Elohim Bijbel

Psalmen 110

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Zit aan Mijn rechterhand: priester voor eeuwig

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yahweh spreekt tot mijn Heer

1Van David. Een psalm. Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer: „Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.”
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
van David
מִ֫זְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
נְאֻ֤ם
(neum)
uitspraak van
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
לַֽאדֹנִ֗י
(ladoni)
aan mijn Heer
שֵׁ֥ב
(shev)
zit
לִֽימִינִ֑י
(limini)
aan Mijn rechterhand
עַד
(ad)
totdat
אָשִׁ֥ית
(ashit)
Ik zet
אֹ֝יְבֶ֗יךָ
(oyeveikha)
je vijanden
הֲדֹ֣ם
(hadom)
voetbank
לְרַגְלֶֽיךָ
(leragleikha)
voor je voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְאֻם (ne’um), ‘uitspraak’: de vaste formule voor een woord van Yahweh.

לַאדֹנִי (la’adoni), ‘tot mijn Heer’: het woord is אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’, een aanspreking van een mens met gezag. Het is niet אֲדֹנָי (Adonai), dat alleen voor Elohim wordt gebruikt. Wij schrijven ‘Heer’ met een hoofdletter, zoals de psalm de aangesprokene hoog verheft.

Het opschrift zegt ‘Van David’. Wie met ‘mijn Heer’ bedoeld is, noemt de tekst niet bij naam. Na de inleiding spreekt Yahweh zelf; Zijn woorden staan rood. De rechterhand is de plaats van eer en macht. Zie ook Matt. 22:44.

2De staf van je kracht zendt Yahweh uit vanuit Sion. Heers te midden van je vijanden.
מַטֵּֽה
(mate)
staf van
עֻזְּךָ֗
(uzekha)
je kracht
יִשְׁלַ֣ח
(yishlach)
Hij zendt uit
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מִצִּיּ֑וֹן
(mitsiyon)
vanuit Sion
רְ֝דֵ֗ה
(rede)
heers
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
te midden van
אֹיְבֶֽיךָ
(oyeveikha)
je vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

מַטֵּה עֻזְּךָ (matteh uzzecha), ‘de staf van je kracht’: het teken van heerschappij.

Sion is de berg in Jeruzalem; vanaf daar gaat de heerschappij uit.

3Jouw volk is bereidwillig op de dag van je strijdmacht, in heilige pracht. Uit de schoot van de dageraad is voor jou de dauw van je jeugd.
עַמְּךָ֣
(amekha)
jouw volk
נְדָבֹת֮
(nedavot)
bereidwilligheden
בְּי֪וֹם
(beyom)
op de dag van
חֵ֫ילֶ֥ךָ
(cheilekha)
je strijdmacht
בְּֽהַדְרֵי
(behadrei)
in pracht van
קֹ֭דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
מֵרֶ֣חֶם
(merechem)
uit de schoot van
מִשְׁחָ֑ר
(mishchar)
dageraad
לְ֝ךָ֗
(lekha)
voor jou
טַ֣ל
(tal)
dauw van
יַלְדֻתֶֽיךָ
(yalduteikha)
je jeugd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְדָבֹת (nedavot), ‘bereidwilligheden’: vrijwillige gaven.

Het volk komt uit zichzelf, zoals iemand een vrijwillig offer brengt.

Lezing

Dit vers is moeilijk en de tekst is waarschijnlijk beschadigd.

חֵילֶךָ (cheilecha) kan ‘je strijdmacht’, ‘je leger’ of ‘je kracht’ zijn.

בְּהַדְרֵי קֹדֶשׁ (behadrei qodesh), ‘in heilige pracht’, wordt door sommige handschriften gelezen als בְּהַרְרֵי קֹדֶשׁ (beharrei qodesh), ‘op de heilige bergen’.

יַלְדֻתֶיךָ (yaldutecha), ‘je jeugd’, kan ook ‘je jonge mannen’ betekenen.

Sommige oude vertalingen lezen het slot van het vers anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

De eed: priester voor eeuwig

4Yahweh heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: „Jij bent priester voor eeuwig, volgens de wijze van Melchisedek.”
נִשְׁבַּ֤ע
(nishba)
Hij heeft gezworen
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִנָּחֵ֗ם
(yinachem)
zal Hem berouwen
אַתָּֽה
(ata)
jij
כֹהֵ֥ן
(kohen)
priester
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
עַל
(al)
op
דִּ֝בְרָתִ֗י
(divrati)
wijze van
מַלְכִּי
(malki)
Melchi-
צֶֽדֶק
(tsedeq)
-sedek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Melchisedek was koning van Salem en priester van Elohim, de Allerhoogste (Gen. 14:18–20).

Hier zweert Yahweh dat de aangesprokene voor eeuwig priester is.

Het rood loopt over de woorden van de eed.

Lezing

עַל דִּבְרָתִי (al divrati) is moeilijk.

Wij vertalen ‘volgens de wijze van’.

Het kan ook ‘op mijn woord’ of ‘ter wille van’ betekenen.

מַלְכִּי צֶדֶק (Malki-tsedek) betekent ‘mijn koning is gerechtigheid’; wij schrijven de naam ‘Melchisedek’, zoals in Genesis.

De Heer oordeelt de volken

5De Heer is aan je rechterhand. Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
de Heer
עַל
(al)
aan
יְמִֽינְךָ֑
(yeminekha)
je rechterhand
מָחַ֖ץ
(machats)
Hij verplettert
בְּיוֹם
(beyom)
op de dag van
אַפּ֣וֹ
(apo)
Zijn toorn
מְלָכִֽים
(melakhim)
koningen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: hier de gewone aanduiding van Elohim.

Wij nemen aan dat Yahweh bedoeld is, die in vers 1 de aangesprokene aan Zijn rechterhand liet zitten; nu staat Hij aan de rechterhand van de aangesprokene.

Het kan ook de aangesprokene zelf zijn.

6Hij oordeelt onder de volken. Het ligt vol lijken. Hij verplettert het hoofd over een groot land.
יָדִ֣ין
(yadin)
Hij oordeelt
בַּ֭גּוֹיִם
(bagoyim)
onder de volken
מָלֵ֣א
(male)
vol
גְוִיּ֑וֹת
(geviyot)
lijken
מָ֥חַץ
(machats)
Hij verplettert
רֹ֝֗אשׁ
(rosh)
hoofd
עַל
(al)
over
אֶ֥רֶץ
(erets)
land
רַבָּֽה
(raba)
groot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּוִיּוֹת (geviyyot), ‘lijken’: het Hebreeuws zegt alleen ‘vol lijken’.

רֹאשׁ (rosh), ‘hoofd’, kan één leider zijn of de leiders in het algemeen.

אֶרֶץ רַבָּה (erets rabbah) is ‘een groot land’ of ‘vele landen’.

7Uit de beek langs de weg drinkt Hij. Daarom heft Hij het hoofd omhoog.
מִ֭נַּחַל
(minachal)
uit beek
בַּדֶּ֣רֶךְ
(baderekh)
langs de weg
יִשְׁתֶּ֑ה
(yishte)
Hij drinkt
עַל
(al)
daarom
כֵּ֝֗ן
(ken)
(vervolg)
יָרִ֥ים
(yarim)
Hij heft op
רֹֽאשׁ
(rosh)
hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie de beek drinkt, is niet gezegd.

Het beeld is dat van een krijger die onderweg drinkt, wordt verfrist en het hoofd opheft.

Wij nemen Hem uit vers 5–6 als onderwerp; het kan ook de aangesprokene zijn.