Elohim Bijbel

Psalmen 121

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Mijn hulp komt van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Waar komt mijn hulp vandaan?

1Een lied van de opgangen. Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen?
שִׁ֗יר
(shir)
lied
לַֽמַּ֫עֲל֥וֹת
(lamaalot)
voor de opgangen
אֶשָּׂ֣א
(esa)
ik sla op
עֵ֭ינַי
(einay)
mijn ogen
אֶל
(el)
naar
הֶהָרִ֑ים
(heharim)
de bergen
מֵ֝אַ֗יִן
(meayin)
vanwaar
יָבֹ֥א
(yavo)
zal komen
עֶזְרִֽי
(ezri)
mijn hulp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De opgang naar de bergen kan de weg naar Jeruzalem bedoelen, de bergen rond de stad (vergelijk 125:2).

Het Hebreeuws kan ook gelezen worden als een bewering: ‘vanwaar mijn hulp komt’.

Wij vertalen het als vraag, want vers 2 geeft het antwoord.

2Mijn hulp komt van Yahweh, de maker van hemel en aarde.
עֶ֭זְרִי
(ezri)
mijn hulp
מֵעִ֣ם
(meim)
van bij
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עֹ֝שֵׂ֗ה
(ose)
maker van
שָׁמַ֥יִם
(shamayim)
hemel
וָאָֽרֶץ
(vaarets)
en aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh, de bewaker van Israël

3Hij zal je voet niet laten wankelen. Je bewaker zal niet sluimeren.
אַל
(al)
niet
יִתֵּ֣ן
(yiten)
Hij laat
לַמּ֣וֹט
(lamot)
wankelen
רַגְלֶ֑ךָ
(raglekha)
je voet
אַל
(al)
niet
יָ֝נ֗וּם
(yanum)
sluimert
שֹֽׁמְרֶֽךָ
(shomerekha)
je bewaker
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws staat hier een wens met ‘niet’ (al): ‘laat Hij je voet niet wankelen’.

Wij geven het als belofte weer.

Met vers 3 verandert de spreker: de dichter spreekt nu tot een ander, met ‘je’.

Wie dit zegt, noemt de tekst niet.

4Zie, Hij sluimert niet en Hij slaapt niet, de bewaker van Israël.
הִנֵּ֣ה
(hine)
Zie
לֹֽא
(lo)
niet
יָ֭נוּם
(yanum)
sluimert
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִישָׁ֑ן
(yishan)
slaapt
שׁ֝וֹמֵ֗ר
(shomer)
bewaker van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Yahweh is je bewaker. Yahweh is je schaduw aan je rechterhand.
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
שֹׁמְרֶ֑ךָ
(shomerekha)
je bewaker
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צִ֝לְּךָ֗
(tsilekha)
je schaduw
עַל
(al)
aan
יַ֥ד
(yad)
hand van
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
je rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Overdag zal de zon je niet slaan, en de maan niet in de nacht.
יוֹמָ֗ם
(yomam)
overdag
הַשֶּׁ֥מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
לֹֽא
(lo)
niet
יַכֶּ֗כָּה
(yakeka)
zal je slaan
וְיָרֵ֥חַ
(veyareach)
en de maan
בַּלָּֽיְלָה
(balayela)
in de nacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Yahweh zal je bewaken tegen alle kwaad. Hij zal je leven bewaken.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יִשְׁמָרְךָ֥
(yishmarekha)
zal je bewaken
מִכָּל
(mikal)
tegen
רָ֑ע
(ra)
alle
יִ֝שְׁמֹ֗ר
(yishmor)
kwaad
אֶת
(et)
Hij zal bewaken
נַפְשֶֽׁךָ
(nafshekha)
je leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh): hier ‘leven’, het leven van de mens zelf.

8Yahweh zal je gaan en komen bewaken, van nu af en voor eeuwig.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יִשְׁמָר
(yishmar)
zal bewaken
צֵאתְךָ֥
(tsetkha)
je gaan
וּבוֹאֶ֑ךָ
(uvoekha)
en je komen
מֵֽ֝עַתָּ֗ה
(meata)
van nu af
וְעַד
(vead)
en tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)