Elohim Bijbel

Psalmen 65

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Lofzang voor de Elohim van Sion, die de aarde laat overvloeien

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David, een lied.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֗וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
van David
שִֽׁיר
(shir)
een lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij vertalen ‘koorleider’.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Lofzang in Sion

2Voor U is de stilte lofzang, Elohim, in Sion. En aan U wordt de gelofte betaald.
לְךָ֤
(lekha)
voor U
דֻֽמִיָּ֬ה
(dumiya)
stilte
תְהִלָּ֓ה
(tehila)
lofzang
אֱלֹ֘הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
בְּצִיּ֑וֹן
(betsiyon)
in Sion
וּ֝לְךָ֗
(ulekha)
en voor U
יְשֻׁלַּם
(yeshulam)
wordt betaald
נֶֽדֶר
(neder)
gelofte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

דֻמִיָּה (dumiyyah), ‘stilte’: de stilte van wie in ontzag zwijgt en wacht.

De uitleggers verschillen.

Het kan ook ‘wachten’ betekenen.

Lezing

Wij volgen de Masoretische tekst: ‘Voor U is de stilte lofzang’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘U komt lofzang toe’.

3U die het gebed hoort, tot U komt al wat vlees is.
שֹׁמֵ֥עַ
(shomea)
hoorder van
תְּפִלָּ֑ה
(tefila)
gebed
עָ֝דֶ֗יךָ
(adeikha)
tot U
כָּל
(kal)
alle
בָּשָׂ֥ר
(basar)
vlees
יָבֹֽאוּ
(yavou)
zij komen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Dingen van schuld zijn mij te sterk geworden. Onze overtredingen: U doet er verzoening voor.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
dingen van
עֲ֭וֺנֹת
(avonot)
schulden
גָּ֣בְרוּ
(gaveru)
zijn te sterk geworden
מֶ֑נִּי
(meni)
voor mij
פְּ֝שָׁעֵ֗ינוּ
(peshaeinu)
onze overtredingen
אַתָּ֥ה
(ata)
U
תְכַפְּרֵֽם
(tekhaperem)
doet verzoening voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דִּבְרֵי עֲוֺנֹת (divrei avonot), ‘dingen van schuld’: de schuld die op de dichter ligt.

Hij spreekt eerst voor zichzelf (‘mij’) en dan voor het volk (‘onze’).

כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’: schuld bedekken en wegdoen (Lev. 16:30).

5Gelukkig is hij die U kiest en laat naderen, zodat hij in Uw voorhoven woont. Wij worden verzadigd met het goede van Uw huis, het heilige van Uw tempel.
אַשְׁרֵ֤י
(ashrei)
gelukkig
תִּֽבְחַ֣ר
(tivchar)
U kiest
וּתְקָרֵב֮
(uteqarev)
en laat naderen
יִשְׁכֹּ֪ן
(yishkon)
hij woont
חֲצֵ֫רֶ֥יךָ
(chatsereikha)
Uw voorhoven
נִ֭שְׂבְּעָה
(nisbea)
wij worden verzadigd
בְּט֣וּב
(betuv)
met het goede van
בֵּיתֶ֑ךָ
(beitekha)
Uw huis
קְ֝דֹ֗שׁ
(qedosh)
het heilige van
הֵיכָלֶֽךָ
(heikhalekha)
Uw tempel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: gelukkig is wie door Elohim gekozen is.

הֵיכָל (heichal), ‘tempel’: het heiligdom in Jeruzalem.

Elohim, vertrouwen van de uithoeken van de aarde

6Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, Elohim van onze redding. U bent het vertrouwen van alle uithoeken van de aarde en van de verre zee.
נ֤וֹרָא֨וֹת
(noraot)
ontzagwekkende daden
בְּצֶ֣דֶק
(betsedeq)
in gerechtigheid
תַּ֭עֲנֵנוּ
(taanenu)
U antwoordt ons
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׁעֵ֑נוּ
(yishenu)
onze redding
מִבְטָ֥ח
(mivtach)
vertrouwen van
כָּל
(kal)
alle
קַצְוֵי
(qatsvei)
uithoeken van
אֶ֝֗רֶץ
(erets)
aarde
וְיָ֣ם
(veyam)
en zee
רְחֹקִֽים
(rechoqim)
verre
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft hier geen werkwoord bij ‘vertrouwen’.

Wij schrijven ‘U bent’.

7Hij zet de bergen vast door Zijn kracht. Hij is omgord met macht.
מֵכִ֣ין
(mekhin)
die vastzet
הָרִ֣ים
(harim)
bergen
בְּכֹח֑וֹ
(bekhocho)
door Zijn kracht
נֶ֝אְזָ֗ר
(nezar)
omgord
בִּגְבוּרָֽה
(bigvura)
met macht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Hij brengt het gebulder van de zeeën tot rust, het gebulder van hun golven, en het rumoer van de volken.
מַשְׁבִּ֤יחַ
(mashbiach)
die tot rust brengt
שְׁא֣וֹן
(sheon)
gebulder van
יַ֭מִּים
(yamim)
zeeën
שְׁא֥וֹן
(sheon)
gebulder van
גַּלֵּיהֶ֗ם
(galeihem)
hun golven
וַהֲמ֥וֹן
(vahamon)
en rumoer van
לְאֻמִּֽים
(leumim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9De bewoners van de uithoeken vrezen Uw tekenen. De plaatsen waar de morgen en de avond uitgaan, doet U jubelen.
וַיִּ֤ירְא֨וּ
(vayireu)
en zij vrezen
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
קְ֭צָוֺת
(qetsavot)
uithoeken
מֵאוֹתֹתֶ֑יךָ
(meototeikha)
voor Uw tekenen
מ֤וֹצָֽאֵי
(motsaei)
uitgangen van
בֹ֖קֶר
(boqer)
morgen
וָעֶ֣רֶב
(vaerev)
en avond
תַּרְנִֽין
(tarnin)
U doet jubelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹצָאֵי בֹקֶר וָעֶרֶב (motsa’ei boqer va’erev), ‘de uitgangen van morgen en avond’: de plaatsen waar de zon opkomt en ondergaat, dus het oosten en het westen.

Elohim laat de aarde overvloeien

10U bezoekt de aarde en laat haar overvloeien. U maakt haar zeer rijk. De stroom van Elohim is vol water. U maakt hun koren gereed, want zo maakt U haar gereed.
פָּקַ֥דְתָּ
(paqadta)
U bezoekt
הָאָ֨רֶץ
(haarets)
de aarde
וַתְּשֹׁ֪קְקֶ֡הָ
(vateshoqeqeha)
en U laat haar overvloeien
רַבַּ֬ת
(rabat)
zeer
תַּעְשְׁרֶ֗נָּה
(tasherena)
U maakt haar rijk
פֶּ֣לֶג
(peleg)
stroom van
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
מָ֣לֵא
(male)
vol
מָ֑יִם
(mayim)
water
תָּכִ֥ין
(takhin)
U maakt gereed
דְּ֝גָנָ֗ם
(deganam)
hun koren
כִּי
(ki)
want
כֵ֥ן
(ken)
zo
תְּכִינֶֽהָ
(tekhineha)
U maakt haar gereed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּלֶג אֱלֹהִים (peleg Elohim), ‘de stroom van Elohim’: de bron van de regen in de hemel.

Het is een beeld van Zijn zorg voor het land.

פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: U komt naar de aarde toe en zorgt voor haar.

11Haar voren drenkt U, haar ruggen effent U. Met regenbuien maakt U haar zacht, haar gewas zegent U.
תְּלָמֶ֣יהָ
(telameiha)
haar voren
רַ֭וֵּה
(rave)
drenk
נַחֵ֣ת
(nachet)
effen
גְּדוּדֶ֑יהָ
(gedudeiha)
haar ruggen
בִּרְבִיבִ֥ים
(birvivim)
met regenbuien
תְּ֝מֹגְגֶ֗נָּה
(temogegena)
U maakt haar zacht
צִמְחָ֥הּ
(tsimchah)
haar gewas
תְּבָרֵֽךְ
(tevarekh)
U zegent
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַוֵּה (ravveh) en נַחֵת (nachet) hebben in het Hebreeuws een vorm die op een gebod lijkt.

Wij lezen ze als beschrijving van wat Elohim doet: ‘drenken’ en ‘effenen’.

12U kroont het jaar met Uw goedheid, en Uw sporen druipen van vet.
עִ֭טַּרְתָּ
(itarta)
U kroont
שְׁנַ֣ת
(shenat)
jaar van
טוֹבָתֶ֑ךָ
(tovatekha)
Uw goedheid
וּ֝מַעְגָּלֶ֗יךָ
(umagaleikha)
en Uw sporen
יִרְעֲפ֥וּן
(yirafun)
druipen
דָּֽשֶׁן
(dashen)
vet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֶּשֶׁן (deshen), ‘vet’: beeld van overvloed.

De sporen zijn de sporen van Zijn wagen, die vruchtbaarheid achterlaten.

13De weiden van de woestijn druipen, en de heuvels omgorden zich met vreugde.
יִ֭רְעֲפוּ
(yirafu)
zij druipen
נְא֣וֹת
(neot)
weiden van
מִדְבָּ֑ר
(midbar)
woestijn
וְ֝גִ֗יל
(vegil)
en vreugde
גְּבָע֥וֹת
(gevaot)
heuvels
תַּחְגֹּֽרְנָה
(tachgorena)
zij omgorden zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14De weiden kleden zich met de kudden, en de dalen bedekken zich met koren. Ze juichen, ja, ze zingen.
לָבְשׁ֬וּ
(laveshu)
zij kleden zich
כָרִ֨ים
(karim)
weiden
הַצֹּ֗אן
(hatson)
de kudden
וַעֲמָקִ֥ים
(vaamaqim)
en dalen
יַֽעַטְפוּ
(yaatfu)
zij bedekken zich
בָ֑ר
(bar)
koren
יִ֝תְרוֹעֲע֗וּ
(yitroau)
zij juichen
אַף
(af)
ja
יָשִֽׁירוּ
(yashiru)
zij zingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּרִים (karim), ‘weiden’: het woord kan ook ‘lammeren’ betekenen.

Wij vertalen ‘weiden’ vanwege de ‘dalen’ in de tweede helft.