Elohim Bijbel

Psalmen 118

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Dank Yahweh, want Zijn trouw is voor eeuwig

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Zijn trouw is voor eeuwig

1Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig.
הוֹד֣וּ
(hodu)
dankt
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
Yahweh
כִּי
(ki)
want
ט֑וֹב
(tov)
goed
כִּ֖י
(ki)
want
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹדוּ (hodu), ‘dankt’: ook ‘belijdt, prijst’.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

De regel ‘want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig’ staat ook in 1 Kron. 16:34.

Vers 1–4 vormen een oproep aan wie meezingen; vers 29 herhaalt vers 1.

2Laat Israël toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמַר
(yomar)
laat zeggen
נָ֥א
(na)
toch
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כִּ֖י
(ki)
dat
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Drie groepen worden opgeroepen: Israël (vers 2), het huis van Aäron (vers 3) en wie Yahweh vrezen (vers 4).

Vergelijk Ps. 115:9–11.

3Laat het huis van Aäron toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמְרוּ
(yomru)
laten zeggen
נָ֥א
(na)
toch
בֵֽית
(beit)
huis van
אַהֲרֹ֑ן
(aharon)
Aäron
כִּ֖י
(ki)
dat
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Laten zij die Yahweh vrezen toch zeggen: „Zijn trouw is voor eeuwig.”
יֹֽאמְרוּ
(yomru)
laten zeggen
נָ֭א
(na)
toch
יִרְאֵ֣י
(yirei)
vrezers van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֖י
(ki)
dat
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Uit de benauwdheid riep ik Jah aan

5Uit de benauwdheid riep ik Jah aan; Jah antwoordde mij in de ruimte.
מִֽן
(min)
uit
הַ֭מֵּצַ֥ר
(hametsar)
de benauwdheid
קָרָ֣אתִי
(qarati)
riep ik
יָּ֑הּ
(yah)
Jah
עָנָ֖נִי
(anani)
antwoordde mij
בַמֶּרְחָ֣ב
(bamerchav)
in de ruimte
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵצַר (metsar), ‘benauwdheid’: een nauwe plaats.

מֶרְחָב (merchav), ‘ruimte’: een brede plaats.

Nood en ruimte staan tegenover elkaar.

Jah: zie bij Ps. 113:1.

6Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen. Wat kan een mens mij doen?
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
לִ֭י
(li)
aan mijn kant
לֹ֣א
(lo)
niet
אִירָ֑א
(ira)
zal ik vrezen
מַה
(ma)
wat
יַּעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
kan doen
לִ֣י
(li)
mij
אָדָֽם
(adam)
mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Yahweh is aan mijn kant, onder mijn helpers; ik zal neerzien op wie mij haten.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
לִ֭י
(li)
aan mijn kant
בְּעֹזְרָ֑י
(beozeray)
onder mijn helpers
וַ֝אֲנִ֗י
(vaani)
en ik
אֶרְאֶ֥ה
(ere)
zal zien
בְשֹׂנְאָֽי
(besoneay)
op wie mij haten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶרְאֶה בְּשֹׂנְאָי (er’eh besone’ay), ‘ik zal zien op wie mij haten’: ik zal hun val zien.

8Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op een mens.
ט֗וֹב
(tov)
goed
לַחֲס֥וֹת
(lachasot)
om te schuilen
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
bij Yahweh
מִ֝בְּטֹ֗חַ
(mibetoach)
dan vertrouwen
בָּאָדָֽם
(baadam)
op mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Beter schuilen bij Yahweh dan vertrouwen op edelen.
ט֗וֹב
(tov)
goed
לַחֲס֥וֹת
(lachasot)
om te schuilen
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
bij Yahweh
מִ֝בְּטֹ֗חַ
(mibetoach)
dan vertrouwen
בִּנְדִיבִֽים
(bindivim)
op edelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Alle volken omringden mij

10Alle volken omringden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
כָּל
(kal)
alle
גּוֹיִ֥ם
(goyim)
volken
סְבָב֑וּנִי
(sevavuni)
omringden mij
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
zeker
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲמִילַם (amilam), ‘ik houw hen neer’: van een stam die ‘besnijden’ of ‘afsnijden’ betekent; hier ‘afhouwen’, ‘wegmaaien’.

De vorm komt ook in vers 11 en 12 voor.

Wij vertalen steeds hetzelfde.

11Zij omringden mij, ja, zij omsingelden mij. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
סַבּ֥וּנִי
(sabuni)
omringden mij
גַם
(gam)
ja
סְבָב֑וּנִי
(sevavuni)
omringden mij
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
zeker
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Zij omringden mij als bijen; zij doofden uit als een vuur van doornen. In de naam van Yahweh houw ik hen zeker neer.
סַבּ֤וּנִי
(sabuni)
omringden mij
כִדְבוֹרִ֗ים
(kidvorim)
als bijen
דֹּ֭עֲכוּ
(doakhu)
zij doofden uit
כְּאֵ֣שׁ
(keesh)
als vuur van
קוֹצִ֑ים
(qotsim)
doornen
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in de naam van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
zeker
אֲמִילַֽם
(amilam)
ik houw hen neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹּעֲכוּ (do’achu), ‘zij doofden uit’: een vuur van doornen vlamt snel op en dooft ook snel.

13Je duwde mij hard, zodat ik zou vallen, maar Yahweh hielp mij.
דַּחֹ֣ה
(dacho)
hard duwen
דְחִיתַ֣נִי
(dechitani)
je duwde mij
לִנְפֹּ֑ל
(linpol)
om te vallen
וַ֖יהוָ֣ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
עֲזָרָֽנִי
(azarani)
hielp mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

דַּחֹה דְחִיתַנִי (dacho dechitani), ‘je duwde mij hard’: de aangesproken ‘je’ is de vijand, die na de vele volken als één persoon wordt aangesproken.

Het kan ook gelezen worden als ‘men duwde mij’.

Wij volgen de klinkers van de Masoretische tekst.

Jah is mijn kracht en mijn lied

14Mijn kracht en mijn lied is Jah, Hij is mij tot redding geworden.
עָזִּ֣י
(azi)
mijn kracht
וְזִמְרָ֣ת
(vezimrat)
en lied van
יָ֑הּ
(yah)
Jah
וַֽיְהִי
(vayhi)
en Hij werd
לִ֝֗י
(li)
voor mij
לִֽישׁוּעָֽה
(lishua)
tot redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 14 staat letterlijk ook in Exod. 15:2 en Jes. 12:2.

15Het geluid van gejuich en redding is in de tenten van de rechtvaardigen: de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden.
ק֤וֹל
(qol)
geluid van
רִנָּ֬ה
(rina)
gejuich
וִֽישׁוּעָ֗ה
(vishua)
en redding
בְּאָהֳלֵ֥י
(beaholei)
in tenten van
צַדִּיקִ֑ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יְמִ֥ין
(yemin)
rechterhand van
יְ֝הוָה
(Yahweh)
Yahweh
עֹ֣שָׂה
(osa)
verricht
חָֽיִל
(chayil)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹשָׂה חָיִל (oseh chayil), ‘verricht machtige daden’: de rechterhand van Yahweh is Zijn kracht en Zijn ingrijpen.

16De rechterhand van Yahweh is verheven; de rechterhand van Yahweh verricht machtige daden.
יְמִ֣ין
(yemin)
rechterhand van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
רוֹמֵמָ֑ה
(romema)
is verheven
יְמִ֥ין
(yemin)
rechterhand van
יְ֝הוָה
(Yahweh)
Yahweh
עֹ֣שָׂה
(osa)
verricht
חָֽיִל
(chayil)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Ik zal niet sterven, maar leven, en ik zal de daden van Jah vertellen.
לֹֽא
(lo)
niet
אָמ֥וּת
(amut)
zal ik sterven
כִּי
(ki)
maar
אֶֽחְיֶ֑ה
(echye)
zal ik leven
וַ֝אֲסַפֵּ֗ר
(vaasaper)
en ik zal vertellen
מַֽעֲשֵׂ֥י
(maasei)
daden van
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Streng heeft Jah mij getuchtigd, maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.
יַסֹּ֣ר
(yasor)
streng tuchtigen
יִסְּרַ֣נִּי
(yiserani)
Hij tuchtigde mij
יָּ֑הּ
(yah)
Jah
וְ֝לַמָּ֗וֶת
(velamavet)
maar aan de dood
לֹ֣א
(lo)
niet
נְתָנָֽנִי
(netanani)
gaf Hij mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De poorten van de gerechtigheid

19Open voor mij de poorten van de gerechtigheid; ik wil erdoor binnengaan en Jah danken.
פִּתְחוּ
(pitchu)
open
לִ֥י
(li)
voor mij
שַׁעֲרֵי
(shaarei)
poorten van
צֶ֑דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
אָֽבֹא
(avo)
ik zal binnengaan
בָ֝ם
(bam)
door hen
אוֹדֶ֥ה
(ode)
ik zal danken
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁעֲרֵי־צֶדֶק (sha’are tsedeq), ‘poorten van de gerechtigheid’: waarschijnlijk de poorten van de tempel (vers 20).

Zie ook Ps. 24:7.

20Dit is de poort van Yahweh; de rechtvaardigen zullen erdoor binnengaan.
זֶֽה
(ze)
dit
הַשַּׁ֥עַר
(hashaar)
de poort
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
van Yahweh
צַ֝דִּיקִ֗ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יָבֹ֥אוּ
(yavou)
zullen binnengaan
בֽוֹ
(bo)
erdoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Ik dank U, want U hebt mij geantwoord en U bent mij tot redding geworden.
א֭וֹדְךָ
(odekha)
ik dank U
כִּ֣י
(ki)
want
עֲנִיתָ֑נִי
(anitani)
U hebt mij geantwoord
וַתְּהִי
(vatehi)
en U werd
לִ֝֗י
(li)
voor mij
לִֽישׁוּעָֽה
(lishua)
tot redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De steen die de bouwers verwierpen

22De steen die de bouwers verwierpen, is tot hoeksteen geworden.
אֶ֭בֶן
(even)
steen
מָאֲס֣וּ
(maasu)
verwierpen
הַבּוֹנִ֑ים
(habonim)
de bouwers
הָ֝יְתָ֗ה
(hayeta)
werd
לְרֹ֣אשׁ
(lerosh)
tot hoofd van
פִּנָּֽה
(pina)
de hoek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֹאשׁ פִּנָּה (rosh pinnah), ‘hoeksteen’, letterlijk ‘hoofd van de hoek’: de steen die de hoek bijeenhoudt of de steen bovenaan de hoek.

Zie ook Matt. 21:42; Hand. 4:11; 1 Petr. 2:7.

23Dit is van Yahweh gekomen; het is wonderbaar in onze ogen.
מֵאֵ֣ת
(meet)
van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
הָ֣יְתָה
(hayeta)
is gekomen
זֹּ֑את
(zot)
dit
הִ֖יא
(hi)
het
נִפְלָ֣את
(niflat)
wonderbaar
בְּעֵינֵֽינוּ
(beeineinu)
in onze ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Dit is de dag die Yahweh heeft gemaakt; laten wij erin jubelen en ons verheugen.
זֶה
(ze)
dit
הַ֭יּוֹם
(hayom)
de dag
עָשָׂ֣ה
(asa)
maakte
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
נָגִ֖ילָה
(nagila)
laten wij jubelen
וְנִשְׂמְחָ֣ה
(venismecha)
en ons verheugen
בֽוֹ
(bo)
in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹ (bo), ‘erin’: in de dag.

De dag is de dag van de redding die deze psalm bezingt.

Ach, Yahweh, red toch!

25Ach, Yahweh, red toch! Ach, Yahweh, geef toch voorspoed!
אָנָּ֣א
(ana)
ach
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
הוֹשִׁ֘יעָ֥ה
(hoshia)
red
נָּ֑א
(na)
toch
אָֽנָּ֥א
(ana)
ach
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הַצְלִ֘יחָ֥ה
(hatslicha)
geef voorspoed
נָּֽא
(na)
toch
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹשִׁיעָה נָּא (hoshi’ah na), ‘red toch’: hieruit komt het woord ‘Hosanna’.

Zie ook Matt. 21:9.

26Gezegend is hij die komt in de naam van Yahweh. Wij zegenen jullie vanuit het huis van Yahweh.
בָּר֣וּךְ
(barukh)
gezegend
הַ֭בָּא
(haba)
die komt
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בֵּ֝רַֽכְנוּכֶ֗ם
(berakhnukhem)
wij zegenen jullie
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּרוּךְ הַבָּא (baruch habba), ‘gezegend is hij die komt’: een zegengroet voor wie naar het heiligdom komt.

בֵּרַכְנוּכֶם (berachnuchem), ‘wij zegenen jullie’: meervoud; een groep, waarschijnlijk de priesters, spreekt de pelgrims toe.

27Yahweh is El, en Hij heeft ons licht gegeven. Bind het feestoffer met touwen, tot aan de hoorns van het altaar.
אֵ֤ל
(el)
El
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
וַיָּ֪אֶר
(vayaer)
en Hij gaf licht
לָ֥נוּ
(lanu)
aan ons
אִסְרוּ
(isru)
bindt
חַ֥ג
(chag)
feestoffer
בַּעֲבֹתִ֑ים
(baavotim)
met touwen
עַד
(ad)
tot
קַ֝רְנ֗וֹת
(qarnot)
hoorns van
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵל יְהוָה (el Yahweh): wij vertalen ‘Yahweh is El’.

Lezing

חַג (chag), ‘feest’: letterlijk ‘bind het feest’.

Wij vertalen ‘feestoffer’, zoals in Exod. 23:18.

Het gaat waarschijnlijk om het offerdier dat naar het altaar wordt gebracht.

De zin is moeilijk; de betekenis van עֲבֹתִים (avotim), ‘touwen’, is zeker.

Mijn El bent U

28Mijn El bent U, en ik zal U danken. Mijn Elohim, ik zal U verheffen.
אֵלִ֣י
(eli)
mijn El
אַתָּ֣ה
(ata)
U
וְאוֹדֶ֑ךָּ
(veodeka)
en ik zal U danken
אֱ֝לֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
אֲרוֹמְמֶֽךָּ
(aromemeka)
ik zal U verheffen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵלִי (eli), ‘mijn El’: zie ook Exod. 15:2.

29Dank Yahweh, want Hij is goed, want Zijn trouw is voor eeuwig.
הוֹד֣וּ
(hodu)
dankt
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
Yahweh
כִּי
(ki)
want
ט֑וֹב
(tov)
goed
כִּ֖י
(ki)
want
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
חַסְדּֽוֹ
(chasdo)
Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)