Elohim Bijbel

Psalmen 124

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Als Yahweh niet voor ons was geweest

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Als Yahweh niet voor ons was geweest

1Een lied van de opgangen. Van David. Als Yahweh niet voor ons was geweest, laat Israël dat nu zeggen,
שִׁ֥יר
(shir)
lied van
הַֽמַּעֲל֗וֹת
(hamaalot)
de opgangen
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
לוּלֵ֣י
(lulei)
als niet
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
שֶׁהָ֣יָה
(shehaya)
die was
לָ֑נוּ
(lanu)
voor ons
יֹֽאמַר
(yomar)
laat zeggen
נָ֝א
(na)
toch
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De dichter laat heel Israël zingen.

Het lied is een lied van de opgangen (zie bij 120:1).

2als Yahweh niet voor ons was geweest, toen mensen tegen ons opstonden,
לוּלֵ֣י
(lulei)
als niet
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
שֶׁהָ֣יָה
(shehaya)
die was
לָ֑נוּ
(lanu)
voor ons
בְּק֖וּם
(bequm)
toen opstonden
עָלֵ֣ינוּ
(aleinu)
tegen ons
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3dan hadden zij ons levend verslonden, toen hun toorn tegen ons ontbrandde.
אֲ֭זַי
(azay)
dan
חַיִּ֣ים
(chayim)
levend
בְּלָע֑וּנוּ
(belaunu)
hadden zij ons verslonden
בַּחֲר֖וֹת
(bacharot)
toen ontbrandde
אַפָּ֣ם
(apam)
hun toorn
בָּֽנוּ
(banu)
tegen ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Levend verslonden’: de vijand slokt hen op als de Sjeol, het dodenrijk, dat zijn prooi in één keer doorslikt (vergelijk Spr. 1:12).

4Dan hadden de wateren ons weggespoeld, was de stroom over onze ziel gegaan.
אֲ֭זַי
(azay)
dan
הַמַּ֣יִם
(hamayim)
de wateren
שְׁטָפ֑וּנוּ
(shetafunu)
hadden ons weggespoeld
נַ֗֜חְלָה
(nachla)
de stroom
עָבַ֥ר
(avar)
was gegaan
עַל
(al)
over
נַפְשֵֽׁנוּ
(nafshenu)
onze ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de mens zelf, zijn leven.

‘Over onze ziel’ betekent: over ons heen, tot aan ons leven.

5Dan waren de kolkende wateren over onze ziel gegaan.
אֲ֭זַי
(azay)
dan
עָבַ֣ר
(avar)
was gegaan
עַל
(al)
over
נַפְשֵׁ֑נוּ
(nafshenu)
onze ziel
הַ֝מַּ֗יִם
(hamayim)
de wateren
הַזֵּֽידוֹנִֽים
(hazeidonim)
de kolkende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Gezegend is Yahweh

6Gezegend is Yahweh, die ons niet als prooi aan hun tanden heeft gegeven.
בָּר֥וּךְ
(barukh)
gezegend
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
שֶׁלֹּ֥א
(shelo)
die niet
נְתָנָ֥נוּ
(netananu)
heeft gegeven ons
טֶ֝֗רֶף
(teref)
als prooi
לְשִׁנֵּיהֶֽם
(leshineihem)
aan hun tanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvangers. De strik is gebroken, en wij zijn ontkomen.
נַפְשֵׁ֗נוּ
(nafshenu)
onze ziel
כְּצִפּ֥וֹר
(ketsipor)
als een vogel
נִמְלְטָה֮
(nimleta)
is ontkomen
מִפַּ֪ח
(mipach)
uit de strik van
י֫וֹקְשִׁ֥ים
(yoqeshim)
vogelvangers
הַפַּ֥ח
(hapach)
de strik
נִשְׁבָּ֗ר
(nishbar)
is gebroken
וַאֲנַ֥חְנוּ
(vaanachnu)
en wij
נִמְלָֽטְנוּ
(nimlatenu)
zijn ontkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De vogel en de strik zijn een beeld van het gevaar.

Het gebroken net laat de vogel vrij.

8Onze hulp is in de naam van Yahweh, de maker van hemel en aarde.
עֶ֭זְרֵנוּ
(ezrenu)
onze hulp
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עֹ֝שֵׂ֗ה
(ose)
maker van
שָׁמַ֥יִם
(shamayim)
hemel
וָאָֽרֶץ
(vaarets)
en aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)