Elohim Bijbel

Psalmen 74

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Klacht over de verwoesting van het heiligdom

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Waarom hebt U verworpen?

1Een maskil van Asaf. Waarom, Elohim, verwerpt U voor altijd? Waarom rookt Uw toorn tegen de schapen van Uw weide?
מַשְׂכִּ֗יל
(maskil)
maskil
לְאָ֫סָ֥ף
(leasaf)
van Asaf
לָמָ֣ה
(lama)
waarom
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
זָנַ֣חְתָּ
(zanachta)
U verwerpt
לָנֶ֑צַח
(lanetsach)
voor altijd
יֶעְשַׁ֥ן
(yeshan)
rookt
אַ֝פְּךָ֗
(apekha)
Uw toorn
בְּצֹ֣אן
(betson)
tegen de schapen van
מַרְעִיתֶֽךָ
(maritekha)
Uw weide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker; mogelijk ‘onderwijzend lied’ of ‘kunstig lied’.

Wij laten het woord staan.

אָסָף (Asaf): Asaf was een zanger uit de tijd van David (1 Kron. 6:24). Psalm 50 en 73–83 dragen zijn naam.

Het ‘rooken’ van de toorn (letterlijk: van de neus) is een beeld van toorn die hoorbaar en zichtbaar brandt.

2Denk aan Uw gemeenschap, die U lang geleden hebt verworven. Denk aan de stam van Uw erfdeel, die U hebt verlost, aan de berg Sion, waar U gewoond hebt.
זְכֹ֤ר
(zekhor)
denk aan
עֲדָתְךָ֨
(adatekha)
Uw gemeenschap
קָ֘נִ֤יתָ
(qanita)
die U hebt verworven
קֶּ֗דֶם
(qedem)
van oudsher
גָּ֭אַלְתָּ
(gaalta)
U hebt verlost
שֵׁ֣בֶט
(shevet)
stam van
נַחֲלָתֶ֑ךָ
(nachalatekha)
Uw erfdeel
הַר
(har)
berg
צִ֝יּ֗וֹן
(tsiyon)
Sion
זֶ֤ה
(ze)
deze
שָׁכַ֬נְתָּ
(shakhanta)
waar U gewoond hebt
בּֽוֹ
(bo)
in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

עֵדָה (edah), ‘gemeenschap’: de gemeenschap van Israël, zoals in Exodus en Numeri.

Sion is hier de berg waar Yahweh woont; zie ook vers 7.

Het heiligdom verwoest

3Zet Uw schreden naar de blijvende puinhopen. Alles heeft de vijand in het heiligdom beschadigd.
הָרִ֣ימָה
(harima)
zet
פְ֭עָמֶיךָ
(peameikha)
Uw schreden
לְמַשֻּׁא֣וֹת
(lemashuot)
naar de puinhopen van
נֶ֑צַח
(netsach)
blijvend
כָּל
(kal)
alles
הֵרַ֖ע
(hera)
heeft beschadigd
אוֹיֵ֣ב
(oyev)
de vijand
בַּקֹּֽדֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De psalm kijkt terug op een verwoesting van het heiligdom.

De tekst noemt geen naam of jaartal.

Dat kan de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs zijn (2 Kon. 25:8–17), maar de tekst zegt dat niet.

4Uw tegenstanders hebben gebruld midden in Uw samenkomstplaats. Zij hebben hun eigen tekenen als tekenen neergezet.
שָׁאֲג֣וּ
(shaagu)
hebben gebruld
צֹ֭רְרֶיךָ
(tsorereikha)
Uw tegenstanders
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
midden in
מוֹעֲדֶ֑ךָ
(moadekha)
Uw samenkomstplaats
שָׂ֖מוּ
(samu)
zij hebben gesteld
אוֹתֹתָ֣ם
(ototam)
hun tekenen
אֹתֽוֹת
(otot)
tekenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹעֵד (moed), ‘samenkomstplaats’: de plaats waar Yahweh Zijn volk ontmoet; zie ook vers 8.

Bij de tent heet het ‘tent van samenkomst’ (Exod. 27:21).

5Het leek op iemand die hoog zijn bijlen zwaait in een dicht bos van bomen.
יִ֭וָּדַע
(yivada)
het is bekend
כְּמֵבִ֣יא
(kemevi)
als iemand die brengt
לְמָ֑עְלָה
(lemaela)
naar boven
בִּֽסֲבָךְ
(bisavakh)
in een dicht bos
עֵ֝֗ץ
(ets)
van bomen
קַרְדֻּמּֽוֹת
(qardumot)
bijlen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Vers 5–6 zijn moeilijk en de betekenis van enkele woorden is onzeker.

Wij volgen de Masoretische tekst zo letterlijk mogelijk: de vijand hakt in het heiligdom als een houthakker in een dicht bos.

6En nu slaan zij al het snijwerk ervan tegelijk stuk met bijl en houweel.
וְ֭עַתָּה
(veata)
en nu
פִּתּוּחֶ֣יהָ
(pitucheiha)
zijn snijwerk
יָּ֑חַד
(yachad)
tegelijk
בְּכַשִּׁ֥יל
(bekhashil)
met bijl
וְ֝כֵֽילַפֹּ֗ת
(vekheilapot)
en houweel
יַהֲלֹמֽוּן
(yahalomun)
slaan zij stuk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֵּילַפּוֹת (kilappot), ‘houweel’: het woord komt elders niet voor; de betekenis volgt uit de zin.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ועת (veet); de te lezen vorm (qere) is וְעַתָּה (ve’attah), ‘en nu’.

Wij volgen de qere.

7Zij hebben Uw heiligdom in brand gestoken. Zij hebben de woning van Uw naam ontheiligd tot op de grond.
שִׁלְח֣וּ
(shilchu)
zij hebben gezonden
בָ֭אֵשׁ
(baesh)
in vuur
מִקְדָּשֶׁ֑ךָ
(miqdashekha)
Uw heiligdom
לָ֝אָ֗רֶץ
(laarets)
tot de grond
חִלְּל֥וּ
(chilelu)
zij hebben ontheiligd
מִֽשְׁכַּן
(mishkan)
woning van
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zij zeiden in hun hart: „Laten wij hen samen overweldigen.” Zij hebben alle samenkomstplaatsen van El in het land verbrand.
אָמְר֣וּ
(ameru)
zij zeiden
בְ֭לִבָּם
(belibam)
in hun hart
נִינָ֣ם
(ninam)
laten wij hen overweldigen
יָ֑חַד
(yachad)
samen
שָׂרְפ֖וּ
(sarefu)
zij hebben verbrand
כָל
(kal)
alle
מוֹעֲדֵי
(moadei)
samenkomstplaatsen van
אֵ֣ל
(el)
El
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
in het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִינָם (ninam), ‘laten wij hen overweldigen’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker.

Een andere verdeling van de letters geeft ‘hun nageslacht’.

Wij houden de eerste mogelijkheid.

Geen tekenen, geen profeet

9Onze tekenen zien wij niet meer. Er is geen profeet meer, en bij ons is niemand die weet hoe lang.
אֽוֹתֹתֵ֗ינוּ
(ototeinu)
onze tekenen
לֹ֥א
(lo)
niet
רָ֫אִ֥ינוּ
(rainu)
zien wij
אֵֽין
(ein)
er is niet
ע֥וֹד
(od)
meer
נָבִ֑יא
(navi)
profeet
וְלֹֽא
(velo)
en niet
אִ֝תָּ֗נוּ
(itanu)
bij ons
יֹדֵ֥עַ
(yodea)
iemand die weet
עַד
(ad)
hoe lang
מָֽה
(ma)
hoe
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוֹתוֹת (otot), ‘tekenen’: wonderen of tekenen van Yahweh's nabijheid.

In vers 4 zijn het de tekenen van de vijand.

10Hoe lang, Elohim, zal de tegenstander smaden? Zal de vijand Uw naam voor altijd verachten?
עַד
(ad)
hoe lang
מָתַ֣י
(matay)
tot wanneer
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
יְחָ֣רֶף
(yecharef)
zal smaden
צָ֑ר
(tsar)
tegenstander
יְנָ֘אֵ֤ץ
(yenaets)
zal verachten
אוֹיֵ֖ב
(oyev)
vijand
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
לָנֶֽצַח
(lanetsach)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Waarom trekt U Uw hand terug, Uw rechterhand? Haal haar uit Uw boezem en vernietig hen.
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
תָשִׁ֣יב
(tashiv)
trekt U terug
יָ֭דְךָ
(yadekha)
Uw hand
וִֽימִינֶ֑ךָ
(viminekha)
en Uw rechterhand
מִקֶּ֖רֶב
(miqerev)
uit het midden van
חֵֽיקְךָ֣
(cheiqekha)
Uw boezem
כַלֵּֽה
(kale)
vernietig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is חוקך (chuqekha); de te lezen vorm (qere) is חֵיקְךָ (cheiqekha), ‘Uw boezem’.

Wij volgen de qere.

De laatste woorden kunnen ook anders worden verdeeld: ‘haal Uw rechterhand uit Uw boezem; maak een einde.’

Elohim, mijn koning van oudsher

12Toch is Elohim mijn koning van oudsher, die reddingen brengt midden op de aarde.
וֵ֭אלֹהִים
(vElohim)
maar Elohim
מַלְכִּ֣י
(malki)
mijn koning
מִקֶּ֑דֶם
(miqedem)
van oudsher
פֹּעֵ֥ל
(poel)
brengt
יְ֝שׁוּע֗וֹת
(yeshuot)
reddingen
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
midden op
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf vers 12 gaat de psalm over Elohims machtige daden in het verleden: de zee gespleten, de rivieren, schepping.

13U hebt door Uw kracht de zee gespleten. U hebt de koppen van de zeemonsters op het water verbrijzeld.
אַתָּ֤ה
(ata)
U
פוֹרַ֣רְתָּ
(porarta)
hebt gespleten
בְעָזְּךָ֣
(beazekha)
door Uw kracht
יָ֑ם
(yam)
zee
שִׁבַּ֖רְתָּ
(shibarta)
U hebt verbrijzeld
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
koppen van
תַ֝נִּינִ֗ים
(taninim)
zeemonsters
עַל
(al)
op
הַמָּֽיִם
(hamayim)
het water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּנִּינִים (tanninim), ‘zeemonsters’: hetzelfde woord als in Gen. 1:21, waar het gewoon grote zeedieren zijn.

Hier zijn het beelden van de krachten van chaos, die Elohim verslaat.

Vergelijk Jes. 27:1 en 51:9.

14U hebt de koppen van Leviatan vermorzeld. U gaf hem als voedsel aan de woestijnbewoners.
אַתָּ֣ה
(ata)
U
רִ֭צַּצְתָּ
(ritsatsta)
hebt vermorzeld
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
koppen van
לִוְיָתָ֑ן
(livyatan)
Leviatan
תִּתְּנֶ֥נּוּ
(titenenu)
U gaf hem
מַ֝אֲכָ֗ל
(maakhal)
voedsel
לְעָ֣ם
(leam)
aan het volk
לְצִיִּֽים
(letsiyim)
de woestijnbewoners
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִוְיָתָן (Livyatan), ‘Leviatan’: een zeemonster.

Zie ook Job 3:8 en Job 41.

Het woord is hier geen plaatsnaam.

צִיִּים (tsiyim), ‘woestijnbewoners’: zie bij Ps. 72:9.

15U hebt bron en beek doen opwellen. U hebt altijd stromende rivieren drooggelegd.
אַתָּ֣ה
(ata)
U
בָ֭קַעְתָּ
(baqata)
hebt doen opwellen
מַעְיָ֣ן
(mayan)
bron
וָנָ֑חַל
(vanachal)
en beek
אַתָּ֥ה
(ata)
U
ה֝וֹבַ֗שְׁתָּ
(hovashta)
hebt drooggelegd
נַהֲר֥וֹת
(naharot)
rivieren
אֵיתָֽן
(eitan)
altijd stromend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 15 noemt twee kanten van Elohims macht over het water: Hij laat water opwellen (bijvoorbeeld Exod. 17:6) en Hij legt rivieren droog (bijvoorbeeld Joz. 3:13–17).

16Van U is de dag, ook van U is de nacht. U hebt de lichtgever en de zon gevestigd.
לְךָ֣
(lekha)
van U
י֭וֹם
(yom)
de dag
אַף
(af)
ook
לְךָ֥
(lekha)
van U
לָ֑יְלָה
(layela)
nacht
אַתָּ֥ה
(ata)
U
הֲ֝כִינ֗וֹתָ
(hakhinota)
hebt gevestigd
מָא֥וֹר
(maor)
lichtgever
וָשָֽׁמֶשׁ
(vashamesh)
en zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָאוֹר (maor), ‘lichtgever’: zie Gen. 1:14–16.

17U hebt alle grenzen van de aarde vastgesteld. Zomer en winter, U hebt ze gevormd.
אַתָּ֣ה
(ata)
U
הִ֭צַּבְתָּ
(hitsavta)
hebt vastgesteld
כָּל
(kal)
alle
גְּבוּל֣וֹת
(gevulot)
grenzen van
אָ֑רֶץ
(arets)
aarde
קַ֥יִץ
(qayits)
zomer
וָ֝חֹ֗רֶף
(vachoref)
en winter
אַתָּ֥ה
(ata)
U
יְצַרְתָּם
(yetsartam)
hebt ze gevormd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Denk eraan, Yahweh

18Denk hieraan: de vijand heeft Yahweh gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw naam veracht.
זְכָר
(zekhar)
denk aan
זֹ֗את
(zot)
dit
א֭וֹיֵב
(oyev)
vijand
חֵרֵ֣ף
(cheref)
heeft gesmaad
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְעַ֥ם
(veam)
en volk
נָ֝בָ֗ל
(naval)
dwaas
נִֽאֲצ֥וּ
(niatsu)
heeft veracht
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Lever het leven van Uw tortelduif niet over aan het wilde dier. Vergeet de schare van Uw ellendigen niet voor altijd.
אַל
(al)
niet
תִּתֵּ֣ן
(titen)
lever over
לְ֭חַיַּת
(lechayat)
aan het wilde dier
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
leven van
תּוֹרֶ֑ךָ
(torekha)
Uw tortelduif
חַיַּ֥ת
(chayat)
schare van
עֲ֝נִיֶּ֗יךָ
(aniyeikha)
Uw ellendigen
אַל
(al)
niet
תִּשְׁכַּ֥ח
(tishkach)
vergeet
לָנֶֽצַח
(lanetsach)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹר (tor), ‘tortelduif’: een beeld voor het volk van Elohim, zwak en weerloos.

חַיָּה (chayyah), ‘wild dier’, en חַיַּת (chayyat), ‘schare’: hetzelfde Hebreeuwse woord, eerst als ‘dier’ en daarna als ‘groep’. De tweede betekenis is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier ‘leven’.

20Zie naar het verbond, want de donkere plaatsen van het land zijn vol van woningen van geweld.
הַבֵּ֥ט
(habet)
zie
לַבְּרִ֑ית
(laberit)
naar het verbond
כִּ֥י
(ki)
want
מָלְא֥וּ
(maleu)
zijn vol
מַחֲשַׁכֵּי
(machashakei)
donkere plaatsen van
אֶ֝֗רֶץ
(erets)
land
נְא֣וֹת
(neot)
woningen van
חָמָֽס
(chamas)
geweld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִית (berit), ‘verbond’: het verbond van Yahweh met Israël; zie Gen. 17 en Exod. 19:5.

21Laat de onderdrukte niet beschaamd terugkeren. Laat de ellendige en de arme Uw naam prijzen.
אַל
(al)
niet
יָשֹׁ֣ב
(yashov)
laat terugkeren
דַּ֣ךְ
(dakh)
onderdrukte
נִכְלָ֑ם
(nikhlam)
beschaamd
עָנִ֥י
(ani)
ellendige
וְ֝אֶבְי֗וֹן
(veevyon)
en arme
יְֽהַלְל֥וּ
(yehallu)
laat prijzen
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Sta op, Elohim

22Sta op, Elohim, voer Uw rechtszaak. Denk aan de smaad die de dwaas U de hele dag aandoet.
קוּמָ֣ה
(quma)
sta op
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
רִיבָ֣ה
(riva)
voer
רִיבֶ֑ךָ
(rivekha)
Uw rechtszaak
זְכֹ֥ר
(zekhor)
denk aan
חֶרְפָּתְךָ֥
(cherpatekha)
Uw smaad
מִנִּי
(mini)
van mij
נָ֝בָ֗ל
(naval)
dwaas
כָּל
(kal)
de hele
הַיּֽוֹם
(hayom)
dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִיבָה רִיבְךָ (rivah rivekha), ‘voer Uw rechtszaak’: Elohim wordt gevraagd als aanklager of verdediger in een rechtszaak op te treden.

23Vergeet de stem van Uw tegenstanders niet, het rumoer van wie tegen U opstaan, dat voortdurend opstijgt.
אַל
(al)
niet
תִּ֭שְׁכַּח
(tishkach)
vergeet
ק֣וֹל
(qol)
stem van
צֹרְרֶ֑יךָ
(tsorereikha)
Uw tegenstanders
שְׁא֥וֹן
(sheon)
rumoer van
קָ֝מֶ֗יךָ
(qameikha)
wie tegen U opstaan
עֹלֶ֥ה
(ole)
stijgt op
תָמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)