Elohim Bijbel

Psalmen 116

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Dank voor redding uit de dood

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Hij heeft mijn stem gehoord

1Ik heb Hem lief, want Yahweh hoort mijn stem en mijn smeekbeden.
אָ֭הַבְתִּי
(ahavti)
ik heb lief
כִּֽי
(ki)
want
יִשְׁמַ֥ע
(yishma)
hoort
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
ק֝וֹלִ֗י
(qoli)
mijn stem
תַּחֲנוּנָֽי
(tachanunay)
mijn smeekbeden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָהַבְתִּי (ahavti), ‘ik heb lief’: er staat geen voorwerp bij.

Wij vullen ‘Hem’ aan, omdat het gaat over Yahweh, die hoort.

Lezing

Ook mogelijk: ‘Ik heb het lief dat Yahweh mijn stem hoort.’

Wij lezen: wij hebben Hem lief.

2Want Hij neigde Zijn oor naar mij; daarom zal ik Hem aanroepen, al mijn dagen.
כִּֽי
(ki)
want
הִטָּ֣ה
(hita)
Hij neigde
אָזְנ֣וֹ
(azeno)
Zijn oor
לִ֑י
(li)
naar mij
וּבְיָמַ֥י
(uveyamay)
en in mijn dagen
אֶקְרָֽא
(eqra)
zal ik roepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּבְיָמַי (uveyamay), ‘en in mijn dagen’: mijn hele leven lang.

De touwen van de dood

3De touwen van de dood omringden mij, de benauwdheden van de Sjeol troffen mij. Ik vond nood en verdriet.
אֲפָפ֤וּנִי
(afafuni)
omringden mij
חֶבְלֵי
(chevlei)
touwen van
מָ֗וֶת
(mavet)
dood
וּמְצָרֵ֣י
(umetsarei)
en benauwdheden van
שְׁא֣וֹל
(sheol)
Sjeol
מְצָא֑וּנִי
(metsauni)
troffen mij
צָרָ֖ה
(tsara)
nood
וְיָג֣וֹן
(veyagon)
en verdriet
אֶמְצָֽא
(emtsa)
ik vond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk.

Zie ook Gen. 37:35.

חֶבְלֵי־מָוֶת (chavle mavet), ‘touwen van de dood’: de dood grijpt als met een net.

4Toen riep ik de naam van Yahweh aan: „Ach, Yahweh, red mijn ziel!”
וּבְשֵֽׁם
(uveshem)
en bij de naam van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶקְרָ֑א
(eqra)
riep ik
אָנָּ֥ה
(ana)
ach
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
מַלְּטָ֥ה
(maleta)
red
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven, de hele persoon.

In vers 4, 7 en 8 betekent ‘ziel’ steeds: ikzelf, mijn leven.

Yahweh is genadig en rechtvaardig

5Yahweh is genadig en rechtvaardig; onze Elohim is barmhartig.
חַנּ֣וּן
(chanun)
genadig
יְהֹוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
וְצַדִּ֑יק
(vetsadiq)
en rechtvaardig
וֵ֖אלֹהֵ֣ינוּ
(veloheinu)
en onze Elohim
מְרַחֵֽם
(merachem)
barmhartig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Exod. 34:6, waar Yahweh Zich bekendmaakt als barmhartig en genadig.

6Yahweh behoedt de eenvoudigen. Ik was gering geworden, en Hij heeft mij gered.
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
behoedt
פְּתָאיִ֣ם
(petayim)
eenvoudigen
יְהֹוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
דַּ֝לּוֹתִ֗י
(daloti)
ik was gering
וְלִ֣י
(veli)
en mij
יְהוֹשִֽׁיעַ
(yehoshia)
heeft Hij gered
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּתָאִים (peta’im), ‘eenvoudigen’: mensen zonder arglist, die gemakkelijk worden misleid.

Zie ook Ps. 19:8.

7Keer terug, mijn ziel, tot je rust, want Yahweh heeft goed aan je gedaan.
שׁוּבִ֣י
(shuvi)
keer terug
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
לִמְנוּחָ֑יְכִי
(limnuchayekhi)
tot je rust
כִּֽי
(ki)
want
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
גָּמַ֥ל
(gamal)
heeft goed gedaan
עָלָֽיְכִי
(alayekhi)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִמְנוּחָיְכִי (limnuchayeki), ‘tot je rust’: een oude vorm met de uitgang -ki voor ‘jou’ (de ziel wordt toegesproken).

Dat geldt ook voor ‘aan jou’ (alayki).

U hebt mijn ziel van de dood gered

8Want U hebt mijn ziel van de dood gered, mijn oog van tranen, mijn voet van struikelen.
כִּ֤י
(ki)
want
חִלַּ֥צְתָּ
(chilatsta)
U hebt gered
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
מִ֫מָּ֥וֶת
(mimavet)
van de dood
אֶת
(et)
(obj.)
עֵינִ֥י
(eini)
mijn oog
מִן
(min)
van
דִּמְעָ֑ה
(dima)
tranen
אֶת
(et)
(obj.)
רַגְלִ֥י
(ragli)
mijn voet
מִדֶּֽחִי
(midechi)
van struikelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Ik zal wandelen voor het aangezicht van Yahweh in de landen van de levenden.
אֶ֭תְהַלֵּךְ
(ethalekh)
ik zal wandelen
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּ֝אַרְצ֗וֹת
(beartsot)
in de landen van
הַֽחַיִּֽים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּאַרְצוֹת הַחַיִּים (be’artsot hachayyim), ‘in de landen van de levenden’: het meervoud is ongewoon.

Het gaat om het leven, tegenover de Sjeol (vers 3).

Vergelijk Ps. 27:13.

Wat kan ik Yahweh teruggeven?

10Ik heb geloofd, ook toen ik zei: „Ik ben diep vernederd.”
הֶ֭אֱמַנְתִּי
(heemanti)
ik heb geloofd
כִּ֣י
(ki)
toen
אֲדַבֵּ֑ר
(adaber)
ik sprak
אֲ֝נִ֗י
(ani)
ik
עָנִ֥יתִי
(aniti)
ik was vernederd
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

כִּי (ki) kan ‘want’, ‘toen’ of ‘ook al’ betekenen.

Wij vertalen ‘ook toen’: het geloof blijft staan terwijl de bidder zijn nood uitspreekt.

Ook mogelijk: ‘Ik heb geloofd, want ik moest spreken.’

Zie ook 2 Kor. 4:13.

11Ik zei in mijn haast: „Alle mensen zijn een leugen.”
אֲ֭נִי
(ani)
ik
אָמַ֣רְתִּי
(amarti)
zei
בְחָפְזִ֑י
(bechafezi)
in mijn haast
כָּֽל
(kal)
heel
הָאָדָ֥ם
(haadam)
de mens
כֹּזֵֽב
(kozev)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּחָפְזִי (bechofzi), ‘in mijn haast’: in angst of overhaast.

Zie ook Ps. 31:23.

12Wat kan ik Yahweh teruggeven voor al Zijn weldaden aan mij?
מָֽה
(ma)
wat
אָשִׁ֥יב
(ashiv)
zal ik teruggeven
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
aan Yahweh
כָּֽל
(kal)
al
תַּגְמוּל֥וֹהִי
(tagmulohi)
Zijn weldaden
עָלָֽי
(alay)
aan mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּגְמוּלוֹהִי (tagmulohi), ‘Zijn weldaden’: een zeldzame vorm; het gaat om alles wat Yahweh heeft gegeven.

13De beker van redding zal ik opheffen en de naam van Yahweh zal ik aanroepen.
כּוֹס
(kos)
beker van
יְשׁוּע֥וֹת
(yeshuot)
redding
אֶשָּׂ֑א
(esa)
zal ik opheffen
וּבְשֵׁ֖ם
(uveshem)
en bij de naam van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶקְרָֽא
(eqra)
zal ik aanroepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כּוֹס־יְשׁוּעוֹת (kos yeshu’ot), ‘beker van redding’: waarschijnlijk een beker bij een dankmaaltijd of een drankoffer (vers 17).

De betekenis is niet zeker.

14Mijn geloften zal ik aan Yahweh betalen, ja, ten overstaan van heel Zijn volk.
נְ֭דָרַי
(nedaray)
mijn geloften
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֲשַׁלֵּ֑ם
(ashalem)
zal ik betalen
נֶגְדָה
(negda)
tegenover
נָּ֝֗א
(na)
ja
לְכָל
(lekhal)
heel
עַמּֽוֹ
(amo)
Zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Kostbaar is in de ogen van Yahweh de dood van Zijn getrouwen.
יָ֭קָר
(yaqar)
kostbaar
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
הַ֝מָּ֗וְתָה
(hamaveta)
de dood
לַחֲסִידָֽיו
(lachasidav)
voor Zijn getrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: mensen die trouw (chesed) bewijzen en aan wie Yahweh trouw bewijst.

יָקָר (yaqar), ‘kostbaar’: van groot gewicht. De dood van Zijn getrouwen is niet gering voor Yahweh.

Ik ben Uw dienaar

16Ach, Yahweh, ik ben immers Uw dienaar. Ik ben Uw dienaar, de zoon van Uw dienares. U hebt mijn banden losgemaakt.
אָֽנָּ֣ה
(ana)
ach
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
כִּֽי
(ki)
want
אֲנִ֪י
(ani)
ik
עַ֫בְדֶּ֥ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
אֲֽנִי
(ani)
ik
עַ֭בְדְּךָ
(avdekha)
Uw dienaar
בֶּן
(ben)
zoon van
אֲמָתֶ֑ךָ
(amatekha)
Uw dienares
פִּ֝תַּ֗חְתָּ
(pitachta)
U hebt geopend
לְמוֹסֵרָֽי
(lemoseray)
mijn banden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּן־אֲמָתֶךָ (ben amatecha), ‘zoon van Uw dienares’: iemand die in het huis van de heer is geboren en daarom van geboorte zijn dienaar is.

Zie ook Ps. 86:16.

17Aan U zal ik een dankoffer offeren, en de naam van Yahweh zal ik aanroepen.
לְֽךָ
(lekha)
aan U
אֶ֭זְבַּח
(ezbach)
zal ik slachten
זֶ֣בַח
(zevach)
slachtoffer van
תּוֹדָ֑ה
(toda)
dank
וּבְשֵׁ֖ם
(uveshem)
en bij de naam van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶקְרָֽא
(eqra)
zal ik aanroepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֶבַח תּוֹדָה (zevach todah), ‘dankoffer’: zie Lev. 7:12.

18Mijn geloften zal ik aan Yahweh betalen, ja, ten overstaan van heel Zijn volk,
נְ֭דָרַי
(nedaray)
mijn geloften
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֲשַׁלֵּ֑ם
(ashalem)
zal ik betalen
נֶגְדָה
(negda)
tegenover
נָּ֝֗א
(na)
ja
לְכָל
(lekhal)
heel
עַמּֽוֹ
(amo)
Zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19in de voorhoven van het huis van Yahweh, in het midden van Jeruzalem. Halleluja!
בְּחַצְר֤וֹת
(bechatsrot)
in de voorhoven van
בֵּ֤ית
(beit)
huis van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּֽת֘וֹכֵ֤כִי
(betokhekhi)
in het midden van
יְֽרוּשָׁלִָ֗ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De voorhoven van het huis van Yahweh zijn de voorhoven van de tempel in Jeruzalem.

Halleluja: zie bij Ps. 113:1.