Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Voor de koorleider. Op ‘De lelies’. Een getuigenis, van Asaf. Een psalm.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
אֶל
(el)
op
שֹׁשַׁנִּ֑ים
(shoshanim)
de lelies
עֵד֖וּת
(edut)
getuigenis
לְאָסָ֣ף
(leasaf)
van Asaf
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
שֹׁשַׁנִּים עֵדוּת (shoshannim edut), ‘lelies, getuigenis’: waarschijnlijk een aanwijzing voor melodie of instrument. De betekenis is onzeker; wij vertalen letterlijk.
2Herder van Israël, luister, U die Jozef leidt als een kudde. U die op de cherubs troont, straal uit.
רֹ֘עֵ֤ה
(roe)
herder van
יִשְׂרָאֵ֨ל
(yisrael)
Israël
הַאֲזִ֗ינָה
(haazina)
luister
נֹהֵ֣ג
(noheg)
leidend
כַּצֹּ֣אן
(katson)
als een kudde
יוֹסֵ֑ף
(yosef)
Jozef
יֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
troonde
הַכְּרוּבִ֣ים
(hakeruvim)
de cherubs
הוֹפִֽיעָה
(hofia)
straal uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רֹעֵה יִשְׂרָאֵל (roeh Yisra’el), ‘herder van Israël’: Elohim als herder van Zijn volk.
Zie ook Gen. 48:15; 49:24; Ps. 23:1.
יוֹסֵף (Yosef), ‘Jozef’, staat hier voor het hele volk, met name de stammen Efraïm en Manasse (vers 3).
הַכְּרוּבִים (hakkeruvim), ‘de cherubs’: de gevleugelde wezens boven het verzoendeksel van de ark. Elohim ‘troont’ boven hen. Zie ook Exod. 25:18–22; 1 Sam. 4:4.
4Elohim, breng ons terug; laat Uw aangezicht schijnen, dan worden wij gered.
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
הֲשִׁיבֵ֑נוּ
(hashivenu)
breng ons terug
וְהָאֵ֥ר
(vehaer)
en laat schijnen
פָּ֝נֶ֗יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
וְנִוָּשֵֽׁעָה
(venivashea)
en wij zullen gered worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit refrein komt drie keer voor en wordt telkens vollediger: ‘Elohim’ (vers 4), ‘Elohim van de legermachten’ (vers 8) en ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’ (vers 20).
הֲשִׁיבֵנוּ (hashivenu), ‘breng ons terug’: de tekst zegt niet waarheen. Het kan gaan om terugkeer naar het land, naar Elohim of naar vroeger.
הָאֵר פָּנֶיךָ (ha’er panecha), ‘laat Uw aangezicht schijnen’: de woorden van de zegen in Num. 6:25.
18Laat Uw hand rusten op de man aan Uw rechterhand, op de mensenzoon die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt.
תְּֽהִי
(tehi)
laat zijn
יָ֭דְךָ
(yadekha)
Uw hand
עַל
(al)
op
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
יְמִינֶ֑ךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
עַל
(al)
op
בֶּן
(ben)
zoon van
אָ֝דָ֗ם
(adam)
mens
אִמַּ֥צְתָּ
(imatsta)
U hebt sterk gemaakt
לָּֽךְ
(lakh)
voor Uzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ יְמִינֶךָ (ish yeminecha), ‘de man aan Uw rechterhand’, en בֶּן־אָדָם (ben adam), ‘mensenzoon’ (letterlijk ‘zoon van een mens’): wie hiermee bedoeld wordt, is niet zeker.
De tekst laat ruimte voor het volk Israël (vers 16 noemt dezelfde ‘zoon’ bij de wijnstok) of voor een koning.