Elohim Bijbel

Psalmen 80

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Herder van Israël, breng ons terug

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Op ‘De lelies’. Een getuigenis, van Asaf. Een psalm.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
אֶל
(el)
op
שֹׁשַׁנִּ֑ים
(shoshanim)
de lelies
עֵד֖וּת
(edut)
getuigenis
לְאָסָ֣ף
(leasaf)
van Asaf
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

שֹׁשַׁנִּים עֵדוּת (shoshannim edut), ‘lelies, getuigenis’: waarschijnlijk een aanwijzing voor melodie of instrument. De betekenis is onzeker; wij vertalen letterlijk.

Herder van Israël, luister

2Herder van Israël, luister, U die Jozef leidt als een kudde. U die op de cherubs troont, straal uit.
רֹ֘עֵ֤ה
(roe)
herder van
יִשְׂרָאֵ֨ל
(yisrael)
Israël
הַאֲזִ֗ינָה
(haazina)
luister
נֹהֵ֣ג
(noheg)
leidend
כַּצֹּ֣אן
(katson)
als een kudde
יוֹסֵ֑ף
(yosef)
Jozef
יֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
troonde
הַכְּרוּבִ֣ים
(hakeruvim)
de cherubs
הוֹפִֽיעָה
(hofia)
straal uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֹעֵה יִשְׂרָאֵל (roeh Yisra’el), ‘herder van Israël’: Elohim als herder van Zijn volk.

Zie ook Gen. 48:15; 49:24; Ps. 23:1.

יוֹסֵף (Yosef), ‘Jozef’, staat hier voor het hele volk, met name de stammen Efraïm en Manasse (vers 3).

הַכְּרוּבִים (hakkeruvim), ‘de cherubs’: de gevleugelde wezens boven het verzoendeksel van de ark. Elohim ‘troont’ boven hen. Zie ook Exod. 25:18–22; 1 Sam. 4:4.

3Voor de ogen van Efraïm, Benjamin en Manasse: wek Uw kracht op en kom ons redden.
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor de ogen van
אֶפְרַ֨יִם
(efrayim)
Efraïm
וּבִנְיָ֘מִ֤ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וּמְנַשֶּׁ֗ה
(umenashe)
en Manasse
עוֹרְרָ֥ה
(orera)
wek op
אֶת
(et)
(obj.)
גְּבֽוּרָתֶ֑ךָ
(gevuratekha)
Uw kracht
וּלְכָ֖ה
(ulekha)
en kom
לִישֻׁעָ֣תָה
(lishuata)
tot redding
לָּֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Efraïm, Manasse en Benjamin legerden zich aan de westkant van de tabernakel, achter de ark.

Zie Num. 2:18–24; 10:22–24.

גְּבוּרָה (gevurah), ‘kracht’: Elohim wordt gevraagd Zijn kracht te ‘wekken’ om te redden.

4Elohim, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered.
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
הֲשִׁיבֵ֑נוּ
(hashivenu)
breng ons terug
וְהָאֵ֥ר
(vehaer)
en laat schijnen
פָּ֝נֶ֗יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
וְנִוָּשֵֽׁעָה
(venivashea)
en wij zullen gered worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit refrein komt drie keer voor en wordt telkens vollediger: ‘Elohim’ (vers 4), ‘Elohim van de legermachten’ (vers 8) en ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’ (vers 20).

הֲשִׁיבֵנוּ (hashivenu), ‘breng ons terug’: de tekst zegt niet waarheen. Het kan gaan om terugkeer naar het land, naar Elohim of naar vroeger.

הָאֵר פָּנֶיךָ (ha’er panecha), ‘laat Uw aangezicht schijnen’: de woorden van de zegen in Num. 6:25.

5Yahweh, Elohim van de legermachten, hoelang blijft U toornen over het gebed van Uw volk?
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עַד
(ad)
tot
מָתַ֥י
(matay)
wanneer
עָ֝שַׁ֗נְתָּ
(ashanta)
blijft U toornen
בִּתְפִלַּ֥ת
(bitfilat)
over het gebed van
עַמֶּֽךָ
(amekha)
Uw volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְבָאוֹת (Tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’.

Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’.

Zie ook 1 Sam. 1:3.

עָשַׁן (ashan), letterlijk ‘roken’: het beeld van een toornende bij wie de rook uit de neus komt. Zie ook Ps. 74:1; Deut. 29:19.

6U hebt hen het brood van tranen laten eten. U hebt hen tranen laten drinken in een volle maat.
הֶ֭אֱכַלְתָּם
(heekhaltam)
U hebt laten eten
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood
דִּמְעָ֑ה
(dima)
van tranen
וַ֝תַּשְׁקֵ֗מוֹ
(vatashqemo)
en U hebt laten drinken
בִּדְמָע֥וֹת
(bidmaot)
in tranen
שָׁלִֽישׁ
(shalish)
maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁלִישׁ (shalish), ‘derde’: waarschijnlijk een inhoudsmaat, een derde deel van een grotere maat (vergelijk Jes. 40:12).

Het kan ook ‘driemaal zoveel’ betekenen.

De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘een volle maat’.

Maat: een derde efa is ongeveer 7 liter.

7U maakt ons tot een twistpunt voor onze buren. Onze vijanden spotten onder elkaar.
תְּשִׂימֵ֣נוּ
(tesimenu)
U stelt ons
מָ֭דוֹן
(madon)
twist
לִשְׁכֵנֵ֑ינוּ
(lishkheneinu)
voor onze buren
וְ֝אֹיְבֵ֗ינוּ
(veoyeveinu)
en onze vijanden
יִלְעֲגוּ
(yilagu)
spotten
לָֽמוֹ
(lamo)
onder elkaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Elohim van de legermachten, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered.
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
צְבָא֣וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
הֲשִׁיבֵ֑נוּ
(hashivenu)
breng ons terug
וְהָאֵ֥ר
(vehaer)
en laat schijnen
פָּ֝נֶ֗יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
וְנִוָּשֵֽׁעָה
(venivashea)
en wij zullen gered worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De wijnstok uit Egypte

9Een wijnstok haalde U uit Egypte. U verdreef volken en plantte hem.
גֶּ֭פֶן
(gefen)
een wijnstok
מִמִּצְרַ֣יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
תַּסִּ֑יעַ
(tasia)
U haalde uit
תְּגָרֵ֥שׁ
(tegaresh)
U verdreef
גּ֝וֹיִ֗ם
(goyim)
volken
וַתִּטָּעֶֽהָ
(vatitaeha)
en U plantte hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

10U maakte ruimte voor hem. Hij sloeg wortel en vulde het land.
פִּנִּ֥יתָ
(pinita)
U maakte vrij
לְפָנֶ֑יהָ
(lefaneiha)
voor hem
וַתַּשְׁרֵ֥שׁ
(vatashresh)
en hij sloeg wortel
שָׁ֝רָשֶׁ֗יהָ
(sharasheiha)
zijn wortels
וַתְּמַלֵּא
(vatemale)
en hij vulde
אָֽרֶץ
(arets)
land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Bergen werden bedekt door zijn schaduw, de ceders van El door zijn takken.
כָּסּ֣וּ
(kasu)
bedekten
הָרִ֣ים
(harim)
bergen
צִלָּ֑הּ
(tsilah)
zijn schaduw
וַ֝עֲנָפֶ֗יהָ
(vaanafeiha)
en zijn takken
אַֽרְזֵי
(arzei)
ceders van
אֵֽל
(el)
El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַרְזֵי־אֵל (arzei-El), ‘ceders van El’: of ‘machtige ceders’, want El kan ook een overtreffende trap vormen.

Wij vertalen letterlijk.

Zie ookPs 104:16
12Hij strekte zijn ranken uit tot de zee, en zijn scheuten tot de rivier.
תְּשַׁלַּ֣ח
(teshalach)
hij strekte uit
קְצִירֶ֣הָ
(qetsireha)
zijn ranken
עַד
(ad)
tot
יָ֑ם
(yam)
zee
וְאֶל
(veel)
en tot
נָ֝הָ֗ר
(nahar)
rivier
יֽוֹנְקוֹתֶֽיהָ
(yoneqoteiha)
zijn scheuten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De zee’ is waarschijnlijk de Middellandse Zee en ‘de rivier’ de Eufraat: de grenzen van het beloofde land.

Zie ook Gen. 15:18; Exod. 23:31.

De wijnstok is verwoest

13Waarom hebt U zijn omheiningen doorbroken? Alle voorbijgangers plukken hem.
לָ֭מָּה
(lama)
waarom
פָּרַ֣צְתָּ
(paratsta)
U hebt doorbroken
גְדֵרֶ֑יהָ
(gedereiha)
zijn omheiningen
וְ֝אָר֗וּהָ
(vearuha)
en plukken hem
כָּל
(kal)
alle
עֹ֥בְרֵי
(overei)
voorbijgangers van
דָֽרֶךְ
(darekh)
weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Het wilde zwijn uit het woud vreet hem kaal, en het gedierte van het veld graast erop.
יְכַרְסְמֶ֣נָּֽה
(yekharsemena)
vreet hem kaal
חֲזִ֣יר
(chazir)
zwijn
מִיָּ֑עַר
(miyaar)
uit het woud
וְזִ֖יז
(veziz)
en gedierte van
שָׂדַ֣י
(saday)
het veld
יִרְעֶֽנָּה
(yirena)
graast erop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲזִיר (chazir), ‘zwijn’: een wild zwijn, voor Israël een onrein dier (Lev. 11:7).

זִיז שָׂדַי (ziz sadai), ‘gedierte van het veld’: de betekenis van ziz is onzeker.

Zie ook Ps. 50:11.

Lezing

In de overlevering van de Masoretische tekst staat de letter ע van מִיַּעַר (miyya’ar), ‘uit het woud’, boven de regel.

Dat is een merkteken van de kopiisten; de tekst zelf verandert er niet door.

15Elohim van de legermachten, keer toch terug. Kijk neer vanuit de hemel, zie, en zie om naar deze wijnstok,
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
צְבָאוֹת֮
(tsevaot)
van de legermachten
שֽׁ֫וּב
(shuv)
keer terug
נָ֥א
(na)
toch
הַבֵּ֣ט
(habet)
kijk neer
מִשָּׁמַ֣יִם
(mishamayim)
uit de hemel
וּרְאֵ֑ה
(uree)
en zie
וּ֝פְקֹ֗ד
(ufeqod)
en zie om naar
גֶּ֣פֶן
(gefen)
wijnstok
זֹֽאת
(zot)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16naar de stek die Uw rechterhand geplant heeft. En naar de zoon die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt.
וְ֭כַנָּה
(vekhana)
en de stek
אֲשֶׁר
(asher)
die
נָטְעָ֣ה
(natea)
plantte
יְמִינֶ֑ךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
וְעַל
(veal)
en naar
בֵּ֝֗ן
(ben)
zoon
אִמַּ֥צְתָּה
(imatsta)
U hebt sterk gemaakt
לָּֽךְ
(lakh)
voor Uzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּן (ben), ‘zoon’: ook ‘loot’ van een plant (vergelijk Gen. 49:22).

Wij laten ‘zoon’ staan, zoals in vers 18.

Lezing

כַּנָּה (kannah) komt alleen hier voor.

De betekenis ‘stek’ (een geplant jong plantje) is een keuze uit het verband; de betekenis is onzeker.

17Hij is met vuur verbrand, afgehakt. Door de bestraffing van Uw aangezicht komen zij om.
שְׂרֻפָ֣ה
(serufa)
verbrand
בָאֵ֣שׁ
(baesh)
met vuur
כְּסוּחָ֑ה
(kesucha)
afgehakt
מִגַּעֲרַ֖ת
(migaarat)
door de bestraffing van
פָּנֶ֣יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
יֹאבֵֽדוּ
(yovedu)
zij komen om
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Gebed om herstel

18Laat Uw hand rusten op de man aan Uw rechterhand, op de mensenzoon die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt.
תְּֽהִי
(tehi)
laat zijn
יָ֭דְךָ
(yadekha)
Uw hand
עַל
(al)
op
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
יְמִינֶ֑ךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
עַל
(al)
op
בֶּן
(ben)
zoon van
אָ֝דָ֗ם
(adam)
mens
אִמַּ֥צְתָּ
(imatsta)
U hebt sterk gemaakt
לָּֽךְ
(lakh)
voor Uzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִישׁ יְמִינֶךָ (ish yeminecha), ‘de man aan Uw rechterhand’, en בֶּן־אָדָם (ben adam), ‘mensenzoon’ (letterlijk ‘zoon van een mens’): wie hiermee bedoeld wordt, is niet zeker.

De tekst laat ruimte voor het volk Israël (vers 16 noemt dezelfde ‘zoon’ bij de wijnstok) of voor een koning.

Zie ook Ps. 8:5; 110:1.

19Dan wijken wij niet meer van U af. Geef ons leven, dan zullen wij Uw naam aanroepen.
וְלֹא
(velo)
en niet
נָס֥וֹג
(nasog)
wij wijken
מִמֶּ֑ךָּ
(mimeka)
van U
תְּ֝חַיֵּ֗נוּ
(techayenu)
geef ons leven
וּבְשִׁמְךָ֥
(uveshimkha)
en bij Uw naam
נִקְרָֽא
(niqra)
wij zullen aanroepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Yahweh, Elohim van de legermachten, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered.
יְה֘וָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
צְבָא֣וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
הֲשִׁיבֵ֑נוּ
(hashivenu)
breng ons terug
הָאֵ֥ר
(haer)
laat schijnen
פָּ֝נֶ֗יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
וְנִוָּשֵֽׁעָה
(venivashea)
en wij zullen gered worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)