg kunnen bekendmaken.”
דִּ֣י
(di)
dat
הֵן
(hen)
als
חֶלְמָא֩
(chelma)
de droom
לָ֨א
(la)
niet
תְהֽוֹדְעֻנַּ֜נִי
(tehodeunani)
jullie bekendmaken aan mij
חֲדָה
(chada)
één
הִ֣יא
(hi)
is
דָֽתְכ֗וֹן
(datekhon)
jullie vonnis
וּמִלָּ֨ה
(umila)
en een woord
כִדְבָ֤ה
(kidva)
leugenachtig
וּשְׁחִיתָה֙
(ushechita)
en schadelijk
הִזְדְּמִנְתּוּן֙
(hizdemintun)
jullie hebben afgesproken
לְמֵאמַ֣ר
(lememar)
om te zeggen
קָֽדָמַ֔י
(qadamay)
voor mij
עַ֛ד
(ad)
tot
דִּ֥י
(di)
dat
עִדָּנָ֖א
(idana)
de tijd
יִשְׁתַּנֵּ֑א
(yishtane)
verandert
לָהֵ֗ן
(lahen)
daarom
חֶלְמָא֙
(chelma)
de droom
אֱמַ֣רוּ
(emaru)
zeg
לִ֔י
(li)
aan mij
וְֽאִנְדַּ֕ע
(veinda)
en ik zal weten
דִּ֥י
(di)
dat
פִשְׁרֵ֖הּ
(pishreh)
zijn uitleg
תְּהַחֲוֻנַּֽנִי
(tehachavunani)
jullie kunnen bekendmaken aan mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּתְכון (datkhon), ‘jullie vonnis’: דָּת (dat) is een Perzisch leenwoord voor ‘wet’ of ‘bevel’.

Zo ook in vers 13, 15.

שְׁחִיתָה (shechitah), ‘schadelijk’: letterlijk ‘verderfelijk’.

10De Chaldeeën antwoordden voor de koning en zeiden: „Er is geen mens op de aarde die het woord van de koning kan bekendmaken. Want nog nooit heeft een koning, hoe groot en machtig ook, zoiets gevraagd aan een magiër, bezweerder of Chaldeeër.
עֲנ֨וֹ
(ano)
zij antwoordden
כַשְׂדָּאֵ֤י
(kasdaei)
de Chaldeeën
קֳדָם
(qodam)
voor
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְאָ֣מְרִ֔ין
(veamerin)
en zeiden
לָֽא
(la)
niet
אִיתַ֤י
(itay)
is er
אֲנָשׁ֙
(anash)
mens
עַל
(al)
op
יַבֶּשְׁתָּ֔א
(yabeshta)
de aarde
דִּ֚י
(di)
die
מִלַּ֣ת
(milat)
het woord van
מַלְכָּ֔א
(malka)
de koning
יוּכַ֖ל
(yukhal)
kan
לְהַחֲוָיָ֑ה
(lehachavaya)
bekendmaken
כָּל
(kal)
al
קֳבֵ֗ל
(qovel)
tegenover
דִּ֚י
(di)
dat
כָּל
(kal)
elke
מֶ֨לֶךְ֙
(melekh)
koning
רַ֣ב
(rav)
groot
וְשַׁלִּ֔יט
(veshalit)
en machtig
מִלָּ֤ה
(mila)
zoiets
כִדְנָה֙
(kidna)
zoals dit
לָ֣א
(la)
niet
שְׁאֵ֔ל
(sheel)
heeft gevraagd
לְכָל
(lekhal)
aan elke
חַרְטֹּ֖ם
(chartom)
magiër
וְאָשַׁ֥ף
(veashaf)
en bezweerder
וְכַשְׂדָּֽי
(vekhasday)
en Chaldeeër
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַבֶּשְׁתָּא (yabbeshta), ‘de aarde’: letterlijk ‘het droge’.

Het Aramees gebruikt dit woord voor het land.

שַׁלִּיט (shallit), ‘machtig’: iemand met gezag.

Zie ookDan 2:27
11Het woord dat de koning vraagt, is zwaar. Een ander die het voor de koning kan bekendmaken, is er niet. Alleen de goden kunnen het, maar hun woning is niet bij het vlees.”
וּמִלְּתָ֨א
(umileta)
en het woord
דִֽי
(di)
dat
מַלְכָּ֤ה
(malka)
de koning
שָׁאֵל֙
(shael)
vraagt
יַקִּירָ֔ה
(yaqira)
zwaar
וְאָחֳרָן֙
(veachoran)
en een ander
לָ֣א
(la)
niet
אִיתַ֔י
(itay)
is er
דִּ֥י
(di)
die
יְחַוִּנַּ֖הּ
(yechavinah)
het zal bekendmaken
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
לָהֵ֣ן
(lahen)
behalve
אֱלָהִ֔ין
(elahin)
de goden
דִּ֚י
(di)
wier
מְדָ֣רְה֔וֹן
(medarehon)
hun woning
עִם
(im)
bij
בִּשְׂרָ֖א
(bisra)
het vlees
לָ֥א
(la)
niet
אִיתֽוֹהִי
(itohi)
is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Chaldeeën zeggen dat alleen ‘de goden’ (אֱלָהִין, elahin) het kunnen weten.

Zij spreken hier als wijzen van Babel; wij schrijven ‘goden’ met kleine letter.

Het besluit om de wijzen te doden

12Daarom werd de koning boos en zeer woedend. Hij zei dat alle wijzen van Babel moesten omkomen.
כָּל
(kal)
al
קֳבֵ֣ל
(qovel)
tegenover
דְּנָ֔ה
(dena)
dit
מַלְכָּ֕א
(malka)
de koning
בְּנַ֖ס
(benas)
boos
וּקְצַ֣ף
(uqetsaf)
en woedend
שַׂגִּ֑יא
(sagi)
zeer
וַאֲמַר֙
(vaamar)
en zei
לְה֣וֹבָדָ֔ה
(lehovada)
om te laten omkomen
לְכֹ֖ל
(lekhol)
alle
חַכִּימֵ֥י
(chakimei)
wijzen van
בָבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

13Het besluit ging uit en de wijzen zouden worden gedood. Men zocht Daniël en zijn vrienden om hen te doden.
וְדָתָ֣א
(vedata)
en het besluit
נֶפְקַ֔ת
(nefqat)
ging uit
וְחַכִּֽימַיָּ֖א
(vechakimaya)
en de wijzen
מִֽתְקַטְּלִ֑ין
(mitqatelin)
werden gedood
וּבְע֛וֹ
(uveo)
en zij zochten
דָּנִיֵּ֥אל
(daniyel)
Daniël
וְחַבְר֖וֹהִי
(vechavrohi)
en zijn vrienden
לְהִתְקְטָלָֽה
(lehitqetala)
om gedood te worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Daniël vraagt tijd

14Toen gaf Daniël raad en inzicht terug aan Arioch, de bevelhebber van de lijfwacht van de koning. Die was uitgegaan om de wijzen van Babel te doden.
בֵּאדַ֣יִן
(bedayin)
toen
דָּנִיֵּ֗אל
(daniyel)
Daniël
הֲתִיב֙
(hativ)
gaf terug
עֵטָ֣א
(eta)
raad
וּטְעֵ֔ם
(uteem)
en inzicht
לְאַרְי֕וֹךְ
(learyokh)
aan Arioch
רַב
(rav)
overste van
טַבָּחַיָּ֖א
(tabachaya)
de lijfwacht
דִּ֣י
(di)
die
מַלְכָּ֑א
(malka)
van de koning
דִּ֚י
(di)
die
נְפַ֣ק
(nefaq)
was uitgegaan
לְקַטָּלָ֔ה
(leqatala)
om te doden
לְחַכִּימֵ֖י
(lechakimei)
de wijzen van
בָּבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

עֵטָא וּטְעֵם (eta uteem), ‘raad en inzicht’: twee woorden die samen een bedachtzaam antwoord beschrijven.

רַב־טַבָּחַיָּא (rav-tabbachayya), ‘bevelhebber van de lijfwacht’: zoals in 2 Kon. 25:8. Letterlijk ‘hoofd van de slachters’.

אַרְיוֹךְ (Aryokh), ‘Arioch’: ook in Gen. 14:1 de naam van een koning, maar niet dezelfde man.

15Hij antwoordde en zei tegen Arioch, de gezagvoerder van de koning: „Waarom is het besluit van de koning zo streng?” Toen maakte Arioch de zaak aan Daniël bekend.
עָנֵ֣ה
(ane)
hij antwoordde
וְאָמַ֗ר
(veamar)
en zei
לְאַרְיוֹךְ֙
(learyokh)
aan Arioch
שַׁלִּיטָ֣א
(shalita)
de gezagvoerder
דִֽי
(di)
die
מַלְכָּ֔א
(malka)
van de koning
עַל
(al)
om
מָ֥ה
(ma)
wat
דָתָ֛א
(data)
het besluit
מְהַחְצְפָ֖ה
(mehachtsefa)
zo streng
מִן
(min)
van
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
אֱדַ֣יִן
(edayin)
toen
מִלְּתָ֔א
(mileta)
de zaak
הוֹדַ֥ע
(hoda)
maakte bekend
אַרְי֖וֹךְ
(aryokh)
Arioch
לְדָנִיֵּֽאל
(ledaniyel)
aan Daniël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁלִּיטָא (shallita), ‘gezagvoerder’: iemand met bevoegdheid.

Het is een andere titel dan in vers 14.

מְהַחְצְפָה (mehachtsefah), ‘zo streng’: letterlijk ‘zo scherp’.

Zie ookDan 2:14
16Daniël ging naar binnen en vroeg de koning dat hem tijd zou worden gegeven. Dan zou hij de koning de uitleg bekendmaken.
וְדָ֣נִיֵּ֔אל
(vedaniyel)
en Daniël
עַ֖ל
(al)
ging naar binnen
וּבְעָ֣ה
(uvea)
en vroeg
מִן
(min)
van
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
דִּ֚י
(di)
dat
זְמָ֣ן
(zeman)
tijd
יִנְתֵּן
(yinten)
zou worden gegeven
לֵ֔הּ
(leh)
aan hem
וּפִשְׁרָ֖א
(ufishra)
en de uitleg
לְהַֽחֲוָיָ֥ה
(lehachavaya)
om bekend te maken
לְמַלְכָּֽא
(lemalka)
aan de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Toen ging Daniël naar zijn huis. Hij maakte de zaak bekend aan zijn vrienden Chananja, Misjaël en Azarja.
אֱדַ֥יִן
(edayin)
toen
דָּֽנִיֵּ֖אל
(daniyel)
Daniël
לְבַיְתֵ֣הּ
(levayteh)
naar zijn huis
אֲזַ֑ל
(azal)
ging
וְ֠לַחֲנַנְיָה
(velachananya)
en aan Chananja
מִֽישָׁאֵ֧ל
(mishael)
Misjaël
וַעֲזַרְיָ֛ה
(vaazarya)
en Azarja
חַבְר֖וֹהִי
(chavrohi)
zijn vrienden
מִלְּתָ֥א
(mileta)
de zaak
הוֹדַֽע
(hoda)
maakte bekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zij moesten ontferming vragen van de Elohim van de hemel over dit geheim. Dan zouden Daniël en zijn vrienden niet omkomen met de andere wijzen van Babel.
וְרַחֲמִ֗ין
(verachamin)
en ontferming
לְמִבְעֵא֙
(lemive)
om te vragen
מִן
(min)
van
קֳדָם֙
(qodam)
voor
אֱלָ֣הּ
(elah)
Elohim van
שְׁמַיָּ֔א
(shemaya)
de hemel
עַל
(al)
over
רָזָ֖ה
(raza)
dit geheim
דְּנָ֑ה
(dena)
dit
דִּ֣י
(di)
dat
לָ֤א
(la)
niet
יְהֹֽבְדוּן֙
(yehovedun)
zouden omkomen
דָּנִיֵּ֣אל
(daniyel)
Daniël
וְחַבְר֔וֹהִי
(vechavrohi)
en zijn vrienden
עִם
(im)
met
שְׁאָ֖ר
(shear)
de rest van
חַכִּימֵ֥י
(chakimei)
de wijzen van
בָבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

רָזָא (raza), ‘geheim’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch.

Het komt in dit hoofdstuk vaak voor (verzen 18, 19, 27–30, 47).

Wij vertalen steeds ‘geheim’.

אֱלָהּ שְׁמַיָּא (elah shemayya), ‘de Elohim van de hemel’: zo ook in Ezra 1:2 en Neh. 1:4.

Het geheim wordt aan Daniël onthuld

19Toen werd het geheim aan Daniël onthuld in een gezicht van de nacht. Daniël zegende de Elohim van de hemel.
אֱדַ֗יִן
(edayin)
toen
לְדָנִיֵּ֛אל
(ledaniyel)
aan Daniël
בְּחֶזְוָ֥א
(bechezva)
in een gezicht
דִֽי
(di)
van
לֵילְיָ֖א
(leileya)
de nacht
רָזָ֣ה
(raza)
het geheim
גֲלִ֑י
(gali)
werd onthuld
אֱדַ֨יִן֙
(edayin)
toen
דָּֽנִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
בָּרִ֖ךְ
(barikh)
zegende
לֶאֱלָ֥הּ
(leelah)
de Elohim van
שְׁמַיָּֽא
(shemaya)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּחֶזְוָא דִי־לֵילְיָא (bechezva di leliya), ‘in een gezicht van de nacht’: het is een nachtelijk gezicht, niet de droom van de koning.

Wij vertalen het Aramese chezev/chezvei in heel Daniël met ‘gezicht’, zoals in 7:1.

20Daniël antwoordde en zei: „Gezegend zij de naam van Elohim, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Want de wijsheid en de kracht zijn van Hem.
עָנֵ֤ה
(ane)
hij antwoordde
דָֽנִיֵּאל֙
(daniyel)
Daniël
וְאָמַ֔ר
(veamar)
en zei
לֶהֱוֵ֨א
(leheve)
moge zijn
שְׁמֵ֤הּ
(shemeh)
de naam
דִּֽי
(di)
van
אֱלָהָא֙
(elaha)
Elohim
מְבָרַ֔ךְ
(mevarakh)
gezegend
מִן
(min)
van
עָלְמָ֖א
(alema)
de eeuwigheid
וְעַ֣ד
(vead)
en tot
עָלְמָ֑א
(alema)
eeuwigheid
דִּ֧י
(di)
want
חָכְמְתָ֛א
(chakhemeta)
wijsheid
וּגְבוּרְתָ֖א
(ugevureta)
en kracht
דִּ֥י
(di)
van
לֵֽהּ
(leh)
Hem
הִֽיא
(hi)
is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Daniël begint met een lofzang (verzen 20–23).

Zij is zwart, omdat een mens tot Elohim en over Hem spreekt.

מִן־עָלְמָא וְעַד־עָלְמָא (min alma ve’ad alma), ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’: zoals Ps. 90:2 en 1 Kron. 29:10.

21Hij verandert tijden en tijdstippen. Hij zet koningen af en stelt koningen aan. Hij geeft de wijzen wijsheid en kennis aan wie inzicht hebben.
וְ֠הוּא
(vehu)
en Hij
מְהַשְׁנֵ֤א
(mehashne)
verandert
עִדָּנַיָּא֙
(idanaya)
tijden
וְזִמְנַיָּ֔א
(vezimnaya)
en tijdstippen
מְהַעְדֵּ֥ה
(mehade)
zet af
מַלְכִ֖ין
(malkhin)
koningen
וּמְהָקֵ֣ים
(umehaqeim)
en stelt aan
מַלְכִ֑ין
(malkhin)
koningen
יָהֵ֤ב
(yahev)
geeft
חָכְמְתָא֙
(chakhemeta)
wijsheid
לְחַכִּימִ֔ין
(lechakimin)
aan de wijzen
וּמַנְדְּעָ֖א
(umandea)
en kennis
לְיָדְעֵ֥י
(leyadeei)
aan wie weten
בִינָֽה
(bina)
inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עִדָּנַיָּא וְזִמְנַיָּא (iddanayya vezimnayya), ‘tijden en tijdstippen’: Elohim bestuurt de loop van de geschiedenis.

Wij vertalen iddan met ‘tijd’ en zeman met ‘tijdstip’, zoals in 7:12, 7:22 en 7:25.

22Hij onthult diepe en verborgen dingen. Hij weet wat in de duisternis is, en het licht woont bij Hem.
ה֛וּא
(hu)
Hij
גָּלֵ֥א
(gale)
onthult
עַמִּיקָתָ֖א
(amiqata)
diepe dingen
וּמְסַתְּרָתָ֑א
(umesaterata)
en verborgen dingen
יָדַע֙
(yada)
weet
מָ֣ה
(ma)
wat
בַחֲשׁוֹכָ֔א
(bachashokha)
in de duisternis
וּנְהוֹרָ֖א
(unehora)
en het licht
עִמֵּ֥הּ
(imeh)
bij Hem
שְׁרֵֽא
(shere)
woont
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft וּנְהִירָא (unehira), ‘en verlichting’; de voorgelezen tekst (qere) heeft וּנְהוֹרָא (unehora), ‘en licht’.

Wij volgen het qere.

23U, Elohim van mijn vaderen, dank en prijs ik, want wijsheid en kracht hebt U mij gegeven. Nu hebt U mij laten weten wat wij van U vroegen. U hebt ons het woord van de koning bekendgemaakt.”
לָ֣ךְ
(lakh)
aan U
אֱלָ֣הּ
(elah)
Elohim van
אֲבָהָתִ֗י
(avahati)
mijn vaderen
מְהוֹדֵ֤א
(mehode)
dank ik
וּמְשַׁבַּח֙
(umeshabach)
en prijs ik
אֲנָ֔ה
(ana)
ik
דִּ֧י
(di)
want
חָכְמְתָ֛א
(chakhemeta)
wijsheid
וּגְבוּרְתָ֖א
(ugevureta)
en kracht
יְהַ֣בְתְּ
(yehavt)
hebt U gegeven
לִ֑י
(li)
aan mij
וּכְעַ֤ן
(ukhean)
en nu
הֽוֹדַעְתַּ֨נִי֙
(hodatani)
hebt U laten weten
דִּֽי
(di)
wat
בְעֵ֣ינָא
(beeina)
wij hebben gevraagd
מִנָּ֔ךְ
(minakh)
van U
דִּֽי
(di)
want
מִלַּ֥ת
(milat)
het woord van
מַלְכָּ֖א
(malka)
de koning
הוֹדַעְתֶּֽנָא
(hodatena)
hebt U bekendgemaakt aan ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְהוֹדֵא (mehoda), ‘dank ik’: hetzelfde woord als in het Hebreeuwse ‘danken’ (יָדָה, yadah).

Daniël voor de koning

24Daarom ging Daniël naar Arioch, die door de koning was aangesteld om de wijzen van Babel te laten omkomen. Hij ging en zei tegen hem: „Laat de wijzen van Babel niet omkomen. Breng mij voor de koning, dan zal ik de koning de uitleg bekendmaken.”
כָּל
(kal)
al
קֳבֵ֣ל
(qovel)
tegenover
דְּנָ֗ה
(dena)
dit
דָּֽנִיֵּאל֙
(daniyel)
Daniël
עַ֣ל
(al)
ging
עַל
(al)
naar binnen
אַרְי֔וֹךְ
(aryokh)
Arioch
דִּ֚י
(di)
die
מַנִּ֣י
(mani)
had aangesteld
מַלְכָּ֔א
(malka)
de koning
לְהוֹבָדָ֖ה
(lehovada)
om te laten omkomen
לְחַכִּימֵ֣י
(lechakimei)
de wijzen van
בָבֶ֑ל
(bavel)
Babel
אֲזַ֣ל
(azal)
hij ging
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
אֲמַר
(amar)
zei
לֵ֗הּ
(leh)
tegen hem
לְחַכִּימֵ֤י
(lechakimei)
de wijzen van
בָבֶל֙
(bavel)
Babel
אַל
(al)
niet
תְּהוֹבֵ֔ד
(tehoved)
laat omkomen
הַעֵ֨לְנִי֙
(haeleni)
breng mij
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֔א
(malka)
de koning
וּפִשְׁרָ֖א
(ufishra)
en de uitleg
לְמַלְכָּ֥א
(lemalka)
aan de koning
אֲחַוֵּֽא
(achave)
zal ik bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

Daniël gaat naar Arioch uit zorg voor de wijzen.

Hij vraagt niet om zichzelf te redden, maar om niemand van de wijzen te doden.

25Toen bracht Arioch Daniël haastig voor de koning. Hij zei tegen hem: „Ik heb een man gevonden onder de ballingen van Juda, die de koning de uitleg kan bekendmaken.”
אֱדַ֤יִן
(edayin)
toen
אַרְיוֹךְ֙
(aryokh)
Arioch
בְּהִתְבְּהָלָ֔ה
(behitbehala)
haastig
הַנְעֵ֥ל
(hanel)
bracht binnen
לְדָנִיֵּ֖אל
(ledaniyel)
Daniël
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
אֲמַר
(amar)
zei
לֵ֗הּ
(leh)
tegen hem
דִּֽי
(di)
dat
הַשְׁכַּ֤חַת
(hashkachat)
ik heb gevonden
גְּבַר֙
(gevar)
een man
מִן
(min)
uit
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
גָֽלוּתָא֙
(galuta)
de ballingschap
דִּ֣י
(di)
van
יְה֔וּד
(yehud)
Juda
דִּ֥י
(di)
die
פִשְׁרָ֖א
(pishra)
de uitleg
לְמַלְכָּ֥א
(lemalka)
aan de koning
יְהוֹדַֽע
(yehoda)
zal bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּהִתְבְּהָלָה (behitbehalah), ‘haastig’: Arioch handelt met haast.

Hij presenteert Daniël als zijn eigen vondst.

בְּנֵי גָלוּתָא דִי יְהוּד (benei galuta di yehud), ‘de ballingen van Juda’: letterlijk ‘zonen van de ballingschap van Juda’. Juda heet in het Aramees יְהוּד (Yehud).

26De koning antwoordde en zei tegen Daniël, wiens naam Beltsazar was: „Kun jij mij de droom bekendmaken die ik heb gezien, en de uitleg ervan?”
עָנֵ֤ה
(ane)
hij antwoordde
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en zei
לְדָנִיֵּ֔אל
(ledaniyel)
aan Daniël
דִּ֥י
(di)
wiens
שְׁמֵ֖הּ
(shemeh)
naam
בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר
(beleteshatsar)
Beltsazar
הַֽאִיתָ֣ךְ
(haitakh)
ben jij
כָּהֵ֗ל
(kahel)
in staat
לְהוֹדָעֻתַ֛נִי
(lehodautani)
om bekend te maken aan mij
חֶלְמָ֥א
(chelma)
de droom
דִֽי
(di)
die
חֲזֵ֖ית
(chazeit)
ik heb gezien
וּפִשְׁרֵֽהּ
(ufishreh)
en zijn uitleg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּלְטְשַׁאצַּר (Beltesha’tsar): zie 1:7.

27Daniël antwoordde voor de koning en zei: „Het geheim waarnaar de koning vraagt, kunnen wijzen, bezweerders, magiërs en waarzeggers de koning niet bekendmaken.
עָנֵ֧ה
(ane)
hij antwoordde
דָנִיֵּ֛אל
(daniyel)
Daniël
קֳדָ֥ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֖א
(malka)
de koning
וְאָמַ֑ר
(veamar)
en zei
רָזָה֙
(raza)
het geheim
דִּֽי
(di)
dat
מַלְכָּ֣א
(malka)
de koning
שָׁאֵ֔ל
(shael)
vraagt
לָ֧א
(la)
niet
חַכִּימִ֣ין
(chakimin)
wijzen
אָֽשְׁפִ֗ין
(ashefin)
bezweerders
חַרְטֻמִּין֙
(chartumin)
magiërs
גָּזְרִ֔ין
(gazerin)
waarzeggers
יָכְלִ֖ין
(yakhelin)
kunnen
לְהַֽחֲוָיָ֥ה
(lehachavaya)
bekendmaken
לְמַלְכָּֽא
(lemalka)
aan de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גָּזְרִין (gazrin), ‘waarzeggers’: letterlijk ‘wie het lot bepalen’.

Zo ook in 4:4 en 5:7, 11.

De betekenis is bij benadering.

28Maar er is een Elohim in de hemel die geheimen onthult. Hij heeft koning Nebukadnezar bekendgemaakt wat er zal gebeuren in de laatste dagen. Uw droom en de gezichten van uw hoofd op uw bed zijn deze:
בְּרַ֡ם
(beram)
maar
אִיתַ֞י
(itay)
er is
אֱלָ֤הּ
(elah)
Elohim
בִּשְׁמַיָּא֙
(bishmaya)
in de hemel
גָּלֵ֣א
(gale)
die onthult
רָזִ֔ין
(razin)
geheimen
וְהוֹדַ֗ע
(vehoda)
en heeft bekendgemaakt
לְמַלְכָּא֙
(lemalka)
aan de koning
נְבֽוּכַדְנֶצַּ֔ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מָ֛ה
(ma)
wat
דִּ֥י
(di)
dat
לֶהֱוֵ֖א
(leheve)
zal zijn
בְּאַחֲרִ֣ית
(beacharit)
in het einde van
יוֹמַיָּ֑א
(yomaya)
de dagen
חֶלְמָ֨ךְ
(chelmakh)
uw droom
וְחֶזְוֵ֥י
(vechezvei)
en de gezichten van
רֵאשָׁ֛ךְ
(reshakh)
uw hoofd
עַֽל
(al)
op
מִשְׁכְּבָ֖ךְ
(mishkevakh)
uw bed
דְּנָ֥ה
(dena)
dit
הֽוּא
(hu)
is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּאַחֲרִית יוֹמַיָּא (be’acharit yomayya), ‘in de laatste dagen’: zoals in Hos. 3:5 (daar in het Hebreeuws).

Het betekent hier: in de toekomst die op de droom volgt.

De tekst noemt geen tijdstip.

29U, koning, uw gedachten kwamen op uw bed op over wat hierna zal gebeuren. Hij die geheimen onthult, heeft u bekendgemaakt wat er zal gebeuren.
אַ֣נְתְּה
(ante)
u
מַלְכָּ֗א
(malka)
koning
רַעְיוֹנָךְ֙
(rayonakh)
uw gedachten
עַל
(al)
op
מִשְׁכְּבָ֣ךְ
(mishkevakh)
uw bed
סְלִ֔קוּ
(seliqu)
kwamen op
מָ֛ה
(ma)
wat
דִּ֥י
(di)
dat
לֶהֱוֵ֖א
(leheve)
zal zijn
אַחֲרֵ֣י
(acharei)
na
דְנָ֑ה
(dena)
dit
וְגָלֵ֧א
(vegale)
en Hij die onthult
רָזַיָּ֛א
(razaya)
geheimen
הוֹדְעָ֖ךְ
(hodeakh)
heeft bekendgemaakt aan u
מָה
(ma)
wat
דִ֥י
(di)
dat
לֶהֱוֵֽא
(leheve)
zal zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Mij is dit geheim niet onthuld door een wijsheid die ik zou hebben boven alle levenden. Het is gebeurd opdat men de koning de uitleg bekendmaakt en u de gedachten van uw hart zult kennen.
וַאֲנָ֗ה
(vaana)
en mij
לָ֤א
(la)
niet
בְחָכְמָה֙
(bechakhema)
door wijsheid
דִּֽי
(di)
die
אִיתַ֥י
(itay)
is
בִּי֙
(bi)
in mij
מִן
(min)
boven
כָּל
(kal)
alle
חַיַּיָּ֔א
(chayaya)
levenden
רָזָ֥א
(raza)
het geheim
דְנָ֖ה
(dena)
dit
גֱּלִ֣י
(geli)
is onthuld
לִ֑י
(li)
aan mij
לָהֵ֗ן
(lahen)
maar
עַל
(al)
opdat
דִּבְרַת֙
(divrat)
men
דִּ֤י
(di)
dat
פִשְׁרָא֙
(pishra)
de uitleg
לְמַלְכָּ֣א
(lemalka)
aan de koning
יְהוֹדְע֔וּן
(yehodeun)
bekendmaakt
וְרַעְיוֹנֵ֥י
(verayonei)
en de gedachten van
לִבְבָ֖ךְ
(livvakh)
uw hart
תִּנְדַּֽע
(tinda)
u zult kennen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Daniël zegt dat het geheim niet door zijn eigen wijsheid is gevonden.

Hij laat de eer aan Elohim.

De droom: het beeld

31U, koning, keek, en zie: een groot beeld. Dat beeld was machtig en zijn glans was buitengewoon. Het stond voor u en zijn uiterlijk was angstaanjagend.
אַ֣נְתְּה
(ante)
u
מַלְכָּ֗א
(malka)
koning
חָזֵ֤ה
(chaze)
keek
הֲוַ֨יְתָ֙
(havayta)
u was
וַאֲל֨וּ
(vaalu)
en zie
צְלֵ֥ם
(tselem)
een beeld
חַד֙
(chad)
één
שַׂגִּ֔יא
(sagi)
groot
צַלְמָ֨א
(tsalma)
dat beeld
דִּכֵּ֥ן
(diken)
dat
רַ֛ב
(rav)
machtig
וְזִיוֵ֥הּ
(veziveh)
en zijn glans
יַתִּ֖יר
(yatir)
buitengewoon
קָאֵ֣ם
(qaem)
stond
לְקָבְלָ֑ךְ
(leqavelakh)
voor u
וְרֵוֵ֖הּ
(vereveh)
en zijn uiterlijk
דְּחִֽיל
(dechil)
was angstaanjagend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְלֵם (tselem), ‘beeld’: een groot standbeeld.

In hoofdstuk 3 staat een beeld van goud.

Het is niet hetzelfde beeld.

32Het hoofd van dit beeld was van fijn goud. Zijn borst en zijn armen waren van zilver. Zijn buik en zijn heupen waren van koper.
ה֣וּא
(hu)
dat
צַלְמָ֗א
(tsalma)
beeld
רֵאשֵׁהּ֙
(resheh)
zijn hoofd
דִּֽי
(di)
van
דְהַ֣ב
(dehav)
goud
טָ֔ב
(tav)
fijn
חֲד֥וֹהִי
(chadohi)
zijn borst
וּדְרָע֖וֹהִי
(uderaohi)
en zijn armen
דִּ֣י
(di)
van
כְסַ֑ף
(kesaf)
zilver
מְע֥וֹהִי
(meohi)
zijn buik
וְיַרְכָתֵ֖הּ
(veyarkhateh)
en zijn heupen
דִּ֥י
(di)
van
נְחָֽשׁ
(nechash)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דְּהַב טָב (dehav tav), ‘fijn goud’: letterlijk ‘goed goud’.

חֲדוֹהִי (chadohi), ‘zijn borst’: letterlijk ‘zijn borststuk’. מְעוֹהִי (me’ohi), ‘zijn buik’; יַרְכָתֵהּ (yarkhateh), ‘zijn heupen’. De betekenis van deze lichaamsdelen is bij benadering.

נְחָשׁ (nechash), ‘koper’: ook ‘brons’ is mogelijk. Wij vertalen steeds ‘koper’.

33Zijn benen waren van ijzer. Zijn voeten waren deels van ijzer en deels van klei.
שָׁק֖וֹהִי
(shaqohi)
zijn benen
דִּ֣י
(di)
van
פַרְזֶ֑ל
(parzel)
ijzer
רַגְל֕וֹהִי
(raglohi)
zijn voeten
מִנְּהֵין֙
(minehein)
deels
דִּ֣י
(di)
van
פַרְזֶ֔ל
(parzel)
ijzer
וּמִנְּהֵ֖ין
(uminehein)
en deels
דִּ֥י
(di)
van
חֲסַֽף
(chasaf)
klei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲסַף (chasaf), ‘klei’: aarde zoals een pottenbakker gebruikt (vers 41).

De betekenis is bij benadering.

34U keek totdat een steen werd losgehouwen, niet door handen. Hij trof het beeld op zijn voeten van ijzer en klei en vermaalde ze.
חָזֵ֣ה
(chaze)
keek
הֲוַ֗יְתָ
(havayta)
u was
עַ֠ד
(ad)
totdat
דִּ֣י
(di)
dat
הִתְגְּזֶ֤רֶת
(hitgezeret)
werd losgehouwen
אֶ֨בֶן֙
(even)
een steen
דִּי
(di)
die
לָ֣א
(la)
niet
בִידַ֔יִן
(bidayin)
door handen
וּמְחָ֤ת
(umechat)
en trof
לְצַלְמָא֙
(letsalma)
het beeld
עַל
(al)
op
רַגְל֔וֹהִי
(raglohi)
zijn voeten
דִּ֥י
(di)
van
פַרְזְלָ֖א
(parzela)
ijzer
וְחַסְפָּ֑א
(vechaspa)
en klei
וְהַדֵּ֖קֶת
(vehadeqet)
en vermaalde
הִמּֽוֹן
(himon)
ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דִּי־לָא בִידַיִן (di la vidayin), ‘niet door handen’: de steen is niet door mensen gemaakt of losgeslagen.

Vers 45 herhaalt dit: de steen wordt ‘zonder handen’ uit de berg losgehouwen.

35Toen werden ijzer, klei, koper, zilver en goud tegelijk vermaald. Ze werden als kaf van de dorsvloeren in de zomer. De wind voerde ze weg en er werd geen plaats meer voor hen gevonden. Maar de steen die het beeld had getroffen, werd een grote berg en vulde heel de aarde.
בֵּאדַ֣יִן
(bedayin)
toen
דָּ֣קוּ
(daqu)
werden vermaald
כַחֲדָ֡ה
(kachada)
tegelijk
פַּרְזְלָא֩
(parzela)
het ijzer
חַסְפָּ֨א
(chaspa)
de klei
נְחָשָׁ֜א
(nechasha)
het koper
כַּסְפָּ֣א
(kaspa)
het zilver
וְדַהֲבָ֗א
(vedahava)
en het goud
וַהֲווֹ֙
(vahavo)
en werden
כְּע֣וּר
(keur)
als kaf
מִן
(min)
van
אִדְּרֵי
(iderei)
de dorsvloeren van
קַ֔יִט
(qayit)
de zomer
וּנְשָׂ֤א
(unesa)
en droeg weg
הִמּוֹן֙
(himon)
ze
רוּחָ֔א
(rucha)
de wind
וְכָל
(vekhal)
en elke
אֲתַ֖ר
(atar)
plaats
לָא
(la)
niet
הִשְׁתֲּכַ֣ח
(hishtakhach)
werd gevonden
לְה֑וֹן
(lehon)
voor hen
וְאַבְנָ֣א
(veavna)
en de steen
דִּֽי
(di)
die
מְחָ֣ת
(mechat)
trof
לְצַלְמָ֗א
(letsalma)
het beeld
הֲוָ֛ת
(havat)
werd
לְט֥וּר
(letur)
tot een berg
רַ֖ב
(rav)
grote
וּמְלָ֥ת
(umelat)
en vulde
כָּל
(kal)
heel
אַרְעָֽא
(ara)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עוּר (ur), ‘kaf’: de schil van het graan.

Het wordt bij het dorsen door de wind weggeblazen.

De uitleg van de droom

36Dit is de droom. Nu zullen wij de uitleg ervan voor de koning zeggen.
דְּנָ֣ה
(dena)
dit
חֶלְמָ֔א
(chelma)
de droom
וּפִשְׁרֵ֖הּ
(ufishreh)
en zijn uitleg
נֵאמַ֥ר
(nemar)
wij zullen zeggen
קֳדָם
(qodam)
voor
מַלְכָּֽא
(malka)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37U, koning, bent koning der koningen. De Elohim van de hemel heeft u het koningschap, de macht, de kracht en de eer gegeven.
אַ֣נְתְּה
(ante)
u
מַלְכָּ֔א
(malka)
koning
מֶ֖לֶךְ
(melekh)
koning van
מַלְכַיָּ֑א
(malkhaya)
de koningen
דִּ֚י
(di)
aan wie
אֱלָ֣הּ
(elah)
Elohim van
שְׁמַיָּ֔א
(shemaya)
de hemel
מַלְכוּתָ֥א
(malkhuta)
het koningschap
חִסְנָ֛א
(chisna)
de macht
וְתָקְפָּ֥א
(vetaqpa)
en de kracht
וִֽיקָרָ֖א
(viqara)
en de eer
יְהַב
(yehav)
heeft gegeven
לָֽךְ
(lakh)
aan u
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֶלֶךְ מַלְכַיָּא (melekh malkayya), ‘koning der koningen’: een titel van grote koningen, zoals in Ezech. 26:7.

38Overal waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels van de hemel in uw hand gegeven. Hij heeft u over hen allen laten heersen. U bent het hoofd van goud.
וּבְכָל
(uvekhal)
en overal
דִּ֣י
(di)
waar
דָֽיְרִ֣ין
(dayerin)
wonen
בְּֽנֵי
(benei)
de zonen van
אֲ֠נָשָׁא
(anasha)
de mensen
חֵיוַ֨ת
(cheivat)
de dieren van
בָּרָ֤א
(bara)
het veld
וְעוֹף
(veof)
en de vogels van
שְׁמַיָּא֙
(shemaya)
de hemel
יְהַ֣ב
(yehav)
heeft gegeven
בִּידָ֔ךְ
(bidakh)
in uw hand
וְהַשְׁלְטָ֖ךְ
(vehashletakh)
en heeft u laten heersen
בְּכָלְּה֑וֹן
(bekhalehon)
over hen allen
אַנְתְּה
(ante)
u
ה֔וּא
(hu)
bent
רֵאשָׁ֖ה
(resha)
het hoofd
דִּ֥י
(di)
van
דַהֲבָֽא
(dahava)
het goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Daniël zegt: ‘U bent het hoofd van goud.’

Daarmee identificeert de tekst het gouden hoofd met Nebukadnezar.

De volgende koninkrijken noemt de tekst niet bij naam.

39Na u zal een ander koninkrijk opkomen, lager dan u. Daarna komt een derde koninkrijk, van koper, dat over heel de aarde zal heersen.
וּבָתְרָ֗ךְ
(uvaterakh)
en na u
תְּק֛וּם
(tequm)
zal opkomen
מַלְכ֥וּ
(malkhu)
een koninkrijk
אָחֳרִ֖י
(achori)
ander
אֲרַע
(ara)
lager
מִנָּ֑ךְ
(minakh)
dan u
וּמַלְכ֨וּ
(umalkhu)
en een koninkrijk
תְלִיתָאָ֤ה
(telitaa)
derde
אָחֳרִי֙
(achori)
ander
דִּ֣י
(di)
van
נְחָשָׁ֔א
(nechasha)
koper
דִּ֥י
(di)
dat
תִשְׁלַ֖ט
(tishlat)
zal heersen
בְּכָל
(bekhal)
over heel
אַרְעָֽא
(ara)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het tweede en derde koninkrijk worden niet bij naam genoemd.

Wij voegen niets toe.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft אַרְעָא (ar’a), ‘de aarde’; de voorgelezen tekst (qere) heeft אֲרַע (ara), ‘lager’.

Wij volgen het qere.

40Het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer. Want ijzer vermaalt en verbrijzelt alles. Zoals ijzer dat alles verbrijzelt, zo zal het dit alles vermalen en verbrijzelen.
וּמַלְכוּ֙
(umalkhu)
en een koninkrijk
רְבִ֣יעָאָ֔ה
(reviaa)
vierde
תֶּהֱוֵ֥א
(teheve)
zal zijn
תַקִּיפָ֖ה
(taqifa)
sterk
כְּפַרְזְלָ֑א
(kefarzela)
als ijzer
כָּל
(kal)
al
קֳבֵ֗ל
(qovel)
tegenover
דִּ֤י
(di)
dat
פַרְזְלָא֙
(parzela)
ijzer
מְהַדֵּ֤ק
(mehadeq)
vermaalt
וְחָשֵׁל֙
(vechashel)
en verbrijzelt
כֹּ֔לָּא
(kola)
alles
וּֽכְפַרְזְלָ֛א
(ukhefarzela)
en als ijzer
דִּֽי
(di)
dat
מְרָעַ֥ע
(meraa)
verbrijzelt
כָּל
(kal)
alles
אִלֵּ֖ין
(ilein)
deze
תַּדִּ֥ק
(tadiq)
zal het vermalen
וְתֵרֹֽעַ
(veteroa)
en verbrijzelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het vierde koninkrijk wordt niet bij naam genoemd.

De tekst beschrijft alleen zijn kracht: het vermaalt en verbrijzelt.

41U zag dat de voeten en de tenen deels van pottenbakkersklei waren en deels van ijzer. Dat is een verdeeld koninkrijk. Er zal in dat koninkrijk iets van de hardheid van ijzer zijn, omdat u ijzer zag, vermengd met modderige klei.
וְדִֽי
(vedi)
en dat
חֲזַ֜יְתָה
(chazayta)
u zag
רַגְלַיָּ֣א
(raglaya)
de voeten
וְאֶצְבְּעָתָ֗א
(veetsbeata)
en de tenen
מִנְּהֵ֞ן
(minehen)
deels
חֲסַ֤ף
(chasaf)
klei
דִּֽי
(di)
van
פֶחָר֙
(pechar)
een pottenbakker
וּמִנְּהֵ֣ין
(uminehein)
en deels
פַּרְזֶ֔ל
(parzel)
ijzer
מַלְכ֤וּ
(malkhu)
een koninkrijk
פְלִיגָה֙
(peliga)
verdeeld
תֶּהֱוֵ֔ה
(teheve)
zal zijn
וּמִן
(umin)
en van
נִצְבְּתָ֥א
(nitsbeta)
de hardheid
דִ֥י
(di)
van
פַרְזְלָ֖א
(parzela)
het ijzer
לֶֽהֱוֵא
(leheve)
zal zijn
בַ֑הּ
(bah)
daarin
כָּל
(kal)
al
קֳבֵל֙
(qovel)
tegenover
דִּ֣י
(di)
dat
חֲזַ֔יְתָה
(chazayta)
u zag
פַּ֨רְזְלָ֔א
(parzela)
ijzer
מְעָרַ֖ב
(mearav)
vermengd
בַּחֲסַ֥ף
(bachasaf)
met klei
טִינָֽא
(tina)
modderige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּחָר (pechar), ‘pottenbakker’: iemand die klei bewerkt.

נִצְבְּתָא (nitsbeta), ‘hardheid’: letterlijk ‘vastheid, planting’. Het woord is zeldzaam; de betekenis is bij benadering.

טִינָא (tina), ‘modderige klei’: klei vermengd met water.

42De tenen van de voeten waren deels van ijzer en deels van klei. Zo zal een deel van het koninkrijk sterk zijn en een deel broos.
וְאֶצְבְּעָת֙
(veetsbeat)
en de tenen van
רַגְלַיָּ֔א
(raglaya)
de voeten
מִנְּהֵ֥ין
(minehein)
deels
פַּרְזֶ֖ל
(parzel)
ijzer
וּמִנְּהֵ֣ין
(uminehein)
en deels
חֲסַ֑ף
(chasaf)
klei
מִן
(min)
uit
קְצָ֤ת
(qetsat)
een deel van
מַלְכוּתָא֙
(malkhuta)
het koninkrijk
תֶּהֱוֵ֣ה
(teheve)
zal zijn
תַקִּיפָ֔ה
(taqifa)
sterk
וּמִנַּ֖הּ
(uminah)
en een deel ervan
תֶּהֱוֵ֥ה
(teheve)
zal zijn
תְבִירָֽה
(tevira)
broos
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
43U zag ijzer, vermengd met modderige klei. Zij zullen zich vermengen door het zaad van mensen, maar zij zullen niet aan elkaar vastzitten. Zo vermengt ijzer zich niet met klei.
וְדִ֣י
(vedi)
en dat
חֲזַ֗יְתָ
(chazayta)
u zag
פַּרְזְלָא֙
(parzela)
ijzer
מְעָרַב֙
(mearav)
vermengd
בַּחֲסַ֣ף
(bachasaf)
met klei
טִינָ֔א
(tina)
modderige
מִתְעָרְבִ֤ין
(mitarevin)
zij zullen zich vermengen
לֶהֱוֺן֙
(lehevon)
zij
בִּזְרַ֣ע
(bizra)
door het zaad van
אֲנָשָׁ֔א
(anasha)
de mensen
וְלָֽא
(vela)
en niet
לֶהֱוֺ֥ן
(lehevon)
zij
דָּבְקִ֖ין
(daveqin)
vastzitten
דְּנָ֣ה
(dena)
dit
עִם
(im)
met
דְּנָ֑ה
(dena)
dit
הֵֽא
(he)
zie
כְדִ֣י
(kedi)
zoals dat
פַרְזְלָ֔א
(parzela)
ijzer
לָ֥א
(la)
niet
מִתְעָרַ֖ב
(mitarav)
zich vermengt
עִם
(im)
met
חַסְפָּֽא
(chaspa)
klei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּזְרַע אֲנָשָׁא (bizra anasha), ‘door het zaad van mensen’: letterlijk.

Veel lezers verstaan hierbij verbindingen door huwelijk of afstamming.

De tekst zegt het niet; wij laten het letterlijk staan.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft די (di), ‘dat’, waar het qere וְדִי (vedi), ‘en dat’, leest.

Wij volgen het qere.

44In de dagen van die koningen zal de Elohim van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit vernietigd wordt. Zijn koningschap zal niet aan een ander volk worden overgelaten. Het zal al die koninkrijken vermalen en een einde aan hen maken. Zelf zal het voor eeuwig bestaan.
וּֽבְיוֹמֵיה֞וֹן
(uveyomeihon)
en in hun dagen
דִּ֧י
(di)
van
מַלְכַיָּ֣א
(malkhaya)
de koningen
אִנּ֗וּן
(inun)
die
יְקִים֩
(yeqim)
zal oprichten
אֱלָ֨הּ
(elah)
Elohim van
שְׁמַיָּ֤א
(shemaya)
de hemel
מַלְכוּ֙
(malkhu)
een koninkrijk
דִּ֤י
(di)
dat
לְעָלְמִין֙
(lealemin)
voor eeuwig
לָ֣א
(la)
niet
תִתְחַבַּ֔ל
(titchabal)
zal vernietigd worden
וּמַ֨לְכוּתָ֔ה
(umalkhuta)
en zijn koningschap
לְעַ֥ם
(leam)
aan een volk
אָחֳרָ֖ן
(achoran)
ander
לָ֣א
(la)
niet
תִשְׁתְּבִ֑ק
(tishteviq)
zal worden overgelaten
תַּדִּ֤ק
(tadiq)
het zal vermalen
וְתָסֵיף֙
(vetaseif)
en een einde maken
כָּל
(kal)
alle
אִלֵּ֣ין
(ilein)
deze
מַלְכְוָתָ֔א
(malkhevata)
koninkrijken
וְהִ֖יא
(vehi)
en zelf
תְּק֥וּם
(tequm)
zal bestaan
לְעָלְמַיָּֽא
(lealemaya)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit koninkrijk komt van Elohim.

Het wordt niet door mensenhanden gevestigd, zoals de steen zonder handen (vers 34 en 45).

Het blijft ‘voor eeuwig’ (לְעָלְמִין, le’almin).

Vergelijk 7:14, 27.

45Want u zag dat een steen zonder handen uit de berg werd losgehouwen. Hij vermaalde het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud. De grote Elohim heeft de koning bekendgemaakt wat hierna zal gebeuren. De droom is waar en de uitleg ervan is betrouwbaar.”
כָּל
(kal)
al
קֳבֵ֣ל
(qovel)
tegenover
דִּֽי
(di)
dat
חֲזַ֡יְתָ
(chazayta)
u zag
דִּ֣י
(di)
dat
מִטּוּרָא֩
(mitura)
uit de berg
אִתְגְּזֶ֨רֶת
(itgezeret)
werd losgehouwen
אֶ֜בֶן
(even)
een steen
דִּי
(di)
die
לָ֣א
(la)
niet
בִידַ֗יִן
(bidayin)
door handen
וְ֠הַדֶּקֶת
(vehadeqet)
en vermaalde
פַּרְזְלָ֨א
(parzela)
het ijzer
נְחָשָׁ֤א
(nechasha)
het koper
חַסְפָּא֙
(chaspa)
de klei
כַּסְפָּ֣א
(kaspa)
het zilver
וְדַהֲבָ֔א
(vedahava)
en het goud
אֱלָ֥הּ
(elah)
Elohim
רַב֙
(rav)
grote
הוֹדַ֣ע
(hoda)
heeft bekendgemaakt
לְמַלְכָּ֔א
(lemalka)
aan de koning
מָ֛ה
(ma)
wat
דִּ֥י
(di)
dat
לֶהֱוֵ֖א
(leheve)
zal zijn
אַחֲרֵ֣י
(acharei)
na
דְנָ֑ה
(dena)
dit
וְיַצִּ֥יב
(veyatsiv)
en waar
חֶלְמָ֖א
(chelma)
is de droom
וּמְהֵימַ֥ן
(umeheiman)
en betrouwbaar
פִּשְׁרֵֽהּ
(pishreh)
zijn uitleg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De koning eert Daniël

46Toen viel koning Nebukadnezar op zijn gezicht en boog zich neer voor Daniël. Hij zei dat men hem een graanoffer en geurige offers moest brengen.
בֵּ֠אדַיִן
(bedayin)
toen
מַלְכָּ֤א
(malka)
de koning
נְבֽוּכַדְנֶצַּר֙
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
נְפַ֣ל
(nefal)
viel
עַל
(al)
op
אַנְפּ֔וֹהִי
(anpohi)
zijn gezicht
וּלְדָנִיֵּ֖אל
(uledaniyel)
en voor Daniël
סְגִ֑ד
(segid)
boog zich neer
וּמִנְחָה֙
(umincha)
en een graanoffer
וְנִ֣יחֹחִ֔ין
(venichochin)
en geurige offers
אֲמַ֖ר
(amar)
zei
לְנַסָּ֥כָה
(lenasakha)
dat men zou brengen
לֵֽהּ
(leh)
aan hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’ en נִיחֹחִין (nichochin), ‘geurige offers’: dit zijn woorden uit de eredienst.

De koning laat offergaven brengen voor Daniël.

De tekst zegt niet dat Daniël dit aanneemt.

In het volgende vers prijst de koning Daniëls Elohim.

47De koning antwoordde Daniël en zei: „Het is waar: jullie Elohim is de Elohim van de goden en de Heer van de koningen. Hij onthult geheimen, want jij kon dit geheim onthullen.”
עָנֵה֩
(ane)
hij antwoordde
מַלְכָּ֨א
(malka)
de koning
לְדָנִיֵּ֜אל
(ledaniyel)
aan Daniël
וְאָמַ֗ר
(veamar)
en zei
מִן
(min)
uit
קְשֹׁט֙
(qeshot)
waarheid
דִּ֣י
(di)
dat
אֱלָהֲכ֗וֹן
(elahakhon)
jullie Elohim
ה֣וּא
(hu)
Hij is
אֱלָ֧הּ
(elah)
de Elohim van
אֱלָהִ֛ין
(elahin)
de goden
וּמָרֵ֥א
(umare)
en de Heer van
מַלְכִ֖ין
(malkhin)
de koningen
וְגָלֵ֣ה
(vegale)
en onthult
רָזִ֑ין
(razin)
geheimen
דִּ֣י
(di)
want
יְכֵ֔לְתָּ
(yekhelta)
jij kon
לְמִגְלֵ֖א
(lemigle)
om te onthullen
רָזָ֥ה
(raza)
het geheim
דְנָֽה
(dena)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלָהּ אֱלָהִין (elah elahin), ‘Elohim van de goden’ en מָרֵא מַלְכִין (mare malkin), ‘Heer van de koningen’: de koning erkent dat de Elohim van Daniël boven alle goden en koningen staat.

Hij zegt niet dat hij andere goden verlaat.

48Toen verhoogde de koning Daniël. Hij gaf hem veel grote geschenken en liet hem heersen over heel de provincie Babel. Hij stelde hem aan als hoofd van de prefecten over alle wijzen van Babel.
אֱדַ֨יִן
(edayin)
toen
מַלְכָּ֜א
(malka)
de koning
לְדָנִיֵּ֣אל
(ledaniyel)
Daniël
רַבִּ֗י
(rabi)
verhoogde
וּמַתְּנָ֨ן
(umatenan)
en geschenken
רַבְרְבָ֤ן
(ravrevan)
grote
שַׂגִּיאָן֙
(sagian)
veel
יְהַב
(yehav)
gaf
לֵ֔הּ
(leh)
aan hem
וְהַ֨שְׁלְטֵ֔הּ
(vehashleteh)
en liet hem heersen
עַ֖ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
מְדִינַ֣ת
(medinat)
de provincie van
בָּבֶ֑ל
(bavel)
Babel
וְרַב
(verav)
en hoofd van
סִגְנִ֔ין
(signin)
de prefecten
עַ֖ל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
חַכִּימֵ֥י
(chakimei)
wijzen van
בָבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

רַב־סִגְנִין (rav-signin), ‘hoofd van de prefecten’: סְגַן (segan) is een bestuursambt, waarschijnlijk uit het Akkadisch.

De betekenis is bij benadering.

מְדִינָה (medinah), ‘provincie’: een gebied met een eigen bestuur.

49Daniël vroeg de koning om Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego aan te stellen over het bestuur van de provincie Babel. Daniël zelf was in de poort van de koning.
וְדָנִיֵּאל֙
(vedaniyel)
en Daniël
בְּעָ֣א
(bea)
vroeg
מִן
(min)
van
מַלְכָּ֔א
(malka)
de koning
וּמַנִּ֗י
(umani)
en stelde aan
עַ֤ל
(al)
over
עֲבִֽידְתָּא֙
(avidta)
het bestuur van
דִּ֚י
(di)
de
מְדִינַ֣ת
(medinat)
provincie van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
לְשַׁדְרַ֥ךְ
(leshadrakh)
Sjadrak
מֵישַׁ֖ךְ
(meishakh)
Mesjak
וַעֲבֵ֣ד
(vaaved)
en Abed
נְג֑וֹ
(nego)
Nego
וְדָנִיֵּ֖אל
(vedaniyel)
en Daniël
בִּתְרַ֥ע
(bitra)
in de poort van
מַלְכָּֽא
(malka)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

בִּתְרַע מַלְכָּא (bitra malka), ‘in de poort van de koning’: de poort was de plaats van bestuur en recht, zoals in Esth. 2:19, 21.

Daniël zit dus bij het hof van de koning.

שַׁדְרַךְ מֵישַׁךְ וַעֲבֵד נְגוֹ (Shadrakh Meshakh va’Aved Nego): zie 1:7.