Open in de app Alle boeken Psalmen ← 117 119 → Psalmen 118 Dank Yahweh, want Zijn trouw is voor eeuwig
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Zijn trouw is voor eeuwig 1 Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig.
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הוֹדוּ (hodu), ‘dankt’: ook ‘belijdt, prijst’.
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
De regel ‘want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig’ staat ook in 1 Kron. 16:34.
Vers 1–4 vormen een oproep aan wie meezingen; vers 29 herhaalt vers 1.
2 Laat Israël toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמַר
(yomar)
laat zeggen
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Drie groepen worden opgeroepen: Israël (vers 2), het huis van Aäron (vers 3) en wie Yahweh vrezen (vers 4).
Vergelijk Ps. 115:9–11.
3 Laat het huis van Aäron toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמְרוּ
(yomru)
laten zeggen
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Laten zij die Yahweh vrezen toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמְרוּ
(yomru)
laten zeggen
יִרְאֵ֣י
(yirei)
vrezers van
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uit de benauwdheid riep ik Jah aan 5 Uit de benauwdheid riep ik Jah aan; Jah antwoordde mij in de ruimte.
הַ֭מֵּצַ֥ר
(hametsar)
de benauwdheid
עָנָ֖נִי
(anani)
antwoordde mij
בַמֶּרְחָ֣ב
(bamerchav)
in de ruimte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵצַר (metsar), ‘benauwdheid’: een nauwe plaats.
מֶרְחָב (merchav), ‘ruimte’: een brede plaats.
Nood en ruimte staan tegenover elkaar.
Jah: zie bij Ps. 113:1.
6 Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen. Wat kan een mens mij doen?
אִירָ֑א
(ira)
zal ik vrezen
יַּעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
kan doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Yahweh is aan mijn kant, onder mijn helpers; ik zal neerzien op wie mij haten.
בְּעֹזְרָ֑י
(beozeray)
onder mijn helpers
בְשֹׂנְאָֽי
(besoneay)
op wie mij haten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶרְאֶה בְּשֹׂנְאָי (er’eh besone’ay), ‘ik zal zien op wie mij haten’: ik zal hun val zien.
8 Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op een mens.
לַחֲס֥וֹת
(lachasot)
om te schuilen
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
bij Yahweh
מִ֝בְּטֹ֗חַ
(mibetoach)
dan vertrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op edelen.
לַחֲס֥וֹת
(lachasot)
om te schuilen
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
bij Yahweh
מִ֝בְּטֹ֗חַ
(mibetoach)
dan vertrouwen
בִּנְדִיבִֽים
(bindivim)
op edelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Alle volken omringden mij 10 Alle volken omringden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
סְבָב֑וּנִי
(sevavuni)
omringden mij
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲמִילַם (amilam), ‘ik houw hen neer’: van een stam die ‘besnijden’ of ‘afsnijden’ betekent; hier ‘afhouwen’, ‘wegmaaien’.
De vorm komt ook in vers 11 en 12 voor.
Wij vertalen steeds hetzelfde.
11 Zij omringden mij, ja, zij omsingelden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
סַבּ֥וּנִי
(sabuni)
omringden mij
סְבָב֑וּנִי
(sevavuni)
omringden mij
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Zij omringden mij als bijen; zij doofden uit als een vuur van doornen. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
סַבּ֤וּנִי
(sabuni)
omringden mij
כִדְבוֹרִ֗ים
(kidvorim)
als bijen
דֹּ֭עֲכוּ
(doakhu)
zij doofden uit
כְּאֵ֣שׁ
(keesh)
als vuur van
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֹּעֲכוּ (do’achu), ‘zij doofden uit’: een vuur van doornen vlamt snel op en dooft ook snel.
13 Je duwde mij hard, zodat ik zou vallen, maar Yahweh hielp mij.
דְחִיתַ֣נִי
(dechitani)
je duwde mij
לִנְפֹּ֑ל
(linpol)
om te vallen
וַ֖יהוָ֣ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
עֲזָרָֽנִי
(azarani)
hielp mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
דַּחֹה דְחִיתַנִי (dacho dechitani), ‘je duwde mij hard’: de aangesproken ‘je’ is de vijand, die na de vele volken als één persoon wordt aangesproken.
Het kan ook gelezen worden als ‘men duwde mij’.
Wij volgen de klinkers van de Masoretische tekst.
Jah is mijn kracht en mijn lied 14 Mijn kracht en mijn lied is Jah, Hij is mij tot redding geworden.
וְזִמְרָ֣ת
(vezimrat)
en lied van
וַֽיְהִי
(vayhi)
en Hij werd
לִֽישׁוּעָֽה
(lishua)
tot redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vers 14 staat letterlijk ook in Exod. 15:2 en Jes. 12:2.
15 Het geluid van gejuich en redding is in de tenten van de rechtvaardigen: de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden.
וִֽישׁוּעָ֗ה
(vishua)
en redding
בְּאָהֳלֵ֥י
(beaholei)
in tenten van
צַדִּיקִ֑ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יְמִ֥ין
(yemin)
rechterhand van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֹשָׂה חָיִל (oseh chayil), ‘verricht machtige daden’: de rechterhand van Yahweh is Zijn kracht en Zijn ingrijpen.
16 De rechterhand van Yahweh is verheven; de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden.
יְמִ֣ין
(yemin)
rechterhand van
רוֹמֵמָ֑ה
(romema)
is verheven
יְמִ֥ין
(yemin)
rechterhand van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 Ik zal niet sterven, maar leven, en ik zal de daden van Jah vertellen.
אָמ֥וּת
(amut)
zal ik sterven
אֶֽחְיֶ֑ה
(echye)
zal ik leven
וַ֝אֲסַפֵּ֗ר
(vaasaper)
en ik zal vertellen
מַֽעֲשֵׂ֥י
(maasei)
daden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Streng heeft Jah mij getuchtigd, maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.
יַסֹּ֣ר
(yasor)
streng tuchtigen
יִסְּרַ֣נִּי
(yiserani)
Hij tuchtigde mij
וְ֝לַמָּ֗וֶת
(velamavet)
maar aan de dood
נְתָנָֽנִי
(netanani)
gaf Hij mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De poorten van de gerechtigheid 19 Open voor mij de poorten van de gerechtigheid; ik wil erdoor binnengaan en Jah danken.
שַׁעֲרֵי
(shaarei)
poorten van
צֶ֑דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
אָֽבֹא
(avo)
ik zal binnengaan
אוֹדֶ֥ה
(ode)
ik zal danken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שַׁעֲרֵי־צֶדֶק (sha’are tsedeq), ‘poorten van de gerechtigheid’: waarschijnlijk de poorten van de tempel (vers 20).
Zie ook Ps. 24:7.
20 Dit is de poort van Yahweh; de rechtvaardigen zullen erdoor binnengaan.
הַשַּׁ֥עַר
(hashaar)
de poort
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
van Yahweh
צַ֝דִּיקִ֗ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יָבֹ֥אוּ
(yavou)
zullen binnengaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Ik dank U, want U hebt mij geantwoord en U bent mij tot redding geworden.
א֭וֹדְךָ
(odekha)
ik dank U
עֲנִיתָ֑נִי
(anitani)
U hebt mij geantwoord
וַתְּהִי
(vatehi)
en U werd
לִֽישׁוּעָֽה
(lishua)
tot redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De steen die de bouwers verwierpen 22 De steen die de bouwers verwierpen, is tot hoeksteen geworden.
מָאֲס֣וּ
(maasu)
verwierpen
הַבּוֹנִ֑ים
(habonim)
de bouwers
לְרֹ֣אשׁ
(lerosh)
tot hoofd van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רֹאשׁ פִּנָּה (rosh pinnah), ‘hoeksteen’, letterlijk ‘hoofd van de hoek’: de steen die de hoek bijeenhoudt of de steen bovenaan de hoek.
Zie ook Matt. 21:42; Hand. 4:11; 1 Petr. 2:7.
23 Dit is van Yahweh gekomen; het is wonderbaar in onze ogen.
הָ֣יְתָה
(hayeta)
is gekomen
נִפְלָ֣את
(niflat)
wonderbaar
בְּעֵינֵֽינוּ
(beeineinu)
in onze ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 Dit is de dag die Yahweh heeft gemaakt; laten wij erin jubelen en ons verheugen.
נָגִ֖ילָה
(nagila)
laten wij jubelen
וְנִשְׂמְחָ֣ה
(venismecha)
en ons verheugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בּוֹ (bo), ‘erin’: in de dag.
De dag is de dag van de redding die deze psalm bezingt.
Ach, Yahweh, red toch! 25 Ach, Yahweh, red toch! Ach, Yahweh, geef toch voorspoed!
הַצְלִ֘יחָ֥ה
(hatslicha)
geef voorspoed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הוֹשִׁיעָה נָּא (hoshi’ah na), ‘red toch’: hieruit komt het woord ‘Hosanna’.
Zie ook Matt. 21:9.
26 Gezegend is hij die komt in de naam van Yahweh. Wij zegenen jullie vanuit het huis van Yahweh.
בָּר֣וּךְ
(barukh)
gezegend
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
in de naam van
בֵּ֝רַֽכְנוּכֶ֗ם
(berakhnukhem)
wij zegenen jullie
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בָּרוּךְ הַבָּא (baruch habba), ‘gezegend is hij die komt’: een zegengroet voor wie naar het heiligdom komt.
בֵּרַכְנוּכֶם (berachnuchem), ‘wij zegenen jullie’: meervoud; een groep, waarschijnlijk de priesters, spreekt de pelgrims toe.
27 Yahweh is El, en Hij heeft ons licht gegeven. Bind het feestoffer met touwen, tot aan de hoorns van het altaar.
וַיָּ֪אֶר
(vayaer)
en Hij gaf licht
בַּעֲבֹתִ֑ים
(baavotim)
met touwen
קַ֝רְנ֗וֹת
(qarnot)
hoorns van
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵל יְהוָה (el Yahweh): wij vertalen ‘Yahweh is El’.
Lezing
חַג (chag), ‘feest’: letterlijk ‘bind het feest’.
Wij vertalen ‘feestoffer’, zoals in Exod. 23:18.
Het gaat waarschijnlijk om het offerdier dat naar het altaar wordt gebracht.
De zin is moeilijk; de betekenis van עֲבֹתִים (avotim), ‘touwen’, is zeker.
Mijn El bent U 28 Mijn El bent U, en ik zal U danken. Mijn Elohim, ik zal U verheffen.
וְאוֹדֶ֑ךָּ
(veodeka)
en ik zal U danken
אֱ֝לֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
אֲרוֹמְמֶֽךָּ
(aromemeka)
ik zal U verheffen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵלִי (eli), ‘mijn El’: zie ook Exod. 15:2.
29 Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig.
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)