Open in de app Alle boeken Psalmen ← 102 104 → Psalmen 103 Zegen Yahweh, mijn ziel
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Zegen Yahweh om al Zijn weldaden 1 Van David. Zegen Yahweh, mijn ziel, en heel mijn binnenste Zijn heilige naam.
לְדָוִ֨ד
(ledavid)
van David
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
קְ֝רָבַ֗י
(qeravay)
mijn binnenste
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בָּרֲכִי (barachi), ‘zegen’: de dichter spreekt zichzelf aan.
Zegenen is hier Yahweh danken en prijzen.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon met zijn leven en zijn wil.
לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: dit kan ‘door David’, ‘voor David’ of ‘in de stijl van David’ betekenen. Wij vertalen ‘Van David’.
2 Zegen Yahweh, mijn ziel, en vergeet niet al Zijn weldaden.
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
תִּ֝שְׁכְּחִ֗י
(tishkechi)
vergeet
גְּמוּלָֽיו
(gemulav)
Zijn weldaden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Hij vergeeft al je schuld. Hij geneest al je ziekten.
הַסֹּלֵ֥חַ
(hasoleach)
die vergeeft
עֲוֺנֵ֑כִי
(avonekhi)
je schuld
הָ֝רֹפֵ֗א
(harofe)
die geneest
תַּחֲלֻאָֽיְכִי
(tachaluayekhi)
je ziekten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Hij verlost je leven uit de kuil. Hij kroont je met trouw en ontferming.
הַגּוֹאֵ֣ל
(hagoel)
die verlost
מִשַּׁ֣חַת
(mishachat)
uit de kuil
חַיָּ֑יְכִי
(chayayekhi)
je leven
הַֽ֝מְעַטְּרֵ֗כִי
(hamaterekhi)
die je kroont
וְרַחֲמִֽים
(verachamim)
en ontferming
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: de zorg van een moeder voor haar kind; het woord hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’.
5 Hij verzadigt je bestaan met het goede. Je jeugd vernieuwt zich als de arend.
הַמַּשְׂבִּ֣יַע
(hamasbiya)
die verzadigt
בַּטּ֣וֹב
(batov)
met het goede
עֶדְיֵ֑ךְ
(edyekh)
je bestaan
תִּתְחַדֵּ֖שׁ
(titchadesh)
vernieuwt zich
כַּנֶּ֣שֶׁר
(kanesher)
als de arend
נְעוּרָֽיְכִי
(neurayekhi)
je jeugd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶשֶׁר (nesher), ‘arend’: het kan ook een gier zijn; zie Lev. 11:13.
Lezing
עֶדְיֵךְ (edech) is moeilijk te vertalen.
Het kan ‘je sieraad’, ‘je mond’ of ‘je levensdagen’ betekenen.
Wij vertalen ‘je bestaan’.
Yahweh en Zijn volk 6 Yahweh doet gerechtigheid en spreekt recht voor allen die onderdrukt worden.
צְדָק֣וֹת
(tsedaqot)
gerechtigheid
וּ֝מִשְׁפָּטִ֗ים
(umishpatim)
en recht
עֲשׁוּקִֽים
(ashuqim)
die onderdrukt worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Hij maakte Zijn wegen bekend aan Mozes, Zijn daden aan de zonen van Israël.
יוֹדִ֣יעַ
(yodia)
Hij maakt bekend
דְּרָכָ֣יו
(derakhav)
Zijn wegen
לְמֹשֶׁ֑ה
(lemoshe)
aan Mozes
לִבְנֵ֥י
(livnei)
aan zonen van
יִ֝שְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
עֲלִילֽוֹתָיו
(alilotav)
Zijn daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Exod. 33:13 en Exod. 34:6–7: daar maakt Yahweh Zijn wegen en Zijn naam bekend aan Mozes.
8 Yahweh is barmhartig en genadig, langzaam tot toorn en rijk aan trouw.
רַח֣וּם
(rachum)
barmhartig
וְחַנּ֣וּן
(vechanun)
en genadig
אֶ֖רֶךְ
(erekh)
langzaam van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers herhaalt de woorden van Exod. 34:6.
Zie ook Num. 14:18.
9 Hij zal niet voor altijd twisten en niet eeuwig toorn bewaren.
לָנֶ֥צַח
(lanetsach)
voor altijd
יָרִ֑יב
(yariv)
Hij zal twisten
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
יִטּֽוֹר
(yitor)
Hij zal bewaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Hij handelt met ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze schuld.
כַ֭חֲטָאֵינוּ
(kachataeinu)
naar onze zonden
כַ֝עֲוֺנֹתֵ֗ינוּ
(kaavonoteinu)
naar onze schuld
גָּמַ֥ל
(gamal)
Hij vergold
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zijn trouw is groter dan onze zonde 11 Want zo hoog als de hemel boven de aarde is, zo machtig is Zijn trouw over wie Hem vrezen.
כִגְבֹ֣הַּ
(kigvoha)
zoals de hoogte van
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
חַ֝סְדּ֗וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
יְרֵאָֽיו
(yereav)
wie Hem vrezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Zo ver als het oosten van het westen is, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons verwijderd.
כִּרְחֹ֣ק
(kirchoq)
zoals de afstand van
מִֽמַּֽעֲרָ֑ב
(mimaarav)
van het westen
הִֽרְחִ֥יק
(hirchiq)
Hij verwijderde
מִ֝מֶּ֗נּוּ
(mimenu)
van ons
פְּשָׁעֵֽינוּ
(peshaeinu)
onze overtredingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Zoals een vader zich ontfermt over zonen, zo ontfermt Yahweh Zich over wie Hem vrezen.
כְּרַחֵ֣ם
(kerachem)
zoals de ontferming van
רִחַ֥ם
(richam)
ontfermt Zich
יְרֵאָֽיו
(yereav)
wie Hem vrezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Want Hij zelf kent ons maaksel. Hij denkt eraan dat wij stof zijn.
יִצְרֵ֑נוּ
(yitsrenu)
ons maaksel
זָ֝כ֗וּר
(zakhur)
denkt eraan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יֵצֶר (yetser), ‘maaksel’: wat gevormd is, zoals een pottenbakker klei vormt.
Zie ook Gen. 2:7 en Gen. 3:19.
De mens is vergankelijk, Yahweh blijft 15 De mens: zijn dagen zijn als gras. Hij bloeit als de bloem van het veld.
כֶּחָצִ֣יר
(kechatsir)
als gras
כְּצִ֥יץ
(ketsits)
als bloem van
הַ֝שָּׂדֶ֗ה
(hasade)
het veld
יָצִֽיץ
(yatsits)
bloeit hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֱנוֹשׁ (enosh), ‘mens’: de zwakke, sterfelijke mens.
16 Want een wind gaat over hem heen, en hij is er niet meer. Zijn plaats kent hem niet meer.
וְאֵינֶ֑נּוּ
(veeinenu)
en hij is niet meer
יַכִּירֶ֖נּוּ
(yakirenu)
zal kennen hem
מְקוֹמֽוֹ
(meqomo)
zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ (ruach), ‘wind’: hier de hete wind die het gras doet verdorren.
Hetzelfde woord betekent ook ‘geest’ en ‘adem’.
17 Maar de trouw van Yahweh is van eeuwigheid tot eeuwigheid over wie Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid voor de zonen van hun zonen;
וְחֶ֤סֶד
(vechesed)
en trouw van
מֵעוֹלָ֣ם
(meolam)
van eeuwigheid
יְרֵאָ֑יו
(yereav)
wie Hem vrezen
וְ֝צִדְקָת֗וֹ
(vetsidqato)
en Zijn gerechtigheid
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 voor wie Zijn verbond bewaren en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.
לְשֹׁמְרֵ֥י
(leshomerei)
voor wie bewaren
בְרִית֑וֹ
(berito)
Zijn verbond
וּלְזֹכְרֵ֥י
(ulezokherei)
en voor wie denken aan
פִ֝קֻּדָ֗יו
(piqudav)
Zijn bevelen
לַעֲשׂוֹתָֽם
(laasotam)
om ze te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פִּקּוּדִים (piqqudim), ‘bevelen’: wat Yahweh heeft opgedragen.
Heel de schepping zegent Yahweh 19 Yahweh heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, en Zijn koningschap heerst over alles.
בַּ֭שָּׁמַיִם
(bashamayim)
in de hemel
הֵכִ֣ין
(hekhin)
heeft gevestigd
כִּסְא֑וֹ
(kiso)
Zijn troon
וּ֝מַלְכוּת֗וֹ
(umalkhuto)
en Zijn koningschap
בַּכֹּ֥ל
(bakol)
over alles
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Zegen Yahweh, Zijn engelen, helden van kracht die Zijn woord uitvoeren door te luisteren naar de stem van Zijn woord.
מַלְאָ֫כָ֥יו
(malakhav)
Zijn engelen
גִּבֹּ֣רֵי
(giborei)
helden van
עֹשֵׂ֣י
(osei)
die uitvoeren
דְבָר֑וֹ
(devaro)
Zijn woord
לִ֝שְׁמֹ֗עַ
(lishmoa)
door te luisteren
בְּק֣וֹל
(beqol)
naar de stem van
דְּבָרֽוֹ
(devaro)
Zijn woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַלְאָךְ (mal’ach), ‘engel’: letterlijk ‘bode’.
21 Zegen Yahweh, al Zijn legers, Zijn dienaren die Zijn wil doen.
צְבָאָ֑יו
(tsevaav)
Zijn legers
מְ֝שָׁרְתָ֗יו
(mesharetav)
Zijn dienaren
רְצוֹנֽוֹ
(retsono)
Zijn wil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 Zegen Yahweh, al Zijn werken, op alle plaatsen van Zijn heerschappij. Zegen Yahweh, mijn ziel.
מַעֲשָׂ֗יו
(maasav)
Zijn werken
מְקֹמ֥וֹת
(meqomot)
plaatsen van
מֶמְשַׁלְתּ֑וֹ
(memshalto)
Zijn heerschappij
נַ֝פְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De psalm eindigt zoals hij begon: de dichter roept eerst de hele schepping op om Yahweh te zegenen en keert dan terug naar zichzelf.