Elohim Bijbel

Spreuken 16

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Yahweh bepaalt de weg; koningen, hoogmoed en woorden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1De overwegingen van het hart zijn voor de mens, maar het antwoord van de tong komt van Yahweh.
לְאָדָ֥ם
(leadam)
voor de mens
מַֽעַרְכֵי
(maarkhei)
de overwegingen van
לֵ֑ב
(lev)
het hart
וּ֝מֵיְהוָ֗ה
(umeYahweh)
maar van Yahweh
מַעֲנֵ֥ה
(maane)
het antwoord van
לָשֽׁוֹן
(lashon)
de tong
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַעַרְכֵי (ma'arkhe), ‘overwegingen’: wat het hart ordent en klaarlegt, de plannen die iemand overlegt.

De mens maakt plannen, maar wat hij uiteindelijk zegt of bereikt, wordt hem gegeven. Vergelijk Spr. 16:9.

2Alle wegen van een man zijn zuiver in zijn eigen ogen, maar Yahweh weegt de geesten.
כָּֽל
(kal)
alle
דַּרְכֵי
(darkhei)
wegen van
אִ֭ישׁ
(ish)
een man
זַ֣ךְ
(zakh)
zuiver
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
וְתֹכֵ֖ן
(vetokhen)
maar weegt
רוּח֣וֹת
(ruchot)
geesten
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֹכֵן (tokhen), ‘weegt’: Yahweh stelt vast wat de geest van een mens waard is.

Vergelijk Spr. 21:2 en 1 Sam. 16:7.

רוּחוֹת (ruchot), ‘geesten’: de innerlijke gezindheid, de drijfveren.

3Wentel je werken op Yahweh, dan zullen je plannen vaststaan.
גֹּ֣ל
(gol)
wentel
אֶל
(el)
op
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
מַעֲשֶׂ֑יךָ
(maaseikha)
je werken
וְ֝יִכֹּ֗נוּ
(veyikonu)
dan staan vast
מַחְשְׁבֹתֶֽיךָ
(machshevoteikha)
je plannen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֹּל (gol), ‘wentel’: van גָּלַל (galal), ‘rollen’.

De last van je werk leg je bij Yahweh neer.

Vergelijk Ps. 22:9 en Ps. 37:5.

4Yahweh heeft alles gemaakt voor Zijn doel, ook de goddeloze voor de dag van rampspoed.
כֹּ֤ל
(kol)
alles
פָּעַ֣ל
(paal)
heeft gemaakt
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לַֽמַּעֲנֵ֑הוּ
(lamaanehu)
voor Zijn doel
וְגַם
(vegam)
en ook
רָ֝שָׁ֗ע
(rasha)
de goddeloze
לְי֣וֹם
(leyom)
voor de dag van
רָעָֽה
(raa)
rampspoed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַֽמַּעֲנֵהוּ (lamma'anehu), ‘voor Zijn doel’: het woord kan ook betekenen ‘voor zijn antwoord’ (vergelijk 16:1) of ‘voor zichzelf’.

Wij lezen: alles heeft in Yahweh's bedoeling zijn plaats.

יוֹם רָעָה (yom ra'ah), ‘dag van rampspoed’: de dag waarop het onheil komt.

5Een gruwel voor Yahweh is ieder met een hooghartig hart. Hand in hand: hij blijft niet ongestraft.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
een gruwel van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
is ieder
גְּבַהּ
(gevah)
hooghartige van
לֵ֑ב
(lev)
hart
יָ֥ד
(yad)
hand
לְ֝יָ֗ד
(leyad)
in hand
לֹ֣א
(lo)
niet
יִנָּקֶֽה
(yinaqe)
blijft ongestraft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹעֵבָה (to'evah), ‘gruwel’: wat Yahweh verafschuwt.

יָד לְיָד (yad leyad), ‘hand in hand’: een uitdrukking die de zekerheid benadrukt, de betekenis is niet zeker: waarschijnlijk ‘zeker’ of ‘hand erop’. Dezelfde woorden staan in Spr. 11:21.

גְּבַהּ־לֵב (gevah-lev), ‘hooghartig’: letterlijk ‘hoog van hart’.

6Door trouw en waarheid wordt schuld verzoend, en door de vrees voor Yahweh wijkt men af van het kwaad.
בְּחֶ֣סֶד
(bechesed)
door trouw
וֶ֭אֱמֶת
(veemet)
en waarheid
יְכֻפַּ֣ר
(yekhupar)
wordt verzoend
עָוֺ֑ן
(avon)
schuld
וּבְיִרְאַ֥ת
(uveyirat)
en door de vrees voor
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
ס֣וּר
(sur)
afwijken
מֵרָֽע
(mera)
van het kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָוֺן (avon), ‘schuld’: ook ‘ongerechtigheid’.

יְכֻפַּר (yekhuppar), ‘wordt verzoend’: van כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’.

Het Hebreeuws zegt niet van wie de trouw en de waarheid zijn; wij laten dat open.

7Als Yahweh behagen heeft in de wegen van een man, laat Hij zelfs zijn vijanden in vrede met hem zijn.
בִּרְצ֣וֹת
(birtsot)
als behagen heeft
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
דַּרְכֵי
(darkhei)
in de wegen van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
גַּם
(gam)
zelfs
א֝וֹיְבָ֗יו
(oyevav)
zijn vijanden
יַשְׁלִ֥ם
(yashlim)
laat Hij in vrede zijn
אִתּֽוֹ
(ito)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַשְׁלִם (yashlim), ‘laat in vrede zijn’: van שָׁלוֹם (shalom), ‘vrede’.

Hij laat zelfs zijn vijanden vrede met hem sluiten.

8Beter weinig met gerechtigheid dan een grote opbrengst zonder recht.
טוֹב
(tov)
beter
מְ֭עַט
(meat)
weinig
בִּצְדָקָ֑ה
(bitsdaqa)
met gerechtigheid
מֵרֹ֥ב
(merov)
dan een grote hoeveelheid van
תְּ֝בוּא֗וֹת
(tevuot)
opbrengsten
בְּלֹ֣א
(belo)
zonder
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Het hart van een mens overdenkt zijn weg, maar Yahweh bepaalt zijn stappen.
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
אָ֭דָם
(adam)
een mens
יְחַשֵּׁ֣ב
(yechashev)
overdenkt
דַּרְכּ֑וֹ
(darko)
zijn weg
וַֽ֝יהוָ֗ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
יָכִ֥ין
(yakhin)
bepaalt
צַעֲדֽוֹ
(tsaado)
zijn stappen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָכִין (yakhin), ‘bepaalt’: van כּוּן (kun), ‘vaststaan’; het woord staat ook in 16:3 en 16:12.

Yahweh maakt de weg vast waar de mens het eerst bedacht.

10Een godsspraak ligt op de lippen van een koning; zijn mond handelt niet ontrouw in het recht.
קֶ֤סֶם
(qesem)
een godsspraak
עַֽל
(al)
op
שִׂפְתֵי
(siftei)
de lippen van
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
בְּ֝מִשְׁפָּ֗ט
(bemishpat)
in het recht
לֹ֣א
(lo)
niet
יִמְעַל
(yimal)
handelt ontrouw
פִּֽיו
(piv)
zijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶסֶם (qesem), ‘godsspraak’: elders betekent het woord ‘waarzeggerij’ en dat is verboden (Deut. 18:10).

Hier gaat het om een uitspraak die gezag heeft, bijna als van Elohim.

Het is een ander woord dan massa, ‘godsspraak’, in 30:1 en 31:1.

יִמְעַל (yim'al), ‘handelt ontrouw’: het woord wordt gebruikt voor trouwbreuk.

11De weegschaal en de balans van het recht zijn van Yahweh; alle gewichtstenen in de zak zijn Zijn werk.
פֶּ֤לֶס
(peles)
de weegschaal
וּמֹאזְנֵ֣י
(umoznei)
en de balans van
מִ֭שְׁפָּט
(mishpat)
het recht
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
zijn van Yahweh
מַ֝עֲשֵׂ֗הוּ
(maasehu)
Zijn werk
כָּל
(kal)
alle
אַבְנֵי
(avnei)
stenen van
כִֽיס
(kis)
de zak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּלֶס (peles), ‘weegschaal’; מֹאזְנֵי (mozne), ‘balans’.

Een eerlijke maat is van Yahweh; vergelijk Spr. 11:1 en 20:23.

12Het is een gruwel voor koningen om goddeloosheid te doen, want door gerechtigheid staat een troon vast.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
een gruwel voor
מְ֭לָכִים
(melakhim)
koningen
עֲשׂ֣וֹת
(asot)
te doen
רֶ֑שַׁע
(resha)
goddeloosheid
כִּ֥י
(ki)
want
בִ֝צְדָקָ֗ה
(bitsdaqa)
door gerechtigheid
יִכּ֥וֹן
(yikon)
staat vast
כִּסֵּֽא
(kise)
een troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Lippen van gerechtigheid zijn het welbehagen van koningen, en wie oprechte dingen spreekt, heeft hij lief.
רְצ֣וֹן
(retson)
het welbehagen van
מְ֭לָכִים
(melakhim)
koningen
שִׂפְתֵי
(siftei)
lippen van
צֶ֑דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
וְדֹבֵ֖ר
(vedover)
en wie spreekt
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
oprechte dingen
יֶאֱהָֽב
(yeehav)
heeft hij lief
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶאֱהָב (ye'ehav): de koning heeft de oprechte spreker lief.

Het woord kan ook als lijdende vorm gelezen worden: ‘wordt bemind’.

De betekenis blijft dezelfde.

14De woede van een koning is een boodschapper van de dood, maar een wijs man verzoent haar.
חֲמַת
(chamat)
de woede van
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
een koning
מַלְאֲכֵי
(malakhei)
boodschappers van
מָ֑וֶת
(mavet)
de dood
וְאִ֖ישׁ
(veish)
maar een man
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
יְכַפְּרֶֽנָּה
(yekhaperena)
verzoent haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְכַפְּרֶנָּה (yekhapperennah), ‘verzoent haar’: van כִּפֶּר (kipper).

Hier gaat het om het bedaren van de woede, niet om offerverzoening.

15In het licht van het gezicht van een koning is leven, en zijn welbehagen is als een wolk van de voorjaarsregen.
בְּאוֹר
(beor)
in het licht van
פְּנֵי
(penei)
het gezicht van
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
een koning
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
וּ֝רְצוֹנ֗וֹ
(uretsono)
en zijn welbehagen
כְּעָ֣ב
(keav)
is als een wolk van
מַלְקֽוֹשׁ
(malqosh)
de voorjaarsregen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַלְקוֹשׁ (malqosh), ‘voorjaarsregen’: de late regen vóór de oogst.

Die brengt het graan tot rijpheid, een beeld van de gunst van de koning.

16Wijsheid verwerven: hoeveel beter dan goud! En inzicht verwerven wordt verkozen boven zilver.
קְֽנֹה
(qeno)
verwerven
חָכְמָ֗ה
(chakhema)
wijsheid
מַה
(ma)
hoeveel
טּ֥וֹב
(tov)
beter
מֵחָר֑וּץ
(mecharuts)
dan goud
וּקְנ֥וֹת
(uqenot)
en verwerven
בִּ֝ינָ֗ה
(bina)
inzicht
נִבְחָ֥ר
(nivchar)
wordt verkozen
מִכָּֽסֶף
(mikasef)
boven zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קְנֹה (qeno), ‘verwerven’: kopen, in bezit krijgen.

Vergelijk Spr. 4:5 en 4:7.

17De gebaande weg van de oprechten is: afwijken van het kwaad. Wie zijn ziel bewaakt, behoedt zijn weg.
מְסִלַּ֣ת
(mesilat)
de gebaande weg van
יְ֭שָׁרִים
(yesharim)
oprechten
ס֣וּר
(sur)
afwijken
מֵרָ֑ע
(mera)
van het kwaad
שֹׁמֵ֥ר
(shomer)
wie bewaakt
נַ֝פְשׁ֗וֹ
(nafsho)
zijn ziel
נֹצֵ֥ר
(notser)
behoedt
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

מְסִלָּה (mesillah), ‘gebaande weg’: een opgehoogde en geëffende weg.

18Voor de ondergang gaat hoogmoed, en voor de val een hooghartige geest.
לִפְנֵי
(lifnei)
voor
שֶׁ֥בֶר
(shever)
de ondergang
גָּא֑וֹן
(gaon)
hoogmoed
וְלִפְנֵ֥י
(velifnei)
en voor
כִ֝שָּׁל֗וֹן
(kishalon)
de val
גֹּ֣בַהּ
(govah)
een hooghartige
רֽוּחַ
(ruach)
geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Beter nederig van geest te zijn met de nederigen dan de buit te verdelen met de hoogmoedigen.
ט֣וֹב
(tov)
beter
שְׁפַל
(shefal)
nederig van
ר֭וּחַ
(ruach)
geest
אֶת
(et)
met
עֲנָוִ֑ים
(anavim)
de nederigen
מֵֽחַלֵּ֥ק
(mechaleq)
dan verdelen
שָׁ֝לָ֗ל
(shalal)
buit
אֶת
(et)
met
גֵּאִֽים
(geim)
de hoogmoedigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

עֲנָוִים (anavim), ‘nederigen’ is de lezing die wij volgen (qere).

De geschreven tekst (ketiv) heeft עֲנִיִּים (aniyyim), ‘ellendigen’.

Beide lezingen zijn oud en liggen dicht bij elkaar.

20Wie met doorzicht handelt in een zaak, vindt het goede, en wie op Yahweh vertrouwt: gelukkig is hij!
מַשְׂכִּ֣יל
(maskil)
wie doorzicht heeft
עַל
(al)
in
דָּ֭בָר
(davar)
een zaak
יִמְצָא
(yimtsa)
vindt
ט֑וֹב
(tov)
het goede
וּבוֹטֵ֖חַ
(uvoteach)
en wie vertrouwt
בַּיהוָ֣ה
(baYahweh)
op Yahweh
אַשְׁרָֽיו
(ashrav)
gelukkig is hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשְׂכִּיל (maskil), ‘wie doorzicht heeft’: van שָׂכַל (sakal), ‘doorzicht hebben’.

Wij vertalen deze woordfamilie met ‘doorzicht’ (zie Spr. 1:3; 16:22, 16:23; 17:2; 19:11).

דָּבָר (davar), ‘zaak’: ook ‘woord’. Dan staat er: ‘wie let op het woord’.

21Wie wijs is van hart, wordt inzichtig genoemd, en zoetheid van de lippen vermeerdert de lering.
לַחֲכַם
(lachakham)
wie wijs is van
לֵ֭ב
(lev)
hart
יִקָּרֵ֣א
(yiqare)
wordt genoemd
נָב֑וֹן
(navon)
inzichtig
וּמֶ֥תֶק
(umeteq)
en de zoetheid van
שְׂ֝פָתַ֗יִם
(sefatayim)
lippen
יֹסִ֥יף
(yosif)
vermeerdert
לֶֽקַח
(leqach)
lering
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶקַח (leqach), ‘lering’: letterlijk ‘wat men aanneemt’.

Het kan gaan om wat de spreker overbrengt, of om wat de hoorder opneemt.

Wij laten dit open; zie ook 16:23.

22Doorzicht is een bron van leven voor wie het bezit, maar de tucht van zotten is zotheid.
מְק֣וֹר
(meqor)
een bron van
חַ֭יִּים
(chayim)
leven
שֵׂ֣כֶל
(sekhel)
doorzicht
בְּעָלָ֑יו
(bealav)
voor wie het bezit
וּמוּסַ֖ר
(umusar)
maar de tucht van
אֱוִלִ֣ים
(evilim)
zotten
אִוֶּֽלֶת
(ivelet)
is zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱוִלִים (evilim), ‘zotten’ en אִוֶּלֶת (ivvelet), ‘zotheid’: wij vertalen de woordfamilie van אֱוִיל (evil) met ‘zot’.

De tucht die zotten krijgen of geven, brengt niets anders voort dan zotheid.

23Het hart van de wijze geeft zijn mond doorzicht, en op zijn lippen vermeerdert het de lering.
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
חָ֭כָם
(chakham)
de wijze
יַשְׂכִּ֣יל
(yaskil)
geeft doorzicht
פִּ֑יהוּ
(pihu)
zijn mond
וְעַל
(veal)
en op
שְׂ֝פָתָ֗יו
(sefatav)
zijn lippen
יֹסִ֥יף
(yosif)
vermeerdert het
לֶֽקַח
(leqach)
lering
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Een raat van honing zijn vriendelijke woorden: zoet voor de ziel en genezing voor het gebeente.
צוּף
(tsuf)
een raat van
דְּ֭בַשׁ
(devash)
honing
אִמְרֵי
(imrei)
woorden van
נֹ֑עַם
(noam)
vriendelijkheid
מָת֥וֹק
(matoq)
zoet
לַ֝נֶּפֶשׁ
(lanefesh)
voor de ziel
וּמַרְפֵּ֥א
(umarpe)
en genezing
לָעָֽצֶם
(laatsem)
voor het gebeente
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de hele mens in zijn behoefte aan voedsel en rust.

עֶצֶם (etsem), ‘gebeente’: de botten, het hele lichaam.

25Er is een weg die recht is voor het gezicht van een man, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.
יֵ֤שׁ
(yesh)
er is
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
een weg
יָ֭שָׁר
(yashar)
recht
לִפְנֵי
(lifnei)
voor het gezicht van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
וְ֝אַחֲרִיתָ֗הּ
(veacharitah)
maar haar einde
דַּרְכֵי
(darkhei)
wegen van
מָֽוֶת
(mavet)
de dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze spreuk staat ook in Spr. 14:12, in dezelfde woorden.

26De ziel van wie zwoegt, zwoegt voor hem, want zijn mond dringt bij hem aan.
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
de ziel van
עָ֭מֵל
(amel)
wie zwoegt
עָ֣מְלָה
(amela)
zwoegt
לּ֑וֹ
(lo)
voor hem
כִּֽי
(ki)
want
אָכַ֖ף
(akhaf)
dringt aan
עָלָ֣יו
(alav)
bij hem
פִּֽיהוּ
(pihu)
zijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ עָמֵל (nefesh amel), ‘de ziel van wie zwoegt’: het gaat om de honger of begeerte van de arbeider.

Zijn eigen mond, zijn honger, drijft hem aan om te zwoegen.

אָכַף (akhaf), ‘dringt aan’: een zeldzaam werkwoord, ongeveer ‘voortdrijven’. De betekenis is niet helemaal zeker.

27Een man van Belial graaft naar kwaad, en op zijn lip is het als brandend vuur.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
בְּ֭לִיַּעַל
(beliyaal)
Belial
כֹּרֶ֣ה
(kore)
graaft
רָעָ֑ה
(raa)
kwaad
וְעַל
(veal)
en op
שְׂ֝פָת֗וֹ
(sefato)
zijn lip
כְּאֵ֣שׁ
(keesh)
is als vuur
צָרָֽבֶת
(tsaravet)
brandend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּלִיַּעַל (beliyya'al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’; een man van Belial is een nietsnut en kwaaddoener.

Zoals in Ps. 18:5.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is שְׂפָתָיו (sefatav), ‘zijn lippen’.

De gelezen vorm (qere) is שְׂפָתוֹ (sefato), ‘zijn lip’.

Wij volgen het qere.

28Een man van verdraaidheid zendt twist uit, en een roddelaar scheidt een hechte vriend.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
תַּ֭הְפֻּכוֹת
(tahpukhot)
verdraaidheid
יְשַׁלַּ֣ח
(yeshalach)
zendt uit
מָד֑וֹן
(madon)
twist
וְ֝נִרְגָּ֗ן
(venirgan)
en een roddelaar
מַפְרִ֥יד
(mafrid)
scheidt
אַלּֽוּף
(aluf)
een hechte vriend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִרְגָּן (nirgan), ‘roddelaar’: iemand die heimelijk kwaad spreekt.

Zie ook 18:8 en 26:20 en 26:22.

אַלּוּף (alluf), ‘hechte vriend’: ook ‘leider, vertrouweling’. Zie ook 17:9.

29Een man van geweld verleidt zijn naaste en laat hem gaan op een weg die niet goed is.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
חָ֭מָס
(chamas)
geweld
יְפַתֶּ֣ה
(yefate)
verleidt
רֵעֵ֑הוּ
(reehu)
zijn naaste
וְ֝הוֹלִיכ֗וֹ
(veholikho)
en laat hem gaan
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op een weg
לֹא
(lo)
niet
טֽוֹב
(tov)
goed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Wie zijn ogen dichtknijpt om verdraaidheid te bedenken en zijn lippen samenperst, heeft kwaad voltooid.
עֹצֶ֣ה
(otse)
wie dichtknijpt
עֵ֭ינָיו
(einav)
zijn ogen
לַחְשֹׁ֣ב
(lachshov)
om te bedenken
תַּהְפֻּכ֑וֹת
(tahpukhot)
verdraaidheid
קֹרֵ֥ץ
(qorets)
wie samenperst
שְׂ֝פָתָ֗יו
(sefatav)
zijn lippen
כִּלָּ֥ה
(kila)
heeft voltooid
רָעָֽה
(raa)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹצֶה (otseh), ‘dichtknijpt’ en קֹרֵץ (qorets), ‘samenperst’: gebaren van iemand die in stilte kwaad beraamt.

De betekenis van beide werkwoorden is niet helemaal zeker.

31Grijs haar is een kroon van luister; op de weg van gerechtigheid wordt het gevonden.
עֲטֶ֣רֶת
(ateret)
een kroon van
תִּפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
luister
שֵׂיבָ֑ה
(seiva)
grijs haar
בְּדֶ֥רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
צְ֝דָקָ֗ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
תִּמָּצֵֽא
(timatse)
wordt gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׂיבָה (seivah), ‘grijs haar’: het teken van een lang leven.

Het is alleen een kroon op de weg van gerechtigheid.

32Beter wie traag is tot toorn dan een held, en wie over zijn geest heerst dan wie een stad inneemt.
ט֤וֹב
(tov)
beter
אֶ֣רֶךְ
(erekh)
lang van
אַ֭פַּיִם
(apayim)
toorn
מִגִּבּ֑וֹר
(migibor)
dan een held
וּמֹשֵׁ֥ל
(umoshel)
en wie heerst
בְּ֝רוּח֗וֹ
(berucho)
over zijn geest
מִלֹּכֵ֥ד
(milokhed)
dan wie inneemt
עִֽיר
(ir)
een stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶרֶךְ אַפַּיִם (erekh apayim), ‘traag tot toorn’: letterlijk ‘lang van neus’; de adem blijft lang, de woede komt laat.

Zo wordt ook Yahweh beschreven (Exod. 34:6).

33In de plooi van het kleed wordt het lot geworpen, maar elke uitspraak daarover komt van Yahweh.
בַּ֭חֵיק
(bacheiq)
in de plooi van het kleed
יוּטַ֣ל
(yutal)
wordt geworpen
אֶת
(et)
(obj.)
הַגּוֹרָ֑ל
(hagoral)
het lot
וּ֝מֵיְהוָ֗ה
(umeYahweh)
maar van Yahweh
כָּל
(kal)
komt alle
מִשְׁפָּטֽוֹ
(mishpato)
zijn uitspraak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵיק (cheiq), ‘plooi van het kleed’: de schoot of boezem van het gewaad, waarin de lotstenen lagen.

מִשְׁפָּט (mishpat) betekent meestal ‘recht’. Hier gaat het om de uitspraak die het lot doet. Vergelijk Num. 26:55 en Joz. 18:6.