Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een gebed van Mozes
1Een gebed van Mozes, de man van Elohim. Mijn Heer, U bent voor ons een woonplaats geweest, van geslacht op geslacht.
תְּפִלָּה֮
(tefila)
een gebed
לְמֹשֶׁ֪ה
(lemoshe)
van Mozes
אִֽישׁ
(ish)
man van
הָאֱלֹ֫הִ֥ים
(haElohim)
de Elohim
אֲֽדֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
מָע֣וֹן
(maon)
een woonplaats
אַ֭תָּה
(ata)
U
הָיִ֥יתָ
(hayita)
bent geweest
לָּ֗נוּ
(lanu)
voor ons
בְּדֹ֣ר
(bedor)
van geslacht
וָדֹֽר
(vador)
tot geslacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’.
מֹשֶׁה אִישׁ הָאֱלֹהִים (Mosjeh ish ha-Elohim), ‘Mozes, de man van Elohim’: zo wordt Mozes ook genoemd in Deut. 33:1.
Dit is de enige psalm met zijn naam.
Met deze psalm begint het vierde boek van de Psalmen (Ps. 90–106).
אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh.
מָעוֹן (ma’on), ‘woonplaats’: een plek om te wonen en veilig te zijn. Vergelijk Deut. 33:27 en Ps. 91:9.
10De dagen van onze jaren: het zijn er zeventig. Als wij sterk zijn, zijn het er tachtig. Hun trots is moeite en onheil. Want snel is het voorbij, en wij vliegen heen.
יְמֵֽי
(yemei)
de dagen van
שְׁנוֹתֵ֨ינוּ
(shenoteinu)
onze jaren
בָהֶ֥ם
(bahem)
daarin
שִׁבְעִ֪ים
(shivim)
zeventig
שָׁנָ֡ה
(shana)
jaar
וְאִ֤ם
(veim)
en als
בִּגְבוּרֹ֨ת
(bigvurot)
bij kracht
שְׁמ֘וֹנִ֤ים
(shemonim)
tachtig
שָׁנָ֗ה
(shana)
jaar
וְ֭רָהְבָּם
(verahbam)
en hun trots
עָמָ֣ל
(amal)
moeite
וָאָ֑וֶן
(vaaven)
en onheil
כִּי
(ki)
want
גָ֥ז
(gaz)
voorbij
חִ֝֗ישׁ
(chish)
snel
וַנָּעֻֽפָה
(vanaufa)
en wij vliegen heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zeventig of tachtig jaar is hier de gewone levensduur van een mens.
רָהְבָּם (rahbam), hier ‘hun trots’: wat de mens als zijn roem ziet, blijkt moeite en onheil.
De betekenis van dit woord is onzeker; het kan ook ‘hun uitgestrektheid’ betekenen.
17Laat de vriendelijkheid van mijn Heer, onze Elohim, op ons rusten. Bevestig voor ons het werk van onze handen; ja, bevestig het werk van onze handen.
וִיהִ֤י
(vihi)
en laat zijn
נֹ֤עַם
(noam)
vriendelijkheid van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
עָ֫לֵ֥ינוּ
(aleinu)
op ons
וּמַעֲשֵׂ֣ה
(umaase)
en het werk van
יָ֭דֵינוּ
(yadeinu)
onze handen
כּוֹנְנָ֥ה
(konena)
bevestig
עָלֵ֑ינוּ
(aleinu)
voor ons
וּֽמַעֲשֵׂ֥ה
(umaase)
en het werk van
יָ֝דֵ֗ינוּ
(yadeinu)
onze handen
כּוֹנְנֵֽהוּ
(konenehu)
bevestig het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֹעַם (no’am), ‘vriendelijkheid’: het goede, aangename in het gezicht van Yahweh.
De dichter bidt dat het werk van de mens zin heeft doordat Yahweh het bevestigt.