Open in de app Alle boeken Psalmen ← 121 123 → Psalmen 122 Blij op weg naar het huis van Yahweh
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Blij op weg naar het huis van Yahweh 1 Een lied van de opgangen. Van David. Ik was blij toen zij tegen mij zeiden: „Laten we naar het huis van Yahweh gaan.”
הַֽמַּעֲל֗וֹת
(hamaalot)
de opgangen
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
שָׂ֭מַחְתִּי
(samachti)
ik was blij
בְּאֹמְרִ֣ים
(beomerim)
toen zij zeiden
נֵלֵֽךְ
(nelekh)
laten we gaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Ps. 122 is een lied van de opgangen (zie bij 120:1).
De pelgrims spreken tot de stad Jeruzalem zelf; daarom staat er ‘je’ en ‘jou’.
2 Onze voeten stonden in je poorten, Jeruzalem.
רַגְלֵ֑ינוּ
(ragleinu)
onze voeten
בִּ֝שְׁעָרַ֗יִךְ
(bisharayikh)
in je poorten
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
De stad van de stammen 3 Jeruzalem, gebouwd als een stad die hecht aaneengesloten is.
יְרוּשָׁלִַ֥ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
הַבְּנוּיָ֑ה
(habenuya)
de gebouwde
כְּ֝עִ֗יר
(keir)
als een stad
שֶׁחֻבְּרָה
(shechubera)
die samengevoegd is
יַחְדָּֽו
(yachdav)
tezamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Het Hebreeuws zegt van de stad: ‘samengevoegd voor haar, tezamen’ (חֻבְּרָה־לָּהּ יַחְדָּו , chubrah lah yachdav).
De huizen staan dicht tegen elkaar, als één geheel.
Er kan ook een verband zijn met de eenheid van de stammen (vers 4).
4 Daarheen trokken de stammen op, de stammen van Jah, als getuigenis voor Israël, om de naam van Yahweh te danken.
שֶׁשָּׁ֨ם
(shesham)
waarheen
עָל֪וּ
(alu)
zijn opgetrokken
שְׁבָטִ֡ים
(shevatim)
stammen
שִׁבְטֵי
(shivtei)
stammen van
לְיִשְׂרָאֵ֑ל
(leyisrael)
voor Israël
לְ֝הֹד֗וֹת
(lehodot)
om te danken
לְשֵׁ֣ם
(leshem)
de naam van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָהּ (Jah): een korte vorm van Yahweh, vooral in lofzangen.
Zie ook 68:5 en 118:5.
עֵדוּת (edut), ‘getuigenis’: hier de vaste regel dat heel Israël naar de plaats van Yahweh optrekt. Zie ook Deut. 16:16.
לְהֹדוֹת (lehodot), ‘danken’ of ‘loven’.
5 Want daar staan tronen voor het recht, tronen voor het huis van David.
לְמִשְׁפָּ֑ט
(lemishpat)
voor recht
לְבֵ֣ית
(leveit)
voor huis van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De tronen zijn de zetels waar recht werd gesproken.
‘Het huis van David’ is zijn koningshuis.
Zie ook 2 Sam. 8:15.
Vraag om de vrede van Jeruzalem 6 Vraag om de vrede van Jeruzalem: laten zij die van je houden, rustig zijn.
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
יִ֝שְׁלָ֗יוּ
(yishlayu)
mogen rustig zijn
אֹהֲבָֽיִךְ
(ohavayikh)
je liefhebbers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Er is een woordspel: ‘vraag’ (שַׁאֲלוּ , sha’alu), ‘vrede’ (שְׁלוֹם , sjalom) en ‘Jeruzalem’ (יְרוּשָׁלִַם ) klinken op elkaar.
Het Hebreeuws van de tweede helft is kort: ‘mogen zij rustig zijn, je liefhebbers’.
7 Moge er vrede zijn binnen je wallen, rust in je burchten.
בְּחֵילֵ֑ךְ
(becheilekh)
binnen je wal
בְּאַרְמְנוֹתָֽיִךְ
(bearmenotayikh)
in je burchten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֵיל (chel), ‘wal’: de lage buitenmuur vóór de hoge stadsmuur.
8 Omwille van mijn broers en mijn vrienden wil ik zeggen: „Vrede zij in jou.”
לְ֭מַעַן
(lemaan)
omwille van
וְרֵעָ֑י
(vereay)
en mijn vrienden
אֲדַבְּרָה
(adabera)
ik wil spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Omwille van het huis van Yahweh, onze Elohim, zoek ik het goede voor jou.
לְ֭מַעַן
(lemaan)
omwille van
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
אֲבַקְשָׁ֖ה
(avaqsha)
ik zoek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)