Elohim Bijbel

Psalmen 8

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

De majesteit van Yahweh en de plaats van de mens

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider, op de Gittit. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
op
הַגִּתִּ֗ית
(hagitit)
de Gittit
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

עַל־הַגִּתִּית (al haggittit), ‘op de Gittit’: onzeker. Het woord hangt misschien samen met de stad Gat, of met het woord voor ‘wijnpers’ (gat). Het kan een muziekinstrument of een melodie zijn. Het staat ook boven Ps. 81 en 84.

Hoe machtig is Uw naam

2Yahweh, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde! U hebt Uw majesteit boven de hemel gezet.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲדֹנֵ֗ינוּ
(adoneinu)
onze Heer
מָֽה
(ma)
hoe
אַדִּ֣יר
(adir)
machtig
שִׁ֭מְךָ
(shimkha)
Uw naam
בְּכָל
(bekhal)
op heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
U die
תְּנָ֥ה
(tena)
hebt gezet
ה֝וֹדְךָ֗
(hodekha)
Uw majesteit
עַל
(al)
boven
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנֵינוּ (adonenu), ‘onze Heer’: aanspreking van Yahweh.

Lezing

תְּנָה (tenah) is een ongewone vorm.

Wij lezen: ‘U die Uw majesteit boven de hemel hebt gezet’.

3Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U kracht gegrondvest, vanwege Uw belagers, om de vijand en wie wraak zoekt te laten ophouden.
מִפִּ֤י
(mipi)
uit de mond van
עֽוֹלְלִ֨ים
(olelim)
kinderen
וְֽיֹנְקִים֮
(veyoneqim)
en zuigelingen
יִסַּ֪דְתָּ֫
(yisadta)
hebt U gegrondvest
עֹ֥ז
(oz)
kracht
לְמַ֥עַן
(lemaan)
vanwege
צוֹרְרֶ֑יךָ
(tsorereikha)
Uw belagers
לְהַשְׁבִּ֥ית
(lehashbit)
om te doen ophouden
א֝וֹיֵ֗ב
(oyev)
de vijand
וּמִתְנַקֵּֽם
(umitnaqem)
en wie wraak zoekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִתְנַקֵּם (mitnaqqem), ‘wie wraak zoekt’: iemand die zelf wraak neemt in plaats van Yahweh recht te laten doen.

Lezing

עֹז (oz), ‘kracht’.

Sommige oude vertalingen hebben hier ‘lof’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

Wat is de mens?

4Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U hebt bevestigd:
כִּֽי
(ki)
als
אֶרְאֶ֣ה
(ere)
ik zie
שָׁ֭מֶיךָ
(shameikha)
Uw hemel
מַעֲשֵׂ֣י
(maasei)
het werk van
אֶצְבְּעֹתֶ֑יךָ
(etsbeoteikha)
Uw vingers
יָרֵ֥חַ
(yareach)
maan
וְ֝כוֹכָבִ֗ים
(vekhokhavim)
en sterren
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
כּוֹנָֽנְתָּה
(konanta)
U hebt bevestigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5wat is de mens dat U aan hem denkt, en het mensenkind dat U naar hem omkijkt?
מָֽה
(ma)
wat
אֱנ֥וֹשׁ
(enosh)
is de mens
כִּֽי
(ki)
dat
תִזְכְּרֶ֑נּוּ
(tizkerenu)
U aan hem denkt
וּבֶן
(uven)
en het kind van
אָ֝דָ֗ם
(adam)
een mens
כִּ֣י
(ki)
dat
תִפְקְדֶֽנּוּ
(tifqedenu)
U naar hem omkijkt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱנוֹשׁ (enosh), ‘de mens’: de zwakke, sterfelijke mens.

בֶּן־אָדָם (ben adam), ‘mensenkind’: een mens.

Zie ook Hebr. 2:6–8.

6U hebt hem weinig minder gemaakt dan Elohim, en U kroont hem met eer en luister.
וַתְּחַסְּרֵ֣הוּ
(vatechaserehu)
en U hebt hem minder gemaakt
מְּ֭עַט
(meat)
weinig
מֵאֱלֹהִ֑ים
(meElohim)
dan Elohim
וְכָב֖וֹד
(vekhavod)
en met eer
וְהָדָ֣ר
(vehadar)
en luister
תְּעַטְּרֵֽהוּ
(teaterehu)
kroont U hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵאֱלֹהִים (me’elohim), ‘minder dan Elohim’: het Hebreeuws heeft ‘van Elohim’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘dan engelen’.

Het woord kan dus ook de hemelse wezens rondom Yahweh aanduiden.

De mens als heerser over de schepping

7U laat hem heersen over de werken van Uw handen. Alles hebt U onder zijn voeten gelegd:
תַּ֭מְשִׁילֵהוּ
(tamshilehu)
U laat hem heersen
בְּמַעֲשֵׂ֣י
(bemaasei)
over de werken van
יָדֶ֑יךָ
(yadeikha)
Uw handen
כֹּ֝ל
(kol)
alles
שַׁ֣תָּה
(shata)
hebt U gelegd
תַֽחַת
(tachat)
onder
רַגְלָֽיו
(raglav)
zijn voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8kleinvee en runderen, allemaal, en ook de dieren van het veld,
צֹנֶ֣ה
(tsone)
kleinvee
וַאֲלָפִ֣ים
(vaalafim)
en runderen
כֻּלָּ֑ם
(kulam)
allemaal
וְ֝גַ֗ם
(vegam)
en ook
בַּהֲמ֥וֹת
(bahamot)
de dieren van
שָׂדָֽי
(saday)
het veld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 2:20
9de vogel van de hemel en de vissen van de zee, alles wat de paden van de zeeën doorkruist.
צִפּ֣וֹר
(tsipor)
vogel van
שָׁ֭מַיִם
(shamayim)
de hemel
וּדְגֵ֣י
(udegei)
en vissen van
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
עֹ֝בֵ֗ר
(over)
wat doorkruist
אָרְח֥וֹת
(arechot)
paden van
יַמִּֽים
(yamim)
zeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Yahweh, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde!
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲדֹנֵ֑ינוּ
(adoneinu)
onze Heer
מָֽה
(ma)
hoe
אַדִּ֥יר
(adir)
machtig
שִׁ֝מְךָ֗
(shimkha)
Uw naam
בְּכָל
(bekhal)
op heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)