Elohim Bijbel

Psalmen 90

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Leer ons onze dagen tellen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een gebed van Mozes

1Een gebed van Mozes, de man van Elohim. Mijn Heer, U bent voor ons een woonplaats geweest, van geslacht op geslacht.
תְּפִלָּה֮
(tefila)
een gebed
לְמֹשֶׁ֪ה
(lemoshe)
van Mozes
אִֽישׁ
(ish)
man van
הָאֱלֹ֫הִ֥ים
(haElohim)
de Elohim
אֲֽדֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
מָע֣וֹן
(maon)
een woonplaats
אַ֭תָּה
(ata)
U
הָיִ֥יתָ
(hayita)
bent geweest
לָּ֗נוּ
(lanu)
voor ons
בְּדֹ֣ר
(bedor)
van geslacht
וָדֹֽר
(vador)
tot geslacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’.

מֹשֶׁה אִישׁ הָאֱלֹהִים (Mosjeh ish ha-Elohim), ‘Mozes, de man van Elohim’: zo wordt Mozes ook genoemd in Deut. 33:1.

Dit is de enige psalm met zijn naam.

Met deze psalm begint het vierde boek van de Psalmen (Ps. 90–106).

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh.

מָעוֹן (ma’on), ‘woonplaats’: een plek om te wonen en veilig te zijn. Vergelijk Deut. 33:27 en Ps. 91:9.

2Voordat de bergen geboren werden en U de aarde en de wereld deed baren, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid, bent U El.
בְּטֶ֤רֶם
(beterem)
voordat
הָ֘רִ֤ים
(harim)
bergen
יֻלָּ֗דוּ
(yuladu)
geboren werden
וַתְּח֣וֹלֵֽל
(vatecholel)
en U deed baren
אֶ֣רֶץ
(erets)
de aarde
וְתֵבֵ֑ל
(vetevel)
en de wereld
וּֽמֵעוֹלָ֥ם
(umeolam)
en van eeuwigheid
עַד
(ad)
tot
ע֝וֹלָ֗ם
(olam)
eeuwigheid
אַתָּ֥ה
(ata)
U
אֵֽל
(el)
El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַתְּחוֹלֵל (vattecholel), ‘en U deed baren’: het beeld is dat van een geboorte.

Het werkwoord kan ook anders worden opgevat: ‘en de aarde en de wereld werden voortgebracht’.

Wij nemen Elohim als onderwerp.

De mens is sterfelijk

3U laat de sterveling terugkeren tot stof, en U zegt: „Keer terug, mensenkinderen.”
תָּשֵׁ֣ב
(tashev)
U laat terugkeren
אֱ֭נוֹשׁ
(enosh)
de sterveling
עַד
(ad)
tot
דַּכָּ֑א
(daka)
stof
וַ֝תֹּ֗אמֶר
(vatomer)
en U zegt
שׁ֣וּבוּ
(shuvu)
keer terug
בְנֵי
(benei)
zonen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱנוֹשׁ (enosh), ‘sterveling’: de mens in zijn zwakheid.

דַּכָּא (dakka), ‘stof’: letterlijk ‘het verpletterde’.

Vergelijk Gen. 3:19.

4Want duizend jaar zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbij is, en als een wake in de nacht.
כִּ֤י
(ki)
want
אֶ֪לֶף
(elef)
duizend
שָׁנִ֡ים
(shanim)
jaren
בְּֽעֵינֶ֗יךָ
(beeineikha)
in Uw ogen
כְּי֣וֹם
(keyom)
als de dag
אֶ֭תְמוֹל
(etmol)
gisteren
כִּ֣י
(ki)
wanneer
יַעֲבֹ֑ר
(yaavor)
hij voorbij is
וְאַשְׁמוּרָ֥ה
(veashmura)
en als een wake
בַלָּֽיְלָה
(balayela)
in de nacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5U spoelt hen weg. Zij worden een slaap. In de morgen zijn zij als gras dat verandert.
זְ֭רַמְתָּם
(zeramtam)
U spoelt hen weg
שֵׁנָ֣ה
(shena)
slaap
יִהְי֑וּ
(yihyu)
zij worden
בַּ֝בֹּ֗קֶר
(baboqer)
in de morgen
כֶּחָצִ֥יר
(kechatsir)
als gras
יַחֲלֹֽף
(yachalof)
dat verandert
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

חָלַף (chalaf), ‘verandert’: dit werkwoord betekent zowel ‘voorbijgaan’ als ‘opnieuw uitlopen’.

Het staat in vers 5 en in vers 6.

Wij vertalen beide keren met ‘verandert’, zodat beide mogelijkheden open blijven.

Vergelijk Jes. 40:6–8.

6In de morgen bloeit het en verandert het. Tegen de avond wordt het afgesneden en verdort het.
בַּ֭בֹּקֶר
(baboqer)
in de morgen
יָצִ֣יץ
(yatsits)
bloeit het
וְחָלָ֑ף
(vechalaf)
en verandert het
לָ֝עֶ֗רֶב
(laerev)
tegen de avond
יְמוֹלֵ֥ל
(yemolel)
wordt het afgesneden
וְיָבֵֽשׁ
(veyavesh)
en verdort het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Onder Uw toorn

7Want door Uw toorn komen wij ten einde, en door Uw woede raken wij in paniek.
כִּֽי
(ki)
want
כָלִ֥ינוּ
(kalinu)
wij komen ten einde
בְאַפֶּ֑ךָ
(beapekha)
door Uw toorn
וּֽבַחֲמָתְךָ֥
(uvachamatekha)
en door Uw woede
נִבְהָֽלְנוּ
(nivhalenu)
raken wij in paniek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8U hebt onze schuld voor U gezet, ons verborgene in het licht van Uw aangezicht.
שַׁתָּ֣ה
(shata)
U hebt gezet
עֲוֺנֹתֵ֣ינוּ
(avonoteinu)
onze schuld
לְנֶגְדֶּ֑ךָ
(lenegdekha)
voor U
עֲ֝לֻמֵ֗נוּ
(alumenu)
ons verborgene
לִמְא֥וֹר
(limor)
in het licht van
פָּנֶֽיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲלֻמֵנוּ (alumenu), ‘ons verborgene’: de zonden die wij verborgen houden.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is שַׁת (shat), het gelezen woord (qere) is שַׁתָּה (shattah).

Beide betekenen ‘U hebt gezet’.

Wij volgen de qere.

9Want al onze dagen lopen af door Uw gramschap. Wij brengen onze jaren door als een zucht.
כִּ֣י
(ki)
want
כָל
(kal)
al
יָ֭מֵינוּ
(yameinu)
onze dagen
פָּנ֣וּ
(panu)
lopen af
בְעֶבְרָתֶ֑ךָ
(beevratekha)
door Uw gramschap
כִּלִּ֖ינוּ
(kilinu)
wij brengen door
שָׁנֵ֣ינוּ
(shaneinu)
onze jaren
כְמוֹ
(kemo)
als
הֶֽגֶה
(hege)
een zucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10De dagen van onze jaren: het zijn er zeventig. Als wij sterk zijn, zijn het er tachtig. Hun trots is moeite en onheil. Want snel is het voorbij, en wij vliegen heen.
יְמֵֽי
(yemei)
de dagen van
שְׁנוֹתֵ֨ינוּ
(shenoteinu)
onze jaren
בָהֶ֥ם
(bahem)
daarin
שִׁבְעִ֪ים
(shivim)
zeventig
שָׁנָ֡ה
(shana)
jaar
וְאִ֤ם
(veim)
en als
בִּגְבוּרֹ֨ת
(bigvurot)
bij kracht
שְׁמ֘וֹנִ֤ים
(shemonim)
tachtig
שָׁנָ֗ה
(shana)
jaar
וְ֭רָהְבָּם
(verahbam)
en hun trots
עָמָ֣ל
(amal)
moeite
וָאָ֑וֶן
(vaaven)
en onheil
כִּי
(ki)
want
גָ֥ז
(gaz)
voorbij
חִ֝֗ישׁ
(chish)
snel
וַנָּעֻֽפָה
(vanaufa)
en wij vliegen heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zeventig of tachtig jaar is hier de gewone levensduur van een mens.

רָהְבָּם (rahbam), hier ‘hun trots’: wat de mens als zijn roem ziet, blijkt moeite en onheil.

De betekenis van dit woord is onzeker; het kan ook ‘hun uitgestrektheid’ betekenen.

11Wie kent de kracht van Uw toorn, en Uw gramschap zoals het ontzag voor U vraagt?
מִֽי
(mi)
wie
י֭וֹדֵעַ
(yodea)
kent
עֹ֣ז
(oz)
de kracht van
אַפֶּ֑ךָ
(apekha)
Uw toorn
וּ֝כְיִרְאָתְךָ֗
(ukheyiratekha)
en zoals het ontzag voor U
עֶבְרָתֶֽךָ
(evratekha)
Uw gramschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Leer ons onze dagen tellen

12Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een hart van wijsheid krijgen.
לִמְנ֣וֹת
(limnot)
om te tellen
יָ֭מֵינוּ
(yameinu)
onze dagen
כֵּ֣ן
(ken)
zo
הוֹדַ֑ע
(hoda)
leer ons kennen
וְ֝נָבִ֗א
(venavi)
zodat wij krijgen
לְבַ֣ב
(levav)
een hart van
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Keer terug, Yahweh

13Keer terug, Yahweh! Hoe lang nog? Heb medelijden met Uw dienaren.
שׁוּבָ֣ה
(shuva)
keer terug
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
hoe lang
מָתָ֑י
(matay)
nog
וְ֝הִנָּחֵ֗ם
(vehinachem)
en heb medelijden
עַל
(al)
over
עֲבָדֶֽיךָ
(avadeikha)
Uw dienaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָחַם (nacham), ‘medelijden hebben’: ook ‘zich bedenken’ of ‘berouw hebben’.

Vergelijk Exod. 32:12 en 32:14.

14Verzadig ons in de morgen met Uw trouw, dan zullen wij jubelen en ons verheugen al onze dagen.
שַׂבְּעֵ֣נוּ
(sabeenu)
verzadig ons
בַבֹּ֣קֶר
(baboqer)
in de morgen
חַסְדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
met Uw trouw
וּֽנְרַנְּנָ֥ה
(uneranena)
dan zullen wij jubelen
וְ֝נִשְׂמְחָ֗ה
(venismecha)
en ons verheugen
בְּכָל
(bekhal)
al
יָמֵֽינוּ
(yameinu)
onze dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Verheug ons naar de dagen dat U ons hebt gekweld, naar de jaren dat wij onheil zagen.
שַׂ֭מְּחֵנוּ
(samechenu)
verheug ons
כִּימ֣וֹת
(kimot)
naar de dagen
עִנִּיתָ֑נוּ
(initanu)
dat U ons gekweld hebt
שְׁ֝נ֗וֹת
(shenot)
de jaren
רָאִ֥ינוּ
(rainu)
dat wij zagen
רָעָֽה
(raa)
onheil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De dichter bidt dat de jaren van vreugde even lang zijn als de jaren van ellende.

רָעָה (ra’ah), ‘onheil’.

16Laat Uw werk zichtbaar worden voor Uw dienaren, en Uw luister voor hun zonen.
יֵרָאֶ֣ה
(yerae)
laat zichtbaar worden
אֶל
(el)
voor
עֲבָדֶ֣יךָ
(avadeikha)
Uw dienaren
פָעֳלֶ֑ךָ
(paolekha)
Uw werk
וַ֝הֲדָרְךָ֗
(vahadarekha)
en Uw luister
עַל
(al)
over
בְּנֵיהֶֽם
(beneihem)
hun zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Laat de vriendelijkheid van mijn Heer, onze Elohim, op ons rusten. Bevestig voor ons het werk van onze handen; ja, bevestig het werk van onze handen.
וִיהִ֤י
(vihi)
en laat zijn
נֹ֤עַם
(noam)
vriendelijkheid van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
עָ֫לֵ֥ינוּ
(aleinu)
op ons
וּמַעֲשֵׂ֣ה
(umaase)
en het werk van
יָ֭דֵינוּ
(yadeinu)
onze handen
כּוֹנְנָ֥ה
(konena)
bevestig
עָלֵ֑ינוּ
(aleinu)
voor ons
וּֽמַעֲשֵׂ֥ה
(umaase)
en het werk van
יָ֝דֵ֗ינוּ
(yadeinu)
onze handen
כּוֹנְנֵֽהוּ
(konenehu)
bevestig het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹעַם (no’am), ‘vriendelijkheid’: het goede, aangename in het gezicht van Yahweh.

De dichter bidt dat het werk van de mens zin heeft doordat Yahweh het bevestigt.